Personen met een uitkering; uitkeringsontvangers per regio

Personen met een uitkering; uitkeringsontvangers per regio

Regio's Perioden Uitkeringsontvangers, totaal Uitkeringsontvangers, totaal (aantal personen) Uitkeringsontvangers, totaal Tot de AOW- leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers, totaal Vanaf de AOW- leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Werkloosheid (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Algemene Ouderdomswet (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand(gerelateerd) vanaf AOW-leeftijd (aantal personen)
Noord-Holland (PV) 2024 oktober 726.070 225.670 500.400 28.380 499.910 13.940
Noord-Holland (PV) 2024 november 726.840 225.830 501.010 28.300 500.510 13.970
Noord-Holland (PV) 2024 december 727.760 226.080 501.680 28.550 501.190 14.000
Noord-Holland (PV) 2025 januari 729.830 227.680 502.150 30.120 501.640 14.080
Noord-Holland (PV) 2025 februari 731.260 228.670 502.580 30.110 502.080 14.090
Noord-Holland (PV) 2025 maart 732.100 228.690 503.400 29.790 502.890 14.170
Noord-Holland (PV) 2025 april 733.320 229.000 504.310 29.900 503.800 14.270
Noord-Holland (PV) 2025 mei 732.280 226.850 505.430 27.720 504.910 14.310
Noord-Holland (PV) 2025 juni 732.580 226.320 506.260 28.340 505.730 14.330
Noord-Holland (PV) 2025 juli 734.980 227.600 507.370 29.670 506.840 14.470
Noord-Holland (PV) 2025 augustus 736.540 228.110 508.420 30.310 507.890 14.480
Noord-Holland (PV) 2025 september 738.110 228.580 509.530 30.650 508.990 14.540
Zuid-Holland (PV) 2024 oktober 936.500 287.730 648.770 31.310 647.990 19.690
Zuid-Holland (PV) 2024 november 937.730 288.170 649.550 31.490 648.760 19.710
Zuid-Holland (PV) 2024 december 939.270 288.910 650.350 31.770 649.560 19.720
Zuid-Holland (PV) 2025 januari 941.610 290.550 651.060 33.210 650.260 19.820
Zuid-Holland (PV) 2025 februari 943.100 291.460 651.650 32.850 650.840 19.890
Zuid-Holland (PV) 2025 maart 944.250 291.590 652.660 32.550 651.850 19.980
Zuid-Holland (PV) 2025 april 945.710 291.860 653.840 32.460 653.030 20.040
Zuid-Holland (PV) 2025 mei 945.250 290.050 655.190 30.310 654.370 20.110
Zuid-Holland (PV) 2025 juni 946.050 289.790 656.250 31.100 655.440 20.120
Zuid-Holland (PV) 2025 juli 949.400 291.680 657.720 32.900 656.890 20.330
Zuid-Holland (PV) 2025 augustus 951.230 292.200 659.020 33.750 658.190 20.410
Zuid-Holland (PV) 2025 september 953.150 292.720 660.430 34.190 659.590 20.440
Achterhoek (CR) 2024 oktober 123.700 30.200 93.500 2.870 93.460 590
Achterhoek (CR) 2024 november 123.860 30.250 93.610 2.910 93.560 600
Achterhoek (CR) 2024 december 124.070 30.330 93.740 2.980 93.700 600
Achterhoek (CR) 2025 januari 124.460 30.590 93.880 3.170 93.830 600
Achterhoek (CR) 2025 februari 124.760 30.780 93.980 3.200 93.940 610
Achterhoek (CR) 2025 maart 124.930 30.740 94.190 3.170 94.140 610
Achterhoek (CR) 2025 april 125.190 30.810 94.380 3.200 94.330 620
Achterhoek (CR) 2025 mei 125.150 30.610 94.540 2.940 94.490 620
Achterhoek (CR) 2025 juni 125.250 30.490 94.760 2.990 94.710 610
Achterhoek (CR) 2025 juli 125.580 30.670 94.910 3.110 94.860 620
Achterhoek (CR) 2025 augustus 125.910 30.770 95.150 3.240 95.100 620
Achterhoek (CR) 2025 september 126.110 30.760 95.360 3.210 95.310 610
Kop van Noord-Holland (CR) 2024 oktober 109.170 28.670 80.500 2.750 80.450 720
Kop van Noord-Holland (CR) 2024 november 109.420 28.830 80.590 2.820 80.540 730
Kop van Noord-Holland (CR) 2024 december 109.670 28.920 80.750 2.900 80.700 730
Kop van Noord-Holland (CR) 2025 januari 109.930 29.110 80.820 3.050 80.780 740
Kop van Noord-Holland (CR) 2025 februari 110.160 29.250 80.910 3.050 80.870 730
Kop van Noord-Holland (CR) 2025 maart 110.260 29.210 81.050 2.940 81.010 740
Kop van Noord-Holland (CR) 2025 april 110.320 29.160 81.170 2.870 81.120 750
Kop van Noord-Holland (CR) 2025 mei 110.240 28.890 81.350 2.600 81.310 750
Kop van Noord-Holland (CR) 2025 juni 110.170 28.700 81.470 2.640 81.420 740
Kop van Noord-Holland (CR) 2025 juli 110.380 28.820 81.560 2.750 81.520 750
