Arbeidsongeschiktheid; aantal uitkeringen naar regio, 1998-2015

Arbeidsongeschiktheid; aantal uitkeringen naar regio, 1998-2015

Geslacht Leeftijd Regio's Perioden Totaal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen (aantal) WAO-uitkeringen (aantal) Wajong-uitkeringen (aantal) WAZ-uitkeringen (aantal) WIA IVA-uitkeringen (aantal) WIA WGA-uitkeringen (aantal)
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Utrechtse Heuvelrug 2015 1e kwartaal 2.230 810 890 40 110 390
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Utrechtse Heuvelrug 2015 2e kwartaal 2.230 790 900 40 120 380
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Utrechtse Heuvelrug 2015 3e kwartaal 2.230 780 900 40 120 390
Totaal mannen en vrouwen Totaal leeftijd Utrechtse Heuvelrug 2015 4e kwartaal* 2.220 770 890 40 130 400
Totaal mannen en vrouwen Jonger dan 25 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 1e kwartaal 150 0 150 0 0 0
Totaal mannen en vrouwen Jonger dan 25 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 2e kwartaal 140 0 140 0 0 0
Totaal mannen en vrouwen Jonger dan 25 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 3e kwartaal 130 0 130 0 0 0
Totaal mannen en vrouwen Jonger dan 25 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 4e kwartaal* 120 0 120 0 0 0
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 35 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 1e kwartaal 260 10 200 0 0 60
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 35 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 2e kwartaal 280 10 220 0 0 50
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 35 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 3e kwartaal 270 10 210 0 0 50
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 35 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 4e kwartaal* 270 10 210 0 0 50
Totaal mannen en vrouwen 35 tot 45 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 1e kwartaal 340 70 190 0 10 80
Totaal mannen en vrouwen 35 tot 45 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 2e kwartaal 350 70 200 0 10 70
Totaal mannen en vrouwen 35 tot 45 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 3e kwartaal 350 70 200 0 10 80
Totaal mannen en vrouwen 35 tot 45 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 4e kwartaal* 350 60 200 0 10 80
Totaal mannen en vrouwen 45 tot 55 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 1e kwartaal 650 250 230 10 30 120
Totaal mannen en vrouwen 45 tot 55 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 2e kwartaal 640 250 220 10 30 120
Totaal mannen en vrouwen 45 tot 55 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 3e kwartaal 640 250 230 10 40 120
Totaal mannen en vrouwen 45 tot 55 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 4e kwartaal* 640 250 230 10 30 120
Totaal mannen en vrouwen 55 tot 65 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 1e kwartaal 810 460 130 30 70 120
Totaal mannen en vrouwen 55 tot 65 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 2e kwartaal 810 450 130 30 80 130
Totaal mannen en vrouwen 55 tot 65 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 3e kwartaal 810 450 140 30 70 130
Totaal mannen en vrouwen 55 tot 65 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 4e kwartaal* 830 440 140 30 90 140
Mannen Totaal leeftijd Utrechtse Heuvelrug 2015 1e kwartaal 1.130 330 520 20 60 190
Mannen Totaal leeftijd Utrechtse Heuvelrug 2015 2e kwartaal 1.130 330 530 20 70 190
Mannen Totaal leeftijd Utrechtse Heuvelrug 2015 3e kwartaal 1.130 320 520 20 70 200
Mannen Totaal leeftijd Utrechtse Heuvelrug 2015 4e kwartaal* 1.130 310 520 20 70 200
Mannen Jonger dan 25 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 1e kwartaal 100 0 100 0 0 0
Mannen Jonger dan 25 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 2e kwartaal 90 0 90 0 0 0
Mannen Jonger dan 25 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 3e kwartaal 90 0 90 0 0 0
Mannen Jonger dan 25 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 4e kwartaal* 80 0 80 0 0 0
Mannen 25 tot 35 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 1e kwartaal 130 0 110 0 0 20
Mannen 25 tot 35 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 2e kwartaal 140 0 120 0 0 20
Mannen 25 tot 35 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 3e kwartaal 140 0 120 0 0 20
Mannen 25 tot 35 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 4e kwartaal* 140 0 120 0 0 20
Mannen 35 tot 45 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 1e kwartaal 170 30 100 0 0 40
Mannen 35 tot 45 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 2e kwartaal 170 20 110 0 0 30
Mannen 35 tot 45 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 3e kwartaal 170 20 110 0 0 30
