Personen met een uitkering; uitkeringsontvangers per regio

Personen met een uitkering; uitkeringsontvangers per regio

Regio's Perioden Uitkeringsontvangers, totaal Uitkeringsontvangers, totaal (aantal personen) Uitkeringsontvangers, totaal Tot de AOW- leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers, totaal Vanaf de AOW- leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Werkloosheid (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand(gerelateerd) tot AOW-leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand(gerelateerd) vanaf AOW-leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand tot de AOW-leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid Arbeidsongeschiktheid, totaal (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid WAO-uitkering (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering: WGA-regeling (aantal personen)
Achterhoek (CR) 2007 maart . . . . . . . . . .
Achterhoek (CR) 2008 maart . . . . . . . . . .
Achterhoek (CR) 2009 maart . . . . . . . . . .
Achterhoek (CR) 2010 maart . . . . . . . . . .
Achterhoek (CR) 2011 maart . . . . . . . . . .
Achterhoek (CR) 2012 maart . . . . . . . . . .
Achterhoek (CR) 2013 maart 113.730 34.530 79.200 8.940 6.880 440 5.950 19.240 9.580 2.700
Achterhoek (CR) 2014 maart 117.920 36.410 81.500 10.240 7.620 450 6.630 19.210 8.790 3.020
Achterhoek (CR) 2015 maart 119.640 36.370 83.270 9.760 8.090 470 7.050 19.180 8.060 3.300
Achterhoek (CR) 2016 maart 120.490 36.260 84.240 9.330 8.550 480 7.460 19.060 7.530 3.440
Achterhoek (CR) 2017 maart 120.180 35.300 84.880 7.850 8.880 500 7.740 19.140 7.020 3.670
Achterhoek (CR) 2018 maart 118.620 33.030 85.590 6.000 8.510 540 7.440 18.960 6.520 3.680
Achterhoek (CR) 2019 maart 117.680 31.220 86.460 4.680 7.960 540 6.980 19.000 6.080 3.900
Achterhoek (CR) 2020 maart 128.510 40.360 88.140 4.690 17.570 690 6.690 18.910 5.510 4.170
Achterhoek (CR) 2021 maart 122.780 32.500 90.280 4.270 9.540 580 6.700 19.190 4.990 4.550
Achterhoek (CR) 2022 maart 120.510 29.740 90.770 2.890 7.290 550 6.280 19.990 4.650 5.310
Achterhoek (CR) 2023 maart 120.440 29.380 91.060 2.590 7.040 560 6.280 20.220 4.320 5.600
Achterhoek (CR) 2024 maart 122.210 30.160 92.050 2.790 7.360 570 6.610 20.510 3.980 5.890
Achterhoek (CR) 2025 maart 124.930 30.740 94.190 3.170 7.400 610 6.680 20.680 3.560 6.380
Alkmaar en omgeving (CR) 2007 maart . . . . . . . . . .
Alkmaar en omgeving (CR) 2008 maart . . . . . . . . . .
Alkmaar en omgeving (CR) 2009 maart . . . . . . . . . .
Alkmaar en omgeving (CR) 2010 maart . . . . . . . . . .
Alkmaar en omgeving (CR) 2011 maart . . . . . . . . . .
Alkmaar en omgeving (CR) 2012 maart . . . . . . . . . .
Alkmaar en omgeving (CR) 2013 maart 62.080 20.470 41.610 4.180 3.880 410 3.500 12.760 6.470 2.020
Alkmaar en omgeving (CR) 2014 maart 64.790 21.540 43.250 4.790 4.350 430 3.940 12.800 5.950 2.280
Alkmaar en omgeving (CR) 2015 maart 67.690 21.660 46.030 4.530 4.490 430 4.050 13.010 5.570 2.470
