Personen met een uitkering; uitkeringsontvangers per regio

Personen met een uitkering; uitkeringsontvangers per regio

Regio's Perioden Uitkeringsontvangers, totaal Uitkeringsontvangers, totaal (aantal personen) Uitkeringsontvangers, totaal Tot de AOW- leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers, totaal Vanaf de AOW- leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Werkloosheid (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand(gerelateerd) tot AOW-leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand(gerelateerd) vanaf AOW-leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand tot de AOW-leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid Arbeidsongeschiktheid, totaal (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid WAO-uitkering (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering: WGA-regeling (aantal personen)
Utrecht (PV) 2025 maart 324.170 95.650 228.530 11.920 29.020 4.010 26.790 56.160 10.090 22.060
Utrecht (PV) 2025 april 324.800 95.860 228.930 11.970 29.140 4.020 26.910 56.240 10.020 22.140
Utrecht (PV) 2025 mei 324.960 95.380 229.580 11.310 29.190 4.030 26.970 56.330 9.940 22.260
Utrecht (PV) 2025 juni 325.190 95.190 229.990 11.610 29.200 4.040 27.020 55.830 9.750 22.100
Utrecht (PV) 2025 juli 326.500 95.910 230.590 12.260 29.170 4.110 26.990 55.950 9.690 22.200
Utrecht (PV) 2025 augustus 327.260 96.170 231.080 12.600 29.070 4.110 26.890 55.990 9.590 22.320
Utrecht (PV) 2025 september 327.930 96.330 231.610 12.640 29.060 4.130 26.900 56.120 9.520 22.490
Utrecht (PV) 2025 oktober 328.660 96.650 232.010 12.750 29.120 4.130 26.970 56.300 9.420 22.680
Utrecht (PV) 2025 november 329.150 96.710 232.430 12.650 29.240 4.160 27.100 56.320 9.320 22.820
Utrecht (PV) 2025 december 329.760 97.000 232.760 12.670 29.440 4.170 27.290 56.380 9.240 22.920
Utrecht (PV) 2026 januari 330.950 97.820 233.130 13.400 29.520 4.220 27.390 56.410 9.160 23.060
Utrecht (PV) 2026 februari 331.870 98.470 233.390 13.460 29.620 4.220 27.460 56.920 9.150 23.400
Utrecht (CR) 2025 maart 324.170 95.650 228.530 11.920 29.020 4.010 26.790 56.160 10.090 22.060
Utrecht (CR) 2025 april 324.800 95.860 228.930 11.970 29.140 4.020 26.910 56.240 10.020 22.140
Utrecht (CR) 2025 mei 324.960 95.380 229.580 11.310 29.190 4.030 26.970 56.330 9.940 22.260
Utrecht (CR) 2025 juni 325.190 95.190 229.990 11.610 29.200 4.040 27.020 55.830 9.750 22.100
Utrecht (CR) 2025 juli 326.500 95.910 230.590 12.260 29.170 4.110 26.990 55.950 9.690 22.200
Utrecht (CR) 2025 augustus 327.260 96.170 231.080 12.600 29.070 4.110 26.890 55.990 9.590 22.320
Utrecht (CR) 2025 september 327.930 96.330 231.610 12.640 29.060 4.130 26.900 56.120 9.520 22.490
Utrecht (CR) 2025 oktober 328.660 96.650 232.010 12.750 29.120 4.130 26.970 56.300 9.420 22.680
Utrecht (CR) 2025 november 329.150 96.710 232.430 12.650 29.240 4.160 27.100 56.320 9.320 22.820
Utrecht (CR) 2025 december 329.760 97.000 232.760 12.670 29.440 4.170 27.290 56.380 9.240 22.920
Utrecht (CR) 2026 januari 330.950 97.820 233.130 13.400 29.520 4.220 27.390 56.410 9.160 23.060
Utrecht (CR) 2026 februari 331.870 98.470 233.390 13.460 29.620 4.220 27.460 56.920 9.150 23.400
Utrecht (gemeente) 2025 maart 65.190 29.450 35.740 3.670 11.910 1.610 10.910 14.440 2.680 6.340
