Personen met een uitkering; uitkeringsontvangers per regio

Personen met een uitkering; uitkeringsontvangers per regio

Regio's Perioden Uitkeringsontvangers, totaal Uitkeringsontvangers, totaal (aantal personen) Uitkeringsontvangers, totaal Tot de AOW- leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers, totaal Vanaf de AOW- leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Werkloosheid (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Algemene Ouderdomswet (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand(gerelateerd) vanaf AOW-leeftijd (aantal personen)
Nederland 2024 december 5.026.130 1.397.400 3.628.280 161.740 3.625.350 61.810
Nederland 2025 januari 5.038.360 1.406.160 3.632.170 170.160 3.629.190 62.160
Nederland 2025 februari 5.047.160 1.411.800 3.635.330 168.680 3.632.360 62.350
Nederland 2025 maart 5.054.460 1.412.780 3.641.640 167.360 3.638.650 62.630
Nederland 2025 april 5.060.110 1.412.950 3.647.110 165.780 3.644.130 62.900
Nederland 2025 mei 5.057.580 1.402.320 3.655.220 153.870 3.652.210 63.080
Nederland 2025 juni 5.060.610 1.399.180 3.661.370 156.840 3.658.350 63.190
Nederland 2025 juli 5.076.860 1.408.040 3.668.770 164.700 3.665.720 63.830
Nederland 2025 augustus 5.088.230 1.411.080 3.677.120 168.740 3.674.060 63.960
Nederland 2025 september 5.097.940 1.413.120 3.684.780 169.480 3.681.730 64.070
Nederland 2025 oktober 5.109.960 1.419.330 3.690.600 172.780 3.687.520 64.230
Nederland 2025 november 5.120.110 1.423.130 3.696.910 174.590 3.693.840 64.380
Noord-Nederland (LD) 2024 december 511.270 148.240 363.030 16.170 362.820 3.480
Noord-Nederland (LD) 2025 januari 512.710 149.320 363.390 17.160 363.170 3.500
Noord-Nederland (LD) 2025 februari 513.500 149.870 363.630 16.850 363.410 3.500
Noord-Nederland (LD) 2025 maart 513.990 149.780 364.220 16.470 364.000 3.530
Noord-Nederland (LD) 2025 april 514.140 149.270 364.880 15.860 364.660 3.570
Noord-Nederland (LD) 2025 mei 513.360 147.720 365.640 14.250 365.420 3.560
Noord-Nederland (LD) 2025 juni 513.410 147.080 366.330 14.350 366.110 3.570
Noord-Nederland (LD) 2025 juli 515.060 148.090 366.970 15.010 366.740 3.600
Noord-Nederland (LD) 2025 augustus 516.010 148.390 367.620 15.560 367.400 3.600
Noord-Nederland (LD) 2025 september 516.690 148.260 368.420 15.320 368.210 3.610
Noord-Nederland (LD) 2025 oktober 517.810 148.860 368.950 15.680 368.730 3.620
Noord-Nederland (LD) 2025 november 518.580 149.160 369.420 15.870 369.200 3.620
Oost-Nederland (LD) 2024 december 989.390 288.310 701.080 31.510 700.440 10.310
Oost-Nederland (LD) 2025 januari 992.520 290.400 702.120 33.270 701.470 10.350
Oost-Nederland (LD) 2025 februari 995.060 291.990 703.070 33.180 702.410 10.400
Oost-Nederland (LD) 2025 maart 996.720 292.360 704.350 32.920 703.700 10.400