Kop van Noord-Holland (CR) 2025 augustus 110.590 28.860 81.740 2.750 81.690 750
Kop van Noord-Holland (CR) 2025 september 110.740 28.850 81.890 2.750 81.850 750
Oost-Zuid-Holland (CR) 2024 oktober 85.600 20.820 64.790 2.380 64.750 770
Oost-Zuid-Holland (CR) 2024 november 85.810 20.900 64.910 2.440 64.870 770
Oost-Zuid-Holland (CR) 2024 december 85.920 20.920 65.000 2.450 64.970 770
Oost-Zuid-Holland (CR) 2025 januari 86.260 21.170 65.090 2.660 65.060 770
Oost-Zuid-Holland (CR) 2025 februari 86.380 21.240 65.140 2.610 65.110 770
Oost-Zuid-Holland (CR) 2025 maart 86.550 21.320 65.230 2.620 65.200 770
Oost-Zuid-Holland (CR) 2025 april 86.750 21.380 65.370 2.590 65.330 770
Oost-Zuid-Holland (CR) 2025 mei 86.700 21.200 65.490 2.360 65.460 780
Oost-Zuid-Holland (CR) 2025 juni 86.830 21.150 65.680 2.420 65.650 780
Oost-Zuid-Holland (CR) 2025 juli 87.120 21.300 65.820 2.550 65.790 800
Oost-Zuid-Holland (CR) 2025 augustus 87.340 21.340 66.000 2.600 65.970 800
Oost-Zuid-Holland (CR) 2025 september 87.570 21.430 66.140 2.640 66.100 800
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2024 oktober 97.510 28.010 69.500 2.690 69.430 1.130
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2024 november 97.600 28.010 69.590 2.640 69.520 1.140
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2024 december 97.720 28.060 69.670 2.650 69.600 1.150
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2025 januari 97.980 28.280 69.700 2.790 69.630 1.160
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2025 februari 98.160 28.430 69.730 2.760 69.660 1.160
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2025 maart 98.280 28.440 69.850 2.720 69.780 1.170
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2025 april 98.390 28.450 69.930 2.690 69.870 1.180
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2025 mei 98.370 28.330 70.040 2.540 69.970 1.190
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2025 juni 98.350 28.220 70.130 2.590 70.060 1.190
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2025 juli 98.580 28.330 70.250 2.680 70.180 1.200
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2025 augustus 98.730 28.430 70.300 2.780 70.240 1.220
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2025 september 98.920 28.470 70.450 2.790 70.390 1.220
Hoeksche Waard 2024 oktober 23.700 4.500 19.200 550 19.200 70
Hoeksche Waard 2024 november 23.770 4.520 19.250 570 19.240 70
Hoeksche Waard 2024 december 23.770 4.500 19.260 550 19.250 70
Hoeksche Waard 2025 januari 23.810 4.520 19.290 570 19.280 70
Hoeksche Waard 2025 februari 23.860 4.540 19.320 560 19.310 70
Hoeksche Waard 2025 maart 23.910 4.540 19.380 550 19.370 70
Hoeksche Waard 2025 april 23.970 4.540 19.420 560 19.420 80
Hoeksche Waard 2025 mei 23.980 4.540 19.440 540 19.440 70
Hoeksche Waard 2025 juni 23.980 4.520 19.460 560 19.460 70
Hoeksche Waard 2025 juli 24.060 4.550 19.510 570 19.500 70
Hoeksche Waard 2025 augustus 24.150 4.610 19.540 620 19.530 70
Hoeksche Waard 2025 september 24.230 4.650 19.580 640 19.570 70
Hof van Twente 2024 oktober 10.480 2.120 8.360 250 8.360 50
Hof van Twente 2024 november 10.490 2.120 8.370 250 8.370 40
Hof van Twente 2024 december 10.510 2.120 8.390 250 8.390 40
Hof van Twente 2025 januari 10.540 2.150 8.400 270 8.390 40
Hof van Twente 2025 februari 10.540 2.150 8.400 250 8.390 40
Hof van Twente 2025 maart 10.580 2.190 8.390 280 8.380 40
Hof van Twente 2025 april 10.570 2.160 8.410 250 8.400 50
Hof van Twente 2025 mei 10.570 2.140 8.430 240 8.420 50
Hof van Twente 2025 juni 10.590 2.140 8.440 240 8.440 50
Hof van Twente 2025 juli 10.600 2.150 8.450 250 8.450 50
Hof van Twente 2025 augustus 10.650 2.170 8.480 260 8.480 50
Hof van Twente 2025 september 10.670 2.180 8.490 260 8.480 50
Hollands Kroon 2024 oktober 12.920 3.050 9.870 270 9.870 30
Hollands Kroon 2024 november 12.980 3.110 9.870 290 9.870 40
Hollands Kroon 2024 december 13.010 3.120 9.890 300 9.890 30
Hollands Kroon 2025 januari 13.060 3.160 9.910 330 9.910 30
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


