Buitenlands zeggenschap over bedrijven in Nederland; SBI '93, 2006-2008
| Bedrijfstakken/branches (SBI '93) | Land van uiteindelijke zeggenschap (UCI) | Perioden | Financiële gegevens Bruto-investeringen in materiële.. (mln euro) |
|---|---|---|---|
| 505 Benzineservicestations | Estland | 2008 | 0 |
| 505 Benzineservicestations | Palestijnse Autoriteit | 2008 | . |
| 553 Restaurants, cafetaria's .. | Estland | 2008 | 0 |
| 553 Restaurants, cafetaria's .. | Palestijnse Autoriteit | 2008 | . |
| Bron: CBS. | |||
Tabeltoelichting
Deze tabel gaat over de financiële gegevens (zoals bedrijfslasten en -opbrengsten) en werkgelegenheid van bedrijven in Nederland waarover een institutionele eenheid in het buitenland zeggenschap heeft. De gegevens sluiten aan bij de statistiek "Foreign Affiliates Statistics" (FATS) van (Eurostat).
De gegevens in deze tabel zijn gepubliceerd naar jaar, indeling van de economische activiteit volgens de Standaard BedrijfsIndeling 1993 (SBI '93) en het land van de Ultimate Controlling Institutional unit (UCI).
Gegevens beschikbaar van 2006 tot en met 2008.
Status van de cijfers:
De cijfers tabel zijn definitief.
Wijzigingen per 31 oktober 2016:
Geen, deze tabel is stopgezet.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Is er een opvolger?
Deze tabel wordt opgevolgd door 'Buitenlandse zeggenschap bedrijven in Nederland; kerncijfers, bedrijfstak'. Zie paragraaf 3.
Toelichting onderwerpen
- Financiële gegevens
- Bruto-investeringen in materiële..
- Investeringen in alle materiële goederen gedurende de referentieperiode.
Inbegrepen zijn nieuwe en bestaande materiële kapitaalgoederen, of deze
nu bij derden zijn gekocht of voor eigen gebruik zijn geproduceerd
(d.w.z. geactiveerde productie van materiële kapitaalgoederen), met een
nuttige levensduur van meer dan één jaar, met inbegrip van
niet-geproduceerde materiële goederen zoals grond. De drempel voor de
nuttige levensduur van in aanmerking komende goederen kan worden verhoogd
indien in de boekhouding van de vennootschap een langere verwachte nuttige
levensduur dan één jaar als drempel wordt gehanteerd.
Alle investeringen worden bruto gewaardeerd (d.w.z. voor waardecorrecties
en voor aftrek van inkomsten uit verkoop). Gekochte goederen worden
gewaardeerd tegen de aankoopprijs, d.w.z. inclusief vervoer- en
installatiekosten, honoraria, belastingen en andere kosten in verband met
de eigendomsoverdracht. Zelf geproduceerde materiële goederen worden
gewaardeerd tegen de productiekosten. Goederen die worden verworven als
gevolg van herstructureringen (zoals fusies, overnames en op - of
afsplitsingen), blijven buiten beschouwing. Aankopen van kleine
gereedschappen die niet tot de vaste activa behoren, zijn in de lopende
uitgaven begrepen.
Inbegrepen zijn voorts alle toevoegingen, veranderingen, verbeteringen en
renovaties die de nuttige levensduur verlengen of het productief vermogen
van de kapitaalgoederen doen toenemen.
Lopende onderhoudskosten blijven buiten beschouwing, evenals de waarde van
en de lopende uitgaven voor kapitaalgoederen die worden gebruikt op
grond van huur- en leasecontracten. Ook investeringen in immateriële
goederen en financiële activa blijven buiten beschouwing.
Wanneer de facturering, levering, betaling en het eerste gebruik van
investeringen in verschillende referentieperiodes plaatsvindt, moet worden
gestreefd naar de volgende registratiemethode:
a) investeringen worden geregistreerd wanneer de eigendom wordt
overgedragen aan de eenheid die de goederen denkt te gebruiken.
Geactiveerde productie wordt geregistreerd wanneer deze wordt
geproduceerd. Voor investeringen die in identificeerbare etappes
plaatsvinden, geldt dat iedere deelinvestering moet worden
geregistreerd in de referentieperiode waarin deze wordt gedaan.
In de praktijk is dit niet altijd mogelijk; gezien de regels voor
bedrijfsboekhoudingen is wellicht een van de volgende benaderingen van
deze methode nodig:
a) investeringen worden geregistreerd in de referentieperiode waarin ze
worden geleverd,
b) investeringen worden geregistreerd in de referentieperiode waarin ze
in het productieproces worden ingezet,
c) investeringen worden geregistreerd in de referentieperiode waarin ze
in rekening worden gebracht,
d) investeringen worden geregistreerd in de referentieperiode waarin ze
worden betaald.