Huishoudens:personen naar herkomst 2011-2060

Huishoudens:personen naar herkomst 2011-2060

Geslacht Leeftijd Herkomstgroepering Generatie Perioden Totaal personen in huishoudens (aantal) Personen in particuliere huishoudens Totaal personen (aantal) Personen in particuliere huishoudens Thuiswonend kind (aantal) Personen in particuliere huishoudens Alleenstaand (aantal) Personen in particuliere huishoudens Samenwonend (aantal) Personen in particuliere huishoudens Ouder in eenouderhuishouden (aantal) Personen in particuliere huishoudens Overig lid huishouden (aantal) Personen in institutionele huishoudens (aantal)
Mannen en vrouwen Totaal alle leeftijen Europese Unie (exclusief autochtoon) Totaal van de bevolkingsgroep 2060 1.486.554 1.458.886 340.712 334.863 689.455 55.779 38.077 27.667
Mannen en vrouwen Totaal alle leeftijen Europese Unie (exclusief autochtoon) Eerstegeneratieallochtoon 2060 774.989 759.191 68.177 215.017 414.954 35.307 25.736 15.797
Mannen en vrouwen Totaal alle leeftijen Europese Unie (exclusief autochtoon) Tweedegeneratieallochtoon 2060 711.565 699.694 272.535 119.846 274.500 20.472 12.341 11.870
Mannen en vrouwen 0 tot 20 jaar Europese Unie (exclusief autochtoon) Totaal van de bevolkingsgroep 2060 285.559 284.402 275.924 4.334 1.395 101 2.648 1.157
Mannen en vrouwen 0 tot 20 jaar Europese Unie (exclusief autochtoon) Eerstegeneratieallochtoon 2060 48.315 48.043 45.357 1.508 461 21 696 272
Mannen en vrouwen 0 tot 20 jaar Europese Unie (exclusief autochtoon) Tweedegeneratieallochtoon 2060 237.244 236.359 230.567 2.825 935 80 1.952 885
Mannen en vrouwen 20 tot 65 jaar Europese Unie (exclusief autochtoon) Totaal van de bevolkingsgroep 2060 916.716 908.931 64.594 214.663 552.564 51.555 25.555 7.785
Mannen en vrouwen 20 tot 65 jaar Europese Unie (exclusief autochtoon) Eerstegeneratieallochtoon 2060 543.395 538.937 22.691 137.647 327.745 32.466 18.388 4.458
Mannen en vrouwen 20 tot 65 jaar Europese Unie (exclusief autochtoon) Tweedegeneratieallochtoon 2060 373.321 369.995 41.903 77.017 224.819 19.089 7.167 3.326
Mannen en vrouwen 65 jaar of ouder Europese Unie (exclusief autochtoon) Totaal van de bevolkingsgroep 2060 284.279 265.553 194 115.866 135.495 4.124 9.874 18.726
Mannen en vrouwen 65 jaar of ouder Europese Unie (exclusief autochtoon) Eerstegeneratieallochtoon 2060 183.279 172.212 130 75.862 86.749 2.819 6.652 11.067
Mannen en vrouwen 65 jaar of ouder Europese Unie (exclusief autochtoon) Tweedegeneratieallochtoon 2060 101.000 93.341 65 40.003 48.747 1.304 3.222 7.659
Mannen Totaal alle leeftijen Europese Unie (exclusief autochtoon) Totaal van de bevolkingsgroep 2060 692.280 680.295 181.898 157.654 313.875 7.025 19.843 11.985
Mannen Totaal alle leeftijen Europese Unie (exclusief autochtoon) Eerstegeneratieallochtoon 2060 335.797 329.366 36.810 98.474 176.407 4.280 13.395 6.430
Mannen Totaal alle leeftijen Europese Unie (exclusief autochtoon) Tweedegeneratieallochtoon 2060 356.483 350.929 145.088 59.181 137.468 2.744 6.448 5.554
Mannen 0 tot 20 jaar Europese Unie (exclusief autochtoon) Totaal van de bevolkingsgroep 2060 146.077 145.420 141.864 1.847 463 3 1.243 657
Mannen 0 tot 20 jaar Europese Unie (exclusief autochtoon) Eerstegeneratieallochtoon 2060 24.768 24.617 23.502 648 145 2 320 152
Mannen 0 tot 20 jaar Europese Unie (exclusief autochtoon) Tweedegeneratieallochtoon 2060 121.309 120.804 118.362 1.199 319 1 923 505
Mannen 20 tot 65 jaar Europese Unie (exclusief autochtoon) Totaal van de bevolkingsgroep 2060 428.879 424.120 39.938 116.818 247.102 6.061 14.201 4.758
Mannen 20 tot 65 jaar Europese Unie (exclusief autochtoon) Eerstegeneratieallochtoon 2060 240.497 237.837 13.249 73.886 136.863 3.666 10.173 2.661
Mannen 20 tot 65 jaar Europese Unie (exclusief autochtoon) Tweedegeneratieallochtoon 2060 188.382 186.286 26.690 42.933 110.239 2.396 4.028 2.096
Mannen 65 jaar of ouder Europese Unie (exclusief autochtoon) Totaal van de bevolkingsgroep 2060 117.324 110.755 96 38.989 66.310 961 4.399 6.570
Mannen 65 jaar of ouder Europese Unie (exclusief autochtoon) Eerstegeneratieallochtoon 2060 70.532 66.915 60 23.940 39.400 613 2.902 3.617
Mannen 65 jaar of ouder Europese Unie (exclusief autochtoon) Tweedegeneratieallochtoon 2060 46.792 43.839 36 15.049 26.910 348 1.496 2.953
Vrouwen Totaal alle leeftijen Europese Unie (exclusief autochtoon) Totaal van de bevolkingsgroep 2060 794.274 778.592 158.815 177.208 375.580 48.755 18.234 15.683
Vrouwen Totaal alle leeftijen Europese Unie (exclusief autochtoon) Eerstegeneratieallochtoon 2060 439.192 429.825 31.367 116.543 238.548 31.027 12.340 9.367
Vrouwen Totaal alle leeftijen Europese Unie (exclusief autochtoon) Tweedegeneratieallochtoon 2060 355.082 348.766 127.447 60.665 137.032 17.728 5.894 6.316
Vrouwen 0 tot 20 jaar Europese Unie (exclusief autochtoon) Totaal van de bevolkingsgroep 2060 139.482 138.982 134.060 2.487 932 98 1.405 500
Vrouwen 0 tot 20 jaar Europese Unie (exclusief autochtoon) Eerstegeneratieallochtoon 2060 23.547 23.427 21.855 860 316 20 376 121
Vrouwen 0 tot 20 jaar Europese Unie (exclusief autochtoon) Tweedegeneratieallochtoon 2060 115.935 115.555 112.205 1.627 616 78 1.029 380
Vrouwen 20 tot 65 jaar Europese Unie (exclusief autochtoon) Totaal van de bevolkingsgroep 2060 487.837 484.810 24.656 97.845 305.462 45.494 11.353 3.027
Vrouwen 20 tot 65 jaar Europese Unie (exclusief autochtoon) Eerstegeneratieallochtoon 2060 302.898 301.102 9.442 63.761 190.883 28.801 8.215 1.797
Vrouwen 20 tot 65 jaar Europese Unie (exclusief autochtoon) Tweedegeneratieallochtoon 2060 184.939 183.709 15.213 34.084 114.580 16.693 3.139 1.230
Vrouwen 65 jaar of ouder Europese Unie (exclusief autochtoon) Totaal van de bevolkingsgroep 2060 166.955 154.801 99 76.877 69.186 3.163 5.476 12.156
Vrouwen 65 jaar of ouder Europese Unie (exclusief autochtoon) Eerstegeneratieallochtoon 2060 112.747 105.298 70 51.923 47.349 2.206 3.750 7.449
Vrouwen 65 jaar of ouder Europese Unie (exclusief autochtoon) Tweedegeneratieallochtoon 2060 54.208 49.502 29 24.954 21.837 956 1.726 4.706
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de prognose van de bevolking van Nederland
naar positie in het huishouden, geslacht, leeftijd, herkomstgroepering en
generatie.
De cijfers hebben betrekking op de situatie per 1 januari.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2011