Oost-Nederland (LD) 2025 april 998.360 292.540 705.820 32.600 705.160 10.460
Oost-Nederland (LD) 2025 mei 998.040 290.570 707.470 30.140 706.810 10.480
Oost-Nederland (LD) 2025 juni 998.540 289.670 708.860 30.690 708.200 10.500
Oost-Nederland (LD) 2025 juli 1.001.740 291.200 710.530 32.080 709.870 10.590
Oost-Nederland (LD) 2025 augustus 1.004.190 291.990 712.200 33.030 711.530 10.610
Oost-Nederland (LD) 2025 september 1.006.460 292.410 714.050 33.160 713.380 10.610
Oost-Nederland (LD) 2025 oktober 1.008.880 293.390 715.490 33.670 714.810 10.660
Oost-Nederland (LD) 2025 november 1.010.600 293.790 716.810 33.610 716.130 10.700
West-Nederland (LD) 2024 december 2.101.930 635.370 1.466.570 74.160 1.465.030 38.450
West-Nederland (LD) 2025 januari 2.107.810 639.610 1.468.200 78.120 1.466.640 38.660
West-Nederland (LD) 2025 februari 2.111.730 642.120 1.469.610 77.660 1.468.040 38.770
West-Nederland (LD) 2025 maart 2.114.630 642.580 1.472.050 77.110 1.470.470 38.950
West-Nederland (LD) 2025 april 2.117.990 643.280 1.474.700 77.070 1.473.110 39.120
West-Nederland (LD) 2025 mei 2.116.620 638.660 1.477.960 71.910 1.476.360 39.230
West-Nederland (LD) 2025 juni 2.117.990 637.560 1.480.420 73.630 1.478.820 39.280
West-Nederland (LD) 2025 juli 2.125.280 641.550 1.483.730 77.470 1.482.100 39.710
West-Nederland (LD) 2025 augustus 2.129.560 642.870 1.486.680 79.290 1.485.050 39.800
West-Nederland (LD) 2025 september 2.134.000 644.130 1.489.870 80.140 1.488.240 39.900
West-Nederland (LD) 2025 oktober 2.139.250 647.050 1.492.200 81.680 1.490.560 39.980
West-Nederland (LD) 2025 november 2.143.410 648.960 1.494.430 82.570 1.492.790 40.050
Zuid-Nederland (LD) 2024 december 1.056.350 293.710 762.640 36.560 762.140 9.510
Zuid-Nederland (LD) 2025 januari 1.059.060 295.590 763.480 38.300 762.970 9.580
Zuid-Nederland (LD) 2025 februari 1.060.940 296.800 764.140 37.940 763.630 9.620
Zuid-Nederland (LD) 2025 maart 1.062.590 297.390 765.210 38.240 764.700 9.670
Zuid-Nederland (LD) 2025 april 1.063.730 297.310 766.420 37.740 765.910 9.690
Zuid-Nederland (LD) 2025 mei 1.063.130 295.210 767.920 35.440 767.420 9.750
Zuid-Nederland (LD) 2025 juni 1.063.790 294.520 769.270 35.890 768.750 9.760
Zuid-Nederland (LD) 2025 juli 1.067.470 296.520 770.960 37.620 770.440 9.860
Zuid-Nederland (LD) 2025 augustus 1.069.710 297.080 772.620 38.340 772.100 9.890
Zuid-Nederland (LD) 2025 september 1.071.840 297.500 774.340 38.290 773.820 9.890
Zuid-Nederland (LD) 2025 oktober 1.074.220 298.550 775.670 38.670 775.150 9.900
Zuid-Nederland (LD) 2025 november 1.075.730 299.030 776.690 38.850 776.180 9.940
Flevoland (PV) 2024 december 96.230 34.300 61.930 4.460 61.830 1.550
Flevoland (PV) 2025 januari 96.720 34.610 62.110 4.710 62.010 1.560
Flevoland (PV) 2025 februari 97.090 34.830 62.260 4.720 62.160 1.550
