Personen met een uitkering; uitkeringsontvangers per regio

Personen met een uitkering; uitkeringsontvangers per regio

Regio's Perioden Uitkeringsontvangers, totaal Uitkeringsontvangers, totaal (aantal personen) Uitkeringsontvangers, totaal Tot de AOW- leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers, totaal Vanaf de AOW- leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Werkloosheid (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand(gerelateerd) tot AOW-leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand(gerelateerd) vanaf AOW-leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand tot de AOW-leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid Arbeidsongeschiktheid, totaal (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid WAO-uitkering (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering: WGA-regeling (aantal personen)
Zeeland (PV) 2024 oktober 113.050 25.890 87.160 2.490 7.350 770 6.850 16.440 2.800 4.990
Zeeland (PV) 2024 november 113.410 26.180 87.230 2.720 7.390 780 6.890 16.490 2.780 5.040
Zeeland (PV) 2024 december 113.640 26.330 87.310 2.790 7.460 790 6.960 16.490 2.750 5.090
Zeeland (PV) 2025 januari 113.880 26.500 87.380 2.970 7.460 790 6.990 16.490 2.720 5.110
Zeeland (PV) 2025 februari 114.000 26.600 87.400 2.870 7.490 800 7.010 16.650 2.730 5.200
Zeeland (PV) 2025 maart 114.110 26.650 87.460 2.850 7.540 800 7.050 16.670 2.700 5.210
Zeeland (PV) 2025 april 114.170 26.550 87.610 2.760 7.520 790 7.040 16.690 2.680 5.250
Zeeland (PV) 2025 mei 114.130 26.380 87.750 2.570 7.480 790 7.010 16.740 2.660 5.290
Zeeland (PV) 2025 juni 114.180 26.260 87.920 2.580 7.480 800 7.000 16.600 2.600 5.270
Zeeland (PV) 2025 juli 114.420 26.360 88.060 2.640 7.490 800 7.030 16.640 2.590 5.310
Zeeland (PV) 2025 augustus 114.540 26.380 88.150 2.630 7.480 800 7.020 16.680 2.570 5.340
Zeeland (PV) 2025 september 114.810 26.500 88.310 2.660 7.510 800 7.060 16.730 2.550 5.380
Zaanstreek (CR) 2024 oktober 45.500 15.090 30.410 1.490 4.140 530 3.890 9.670 2.090 3.320
Zaanstreek (CR) 2024 november 45.550 15.120 30.430 1.490 4.140 530 3.890 9.690 2.080 3.350
Zaanstreek (CR) 2024 december 45.580 15.120 30.470 1.520 4.160 530 3.900 9.650 2.060 3.350
Zaanstreek (CR) 2025 januari 45.590 15.130 30.460 1.540 4.140 540 3.890 9.670 2.040 3.370
Zaanstreek (CR) 2025 februari 45.650 15.170 30.480 1.550 4.120 540 3.870 9.720 2.020 3.400
Zaanstreek (CR) 2025 maart 45.660 15.160 30.500 1.510 4.140 550 3.880 9.720 2.000 3.420
Zaanstreek (CR) 2025 april 45.760 15.180 30.580 1.500 4.150 550 3.900 9.750 2.000 3.430
Zaanstreek (CR) 2025 mei 45.750 15.120 30.620 1.450 4.150 540 3.900 9.760 1.980 3.440
Zaanstreek (CR) 2025 juni 45.710 15.060 30.650 1.480 4.150 540 3.910 9.660 1.950 3.410
Zaanstreek (CR) 2025 juli 45.870 15.180 30.690 1.600 4.170 550 3.920 9.650 1.930 3.410
Zaanstreek (CR) 2025 augustus 45.870 15.150 30.720 1.580 4.160 540 3.910 9.630 1.920 3.420
Zaanstreek (CR) 2025 september 46.000 15.220 30.780 1.600 4.160 540 3.910 9.680 1.910 3.440
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2024 oktober 32.370 7.210 25.160 660 1.700 250 1.610 4.960 980 1.360
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2024 november 32.440 7.280 25.160 700 1.720 250 1.630 4.970 970 1.370