Mannen 35 tot 45 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 4e kwartaal* 170 20 110 0 0 30
Mannen 45 tot 55 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 1e kwartaal 310 90 140 10 10 70
Mannen 45 tot 55 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 2e kwartaal 310 90 130 10 10 70
Mannen 45 tot 55 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 3e kwartaal 320 90 130 10 20 70
Mannen 45 tot 55 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 4e kwartaal* 320 90 130 10 20 70
Mannen 55 tot 65 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 1e kwartaal 410 200 70 20 50 70
Mannen 55 tot 65 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 2e kwartaal 410 200 80 20 50 70
Mannen 55 tot 65 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 3e kwartaal 410 190 80 20 50 70
Mannen 55 tot 65 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 4e kwartaal* 410 190 80 20 50 80
Vrouwen Totaal leeftijd Utrechtse Heuvelrug 2015 1e kwartaal 1.100 480 370 20 50 190
Vrouwen Totaal leeftijd Utrechtse Heuvelrug 2015 2e kwartaal 1.100 470 380 20 50 190
Vrouwen Totaal leeftijd Utrechtse Heuvelrug 2015 3e kwartaal 1.100 470 370 20 60 190
Vrouwen Totaal leeftijd Utrechtse Heuvelrug 2015 4e kwartaal* 1.090 460 370 20 60 190
Vrouwen Jonger dan 25 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 1e kwartaal 50 0 50 0 0 0
Vrouwen Jonger dan 25 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 2e kwartaal 50 0 50 0 0 0
Vrouwen Jonger dan 25 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 3e kwartaal 40 0 40 0 0 0
Vrouwen Jonger dan 25 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 4e kwartaal* 40 0 40 0 0 0
Vrouwen 25 tot 35 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 1e kwartaal 130 0 90 0 0 40
Vrouwen 25 tot 35 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 2e kwartaal 130 0 100 0 0 40
Vrouwen 25 tot 35 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 3e kwartaal 130 0 90 0 0 30
Vrouwen 25 tot 35 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 4e kwartaal* 130 0 90 0 0 30
Vrouwen 35 tot 45 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 1e kwartaal 180 50 80 0 10 40
Vrouwen 35 tot 45 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 2e kwartaal 180 50 90 0 10 40
Vrouwen 35 tot 45 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 3e kwartaal 180 40 90 0 10 50
Vrouwen 35 tot 45 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 4e kwartaal* 180 40 90 0 10 50
Vrouwen 45 tot 55 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 1e kwartaal 340 160 90 10 20 60
Vrouwen 45 tot 55 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 2e kwartaal 330 160 100 0 20 60
Vrouwen 45 tot 55 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 3e kwartaal 330 150 100 0 20 50
Vrouwen 45 tot 55 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 4e kwartaal* 320 160 100 0 20 50
Vrouwen 55 tot 65 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 1e kwartaal 410 260 50 10 30 60
Vrouwen 55 tot 65 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 2e kwartaal 400 250 60 10 30 60
Vrouwen 55 tot 65 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 3e kwartaal 410 260 60 10 30 60
Vrouwen 55 tot 65 jaar Utrechtse Heuvelrug 2015 4e kwartaal* 420 250 60 10 30 60
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft inzicht in het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ),
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

De gegevens zijn uitgesplitst naar de volgende persoons- en uitkeringskenmerken:
- geslacht;
- leeftijd;
- regio.

Gegevens beschikbaar van 1998 t/m 2015.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief, behalve het laatste kwartaal.
Aangezien de tabel is stopgezet, worden de cijfers niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per 30 april 2018:
Geen, de tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Totaal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
Het totale aantal uitkeringen op grond van de arbeidsongeschiktheids- wetten en -regelingen WAO, WAZ, Wajong, Wet Wajong, WIA:regeling IVA en WIA:regeling WGA.
--- Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
Wet die als doel heeft om personen in loondienst te verzekeren van een loonvervangende uitkering bij langdurige arbeidsongeschiktheid (langer dan een jaar). De WAO is per 29 december 2005 vervangen door de WIA, maar blijft gelden voor personen die vóór 1 januari 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden.
--- Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ)
Een verplichte verzekering voor zelfstandigen, beroepsbeoefenaren, directeuren-grootaandeelhouders en meewerkende echtgenoten tegen de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid. De WAZ is met ingang van 1 augustus 2004 geblokkeerd.