Utrecht (gemeente) 2025 april 65.310 29.510 35.790 3.650 11.960 1.620 10.960 14.460 2.660 6.370
Utrecht (gemeente) 2025 mei 65.330 29.420 35.900 3.440 12.000 1.610 11.000 14.530 2.640 6.430
Utrecht (gemeente) 2025 juni 65.440 29.440 35.990 3.580 11.990 1.630 11.020 14.420 2.610 6.400
Utrecht (gemeente) 2025 juli 65.760 29.610 36.150 3.770 11.960 1.660 10.970 14.450 2.600 6.430
Utrecht (gemeente) 2025 augustus 65.990 29.750 36.240 3.940 11.940 1.660 10.950 14.440 2.570 6.450
Utrecht (gemeente) 2025 september 66.060 29.750 36.300 3.950 11.900 1.670 10.920 14.480 2.550 6.500
Utrecht (gemeente) 2025 oktober 66.180 29.820 36.360 3.960 11.950 1.670 10.970 14.500 2.520 6.560
Utrecht (gemeente) 2025 november 66.290 29.840 36.460 3.920 11.970 1.680 10.990 14.530 2.490 6.600
Utrecht (gemeente) 2025 december 66.370 29.860 36.510 3.870 12.010 1.690 11.020 14.540 2.480 6.620
Utrecht (gemeente) 2026 januari 66.760 30.160 36.610 4.140 12.050 1.710 11.080 14.520 2.450 6.630
Utrecht (gemeente) 2026 februari 67.080 30.370 36.700 4.180 12.090 1.710 11.100 14.670 2.450 6.760
Utrechtse Heuvelrug 2025 maart 14.990 3.260 11.730 380 730 90 670 2.180 350 710
Utrechtse Heuvelrug 2025 april 15.020 3.260 11.760 380 730 90 680 2.190 340 720
Utrechtse Heuvelrug 2025 mei 15.030 3.250 11.780 370 730 90 680 2.190 340 720
Utrechtse Heuvelrug 2025 juni 15.020 3.230 11.790 370 730 90 680 2.170 330 710
Utrechtse Heuvelrug 2025 juli 15.080 3.260 11.820 410 730 90 680 2.170 330 720
Utrechtse Heuvelrug 2025 augustus 15.090 3.260 11.830 400 730 90 680 2.180 330 730
Utrechtse Heuvelrug 2025 september 15.170 3.290 11.880 400 740 90 690 2.190 320 740
Utrechtse Heuvelrug 2025 oktober 15.160 3.280 11.880 390 740 90 690 2.200 320 740
Utrechtse Heuvelrug 2025 november 15.160 3.270 11.890 390 730 90 680 2.190 310 750
Utrechtse Heuvelrug 2025 december 15.190 3.290 11.900 410 730 90 680 2.190 310 750
Utrechtse Heuvelrug 2026 januari 15.230 3.320 11.910 420 730 100 680 2.210 310 760
Utrechtse Heuvelrug 2026 februari 15.260 3.350 11.910 440 730 100 680 2.230 310 770
Midden-Utrecht (AM) 2025 maart 197.350 60.920 136.440 7.600 19.940 2.650 18.420 34.360 6.100 14.100
Midden-Utrecht (AM) 2025 april 197.760 61.100 136.660 7.630 20.040 2.650 18.530 34.410 6.060 14.190
Midden-Utrecht (AM) 2025 mei 197.860 60.830 137.030 7.230 20.090 2.660 18.600 34.480 6.020 14.270
Midden-Utrecht (AM) 2025 juni 198.010 60.710 137.300 7.420 20.110 2.670 18.650 34.160 5.900 14.170
Midden-Utrecht (AM) 2025 juli 198.810 61.130 137.680 7.810 20.080 2.720 18.610 34.250 5.860 14.260
Midden-Utrecht (AM) 2025 augustus 199.360 61.390 137.970 8.080 20.040 2.710 18.580 34.280 5.800 14.340
Midden-Utrecht (AM) 2025 september 199.800 61.510 138.300 8.110 20.030 2.730 18.570 34.400 5.760 14.480
Midden-Utrecht (AM) 2025 oktober 200.130 61.670 138.460 8.160 20.070 2.740 18.610 34.490 5.710 14.600
Midden-Utrecht (AM) 2025 november 200.440 61.740 138.700 8.110 20.140 2.760 18.690 34.520 5.650 14.690
Midden-Utrecht (AM) 2025 december 200.760 61.900 138.850 8.110 20.260 2.760 18.800 34.550 5.600 14.740
Midden-Utrecht (AM) 2026 januari 201.570 62.490 139.080 8.600 20.310 2.790 18.850 34.600 5.550 14.820
Midden-Utrecht (AM) 2026 februari 202.230 62.990 139.240 8.730 20.360 2.780 18.890 34.940 5.550 15.060
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