Status van de cijfers
Alle in de tabel opgenomen cijfers zijn berekende prognosecijfers.

Wijzigingen per: 4 april 2011.
De prognose is bijgesteld op basis van de meest recente inzichten, de
prognoseperiode loopt nu van 2011 tot 2060.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In de eerste helft van 2013 komt de nieuwe huishoudensprognose uit.

Toelichting onderwerpen

Totaal personen in huishoudens
Huishouden:
Particulier of institutioneel huishouden.
.
Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus
niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
.
Institutioneel huishouden:
Huishouden bestaande uit één of meer personen, die bedrijfsmatig worden
voorzien van huisvesting en dagelijkse levensbehoeften.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, verzorgings- en kindertehuizen,
gezinsvervangende tehuizen, revalidatiecentra en penitentiaire
inrichtingen, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen)
verblijven.
Personen in particuliere huishoudens
Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus
niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Totaal personen
Totaal aantal personen in particuliere huishoudens.
Thuiswonend kind
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie
heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen
maar geen pleegkinderen.
Alleenstaand
Persoon die alleen in een woonruimte woont en een eenpersoonshuishouden
vormt.
Tot eenpersoonshuishoudens, ook wel alleenstaanden genoemd, worden ook
personen gerekend die met anderen op eenzelfde adres wonen maar een eigen
huishouding voeren.
Samenwonend
Persoon die samen met iemand anders (ongeacht geslacht) als paar, al dan
niet met elkaar gehuwd, al dan niet geregistreerd partners en al dan niet
met kinderen, een particulier huishouden vormt.
Ouder in eenouderhuishouden
Eenouderhuishouden:
Particulier huishouden bestaande uit één ouder met één of meer
thuiswonende kinderen.
.
Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie
heeft met de ouder die tot het huishouden behoort.
Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen,
maar geen pleegkinderen.
Overig lid huishouden
Persoon die anders dan als partner, ouder in een eenouderhuishouden of
als thuiswonend kind deel uitmaakt van een particulier huishouden.
Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan een kostganger die bij een gezin
inwoont, twee broers die samen één huishouding vormen, of pleegkinderen.
Personen in institutionele huishoudens
Institutioneel huishouden:
Huishouden bestaande uit één of meer personen, die bedrijfsmatig worden
voorzien van huisvesting en dagelijkse levensbehoeften.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, verzorgings- en kindertehuizen,
gezinsvervangende tehuizen, revalidatiecentra en penitentiaire
inrichtingen, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen)
verblijven.