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2024 december 32.510 7.340 25.170 720 1.750 250 1.650 4.970 960 1.390
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025 januari 32.580 7.400 25.180 770 1.770 260 1.670 4.980 950 1.400
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025 februari 32.560 7.390 25.170 720 1.780 260 1.680 5.010 950 1.420
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025 maart 32.600 7.410 25.190 720 1.800 250 1.700 5.010 940 1.420
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025 april 32.640 7.370 25.270 690 1.780 250 1.690 5.010 930 1.430
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025 mei 32.640 7.350 25.290 680 1.760 250 1.670 5.030 930 1.440
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025 juni 32.660 7.340 25.320 690 1.760 250 1.670 5.000 910 1.440
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025 juli 32.740 7.400 25.340 730 1.770 250 1.680 5.020 900 1.450
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025 augustus 32.770 7.400 25.370 730 1.750 250 1.660 5.030 910 1.450
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025 september 32.820 7.410 25.420 720 1.760 250 1.670 5.040 900 1.470
Overig Zeeland (CR) 2024 oktober 80.680 18.680 62.000 1.840 5.650 530 5.240 11.480 1.830 3.630
Overig Zeeland (CR) 2024 november 80.970 18.900 62.070 2.020 5.670 530 5.270 11.520 1.810 3.670
Overig Zeeland (CR) 2024 december 81.130 19.000 62.140 2.070 5.720 540 5.310 11.520 1.800 3.700
Overig Zeeland (CR) 2025 januari 81.300 19.100 62.200 2.200 5.690 540 5.320 11.520 1.780 3.710
Overig Zeeland (CR) 2025 februari 81.440 19.200 62.230 2.150 5.710 540 5.320 11.650 1.780 3.780
Overig Zeeland (CR) 2025 maart 81.520 19.240 62.270 2.140 5.740 540 5.350 11.660 1.760 3.790
Overig Zeeland (CR) 2025 april 81.530 19.180 62.340 2.060 5.740 540 5.350 11.680 1.750 3.810
Overig Zeeland (CR) 2025 mei 81.490 19.030 62.460 1.890 5.720 540 5.340 11.710 1.730 3.840
Overig Zeeland (CR) 2025 juni 81.520 18.920 62.610 1.890 5.720 550 5.340 11.600 1.700 3.830
Overig Zeeland (CR) 2025 juli 81.670 18.960 62.710 1.920 5.720 550 5.350 11.630 1.680 3.860
Overig Zeeland (CR) 2025 augustus 81.770 18.990 62.790 1.910 5.730 550 5.360 11.640 1.660 3.880
Overig Zeeland (CR) 2025 september 81.990 19.100 62.890 1.940 5.760 550 5.390 11.690 1.650 3.910
Alphen aan den Rijn 2024 oktober 27.900 6.850 21.050 840 1.870 240 1.760 4.250 680 1.450
Alphen aan den Rijn 2024 november 27.960 6.880 21.080 850 1.880 240 1.780 4.260 670 1.460
Alphen aan den Rijn 2024 december 27.960 6.870 21.090 830 1.870 240 1.770 4.270 660 1.470
Alphen aan den Rijn 2025 januari 28.060 6.970 21.100 900 1.890 230 1.790 4.280 660 1.480
Alphen aan den Rijn 2025 februari 28.080 6.970 21.110 870 1.890 240 1.790 4.300 660 1.500
Alphen aan den Rijn 2025 maart 28.120 7.000 21.120 880 1.910 240 1.800 4.310 650 1.510
Alphen aan den Rijn 2025 april 28.190 7.040 21.150 890 1.930 240 1.830 4.320 650 1.520
Alphen aan den Rijn 2025 mei 28.150 6.960 21.190 790 1.950 250 1.840 4.330 650 1.530
Alphen aan den Rijn 2025 juni 28.190 6.920 21.270 800 1.930 250 1.830 4.300 630 1.520
Alphen aan den Rijn 2025 juli 28.260 6.960 21.300 830 1.940 250 1.830 4.310 630 1.530
Alphen aan den Rijn 2025 augustus 28.320 6.970 21.350 850 1.920 250 1.820 4.320 620 1.540
