Personen met een uitkering; uitkeringsontvangers per regio

Personen met een uitkering; uitkeringsontvangers per regio

Regio's Perioden Uitkeringsontvangers, totaal Uitkeringsontvangers, totaal (aantal personen) Uitkeringsontvangers, totaal Tot de AOW- leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers, totaal Vanaf de AOW- leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Werkloosheid (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand(gerelateerd) tot AOW-leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand(gerelateerd) vanaf AOW-leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand tot de AOW-leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid Arbeidsongeschiktheid, totaal (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid WAO-uitkering (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering: WGA-regeling (aantal personen)
Zeeland (PV) 2025 februari 112.430 25.510 86.910 2.440 7.410 790 6.900 16.050 3.040 4.670
Zeeland (PV) 2025 maart 112.350 25.810 86.540 2.610 7.470 780 6.940 16.140 3.030 4.710
Zeeland (PV) 2025 april 112.210 26.010 86.210 2.550 7.500 780 6.970 16.370 3.050 4.800
Zeeland (PV) 2025 mei 112.320 26.000 86.330 2.500 7.510 790 6.980 16.400 3.010 4.840
Zeeland (PV) 2025 juni 112.410 26.000 86.410 2.460 7.500 790 6.970 16.440 2.990 4.870
Zeeland (PV) 2025 juli 112.270 25.730 86.550 2.230 7.460 790 6.940 16.430 2.950 4.890
Zeeland (PV) 2025 augustus 112.220 25.580 86.640 2.250 7.440 790 6.930 16.280 2.900 4.850
Zeeland (PV) 2025 september 112.440 25.670 86.770 2.340 7.410 790 6.890 16.330 2.890 4.870
Zeeland (PV) 2025 oktober 112.640 25.700 86.940 2.380 7.370 780 6.860 16.350 2.850 4.900
Zeeland (PV) 2025 november 112.780 25.690 87.090 2.400 7.340 780 6.830 16.360 2.820 4.930
Zeeland (PV) 2025 december 113.050 25.890 87.160 2.490 7.350 770 6.850 16.440 2.800 4.990
Zeeland (PV) 2026 januari 113.410 26.180 87.230 2.720 7.390 780 6.890 16.490 2.780 5.040
Zaanstreek (CR) 2025 februari 45.930 15.310 30.620 1.720 4.450 500 4.030 9.330 2.570 3.040
Zaanstreek (CR) 2025 maart 45.870 15.380 30.490 1.770 4.440 490 4.020 9.370 2.560 3.060
Zaanstreek (CR) 2025 april 45.720 15.350 30.370 1.670 4.400 480 3.980 9.480 2.570 3.110
Zaanstreek (CR) 2025 mei 45.490 15.280 30.210 1.560 4.390 480 3.980 9.530 2.570 3.130
Zaanstreek (CR) 2025 juni 45.360 15.150 30.210 1.530 4.290 490 3.960 9.530 2.550 3.140
Zaanstreek (CR) 2025 juli 45.170 14.940 30.240 1.340 4.260 490 3.930 9.540 2.540 3.150
Zaanstreek (CR) 2025 augustus 45.110 14.840 30.260 1.360 4.250 490 3.920 9.440 2.500 3.100
Zaanstreek (CR) 2025 september 45.130 14.830 30.300 1.390 4.200 480 3.890 9.430 2.490 3.100
Zaanstreek (CR) 2025 oktober 45.160 14.810 30.350 1.390 4.170 490 3.850 9.430 2.470 3.100
Zaanstreek (CR) 2025 november 45.120 14.740 30.380 1.370 4.150 500 3.840 9.420 2.450 3.100
Zaanstreek (CR) 2025 december 45.130 14.690 30.440 1.340 4.140 500 3.840 9.420 2.430 3.090
Zaanstreek (CR) 2026 januari 45.140 14.660 30.490 1.310 4.130 500 3.830 9.420 2.410 3.090
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025 februari 33.420 8.170 25.250 1.090 2.550 270 1.770 4.660 1.300 1.030
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025 maart 33.140 7.880 25.270 1.040 2.290 270 1.760 4.670 1.290 1.040
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025 april 32.970 7.680 25.290 890 2.250 260 1.740 4.670 1.280 1.040
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025 mei 32.790 7.470 25.320 820 2.120 270 1.690 4.640 1.270 1.030
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025 juni 32.600 7.260 25.340 830 1.880 260 1.660 4.660 1.260 1.050
