Arbeidsongeschiktheid; aantal uitkeringen naar regio, 1998-2015

Arbeidsongeschiktheid; aantal uitkeringen naar regio, 1998-2015

Geslacht Leeftijd Regio's Perioden Totaal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen (aantal) WAO-uitkeringen (aantal) Wajong-uitkeringen (aantal) WAZ-uitkeringen (aantal) WIA IVA-uitkeringen (aantal) WIA WGA-uitkeringen (aantal)
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Regio totaal 2010 1e kwartaal 830.050 512.050 195.090 33.120 22.180 67.610
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Regio totaal 2010 2e kwartaal 827.640 501.660 198.080 32.050 23.930 71.930
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Regio totaal 2010 3e kwartaal 828.710 493.910 201.040 31.170 25.910 76.690
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Regio totaal 2010 4e kwartaal 831.940 486.320 205.140 30.410 28.180 81.900
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Nederland 2010 1e kwartaal 804.440 492.190 193.230 31.960 21.200 65.860
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Nederland 2010 2e kwartaal 802.140 482.210 196.100 30.930 22.860 70.040
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Nederland 2010 3e kwartaal 803.160 474.680 199.050 30.070 24.710 74.650
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Nederland 2010 4e kwartaal 806.110 467.220 203.100 29.310 26.800 79.690
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Buitenland 2010 1e kwartaal 17.370 14.380 360 810 740 1.080
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Buitenland 2010 2e kwartaal 17.050 13.950 340 770 830 1.150
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Buitenland 2010 3e kwartaal 18.690 15.320 380 860 920 1.220
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Buitenland 2010 4e kwartaal 18.980 15.100 380 850 1.180 1.470
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Noord-Nederland (LD) 2010 1e kwartaal 88.340 50.260 26.370 4.150 2.370 5.190
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Noord-Nederland (LD) 2010 2e kwartaal 88.050 49.240 26.720 4.010 2.580 5.510
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Noord-Nederland (LD) 2010 3e kwartaal 88.120 48.380 27.110 3.900 2.750 5.980
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Noord-Nederland (LD) 2010 4e kwartaal 88.160 47.510 27.550 3.790 3.010 6.300
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Oost-Nederland (LD) 2010 1e kwartaal 174.640 102.510 47.980 7.150 4.730 12.280
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Oost-Nederland (LD) 2010 2e kwartaal 174.320 100.500 48.830 6.910 5.030 13.060
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Oost-Nederland (LD) 2010 3e kwartaal 174.610 98.960 49.640 6.710 5.370 13.930
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Oost-Nederland (LD) 2010 4e kwartaal 175.490 97.430 50.710 6.530 5.860 14.960
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd West-Nederland (LD) 2010 1e kwartaal 351.060 222.150 77.060 11.740 8.740 31.370
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd West-Nederland (LD) 2010 2e kwartaal 350.170 217.660 78.250 11.370 9.480 33.410
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd West-Nederland (LD) 2010 3e kwartaal 350.710 214.460 79.350 11.070 10.330 35.500
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd West-Nederland (LD) 2010 4e kwartaal 352.540 211.550 81.080 10.810 11.180 37.920
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Zuid-Nederland (LD) 2010 1e kwartaal 190.400 117.270 41.830 8.920 5.360 17.020
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Zuid-Nederland (LD) 2010 2e kwartaal 189.600 114.820 42.300 8.650 5.770 18.060
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Zuid-Nederland (LD) 2010 3e kwartaal 189.720 112.890 42.940 8.380 6.260 19.250
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Zuid-Nederland (LD) 2010 4e kwartaal 189.920 110.730 43.770 8.170 6.740 20.510
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Groningen (PV) 2010 1e kwartaal 31.550 17.720 9.780 1.240 1.000 1.820
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Groningen (PV) 2010 2e kwartaal 31.490 17.350 9.910 1.190 1.080 1.960
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Groningen (PV) 2010 3e kwartaal 31.530 17.050 10.060 1.170 1.140 2.110
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Groningen (PV) 2010 4e kwartaal 31.540 16.720 10.180 1.140 1.260 2.250
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Friesland (PV) 2010 1e kwartaal 29.220 16.270 9.250 1.630 600 1.470
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Friesland (PV) 2010 2e kwartaal 29.150 15.960 9.380 1.580 670 1.560
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Friesland (PV) 2010 3e kwartaal 29.090 15.630 9.520 1.540 720 1.690