Alphen aan den Rijn 2025 september 28.360 6.970 21.390 820 1.910 250 1.820 4.340 620 1.560
Capelle aan den IJssel 2024 oktober 18.140 4.820 13.330 620 1.840 410 1.760 2.420 420 880
Capelle aan den IJssel 2024 november 18.180 4.830 13.350 630 1.840 410 1.770 2.420 420 880
Capelle aan den IJssel 2024 december 18.250 4.860 13.390 630 1.870 400 1.790 2.430 410 890
Capelle aan den IJssel 2025 januari 18.320 4.900 13.420 660 1.890 410 1.810 2.410 410 890
Capelle aan den IJssel 2025 februari 18.370 4.930 13.440 680 1.880 410 1.800 2.440 410 910
Capelle aan den IJssel 2025 maart 18.370 4.910 13.460 660 1.880 420 1.810 2.450 410 910
Capelle aan den IJssel 2025 april 18.400 4.930 13.470 670 1.880 420 1.800 2.460 400 910
Capelle aan den IJssel 2025 mei 18.420 4.900 13.520 640 1.890 420 1.810 2.450 400 920
Capelle aan den IJssel 2025 juni 18.440 4.900 13.540 650 1.900 420 1.830 2.430 390 910
Capelle aan den IJssel 2025 juli 18.540 4.960 13.580 700 1.900 420 1.840 2.430 390 910
Capelle aan den IJssel 2025 augustus 18.600 4.970 13.630 720 1.900 430 1.830 2.440 390 920
Capelle aan den IJssel 2025 september 18.630 4.960 13.670 700 1.910 430 1.840 2.430 380 930
Horst aan de Maas 2024 oktober 11.790 2.480 9.310 410 560 40 520 1.540 300 540
Horst aan de Maas 2024 november 11.830 2.490 9.330 420 560 40 530 1.540 300 540
Horst aan de Maas 2024 december 11.890 2.520 9.370 440 570 40 540 1.540 290 540
Horst aan de Maas 2025 januari 11.910 2.540 9.370 480 550 40 520 1.540 290 540
Horst aan de Maas 2025 februari 11.940 2.540 9.400 470 550 40 520 1.540 290 540
Horst aan de Maas 2025 maart 11.980 2.540 9.430 470 560 40 530 1.550 290 550
Horst aan de Maas 2025 april 11.980 2.540 9.450 460 550 40 520 1.560 290 550
Horst aan de Maas 2025 mei 11.970 2.500 9.470 430 550 40 510 1.560 280 550
Horst aan de Maas 2025 juni 11.990 2.500 9.490 440 550 40 520 1.550 280 560
Horst aan de Maas 2025 juli 12.050 2.530 9.520 440 550 40 520 1.570 280 570
Horst aan de Maas 2025 augustus 12.090 2.530 9.550 440 550 40 520 1.570 280 560
Horst aan de Maas 2025 september 12.140 2.550 9.600 450 550 40 520 1.580 280 570
Krimpen aan den IJssel 2024 oktober 8.350 1.710 6.650 210 620 100 600 890 160 300
Krimpen aan den IJssel 2024 november 8.350 1.700 6.640 200 620 100 600 900 160 300
Krimpen aan den IJssel 2024 december 8.340 1.690 6.650 190 620 100 600 880 160 290
Krimpen aan den IJssel 2025 januari 8.330 1.700 6.630 210 620 100 590 890 160 300
Krimpen aan den IJssel 2025 februari 8.350 1.710 6.630 210 620 100 590 900 160 310
Krimpen aan den IJssel 2025 maart 8.330 1.710 6.630 200 610 100 590 910 160 320
Krimpen aan den IJssel 2025 april 8.350 1.720 6.630 220 610 100 580 910 150 310
Krimpen aan den IJssel 2025 mei 8.350 1.710 6.640 200 620 100 590 910 150 320
Krimpen aan den IJssel 2025 juni 8.360 1.720 6.640 210 620 100 590 900 150 310
Krimpen aan den IJssel 2025 juli 8.370 1.730 6.640 210 620 100 590 910 150 320
Krimpen aan den IJssel 2025 augustus 8.400 1.740 6.660 220 620 100 590 920 150 320
Krimpen aan den IJssel 2025 september 8.400 1.730 6.670 220 600 100 580 920 150 330
Millingen aan de Rijn 2024 oktober
Millingen aan de Rijn 2024 november
Millingen aan de Rijn 2024 december
Millingen aan de Rijn 2025 januari
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