Vanaf 1 augustus 2004 kunnen zelfstandigen, die op of na die datum ziek werden, geen aanspraak meer maken op een uitkering in het kader van de WAZ. Voor de mensen, die al een WAZ-uitkering hadden, is er niets veranderd.
--- Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)
Wettelijke voorziening in de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid van mensen die geen aanspraak kunnen maken op de WAO/WIA omdat er geen arbeidsverleden is opgebouwd. Dit zijn mensen die arbeidsongeschikt zijn voor de dag dat zij 17 jaar worden of na hun 17e jaar arbeidsongeschikt worden én een opleiding/studie volgen.
--- Wet werk en ondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong)
Met ingang van 1 januari 2010 is de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) in werking getreden. In tegenstelling tot de "oude" Wajong hebben jongeren met een ziekte of handicap in de eerste plaats recht op hulp bij het vinden en houden van werk. Daaraan gekoppeld kunnen ze een inkomensondersteuning krijgen. De "oude" Wajong blijft gelden voor jongeren die voor 1 januari 2010 een uitkering hebben aangevraagd.
--- Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
De WIA is van kracht geworden op 29 december 2005 en vervangt de WAO.
De wet geeft werknemers die na een wachttijd van twee jaar nog minstens 35 procent arbeidsongeschikt zijn, recht op een uitkering. De wet is zó opgezet dat men gestimuleerd wordt om naar vermogen te werken.
De WIA kent twee regelingen: de regeling inkomensvoorziening volledig gehandicapten (IVA) en de regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).
De IVA regelt een loonvervangende uitkering voor werknemers die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn.
De WGA regelt een aanvulling op het met arbeid verdiende inkomen of een minimumuitkering als men niet of onvoldoende werkt.
WAO-uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheids- verzekering (WAO).
De WAO is een wet die als doel heeft om personen in loondienst te verzekeren van een loonvervangende uitkering bij langdurige arbeidsongeschiktheid (langer dan een jaar). De WAO is per 29 december 2005 vervangen door de WIA, maar blijft gelden voor personen die vóór 1 januari 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden.
Wajong-uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheids- voorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong).
De Wajong is een wettelijke voorziening in de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid van mensen die geen aanspraak kunnen maken op de WAO/WIA omdat er geen arbeidsverleden is opgebouwd. Dit zijn mensen die arbeidsongeschikt zijn voor de dag dat zij 17 jaar worden of na hun 17e jaar arbeidsongeschikt worden én een opleiding/studie volgen.
Met ingang van 1 januari 2010 is de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) in werking getreden. In tegenstelling tot de "oude" Wajong hebben jongeren met een ziekte of handicap in de eerste plaats recht op hulp bij het vinden en houden van werk. Daaraan gekoppeld kunnen ze een inkomensondersteuning krijgen. De "oude" Wajong blijft gelden voor jongeren die voor 1 januari 2010 een uitkering hebben aangevraagd.
WAZ-uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ).
De WAZ is een verplichte verzekering voor zelfstandigen, beroeps beoefenaren, directeuren-grootaandeelhouders en meewerkende echtgenoten tegen de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid. De WAZ is met ingang van 1 augustus 2004 geblokkeerd.
Vanaf 1 augustus 2004 kunnen zelfstandigen, die op of na die datum ziek werden, geen aanspraak meer maken op een uitkering in het kader van de WAZ. Voor de mensen, die al een WAZ-uitkering hadden, is er niets veranderd.
WIA
Het aantal uitkeringen op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).
De WIA is van kracht geworden op 29 december 2005 en vervangt de WAO.
De wet geeft werknemers die na een wachttijd van twee jaar nog minstens 35 procent arbeidsongeschikt zijn, recht op een uitkering. De wet is zó opgezet dat men gestimuleerd wordt om naar vermogen te werken.
De WIA kent twee regelingen: de regeling inkomensvoorziening volledig gehandicapten (IVA) en de regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).
De IVA regelt een loonvervangende uitkering voor werknemers die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn.
De WGA regelt een aanvulling op het met arbeid verdiende inkomen of een minimumuitkering als men niet of onvoldoende werkt.
IVA-uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de regeling inkomensvoorziening volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA).
De IVA regelt een loonvervangende uitkering voor werknemers die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn.
WGA-uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).
De WGA regelt een aanvulling op het met arbeid verdiende inkomen of een minimumuitkering als men niet of onvoldoende werkt.