Kerncijfers wijken en buurten 2003

Kerncijfers wijken en buurten 2003

Regio's Perioden Inkomen Aantal inkomensontvangers (aantal) Inkomen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger (1 000 euro) Inkomen Gemiddeld inkomen per inwoner (1 000 euro) Inkomen Lage inkomens (%) Inkomen Hoge inkomens (%) Inkomen Niet actieven (%) Inkomen Pensioenontvangers (%) Sociale zekerheid Uitkeringsontvangers (%) Sociale zekerheid Uitkeringsontvangers > 1 jaar (%)
Blaauwhof 2003 1.630 16,9 13,1 42 14 x 31 17 79
Zamenhofpark 2003 1.040 16,1 11,8 45 x 25 18 17 75
Dichtershof 2003 x x x x x x 15 15 60
Grittenhof 2003 x x x x x x 68 16 100
Rohof en omgeving 2003 230 23,0 16,7 x x x 18 10 77
Wijk 17 Hofkamp 2003 1.970 18,4 13,5 38 22 16 29 13 78
Hofkamp-West 2003 550 17,6 13,2 38 x x 32 12 78
Hofkamp-Oost 2003 820 17,6 12,9 36 x x 33 14 73
Verspreide huizen Hofkamp 2003 x x x x x x 24 11 71
Oxerhof 2003 x x x x x x 20 9 78
Velve-Lindenhof 2003 3.260 15,9 10,7 51 10 36 13 25 77
Cromhoffsbleek-Kotman 2003 1.520 13,4 10,7 64 x 42 25 33 70
Walhof-Roessingh 2003 1.510 18,2 12,4 36 23 17 14 14 79
Anninks-/Nijhofshoek 2003 1.670 20,2 15,1 38 24 26 38 18 78
De Hofstee 2003 280 19,2 15,6 x x x 47 10 92
De Bouwhof 2003 1.830 21,0 14,6 34 29 17 16 13 83
Brummelhof 2003 2.420 17,3 12,5 41 16 18 17 15 81
Kamillehof en Bakenhof 2003 1.240 13,4 8,5 53 x 34 11 36 76
Elderhof 2003 2.260 19,0 12,7 37 24 19 7 11 78
Vaassen-Oosterhof 2003 1.340 18,1 11,6 40 20 x 12 10 77
Banninghof 2003 860 17,7 11,0 36 x x 3 12 79
Aldenhof 2003 1.780 16,7 11,3 44 13 32 16 24 80
Weezenhof 2003 2.560 22,7 15,5 27 32 23 24 14 82
Rauwenhof 2003 2.180 18,0 12,6 41 18 22 11 17 76
Aalsburg en Blauwe Hof 2003 1.450 23,0 15,0 31 38 17 15 8 77
Hof 2003 430 19,2 16,0 x x x 8 12 64
Lieve Vrouwekerkhof 2003 430 23,3 19,2 x x x 15 18 73
Wijk 02 Zonnehof 2003 580 18,8 15,5 x x x 28 12 67
Zonnehof 2003 x x x x x x 29 13 43
Hofstad 2003 1.850 19,4 12,8 31 23 x 3 9 79
Hamershof 2003 570 18,7 17,5 x x x 52 13 68
Tabakshof en Heeswijk (gedeeltelijk) 2003 1.930 19,9 12,6 35 28 12 11 9 86
Zamenhofdreef en omgeving 2003 1.810 18,0 15,0 39 18 27 21 20 80
De Uithof 2003 550 11,0 7,1 79 x 68 1 4 67
Neude, Janskerkhof en Domplein e.o. 2003 1.130 20,4 16,0 34 31 23 5 8 70
Bergerhof en Blaeustraatkwartier 2003 870 19,0 14,3 33 x x 13 12 86
Leidsevaart-Bloemhof 2003 890 22,9 16,4 33 36 x 23 11 86
Kruidenhof 2003 930 19,8 13,5 33 22 23 6 19 79
Eikenhof 2003 . . . . . . x x x
Wijk 03 Hofland, Oosterwijk en Zuidbroek 2003 4.000 17,1 12,8 42 15 28 20 25 83
Neethofbuurt 2003 570 34,7 21,8 x 55 x 31 13 80
Hofgeest 2003 x x x x x x 17 6 83
Tuindorp-Hofstede 2003 710 22,4 13,7 x 37 x 13 9 87
Wijk 13 Hof van Delft 2003 8.820 18,2 13,1 41 20 26 16 13 75
Westlandhof 2003 720 16,9 11,5 40 x x 26 9 83
Hoornse Hof 2003 980 23,4 15,5 26 40 x 13 9 74
Hoflaan 2003 . . . . . . x x x
Wijk 22 Tanthof-West 2003 5.950 19,7 13,1 32 24 15 7 12 77
Bedrijventerrein Tanthof-West 2003 x x 17,8 x x x 3 7 91
Wijk 23 Tanthof-Oost 2003 4.830 18,6 13,5 36 23 20 13 13 78
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens op regionaal niveau van gemeenten, wijken
en buurten.

