Bevolking naar huishoudenspositie, 2011-2060

Bevolking naar huishoudenspositie, 2011-2060

Geslacht Leeftijd Burgerlijke staat Perioden Totaal personen in huishoudens (aantal) Ouder in eenouderhuishouden (aantal) Overig lid huishouden (aantal) Persoon in institutioneel huishouden (aantal)
Mannen en vrouwen 95 jaar of ouder Totaal burgerlijke staat 2060 119.012 1.986 5.929 37.202
Mannen en vrouwen 95 jaar of ouder Ongehuwd 2060 . 30 658 6.600
Mannen en vrouwen 95 jaar of ouder Gehuwd 2060 . 38 330 2.499
Mannen en vrouwen 95 jaar of ouder Verweduwd 2060 . 1.666 4.311 24.361
Mannen en vrouwen 95 jaar of ouder Gescheiden 2060 . 252 630 3.742
Mannen en vrouwen 90 jaar of ouder Totaal burgerlijke staat 2060 460.932 6.464 19.789 120.144
Mannen en vrouwen 90 jaar of ouder Ongehuwd 2060 . 148 3.691 26.585
Mannen en vrouwen 90 jaar of ouder Gehuwd 2060 . 200 1.749 14.175
Mannen en vrouwen 90 jaar of ouder Verweduwd 2060 . 5.047 11.968 65.664
Mannen en vrouwen 90 jaar of ouder Gescheiden 2060 . 1.069 2.381 13.720
Mannen en vrouwen 65 jaar of ouder Totaal burgerlijke staat 2060 4.401.778 53.199 144.957 324.211
Mannen en vrouwen 65 jaar of ouder Ongehuwd 2060 . 10.950 82.903 129.357
Mannen en vrouwen 65 jaar of ouder Gehuwd 2060 . 1.833 21.348 44.826
Mannen en vrouwen 65 jaar of ouder Verweduwd 2060 . 23.084 26.603 109.266
Mannen en vrouwen 65 jaar of ouder Gescheiden 2060 . 17.332 14.103 40.762
Mannen 95 jaar of ouder Totaal burgerlijke staat 2060 38.163 440 1.765 10.448
Mannen 95 jaar of ouder Ongehuwd 2060 . - 267 2.137
Mannen 95 jaar of ouder Gehuwd 2060 . 19 235 1.971
Mannen 95 jaar of ouder Verweduwd 2060 . 404 1.123 5.592
Mannen 95 jaar of ouder Gescheiden 2060 . 17 140 748
Mannen 90 jaar of ouder Totaal burgerlijke staat 2060 172.046 1.456 6.766 37.201
Mannen 90 jaar of ouder Ongehuwd 2060 . 5 1.738 9.788
Mannen 90 jaar of ouder Gehuwd 2060 . 74 1.179 9.053
Mannen 90 jaar of ouder Verweduwd 2060 . 1.248 3.127 15.049
Mannen 90 jaar of ouder Gescheiden 2060 . 129 722 3.311
Mannen 65 jaar of ouder Totaal burgerlijke staat 2060 2.031.687 13.710 67.742 124.293
Mannen 65 jaar of ouder Ongehuwd 2060 . 1.800 42.421 62.150
Mannen 65 jaar of ouder Gehuwd 2060 . 783 12.189 23.750
Mannen 65 jaar of ouder Verweduwd 2060 . 6.426 7.085 25.194
Mannen 65 jaar of ouder Gescheiden 2060 . 4.701 6.047 13.199
Vrouwen 95 jaar of ouder Totaal burgerlijke staat 2060 80.849 1.546 4.164 26.754
Vrouwen 95 jaar of ouder Ongehuwd 2060 . 30 391 4.463
Vrouwen 95 jaar of ouder Gehuwd 2060 . 19 95 528
Vrouwen 95 jaar of ouder Verweduwd 2060 . 1.262 3.188 18.769
Vrouwen 95 jaar of ouder Gescheiden 2060 . 235 490 2.994
Vrouwen 90 jaar of ouder Totaal burgerlijke staat 2060 288.886 5.008 13.023 82.943
Vrouwen 90 jaar of ouder Ongehuwd 2060 . 143 1.953 16.797
Vrouwen 90 jaar of ouder Gehuwd 2060 . 126 570 5.122
Vrouwen 90 jaar of ouder Verweduwd 2060 . 3.799 8.841 50.615
Vrouwen 90 jaar of ouder Gescheiden 2060 . 940 1.659 10.409
Vrouwen 65 jaar of ouder Totaal burgerlijke staat 2060 2.370.091 39.489 77.215 199.918
Vrouwen 65 jaar of ouder Ongehuwd 2060 . 9.150 40.482 67.207
Vrouwen 65 jaar of ouder Gehuwd 2060 . 1.050 9.159 21.076
Vrouwen 65 jaar of ouder Verweduwd 2060 . 16.658 19.518 84.072
Vrouwen 65 jaar of ouder Gescheiden 2060 . 12.631 8.056 27.563
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat prognoses van de bevolking van Nederland in huishoudens
naar positie in het huishouden, geslacht, leeftijd en burgerlijke
staat.
De cijfers hebben betrekking op de situatie per 1 januari.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2011

Status van de cijfers
Alle in de tabel opgenomen cijfers zijn berekende prognosecijfers.

Wijzigingen per 4 april 2011.
De prognose is bijgesteld op basis van de meest recente inzichten, de
prognoseperiode loopt nu van 2011 tot 2060.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In de eerste helft van 2013 komt de nieuwe huishoudensprognose uit.

Toelichting onderwerpen

Totaal personen in huishoudens
Totaal personen in huishoudens, 1 januari.
.
Huishouden:
Particulier of institutioneel huishouden.
.
Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus
niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
.
Institutioneel huishouden:
Huishouden bestaande uit één of meer personen, die bedrijfsmatig worden
voorzien van huisvesting en dagelijkse levensbehoeften.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, verzorgings- en kindertehuizen,
gezinsvervangende tehuizen, revalidatiecentra en penitentiaire
inrichtingen, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen)
verblijven.
Ouder in eenouderhuishouden
Ouder in particulier eenouderhuishouden, 1 januari.
.
Eenouderhuishouden:
Particulier huishouden bestaande uit één ouder met één of meer
thuiswonende kinderen.
.
Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie
heeft met de ouder die tot het huishouden behoort.
Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen,
maar geen pleegkinderen.
.
Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus
niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Overig lid huishouden
Overig lid in particulier huishouden, 1 januari.
.
Overig lid van een huishouden:
Persoon die anders dan als partner, ouder in een eenouderhuishouden of
als thuiswonend kind deel uitmaakt van een particulier huishouden.
Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan een kostganger die bij een gezin
inwoont, twee broers die samen één huishouding vormen, of pleegkinderen.
.
Eenouderhuishouden:
Particulier huishouden bestaande uit één ouder met één of meer
thuiswonende kinderen.
.
Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie
heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders. Onder
thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen maar
geen pleegkinderen.
.
Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus
niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Persoon in institutioneel huishouden
Persoon in institutioneel huishouden, 1 januari.
.
Institutioneel huishouden:
Huishouden bestaande uit één of meer personen, die bedrijfsmatig worden
voorzien van huisvesting en dagelijkse levensbehoeften.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, verzorgings- en kindertehuizen,
gezinsvervangende tehuizen, revalidatiecentra en penitentiaire
inrichtingen, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen)
verblijven.