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Friesland (PV) 2010 4e kwartaal 29.030 15.320 9.690 1.480 780 1.740
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Drenthe (PV) 2010 1e kwartaal 27.580 16.280 7.340 1.280 770 1.910
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Drenthe (PV) 2010 2e kwartaal 27.420 15.940 7.420 1.240 830 1.990
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Drenthe (PV) 2010 3e kwartaal 27.500 15.700 7.540 1.200 890 2.180
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Drenthe (PV) 2010 4e kwartaal 27.590 15.470 7.680 1.170 970 2.310
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Overijssel (PV) 2010 1e kwartaal 58.490 34.160 16.740 2.520 1.590 3.490
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Overijssel (PV) 2010 2e kwartaal 58.270 33.440 17.020 2.430 1.680 3.700
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Overijssel (PV) 2010 3e kwartaal 58.320 32.930 17.250 2.350 1.800 3.980
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Overijssel (PV) 2010 4e kwartaal 58.570 32.390 17.650 2.280 1.960 4.290
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Flevoland (PV) 2010 1e kwartaal 19.310 12.260 3.970 720 550 1.820
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Flevoland (PV) 2010 2e kwartaal 19.380 12.100 4.100 690 570 1.930
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Flevoland (PV) 2010 3e kwartaal 19.530 11.980 4.190 680 600 2.080
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Flevoland (PV) 2010 4e kwartaal 19.650 11.820 4.300 670 650 2.210
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Gelderland (PV) 2010 1e kwartaal 96.850 56.090 27.270 3.920 2.600 6.970
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Gelderland (PV) 2010 2e kwartaal 96.680 54.960 27.720 3.790 2.780 7.430
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Gelderland (PV) 2010 3e kwartaal 96.770 54.050 28.200 3.680 2.960 7.880
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Gelderland (PV) 2010 4e kwartaal 97.270 53.220 28.750 3.590 3.260 8.450
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Utrecht (PV) 2010 1e kwartaal 54.920 34.180 12.880 1.670 1.130 5.060
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Utrecht (PV) 2010 2e kwartaal 54.850 33.500 13.100 1.620 1.240 5.400
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Utrecht (PV) 2010 3e kwartaal 54.910 33.010 13.270 1.580 1.370 5.700
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Utrecht (PV) 2010 4e kwartaal 55.130 32.560 13.510 1.550 1.480 6.030
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Noord-Holland (PV) 2010 1e kwartaal 139.140 91.540 27.040 5.140 3.430 12.000
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Noord-Holland (PV) 2010 2e kwartaal 138.660 89.680 27.520 5.000 3.700 12.760
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Noord-Holland (PV) 2010 3e kwartaal 138.810 88.340 27.990 4.850 3.990 13.640
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Noord-Holland (PV) 2010 4e kwartaal 139.360 87.120 28.580 4.730 4.320 14.610
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Zuid-Holland (PV) 2010 1e kwartaal 140.300 86.490 33.170 4.090 3.610 12.940
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Zuid-Holland (PV) 2010 2e kwartaal 139.980 84.730 33.610 3.930 3.910 13.800
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Zuid-Holland (PV) 2010 3e kwartaal 140.290 83.510 34.050 3.840 4.270 14.620
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Zuid-Holland (PV) 2010 4e kwartaal 141.360 82.450 34.890 3.760 4.620 15.640
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Zeeland (PV) 2010 1e kwartaal 16.700 9.940 3.980 840 560 1.380
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Zeeland (PV) 2010 2e kwartaal 16.690 9.750 4.020 830 640 1.450
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Zeeland (PV) 2010 3e kwartaal 16.700 9.610 4.040 800 700 1.550
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Zeeland (PV) 2010 4e kwartaal 16.690 9.420 4.100 770 760 1.640
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Noord-Brabant (PV) 2010 1e kwartaal 118.330 73.130 25.890 5.550 3.630 10.130
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Noord-Brabant (PV) 2010 2e kwartaal 117.860 71.620 26.220 5.370 3.890 10.750
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Noord-Brabant (PV) 2010 3e kwartaal 117.850 70.390 26.570 5.200 4.240 11.460
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Noord-Brabant (PV) 2010 4e kwartaal 118.020 69.030 27.150 5.060 4.550 12.240
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Limburg (PV) 2010 1e kwartaal 72.070 44.140 15.940 3.370 1.730 6.890