Alkmaar en omgeving (CR) 2016 maart 68.860 22.060 46.800 4.670 4.820 440 4.360 12.940 5.180 2.700
Alkmaar en omgeving (CR) 2017 maart 69.250 21.950 47.300 4.180 5.110 460 4.600 13.000 4.850 2.820
Alkmaar en omgeving (CR) 2018 maart 68.990 20.990 48.000 3.550 4.970 500 4.480 12.790 4.540 2.770
Alkmaar en omgeving (CR) 2019 maart 68.960 20.250 48.710 2.960 4.760 520 4.280 12.850 4.250 2.930
Alkmaar en omgeving (CR) 2020 maart 77.110 27.310 49.800 2.980 12.130 600 4.170 12.810 3.910 3.050
Alkmaar en omgeving (CR) 2021 maart 72.900 21.890 51.010 3.140 6.330 600 4.230 12.840 3.540 3.230
Alkmaar en omgeving (CR) 2022 maart 70.620 19.340 51.280 2.020 4.540 610 4.080 13.100 3.250 3.570
Alkmaar en omgeving (CR) 2023 maart 70.650 19.200 51.440 1.690 4.650 620 4.280 13.130 3.020 3.620
Alkmaar en omgeving (CR) 2024 maart 71.550 19.610 51.940 1.840 4.750 610 4.380 13.300 2.760 3.790
Alkmaar en omgeving (CR) 2025 maart 72.780 19.740 53.040 1.960 4.770 620 4.390 13.300 2.470 3.970
Agglomeratie Haarlem (CR) 2007 maart . . . . . . . . . .
Agglomeratie Haarlem (CR) 2008 maart . . . . . . . . . .
Agglomeratie Haarlem (CR) 2009 maart . . . . . . . . . .
Agglomeratie Haarlem (CR) 2010 maart . . . . . . . . . .
Agglomeratie Haarlem (CR) 2011 maart . . . . . . . . . .
Agglomeratie Haarlem (CR) 2012 maart . . . . . . . . . .
Agglomeratie Haarlem (CR) 2013 maart 60.710 19.130 41.580 4.240 4.430 460 3.920 10.750 6.200 1.680
Agglomeratie Haarlem (CR) 2014 maart 62.530 19.940 42.590 4.820 4.840 460 4.310 10.610 5.700 1.890
Agglomeratie Haarlem (CR) 2015 maart 63.160 19.890 43.270 4.670 5.050 450 4.530 10.500 5.220 2.060
Agglomeratie Haarlem (CR) 2016 maart 63.370 19.960 43.410 4.730 5.270 450 4.690 10.270 4.800 2.180
Agglomeratie Haarlem (CR) 2017 maart 62.710 19.390 43.330 4.130 5.520 470 4.900 10.030 4.400 2.220
Agglomeratie Haarlem (CR) 2018 maart 61.960 18.730 43.230 3.660 5.530 480 4.900 9.790 4.100 2.220
Agglomeratie Haarlem (CR) 2019 maart 59.680 17.460 42.220 2.940 5.180 490 4.560 9.560 3.740 2.270
Agglomeratie Haarlem (CR) 2020 maart 67.620 25.000 42.610 3.210 12.940 580 4.490 9.360 3.390 2.330
Agglomeratie Haarlem (CR) 2021 maart 62.880 19.920 42.960 3.620 7.280 550 4.620 9.300 3.090 2.460
Agglomeratie Haarlem (CR) 2022 maart 59.550 16.680 42.870 2.300 5.060 550 4.460 9.550 2.820 2.870
Agglomeratie Haarlem (CR) 2023 maart 58.720 16.080 42.640 1.950 4.810 540 4.340 9.560 2.570 3.000
Agglomeratie Haarlem (CR) 2024 maart 59.130 16.460 42.670 2.300 4.780 560 4.340 9.630 2.350 3.240
Agglomeratie Haarlem (CR) 2025 maart 59.800 16.560 43.240 2.450 4.730 600 4.340 9.620 2.090 3.490
Groot-Amsterdam (CR) 2007 maart . . . . . . . . . .
Groot-Amsterdam (CR) 2008 maart . . . . . . . . . .
Groot-Amsterdam (CR) 2009 maart . . . . . . . . . .
Groot-Amsterdam (CR) 2010 maart . . . . . . . . . .
Groot-Amsterdam (CR) 2011 maart . . . . . . . . . .
Groot-Amsterdam (CR) 2012 maart . . . . . . . . . .
Groot-Amsterdam (CR) 2013 maart 306.380 132.750 173.630 27.470 50.140 7.890 46.020 57.270 31.350 10.770