De tabel geeft inzicht in het aantal personen met een sociale zekerheidsuitkering. Deze personen kunnen zowel in Nederland als in het buitenland woonachtig zijn. Het betreft de personen met een uitkering voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, ouderdom, bijstand en bijstandsgerelateerde uitkeringen.
De cijfers over personen met een uitkering in het kader van arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, bijstand en bijstandsgerelateerde uitkeringen zijn vanaf 2007 beschikbaar. Het aantal personen dat een uitkering voor ouderdom ontvangt is vanaf 2013 in de tabel opgenomen. De aantallen zijn uitgesplitst naar verschillende regio's in Nederland en geven de stand weer op de laatste dag van de verslagmaand.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meerdere uitkeringen. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee arbeidsongeschiktheidsuitkeringen: WIA, WAZ, Wajong of WAO) of uitkeringen van verschillend type (zoals een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW) en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen).

In oktober 2021 is een stijging te zien van het aantal personen met een WGA-uitkering. De oorzaak hiervan is een kwaliteitsverbetering van het proces waardoor een groep eigenrisicodragers die eerder ontbrak nu wel meegenomen wordt.

Status van de cijfers:
De cijfers vanaf januari 2007 zijn definitief.

Wijzigingen per 27 februari 2026:
Toegevoegd zijn de definitieve cijfers van september 2025.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers komen in maart 2026.

Toelichting onderwerpen

Uitkeringsontvangers, totaal
Totaal aantal personen met een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of de Algemene ouderdomswet (AOW).

Met ingang van 12 mei 2016 is de WWIK niet meer als aparte regeling in de tabel opgenomen. Meer informatie over de WWIK is te lezen in de tabeltoelichting bij 'Personen met een bijstandsgerelateerde uitkeringen'.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Uitkeringsontvangers, totaal
Totaal aantal personen met een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of de Algemene ouderdomswet (AOW).

Met ingang van 12 mei 2016 is de WWIK niet meer als aparte regeling in de tabel opgenomen. Meer informatie over de WWIK is te lezen in de tabeltoelichting bij 'Personen met een bijstandsgerelateerde uitkeringen'.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Tot de AOW- leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, WWIK, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of Algemene ouderdomswet (AOW).

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.
Vanaf de AOW- leeftijd
Het aantal personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de bijstandswet of de Algemene ouderdomswet (AOW).

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.


Uitkeringsontvangers per soort uitkering
Het aantal personen dat een sociale zekerheidsuitkering ontvangt uitgesplitst naar de soort uitkering.
Het gaat hier om werkloosheidsuitkeringen, bijstandsuitkeringen, bijstandsgerelateerde uitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en AOW-uitkeringen.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering. In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard ook maar één keer geteld.
Werkloosheid
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidwet (WW).
Bijstand en bijstandsgerelateerd
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de bijstandswet of bijstandsgerelateerde wet.