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025 juli 32.560 7.190 25.360 780 1.860 260 1.640 4.650 1.250 1.050
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025 augustus 32.520 7.120 25.410 740 1.820 260 1.600 4.650 1.240 1.060
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025 september 32.520 7.070 25.450 730 1.710 270 1.590 4.730 1.230 1.130
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025 oktober 32.560 7.110 25.450 730 1.750 270 1.600 4.720 1.230 1.140
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025 november 32.560 7.150 25.410 740 1.790 270 1.600 4.720 1.220 1.140
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025 december 32.550 7.230 25.320 770 1.800 270 1.610 4.750 1.220 1.170
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2026 januari 32.450 7.240 25.210 740 1.800 270 1.610 4.800 1.220 1.190
Overig Zeeland (CR) 2025 februari 82.060 21.590 60.460 3.400 8.000 540 5.520 10.580 2.580 2.630
Overig Zeeland (CR) 2025 maart 81.580 21.070 60.510 3.150 7.690 530 5.520 10.600 2.560 2.640
Overig Zeeland (CR) 2025 april 80.950 20.370 60.580 3.000 7.080 520 5.500 10.650 2.540 2.680
Overig Zeeland (CR) 2025 mei 80.410 19.690 60.720 2.480 6.900 520 5.440 10.650 2.520 2.700
Overig Zeeland (CR) 2025 juni 80.030 19.190 60.830 2.370 6.600 520 5.340 10.550 2.480 2.670
Overig Zeeland (CR) 2025 juli 79.760 18.780 60.980 2.370 6.190 520 5.250 10.530 2.460 2.680
Overig Zeeland (CR) 2025 augustus 79.750 18.660 61.090 2.300 6.130 520 5.220 10.530 2.430 2.700
Overig Zeeland (CR) 2025 september 79.740 18.500 61.250 2.210 6.050 520 5.200 10.530 2.410 2.720
Overig Zeeland (CR) 2025 oktober 79.760 18.440 61.330 2.230 5.780 520 5.210 10.720 2.390 2.910
Overig Zeeland (CR) 2025 november 79.930 18.540 61.390 2.250 5.860 520 5.210 10.740 2.370 2.940
Overig Zeeland (CR) 2025 december 80.060 18.730 61.330 2.280 6.020 520 5.240 10.740 2.350 2.960
Overig Zeeland (CR) 2026 januari 79.960 18.860 61.100 2.380 6.000 520 5.270 10.790 2.350 2.990
Alphen aan den Rijn 2025 februari 26.150 6.850 19.300 1.220 1.910 210 1.720 3.800 1.070 920
Alphen aan den Rijn 2025 maart 26.180 6.830 19.350 1.260 1.880 210 1.700 3.770 1.060 920
Alphen aan den Rijn 2025 april 26.160 6.750 19.410 1.190 1.880 210 1.690 3.770 1.050 920
Alphen aan den Rijn 2025 mei 26.210 6.770 19.450 1.190 1.880 210 1.690 3.780 1.040 930
Alphen aan den Rijn 2025 juni 26.210 6.710 19.500 1.170 1.850 210 1.670 3.780 1.030 940
Alphen aan den Rijn 2025 juli 26.260 6.740 19.520 1.170 1.860 210 1.680 3.790 1.030 950
Alphen aan den Rijn 2025 augustus 26.320 6.740 19.580 1.170 1.850 210 1.670 3.800 1.020 960
Alphen aan den Rijn 2025 september 26.420 6.810 19.610 1.220 1.860 220 1.680 3.810 1.010 970
Alphen aan den Rijn 2025 oktober 26.430 6.780 19.650 1.210 1.840 220 1.670 3.810 1.000 970
Alphen aan den Rijn 2025 november 26.510 6.820 19.690 1.230 1.850 220 1.680 3.810 1.000 970
Alphen aan den Rijn 2025 december 28.920 9.180 19.740 1.370 4.160 250 1.710 3.820 1.000 980
Alphen aan den Rijn 2026 januari 29.400 9.630 19.770 1.530 4.440 250 1.740 3.840 990 990
Bergen (L.) 2025 februari 3.890 1.110 2.780 300 230 20 190 610 260 130
Bergen (L.) 2025 maart 3.900 1.140 2.760 320 240 20 200 610 260 130
Bergen (L.) 2025 april 3.900 1.140 2.750 320 230 20 200 610 260 130
Bergen (L.) 2025 mei 3.890 1.140 2.750 310 240 20 200 620 260 130
Bergen (L.) 2025 juni 3.900 1.140 2.760 300 240 20 210 620 260 140
Bergen (L.) 2025 juli 3.870 1.100 2.760 270 230 20 200 620 260 140
Bergen (L.) 2025 augustus 3.870 1.100 2.770 270 240 20 200 610 260 140