Groot-Amsterdam (CR) 2014 maart 317.460 139.110 178.350 31.380 53.160 8.160 48.560 56.950 28.790 11.940
Groot-Amsterdam (CR) 2015 maart 318.400 137.860 180.540 29.310 54.420 8.160 49.320 56.320 26.330 12.910
Groot-Amsterdam (CR) 2016 maart 319.080 136.800 182.280 28.630 54.860 7.980 49.030 55.400 24.300 13.830
Groot-Amsterdam (CR) 2017 maart 318.680 135.300 183.370 26.280 56.410 8.230 50.050 54.580 22.370 14.380
Groot-Amsterdam (CR) 2018 maart 314.790 129.990 184.800 23.040 55.570 8.580 49.120 53.210 20.650 14.380
Groot-Amsterdam (CR) 2019 maart 312.170 124.940 187.230 19.650 53.870 8.970 47.420 53.070 19.120 14.820
Groot-Amsterdam (CR) 2020 maart 380.270 189.580 190.690 22.440 118.440 9.750 46.780 52.470 17.460 15.790
Groot-Amsterdam (CR) 2021 maart 352.550 157.890 194.660 25.560 82.720 9.980 48.320 52.160 15.680 16.700
Groot-Amsterdam (CR) 2022 maart 319.340 123.880 195.460 15.020 57.040 10.000 44.220 53.590 14.350 19.050
Groot-Amsterdam (CR) 2023 maart 314.690 114.900 199.790 13.130 48.770 10.130 43.050 54.640 13.430 20.300
Groot-Amsterdam (CR) 2024 maart 318.110 116.170 201.940 15.260 48.400 10.320 42.840 54.210 12.160 20.920
Groot-Amsterdam (CR) 2025 maart 324.920 118.170 206.750 16.960 48.760 10.690 43.060 54.130 10.830 21.990
Albrandswaard 2007 maart 1.250 1.240 10 190 260 10 160 810 570 10
Albrandswaard 2008 maart 1.220 1.210 20 150 250 10 140 820 530 20
Albrandswaard 2009 maart 1.300 1.280 20 190 270 10 150 850 510 50
Albrandswaard 2010 maart 1.490 1.480 20 300 330 20 200 870 500 70
Albrandswaard 2011 maart 1.500 1.480 20 300 340 20 220 860 480 80
Albrandswaard 2012 maart 1.530 1.510 20 340 340 20 230 850 420 110
Albrandswaard 2013 maart 5.300 1.590 3.710 410 360 20 240 830 380 120
Albrandswaard 2014 maart 5.510 1.660 3.860 490 350 20 230 840 350 150
Albrandswaard 2015 maart 5.580 1.650 3.920 460 380 30 270 830 300 160
Albrandswaard 2016 maart 5.630 1.670 3.970 480 390 30 270 820 280 180
Albrandswaard 2017 maart 5.570 1.630 3.950 440 430 30 320 770 240 180
Albrandswaard 2018 maart 5.480 1.540 3.940 380 430 30 330 750 230 170
Albrandswaard 2019 maart 5.410 1.430 3.990 300 390 30 300 750 190 190
Albrandswaard 2020 maart 6.360 2.200 4.160 310 1.150 40 300 770 190 200
Albrandswaard 2021 maart 5.910 1.730 4.180 320 620 40 330 810 180 220
Albrandswaard 2022 maart 5.730 1.520 4.210 220 440 40 310 870 180 260
Albrandswaard 2023 maart 5.760 1.530 4.230 180 460 40 320 900 160 280
Albrandswaard 2024 maart 5.910 1.560 4.350 190 460 30 320 910 150 290
Albrandswaard 2025 maart 6.100 1.570 4.530 200 490 40 340 890 130 290
Alkmaar 2007 maart 9.230 9.000 230 1.020 2.070 210 1.950 6.160 4.780 140
Alkmaar 2008 maart 8.570 8.330 240 840 1.690 220 1.580 6.020 4.460 250
Alkmaar 2009 maart 8.610 8.360 250 1.000 1.580 240 1.450 5.980 4.180 380
Alkmaar 2010 maart 9.310 9.060 250 1.500 1.760 250 1.610 6.000 3.940 520
Alkmaar 2011 maart 9.640 9.360 280 1.480 1.970 280 1.800 6.110 3.730 660
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