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Limburg (PV) 2010 2e kwartaal 71.740 43.190 16.080 3.280 1.880 7.310
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Limburg (PV) 2010 3e kwartaal 71.870 42.500 16.380 3.190 2.020 7.780
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Limburg (PV) 2010 4e kwartaal 71.900 41.710 16.620 3.110 2.200 8.270
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Oost-Groningen (CR) 2010 1e kwartaal 10.960 6.690 2.830 480 340 620
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Oost-Groningen (CR) 2010 2e kwartaal 10.900 6.570 2.850 460 360 660
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Oost-Groningen (CR) 2010 3e kwartaal 10.880 6.450 2.890 450 390 710
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Oost-Groningen (CR) 2010 4e kwartaal 10.860 6.320 2.920 440 430 750
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Delfzijl en omgeving (CR) 2010 1e kwartaal 2.490 1.450 710 100 90 140
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Delfzijl en omgeving (CR) 2010 2e kwartaal 2.490 1.410 730 100 100 160
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Delfzijl en omgeving (CR) 2010 3e kwartaal 2.500 1.390 740 90 100 170
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Delfzijl en omgeving (CR) 2010 4e kwartaal 2.520 1.370 760 90 120 180
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Overig Groningen (CR) 2010 1e kwartaal 18.110 9.580 6.250 660 570 1.050
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Overig Groningen (CR) 2010 2e kwartaal 18.100 9.370 6.340 640 620 1.140
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Overig Groningen (CR) 2010 3e kwartaal 18.150 9.210 6.430 630 650 1.230
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Overig Groningen (CR) 2010 4e kwartaal 18.160 9.030 6.500 610 710 1.320
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Noord-Friesland (CR) 2010 1e kwartaal 15.170 8.700 4.570 840 320 750
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Noord-Friesland (CR) 2010 2e kwartaal 15.140 8.550 4.640 800 350 800
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Noord-Friesland (CR) 2010 3e kwartaal 15.120 8.380 4.720 780 380 860
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Noord-Friesland (CR) 2010 4e kwartaal 15.110 8.220 4.830 760 410 900
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Zuidwest-Friesland (CR) 2010 1e kwartaal 4.350 2.410 1.340 270 90 230
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Zuidwest-Friesland (CR) 2010 2e kwartaal 4.340 2.360 1.360 270 100 250
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Zuidwest-Friesland (CR) 2010 3e kwartaal 4.310 2.310 1.370 260 100 280
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Zuidwest-Friesland (CR) 2010 4e kwartaal 4.270 2.260 1.370 250 110 290
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Zuidoost-Friesland (CR) 2010 1e kwartaal 9.700 5.160 3.340 520 190 490
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Zuidoost-Friesland (CR) 2010 2e kwartaal 9.670 5.050 3.380 510 220 510
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Zuidoost-Friesland (CR) 2010 3e kwartaal 9.660 4.940 3.430 500 250 550
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Zuidoost-Friesland (CR) 2010 4e kwartaal 9.650 4.850 3.500 480 270 560
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft inzicht in het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ),
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

De gegevens zijn uitgesplitst naar de volgende persoons- en uitkeringskenmerken:
- geslacht;
- leeftijd;
- regio.

Gegevens beschikbaar van 1998 t/m 2015.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief, behalve het laatste kwartaal.
Aangezien de tabel is stopgezet, worden de cijfers niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per 30 april 2018:
Geen, de tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Totaal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
Het totale aantal uitkeringen op grond van de arbeidsongeschiktheids- wetten en -regelingen WAO, WAZ, Wajong, Wet Wajong, WIA:regeling IVA en WIA:regeling WGA.
--- Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
Wet die als doel heeft om personen in loondienst te verzekeren van een loonvervangende uitkering bij langdurige arbeidsongeschiktheid (langer dan een jaar). De WAO is per 29 december 2005 vervangen door de WIA, maar blijft gelden voor personen die vóór 1 januari 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden.
--- Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ)
Een verplichte verzekering voor zelfstandigen, beroepsbeoefenaren, directeuren-grootaandeelhouders en meewerkende echtgenoten tegen de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid. De WAZ is met ingang van 1 augustus 2004 geblokkeerd.