Gegevens beschikbaar: 2003.

Status van de cijfers
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat
het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per 21 februari 2011:
De cijfers over 2003 maakten voorheen deel uit van een omvangrijke tabel met
cijfers tot en met 2009. Vanwege de omvang van deze tabel zijn met het toevoegen
van de cijfers van 2010, de cijfers van 2003 in een eigen tabel geplaatst.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Eenmalig.

Toelichting onderwerpen

Inkomen
Het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) is een zeer grote steekproef van 1,9
miljoen huishoudens (ruim 5 miljoen personen), zodat voor de uitkomsten
voor kleine gebieden een grote onnauwkeurigheid voor kan komen. Zo is
bijvoorbeeld voor verslagjaar 2002 en 2003 voor een gebied met 200 tot 300
inwoners de standaardfout van het gemiddeld inkomen per inwoner
respectievelijk 1,5 duizend euro en 0,7 duizend euro.
De gegevens (met uitzondering van het aandeel pensioenontvangers) zijn
afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek van het voorgaande jaar. De
cijfers gepubliceerd bij 2003 hebben dus betrekking op het inkomen over
2002. Het betreft voorlopige cijfers.
Aantal inkomensontvangers
Het aantal personen met 52 weken inkomen in het voorgaande jaar. De
categorie zelfstandigen behoort tot de groep personen met 52 weken
inkomen, evenals de bevolking in instellingen, inrichtingen en tehuizen.
Personen die in het onderzoeksjaar gedurende kortere tijd of over een qua
tijdsduur onbekende periode inkomen hebben, worden niet meegerekend. Ook
personen die uitsluitend kinderbijslag of individuele huursubsidie
ontvangen worden bij de categorie personen met 52 weken inkomen buiten
beschouwing gelaten. Studenten, dat wil zeggen personen met een
studiebeurs in het kader van de Wet Studiefinanciering, worden ook niet
tot deze groep gerekend, zelfs al hebben zij het hele jaar een baan.
Dit gegeven is afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek. De cijfers
zijn afgerond op tientallen. Ze zijn vermeld bij minimaal 200 inwoners per
buurt.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger
Het gemiddeld besteedbaar inkomen per individu met 52 weken inkomen in het
voorgaande jaar. Het besteedbaar inkomen is het totaal aan inkomsten van
een individu, verminderd met betaalde premies en belastingen. Individuen
met 52 weken inkomen hebben het gehele voorgaande jaar inkomsten genoten,
al dan niet in deeltijd. Groepen inkomensontvangers die buiten deze
definitie vallen zijn bijvoorbeeld seizoenswerkers en oproepkrachten.
Dit gegeven is afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek. De genoemde
bedragen zijn afgerond op duizendtallen met één cijfer achter de komma,
dus bijvoorbeeld een waarde van 14,9 moet worden gelezen als 14,9 duizend
euro. De waarde is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt.
Gemiddeld inkomen per inwoner
Het gemiddeld besteedbaar inkomen per inwoner in het voorgaande jaar. Het
besteedbaar inkomen is het totaal aan inkomsten van een individu,
verminderd met betaalde premies en belastingen. Voor de berekening van dit
veld zijn de besteedbare inkomens van alle individuen binnen een gebied
opgeteld. Het resulterende bedrag is vervolgens gedeeld door het aantal
inwoners van het gebied.
Dit gegeven is afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek. De genoemde
bedragen zijn afgerond op duizendtallen met één cijfer achter de komma,
dus bijvoorbeeld een waarde van 10,2 lezen als 10,2 duizend euro. De
waarde is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt.
Lage inkomens