De tabel geeft inzicht in het aantal personen met een sociale zekerheidsuitkering. Deze personen kunnen zowel in Nederland als in het buitenland woonachtig zijn. Het betreft de personen met een uitkering voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, ouderdom, bijstand en bijstandsgerelateerde uitkeringen.
De cijfers over personen met een uitkering in het kader van arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, bijstand en bijstandsgerelateerde uitkeringen zijn vanaf 2007 beschikbaar. Het aantal personen dat een uitkering voor ouderdom ontvangt is vanaf 2013 in de tabel opgenomen. De aantallen zijn uitgesplitst naar verschillende regio's in Nederland en geven de stand weer op de laatste dag van de verslagmaand.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meerdere uitkeringen. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee arbeidsongeschiktheidsuitkeringen: WIA, WAZ, Wajong of WAO) of uitkeringen van verschillend type (zoals een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW) en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen).

In oktober 2021 is een stijging te zien van het aantal personen met een WGA-uitkering. De oorzaak hiervan is een kwaliteitsverbetering van het proces waardoor een groep eigenrisicodragers die eerder ontbrak nu wel meegenomen wordt.

Status van de cijfers:
De cijfers vanaf januari 2007 zijn definitief.

Wijzigingen per 31 maart 2026:
Toegevoegd zijn de definitieve cijfers van oktober 2025.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers komen in april 2026.

Toelichting onderwerpen

Uitkeringsontvangers, totaal
Totaal aantal personen met een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of de Algemene ouderdomswet (AOW).

Met ingang van 12 mei 2016 is de WWIK niet meer als aparte regeling in de tabel opgenomen. Meer informatie over de WWIK is te lezen in de tabeltoelichting bij 'Personen met een bijstandsgerelateerde uitkeringen'.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Uitkeringsontvangers, totaal
Totaal aantal personen met een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of de Algemene ouderdomswet (AOW).

Met ingang van 12 mei 2016 is de WWIK niet meer als aparte regeling in de tabel opgenomen. Meer informatie over de WWIK is te lezen in de tabeltoelichting bij 'Personen met een bijstandsgerelateerde uitkeringen'.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Tot de AOW- leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, WWIK, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of Algemene ouderdomswet (AOW).

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.
Vanaf de AOW- leeftijd
Het aantal personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de bijstandswet of de Algemene ouderdomswet (AOW).

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.


Uitkeringsontvangers per soort uitkering
Het aantal personen dat een sociale zekerheidsuitkering ontvangt uitgesplitst naar de soort uitkering.
Het gaat hier om werkloosheidsuitkeringen, bijstandsuitkeringen, bijstandsgerelateerde uitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en AOW-uitkeringen.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering. In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard ook maar één keer geteld.
Werkloosheid
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidwet (WW).
Bijstand en bijstandsgerelateerd
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de bijstandswet of bijstandsgerelateerde wet.