Vanaf 1 augustus 2004 kunnen zelfstandigen, die op of na die datum ziek werden, geen aanspraak meer maken op een uitkering in het kader van de WAZ. Voor de mensen, die al een WAZ-uitkering hadden, is er niets veranderd.
--- Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)
Wettelijke voorziening in de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid van mensen die geen aanspraak kunnen maken op de WAO/WIA omdat er geen arbeidsverleden is opgebouwd. Dit zijn mensen die arbeidsongeschikt zijn voor de dag dat zij 17 jaar worden of na hun 17e jaar arbeidsongeschikt worden én een opleiding/studie volgen.
--- Wet werk en ondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong)
Met ingang van 1 januari 2010 is de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) in werking getreden. In tegenstelling tot de "oude" Wajong hebben jongeren met een ziekte of handicap in de eerste plaats recht op hulp bij het vinden en houden van werk. Daaraan gekoppeld kunnen ze een inkomensondersteuning krijgen. De "oude" Wajong blijft gelden voor jongeren die voor 1 januari 2010 een uitkering hebben aangevraagd.
--- Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
De WIA is van kracht geworden op 29 december 2005 en vervangt de WAO.
De wet geeft werknemers die na een wachttijd van twee jaar nog minstens 35 procent arbeidsongeschikt zijn, recht op een uitkering. De wet is zó opgezet dat men gestimuleerd wordt om naar vermogen te werken.
De WIA kent twee regelingen: de regeling inkomensvoorziening volledig gehandicapten (IVA) en de regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).
De IVA regelt een loonvervangende uitkering voor werknemers die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn.
De WGA regelt een aanvulling op het met arbeid verdiende inkomen of een minimumuitkering als men niet of onvoldoende werkt.
WAO-uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheids- verzekering (WAO).
De WAO is een wet die als doel heeft om personen in loondienst te verzekeren van een loonvervangende uitkering bij langdurige arbeidsongeschiktheid (langer dan een jaar). De WAO is per 29 december 2005 vervangen door de WIA, maar blijft gelden voor personen die vóór 1 januari 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden.
Wajong-uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheids- voorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong).
De Wajong is een wettelijke voorziening in de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid van mensen die geen aanspraak kunnen maken op de WAO/WIA omdat er geen arbeidsverleden is opgebouwd. Dit zijn mensen die arbeidsongeschikt zijn voor de dag dat zij 17 jaar worden of na hun 17e jaar arbeidsongeschikt worden én een opleiding/studie volgen.
Met ingang van 1 januari 2010 is de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) in werking getreden. In tegenstelling tot de "oude" Wajong hebben jongeren met een ziekte of handicap in de eerste plaats recht op hulp bij het vinden en houden van werk. Daaraan gekoppeld kunnen ze een inkomensondersteuning krijgen. De "oude" Wajong blijft gelden voor jongeren die voor 1 januari 2010 een uitkering hebben aangevraagd.
WAZ-uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ).
De WAZ is een verplichte verzekering voor zelfstandigen, beroeps beoefenaren, directeuren-grootaandeelhouders en meewerkende echtgenoten tegen de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid. De WAZ is met ingang van 1 augustus 2004 geblokkeerd.
Vanaf 1 augustus 2004 kunnen zelfstandigen, die op of na die datum ziek werden, geen aanspraak meer maken op een uitkering in het kader van de WAZ. Voor de mensen, die al een WAZ-uitkering hadden, is er niets veranderd.
WIA
Het aantal uitkeringen op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).
De WIA is van kracht geworden op 29 december 2005 en vervangt de WAO.
De wet geeft werknemers die na een wachttijd van twee jaar nog minstens 35 procent arbeidsongeschikt zijn, recht op een uitkering. De wet is zó opgezet dat men gestimuleerd wordt om naar vermogen te werken.
De WIA kent twee regelingen: de regeling inkomensvoorziening volledig gehandicapten (IVA) en de regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).
De IVA regelt een loonvervangende uitkering voor werknemers die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn.
De WGA regelt een aanvulling op het met arbeid verdiende inkomen of een minimumuitkering als men niet of onvoldoende werkt.
IVA-uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de regeling inkomensvoorziening volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA).
De IVA regelt een loonvervangende uitkering voor werknemers die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn.
WGA-uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).
De WGA regelt een aanvulling op het met arbeid verdiende inkomen of een minimumuitkering als men niet of onvoldoende werkt.