Flevoland (PV) 2025 maart 97.360 34.910 62.450 4.710 62.350 1.550
Flevoland (PV) 2025 april 97.490 34.880 62.620 4.630 62.520 1.560
Flevoland (PV) 2025 mei 97.450 34.620 62.840 4.310 62.740 1.570
Flevoland (PV) 2025 juni 97.610 34.600 63.010 4.470 62.910 1.580
Flevoland (PV) 2025 juli 98.050 34.800 63.250 4.650 63.150 1.600
Flevoland (PV) 2025 augustus 98.340 34.820 63.510 4.730 63.410 1.610
Flevoland (PV) 2025 september 98.650 34.900 63.750 4.780 63.650 1.610
Flevoland (PV) 2025 oktober 98.910 34.970 63.940 4.800 63.840 1.620
Flevoland (PV) 2025 november 99.180 35.040 64.140 4.820 64.030 1.620
Gelderland (PV) 2024 december 577.580 159.190 418.390 16.680 418.110 5.000
Gelderland (PV) 2025 januari 579.300 160.400 418.900 17.620 418.610 5.010
Gelderland (PV) 2025 februari 580.780 161.410 419.380 17.670 419.090 5.050
Gelderland (PV) 2025 maart 581.750 161.560 420.190 17.560 419.900 5.060
Gelderland (PV) 2025 april 582.730 161.790 420.940 17.530 420.640 5.080
Gelderland (PV) 2025 mei 582.550 160.680 421.870 16.190 421.580 5.080
Gelderland (PV) 2025 juni 582.840 160.160 422.680 16.450 422.390 5.080
Gelderland (PV) 2025 juli 584.680 161.050 423.630 17.190 423.330 5.120
Gelderland (PV) 2025 augustus 586.120 161.550 424.570 17.700 424.270 5.120
Gelderland (PV) 2025 september 587.490 161.880 425.600 17.810 425.300 5.110
Gelderland (PV) 2025 oktober 588.820 162.460 426.360 18.150 426.050 5.140
Gelderland (PV) 2025 november 589.690 162.640 427.050 18.060 426.740 5.160
Noord-Holland (PV) 2024 december 727.760 226.080 501.680 28.550 501.190 14.000
Noord-Holland (PV) 2025 januari 729.830 227.680 502.150 30.120 501.640 14.080
Noord-Holland (PV) 2025 februari 731.260 228.670 502.580 30.110 502.080 14.090
Noord-Holland (PV) 2025 maart 732.100 228.690 503.400 29.790 502.890 14.170
Noord-Holland (PV) 2025 april 733.320 229.000 504.310 29.900 503.800 14.270
Noord-Holland (PV) 2025 mei 732.280 226.850 505.430 27.720 504.910 14.310
Noord-Holland (PV) 2025 juni 732.580 226.320 506.260 28.340 505.730 14.330
Noord-Holland (PV) 2025 juli 734.980 227.600 507.370 29.670 506.840 14.470
Noord-Holland (PV) 2025 augustus 736.540 228.110 508.420 30.310 507.890 14.480
Noord-Holland (PV) 2025 september 738.110 228.580 509.530 30.650 508.990 14.540
Noord-Holland (PV) 2025 oktober 740.070 229.670 510.400 31.190 509.860 14.580
Noord-Holland (PV) 2025 november 741.480 230.290 511.180 31.510 510.650 14.600
Zuid-Holland (PV) 2024 december 939.270 288.910 650.350 31.770 649.560 19.720
Zuid-Holland (PV) 2025 januari 941.610 290.550 651.060 33.210 650.260 19.820
Zuid-Holland (PV) 2025 februari 943.100 291.460 651.650 32.850 650.840 19.890
Zuid-Holland (PV) 2025 maart 944.250 291.590 652.660 32.550 651.850 19.980
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