Vanaf 1 januari 2015 is de Wet werk en bijstand opgegaan in de Participatiewet. Een ieder die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet.

Bijstandsgerelateerde wetten zijn de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Personen met een uitkering in het kader van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) zijn uitsluitend opgenomen in het totaal aantal personen dat een bijstandsuitkering of bijstandsgerelateerde uitkering ontvangt.

De personen met een WWIK-uitkering (Wet werk en inkomen kunstenaars) zijn per 12 mei 2016 uitsluitend opgenomen in de totalen. Meer informatie over de personen met WWIK-uitkering is te lezen in de tabeltoelichting bij ‘Personen met een bijstandsgerelateerde uitkering’.

Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz):
Het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) is ingesteld om een zelfstandige tijdelijk een uitkering te verstrekken totdat hij weer in zijn eigen levensbehoeften kan voorzien.
Degenen die in aanmerking komen voor het Bbz zijn gevestigde zelfstandigen die tijdelijk in financiële problemen verkeren, of startende zelfstandigen.
Daarnaast biedt het Bbz ook hulp aan oudere zelfstandigen met een niet-levensvatbaar bedrijf of hulp wanneer zelfstandigen hun bedrijf willen beëindigen.

Met terugwerkende kracht is vanaf 1 maart 2020 de regeling Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) van kracht. Dit heeft gezorgd voor een sterke toename in maart van het aantal personen met een bijstandsgerelateerde uitkering.



Bijstand(gerelateerd) tot AOW-leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet (PW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.

Met terugwerkende kracht is vanaf 1 maart 2020 de regeling Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) van kracht. Dit heeft gezorgd voor een sterke toename in maart van het aantal personen met een bijstandsgerelateerde uitkering. De regeling gold met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2020 en liep eind mei 2020 af. Deze regeling is opgevolgd door 'Tozo 2.0'. Vanaf 1 oktober is Tozo 2.0 opgevolgd door Tozo 3.0 die tot en met maart 2021 van kracht is.
Bijstand(gerelateerd) vanaf AOW-leeftijd
Het aantal personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet.

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.



Bijstand tot de AOW-leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet. Ingaande 1 januari 2015 is de Wet werk en bijstand opgegaan in de Participatiewet. Een ieder die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet.

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.



Arbeidsongeschiktheid
Het aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ),
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong).
Het recht op een uitkering in het kader van een van bovengenoemde wetten vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Arbeidsongeschiktheid, totaal
Het totaal aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) ontvangt.
WAO-uitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
De wet geeft werknemers die voor 1 januari 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden recht op een loonvervangende uitkering, zolang zij minimaal 15% arbeidsongeschiktheid zijn.
De WAO is met ingang van 2005 vervangen door de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), maar blijft bestaan voor mensen die al een WAO-uitkering hadden of binnen 5 jaar na het beëindigen van de uitkering opnieuw arbeidsongeschikt worden door dezelfde oorzaak.
Het recht op een WAO-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.
WIA-uitkering: WGA-regeling
Het aantal personen met een lopende WGA-uitkering waar ook daadwerkelijk een bedrag uitgekeerd wordt dat een uitkering ontvangt in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
De WIA geeft werknemers die na een wachttijd van twee jaar nog minstens 35 procent arbeidsongeschikt zijn, recht op een uitkering. De wet is zó opgezet dat men gestimuleerd wordt om naar vermogen te werken.
De wet kent twee regelingen: de regeling Inkomensverzekering volledig arbeidsongeschikten (IVA) en de regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).
De IVA regelt een uitkering voor werknemers die langdurig en volledig arbeidsongeschikt zijn. De WGA geeft recht op een loonaanvullende uitkering als een werknemer gedeeltelijk arbeidsongeschikt is.
De WIA vervangt per 29 december 2005 de WAO.
Het recht op een WIA-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.