Vanaf 1 januari 2015 is de Wet werk en bijstand opgegaan in de Participatiewet. Een ieder die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet.

Bijstandsgerelateerde wetten zijn de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Personen met een uitkering in het kader van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) zijn uitsluitend opgenomen in het totaal aantal personen dat een bijstandsuitkering of bijstandsgerelateerde uitkering ontvangt.

De personen met een WWIK-uitkering (Wet werk en inkomen kunstenaars) zijn per 12 mei 2016 uitsluitend opgenomen in de totalen. Meer informatie over de personen met WWIK-uitkering is te lezen in de tabeltoelichting bij ‘Personen met een bijstandsgerelateerde uitkering’.

Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz):
Het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) is ingesteld om een zelfstandige tijdelijk een uitkering te verstrekken totdat hij weer in zijn eigen levensbehoeften kan voorzien.
Degenen die in aanmerking komen voor het Bbz zijn gevestigde zelfstandigen die tijdelijk in financiële problemen verkeren, of startende zelfstandigen.
Daarnaast biedt het Bbz ook hulp aan oudere zelfstandigen met een niet-levensvatbaar bedrijf of hulp wanneer zelfstandigen hun bedrijf willen beëindigen.

Met terugwerkende kracht is vanaf 1 maart 2020 de regeling Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) van kracht. Dit heeft gezorgd voor een sterke toename in maart van het aantal personen met een bijstandsgerelateerde uitkering.



Bijstand(gerelateerd) tot AOW-leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet (PW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.

Met terugwerkende kracht is vanaf 1 maart 2020 de regeling Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) van kracht. Dit heeft gezorgd voor een sterke toename in maart van het aantal personen met een bijstandsgerelateerde uitkering. De regeling gold met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2020 en liep eind mei 2020 af. Deze regeling is opgevolgd door 'Tozo 2.0'. Vanaf 1 oktober is Tozo 2.0 opgevolgd door Tozo 3.0 die tot en met maart 2021 van kracht is.
Bijstand(gerelateerd) vanaf AOW-leeftijd
Het aantal personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet.

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.



Bijstand tot de AOW-leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet. Ingaande 1 januari 2015 is de Wet werk en bijstand opgegaan in de Participatiewet. Een ieder die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet.

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.



Arbeidsongeschiktheid
Het aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ),
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong).
Het recht op een uitkering in het kader van een van bovengenoemde wetten vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Arbeidsongeschiktheid, totaal
Het totaal aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) ontvangt.
WAO-uitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
De wet geeft werknemers die voor 1 januari 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden recht op een loonvervangende uitkering, zolang zij minimaal 15% arbeidsongeschiktheid zijn.
De WAO is met ingang van 2005 vervangen door de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), maar blijft bestaan voor mensen die al een WAO-uitkering hadden of binnen 5 jaar na het beëindigen van de uitkering opnieuw arbeidsongeschikt worden door dezelfde oorzaak.
Het recht op een WAO-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.
WIA-uitkering: WGA-regeling
Het aantal personen met een lopende WGA-uitkering waar ook daadwerkelijk een bedrag uitgekeerd wordt dat een uitkering ontvangt in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
De WIA geeft werknemers die na een wachttijd van twee jaar nog minstens 35 procent arbeidsongeschikt zijn, recht op een uitkering. De wet is zó opgezet dat men gestimuleerd wordt om naar vermogen te werken.
De wet kent twee regelingen: de regeling Inkomensverzekering volledig arbeidsongeschikten (IVA) en de regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).
De IVA regelt een uitkering voor werknemers die langdurig en volledig arbeidsongeschikt zijn. De WGA geeft recht op een loonaanvullende uitkering als een werknemer gedeeltelijk arbeidsongeschikt is.
De WIA vervangt per 29 december 2005 de WAO.
Het recht op een WIA-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.