De tabel geeft inzicht in het aantal personen met een sociale zekerheidsuitkering. Deze personen kunnen zowel in Nederland als in het buitenland woonachtig zijn. Het betreft de personen met een uitkering voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, ouderdom, bijstand en bijstandsgerelateerde uitkeringen.
De cijfers over personen met een uitkering in het kader van arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, bijstand en bijstandsgerelateerde uitkeringen zijn vanaf 2007 beschikbaar. Het aantal personen dat een uitkering voor ouderdom ontvangt is vanaf 2013 in de tabel opgenomen. De aantallen zijn uitgesplitst naar verschillende regio's in Nederland en geven de stand weer op de laatste dag van de verslagmaand.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meerdere uitkeringen. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee arbeidsongeschiktheidsuitkeringen: WIA, WAZ, Wajong of WAO) of uitkeringen van verschillend type (zoals een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW) en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen).

In oktober 2021 is een stijging te zien van het aantal personen met een WGA-uitkering. De oorzaak hiervan is een kwaliteitsverbetering van het proces waardoor een groep eigenrisicodragers die eerder ontbrak nu wel meegenomen wordt.

Status van de cijfers:
De cijfers vanaf januari 2007 zijn definitief.

Wijzigingen per 31 juli 2026:
Toegevoegd zijn de definitieve cijfers van februari 2026.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers komen in augustus 2026.

Toelichting onderwerpen

Uitkeringsontvangers, totaal
Totaal aantal personen met een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of de Algemene ouderdomswet (AOW).

Met ingang van 12 mei 2016 is de WWIK niet meer als aparte regeling in de tabel opgenomen. Meer informatie over de WWIK is te lezen in de tabeltoelichting bij 'Personen met een bijstandsgerelateerde uitkeringen'.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Uitkeringsontvangers, totaal
Totaal aantal personen met een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of de Algemene ouderdomswet (AOW).

Met ingang van 12 mei 2016 is de WWIK niet meer als aparte regeling in de tabel opgenomen. Meer informatie over de WWIK is te lezen in de tabeltoelichting bij 'Personen met een bijstandsgerelateerde uitkeringen'.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Tot de AOW- leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, WWIK, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of Algemene ouderdomswet (AOW).

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.
Vanaf de AOW- leeftijd
Het aantal personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de bijstandswet of de Algemene ouderdomswet (AOW).

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.


Uitkeringsontvangers per soort uitkering
Het aantal personen dat een sociale zekerheidsuitkering ontvangt uitgesplitst naar de soort uitkering.
Het gaat hier om werkloosheidsuitkeringen, bijstandsuitkeringen, bijstandsgerelateerde uitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en AOW-uitkeringen.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering. In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard ook maar één keer geteld.
Werkloosheid
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidwet (WW).
Bijstand en bijstandsgerelateerd
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de bijstandswet of bijstandsgerelateerde wet.