Het aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen dat in het voorgaande
jaar een besteedbaar inkomen had dat lager was dan of gelijk was aan het
40-procentpunt van de landelijke inkomensverdeling.
.
Het grensbedrag van het 40-procentpunt van de landelijke inkomensverdeling
was in 2003: 13,8 duizend euro.
.
Het percentage is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt. Waarden
lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95
procent zijn vastgezet op 95 procent.
Hoge inkomens
Het aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen dat in het voorgaande
jaar een besteedbaar inkomen had dat hoger was dan of gelijk was aan het
80-procentpunt van de landelijke inkomensverdeling.
.
Het grensbedrag van het 80-procentpunt van de landelijke inkomensverdeling
was in 2003: 24,2 duizend euro.
.
Het percentage is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt. Waarden
lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95
procent zijn vastgezet op 95 procent.
Niet actieven
Het aantal inkomensontvangers van 15 tot 65 jaar met 52 weken inkomen dat
in het voorgaande jaar een uitkering als voornaamste inkomensbron had,
uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal inkomensontvangers van
15 tot 65 jaar. Personen met een werkloosheidsuitkering,
arbeidsongeschikten, pensioenontvangers, bijstandontvangers en de groep
'overige inkomensontvangers' worden tot de niet-actieven gerekend. Vanaf
het verslagjaar 2002 worden ook werkstudenten meegenomen in de populatie.
Zij worden ook tot de niet-actieven gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt. Waarden
lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95
procent zijn vastgezet op 95 procent.
Pensioenontvangers
Het aandeel pensioenontvangers van 55 jaar en ouder op de laatste vrijdag
van september, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal
inwoners.
Bij pensioenen gaat het hier om inkomsten op grond van de algemene
ouderdomswet, vervroegde uittreding, flexibel pensioen en uittreden,
algemene weduwen en wezenwet, algemene nabestaandenwet, oorlogs- en
verzetspensioenen, lijfrente-uitkeringen ontvangen van
levensverzekeringmaatschappijen en dergelijke en aanvullend pensioen
bestaande uit uitkeringen van pensioenfondsen. Dit gegeven is ontleend aan
het Sociaal Statistisch Bestand (SSB).
Het percentage is vermeld bij meer dan 5 pensioenontvangers op de laatste
vrijdag van september en meer dan 50 inwoners per buurt op 1 januari.
Sociale zekerheid
Uitkeringsontvangers
Het aandeel uitkeringsontvangers van 15 tot 65 jaar op de laatste vrijdag
van september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal personen van 15
tot 65 jaar. Bij uitkeringen gaat het hier om uitkeringen krachtens de
Algemene Bijstandswet (ABW), de Wet op de
Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), de
Werkloosheidswet (WW) of een andere uitkering. Dit gegeven is ontleend aan
het Sociaal Statistisch Bestand (SSB) en betreft een voorlopig cijfer. Het
percentage is vermeld bij meer dan 5 uitkeringsontvangers op de laatste
vrijdag van september en meer dan 50 inwoners per buurt op 1 januari.
Uitkeringsontvangers > 1 jaar
Het aandeel uitkeringsontvangers van 15 tot 65 jaar met een uitkering
langer dan één jaar op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in
hele procenten van het aantal uitkeringsontvangers van 15 tot 65 jaar. Dit
gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB) en betreft
een voorlopig cijfer.
Het percentage is vermeld bij meer dan 5 uitkeringsontvangers met een
uitkering langer dan één jaar op de laatste vrijdag van september en meer
dan 50 inwoners per buurt op 1 januari.