De tabel geeft inzicht in het aantal personen met een sociale zekerheidsuitkering. Deze personen kunnen zowel in Nederland als in het buitenland woonachtig zijn. Het betreft de personen met een uitkering voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, ouderdom, bijstand en bijstandsgerelateerde uitkeringen.
De cijfers over personen met een uitkering in het kader van arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, bijstand en bijstandsgerelateerde uitkeringen zijn vanaf 2007 beschikbaar. Het aantal personen dat een uitkering voor ouderdom ontvangt is vanaf 2013 in de tabel opgenomen. De aantallen zijn uitgesplitst naar verschillende regio's in Nederland en geven de stand weer op de laatste dag van de verslagmaand.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meerdere uitkeringen. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee arbeidsongeschiktheidsuitkeringen: WIA, WAZ, Wajong of WAO) of uitkeringen van verschillend type (zoals een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW) en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen).

In oktober 2021 is een stijging te zien van het aantal personen met een WGA-uitkering. De oorzaak hiervan is een kwaliteitsverbetering van het proces waardoor een groep eigenrisicodragers die eerder ontbrak nu wel meegenomen wordt.

Status van de cijfers:
De cijfers vanaf januari 2007 zijn definitief.

Wijzigingen per 30 april 2026:
Toegevoegd zijn de definitieve cijfers van november 2025.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers komen in mei 2026.

Toelichting onderwerpen

Uitkeringsontvangers, totaal
Totaal aantal personen met een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of de Algemene ouderdomswet (AOW).

Met ingang van 12 mei 2016 is de WWIK niet meer als aparte regeling in de tabel opgenomen. Meer informatie over de WWIK is te lezen in de tabeltoelichting bij 'Personen met een bijstandsgerelateerde uitkeringen'.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Uitkeringsontvangers, totaal
Totaal aantal personen met een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of de Algemene ouderdomswet (AOW).

Met ingang van 12 mei 2016 is de WWIK niet meer als aparte regeling in de tabel opgenomen. Meer informatie over de WWIK is te lezen in de tabeltoelichting bij 'Personen met een bijstandsgerelateerde uitkeringen'.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Tot de AOW- leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, WWIK, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of Algemene ouderdomswet (AOW).

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.
Vanaf de AOW- leeftijd
Het aantal personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de bijstandswet of de Algemene ouderdomswet (AOW).

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.


Uitkeringsontvangers per soort uitkering
Het aantal personen dat een sociale zekerheidsuitkering ontvangt uitgesplitst naar de soort uitkering.
Het gaat hier om werkloosheidsuitkeringen, bijstandsuitkeringen, bijstandsgerelateerde uitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en AOW-uitkeringen.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering. In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard ook maar één keer geteld.
Werkloosheid
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidwet (WW).
Bijstand en bijstandsgerelateerd
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de bijstandswet of bijstandsgerelateerde wet.

Vanaf 1 januari 2015 is de Wet werk en bijstand opgegaan in de Participatiewet. Een ieder die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet.

Bijstandsgerelateerde wetten zijn de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Personen met een uitkering in het kader van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) zijn uitsluitend opgenomen in het totaal aantal personen dat een bijstandsuitkering of bijstandsgerelateerde uitkering ontvangt.

De personen met een WWIK-uitkering (Wet werk en inkomen kunstenaars) zijn per 12 mei 2016 uitsluitend opgenomen in de totalen. Meer informatie over de personen met WWIK-uitkering is te lezen in de tabeltoelichting bij ‘Personen met een bijstandsgerelateerde uitkering’.

Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz):
Het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) is ingesteld om een zelfstandige tijdelijk een uitkering te verstrekken totdat hij weer in zijn eigen levensbehoeften kan voorzien.
Degenen die in aanmerking komen voor het Bbz zijn gevestigde zelfstandigen die tijdelijk in financiële problemen verkeren, of startende zelfstandigen.
Daarnaast biedt het Bbz ook hulp aan oudere zelfstandigen met een niet-levensvatbaar bedrijf of hulp wanneer zelfstandigen hun bedrijf willen beëindigen.

Met terugwerkende kracht is vanaf 1 maart 2020 de regeling Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) van kracht. Dit heeft gezorgd voor een sterke toename in maart van het aantal personen met een bijstandsgerelateerde uitkering.



Bijstand(gerelateerd) vanaf AOW-leeftijd
Het aantal personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet.

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.



Algemene Ouderdomswet
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Algemene ouderdomswet (AOW).

Algemene ouderdomswet (AOW)
De AOW is een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering die personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd een inkomen garandeert. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering.
In principe is iedereen die nog niet de AOW-gerechtige leeftijd heeft bereikt en in Nederland woont, verzekerd voor de AOW.
Ook degenen die niet in Nederland wonen, maar in Nederland in dienstbetrekking arbeid verrichten waarover loonbelasting wordt betaald, zijn verzekerd.
Voor perioden die men in het buitenland woont, kan men zich verzekeren tegen verlies van aanspraak op een AOW-uitkering.
Een uitkering kan, binnen het kader van de wet Beperking export uitkeringen (wet BEU), naar het buitenland worden overgemaakt.

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.