De tabel geeft inzicht in het aantal personen met een sociale zekerheidsuitkering. Deze personen kunnen zowel in Nederland als in het buitenland woonachtig zijn. Het betreft de personen met een uitkering voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, ouderdom, bijstand en bijstandsgerelateerde uitkeringen.
De cijfers over personen met een uitkering in het kader van arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, bijstand en bijstandsgerelateerde uitkeringen zijn vanaf 2007 beschikbaar. Het aantal personen dat een uitkering voor ouderdom ontvangt is vanaf 2013 in de tabel opgenomen. De aantallen zijn uitgesplitst naar verschillende regio's in Nederland en geven de stand weer op de laatste dag van de verslagmaand.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meerdere uitkeringen. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee arbeidsongeschiktheidsuitkeringen: WIA, WAZ, Wajong of WAO) of uitkeringen van verschillend type (zoals een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW) en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen).

In oktober 2021 is een stijging te zien van het aantal personen met een WGA-uitkering. De oorzaak hiervan is een kwaliteitsverbetering van het proces waardoor een groep eigenrisicodragers die eerder ontbrak nu wel meegenomen wordt.

Status van de cijfers:
De cijfers vanaf januari 2007 zijn definitief.

Wijzigingen per 27 februari 2026:
Toegevoegd zijn de definitieve cijfers van september 2025.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers komen in maart 2026.

Toelichting onderwerpen

Uitkeringsontvangers, totaal
Totaal aantal personen met een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of de Algemene ouderdomswet (AOW).

Met ingang van 12 mei 2016 is de WWIK niet meer als aparte regeling in de tabel opgenomen. Meer informatie over de WWIK is te lezen in de tabeltoelichting bij 'Personen met een bijstandsgerelateerde uitkeringen'.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Uitkeringsontvangers, totaal
Totaal aantal personen met een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of de Algemene ouderdomswet (AOW).

Met ingang van 12 mei 2016 is de WWIK niet meer als aparte regeling in de tabel opgenomen. Meer informatie over de WWIK is te lezen in de tabeltoelichting bij 'Personen met een bijstandsgerelateerde uitkeringen'.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Tot de AOW- leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, WWIK, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of Algemene ouderdomswet (AOW).

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.
Vanaf de AOW- leeftijd
Het aantal personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de bijstandswet of de Algemene ouderdomswet (AOW).

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.


Uitkeringsontvangers per soort uitkering
Het aantal personen dat een sociale zekerheidsuitkering ontvangt uitgesplitst naar de soort uitkering.
Het gaat hier om werkloosheidsuitkeringen, bijstandsuitkeringen, bijstandsgerelateerde uitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en AOW-uitkeringen.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering. In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard ook maar één keer geteld.
Werkloosheid
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidwet (WW).
Bijstand en bijstandsgerelateerd
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de bijstandswet of bijstandsgerelateerde wet.

Vanaf 1 januari 2015 is de Wet werk en bijstand opgegaan in de Participatiewet. Een ieder die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet.

Bijstandsgerelateerde wetten zijn de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Personen met een uitkering in het kader van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) zijn uitsluitend opgenomen in het totaal aantal personen dat een bijstandsuitkering of bijstandsgerelateerde uitkering ontvangt.

De personen met een WWIK-uitkering (Wet werk en inkomen kunstenaars) zijn per 12 mei 2016 uitsluitend opgenomen in de totalen. Meer informatie over de personen met WWIK-uitkering is te lezen in de tabeltoelichting bij ‘Personen met een bijstandsgerelateerde uitkering’.

Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz):
Het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) is ingesteld om een zelfstandige tijdelijk een uitkering te verstrekken totdat hij weer in zijn eigen levensbehoeften kan voorzien.
Degenen die in aanmerking komen voor het Bbz zijn gevestigde zelfstandigen die tijdelijk in financiële problemen verkeren, of startende zelfstandigen.
Daarnaast biedt het Bbz ook hulp aan oudere zelfstandigen met een niet-levensvatbaar bedrijf of hulp wanneer zelfstandigen hun bedrijf willen beëindigen.

Met terugwerkende kracht is vanaf 1 maart 2020 de regeling Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) van kracht. Dit heeft gezorgd voor een sterke toename in maart van het aantal personen met een bijstandsgerelateerde uitkering.



Bijstand(gerelateerd) vanaf AOW-leeftijd
Het aantal personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet.

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.



Algemene Ouderdomswet
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Algemene ouderdomswet (AOW).

Algemene ouderdomswet (AOW)
De AOW is een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering die personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd een inkomen garandeert. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering.
In principe is iedereen die nog niet de AOW-gerechtige leeftijd heeft bereikt en in Nederland woont, verzekerd voor de AOW.
Ook degenen die niet in Nederland wonen, maar in Nederland in dienstbetrekking arbeid verrichten waarover loonbelasting wordt betaald, zijn verzekerd.
Voor perioden die men in het buitenland woont, kan men zich verzekeren tegen verlies van aanspraak op een AOW-uitkering.
Een uitkering kan, binnen het kader van de wet Beperking export uitkeringen (wet BEU), naar het buitenland worden overgemaakt.

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.