Vanaf 1 januari 2015 is de Wet werk en bijstand opgegaan in de Participatiewet. Een ieder die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet.

Bijstandsgerelateerde wetten zijn de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Personen met een uitkering in het kader van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) zijn uitsluitend opgenomen in het totaal aantal personen dat een bijstandsuitkering of bijstandsgerelateerde uitkering ontvangt.

De personen met een WWIK-uitkering (Wet werk en inkomen kunstenaars) zijn per 12 mei 2016 uitsluitend opgenomen in de totalen. Meer informatie over de personen met WWIK-uitkering is te lezen in de tabeltoelichting bij ‘Personen met een bijstandsgerelateerde uitkering’.

Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz):
Het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) is ingesteld om een zelfstandige tijdelijk een uitkering te verstrekken totdat hij weer in zijn eigen levensbehoeften kan voorzien.
Degenen die in aanmerking komen voor het Bbz zijn gevestigde zelfstandigen die tijdelijk in financiële problemen verkeren, of startende zelfstandigen.
Daarnaast biedt het Bbz ook hulp aan oudere zelfstandigen met een niet-levensvatbaar bedrijf of hulp wanneer zelfstandigen hun bedrijf willen beëindigen.

Met terugwerkende kracht is vanaf 1 maart 2020 de regeling Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) van kracht. Dit heeft gezorgd voor een sterke toename in maart van het aantal personen met een bijstandsgerelateerde uitkering.



Bijstand(gerelateerd) tot AOW-leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet (PW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.

Met terugwerkende kracht is vanaf 1 maart 2020 de regeling Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) van kracht. Dit heeft gezorgd voor een sterke toename in maart van het aantal personen met een bijstandsgerelateerde uitkering. De regeling gold met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2020 en liep eind mei 2020 af. Deze regeling is opgevolgd door 'Tozo 2.0'. Vanaf 1 oktober is Tozo 2.0 opgevolgd door Tozo 3.0 die tot en met maart 2021 van kracht is.
Bijstand(gerelateerd) vanaf AOW-leeftijd
Het aantal personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet.

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.



Bijstand tot de AOW-leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet. Ingaande 1 januari 2015 is de Wet werk en bijstand opgegaan in de Participatiewet. Een ieder die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet.

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.



Arbeidsongeschiktheid
Het aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ),
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong).
Het recht op een uitkering in het kader van een van bovengenoemde wetten vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Arbeidsongeschiktheid, totaal
Het totaal aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) ontvangt.
WAO-uitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
De wet geeft werknemers die voor 1 januari 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden recht op een loonvervangende uitkering, zolang zij minimaal 15% arbeidsongeschiktheid zijn.
De WAO is met ingang van 2005 vervangen door de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), maar blijft bestaan voor mensen die al een WAO-uitkering hadden of binnen 5 jaar na het beëindigen van de uitkering opnieuw arbeidsongeschikt worden door dezelfde oorzaak.
Het recht op een WAO-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.
WIA-uitkering: WGA-regeling
Het aantal personen met een lopende WGA-uitkering waar ook daadwerkelijk een bedrag uitgekeerd wordt dat een uitkering ontvangt in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
De WIA geeft werknemers die na een wachttijd van twee jaar nog minstens 35 procent arbeidsongeschikt zijn, recht op een uitkering. De wet is zó opgezet dat men gestimuleerd wordt om naar vermogen te werken.
De wet kent twee regelingen: de regeling Inkomensverzekering volledig arbeidsongeschikten (IVA) en de regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).
De IVA regelt een uitkering voor werknemers die langdurig en volledig arbeidsongeschikt zijn. De WGA geeft recht op een loonaanvullende uitkering als een werknemer gedeeltelijk arbeidsongeschikt is.
De WIA vervangt per 29 december 2005 de WAO.
Het recht op een WIA-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.