Bergen (L.) 2025 september 3.860 1.090 2.770 260 240 20 200 610 260 140
Bergen (L.) 2025 oktober 3.850 1.080 2.770 250 230 20 200 620 260 140
Bergen (L.) 2025 november 3.860 1.080 2.780 250 240 20 200 620 250 140
Bergen (L.) 2025 december 3.880 1.090 2.790 260 230 20 190 620 250 140
Bergen (L.) 2026 januari 3.870 1.080 2.790 240 230 20 200 630 250 150
Bergen (NH.) 2025 februari 10.950 2.060 8.900 430 360 20 320 1.290 480 260
Bergen (NH.) 2025 maart 10.960 2.060 8.900 430 360 20 320 1.290 480 260
Bergen (NH.) 2025 april 10.920 2.070 8.850 430 370 20 320 1.290 480 260
Bergen (NH.) 2025 mei 10.890 2.070 8.820 410 380 20 330 1.300 480 260
Bergen (NH.) 2025 juni 10.860 2.070 8.790 400 380 20 330 1.310 480 260
Bergen (NH.) 2025 juli 10.860 2.060 8.800 400 380 30 330 1.310 470 260
Bergen (NH.) 2025 augustus 10.840 2.040 8.810 380 380 30 330 1.300 470 260
Bergen (NH.) 2025 september 10.840 2.000 8.830 370 380 30 340 1.280 460 260
Bergen (NH.) 2025 oktober 10.840 1.980 8.850 350 380 30 330 1.280 460 260
Bergen (NH.) 2025 november 10.870 1.980 8.890 350 370 30 330 1.280 460 250
Bergen (NH.) 2025 december 10.880 1.980 8.900 360 370 30 330 1.270 450 250
Bergen (NH.) 2026 januari 10.950 2.000 8.950 360 380 30 340 1.270 450 260
Bergen op Zoom 2025 februari 20.260 7.130 13.130 1.910 2.190 210 1.870 3.150 1.190 650
Bergen op Zoom 2025 maart 20.240 7.110 13.130 1.900 2.180 210 1.860 3.160 1.190 650
Bergen op Zoom 2025 april 20.300 7.150 13.150 1.930 2.190 210 1.900 3.160 1.180 650
Bergen op Zoom 2025 mei 20.230 7.140 13.090 1.890 2.210 210 1.890 3.180 1.180 650
Bergen op Zoom 2025 juni 20.230 7.200 13.030 1.880 2.220 210 1.900 3.220 1.180 660
Bergen op Zoom 2025 juli 20.110 7.130 12.970 1.800 2.240 210 1.910 3.220 1.180 660
Bergen op Zoom 2025 augustus 20.140 7.110 13.020 1.790 2.240 210 1.910 3.210 1.170 650
Bergen op Zoom 2025 september 20.030 7.000 13.030 1.680 2.240 210 1.900 3.210 1.170 660
Bergen op Zoom 2025 oktober 19.990 6.930 13.060 1.660 2.240 220 1.900 3.160 1.150 660
Bergen op Zoom 2025 november 19.950 6.890 13.060 1.610 2.230 220 1.900 3.170 1.140 670
Bergen op Zoom 2025 december 19.920 6.840 13.080 1.560 2.210 220 1.890 3.190 1.140 670
Bergen op Zoom 2026 januari 19.880 6.780 13.100 1.500 2.200 220 1.870 3.190 1.130 680
Capelle aan den IJssel 2025 februari 17.600 6.260 11.350 1.740 2.150 270 2.030 2.470 1.160 450
Capelle aan den IJssel 2025 maart 17.740 6.360 11.390 1.800 2.180 270 2.070 2.470 1.150 460
Capelle aan den IJssel 2025 april 17.790 6.450 11.340 1.830 2.220 270 2.100 2.510 1.150 470
Capelle aan den IJssel 2025 mei 17.880 6.480 11.400 1.830 2.250 270 2.120 2.510 1.140 480
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


De tabel geeft inzicht in het aantal personen met een sociale zekerheidsuitkering. Deze personen kunnen zowel in Nederland als in het buitenland woonachtig zijn. Het betreft de personen met een uitkering voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, ouderdom, bijstand en bijstandsgerelateerde uitkeringen.
De cijfers over personen met een uitkering in het kader van arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, bijstand en bijstandsgerelateerde uitkeringen zijn vanaf 2007 beschikbaar. Het aantal personen dat een uitkering voor ouderdom ontvangt is vanaf 2013 in de tabel opgenomen. De aantallen zijn uitgesplitst naar verschillende regio's in Nederland en geven de stand weer op de laatste dag van de verslagmaand.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meerdere uitkeringen. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee arbeidsongeschiktheidsuitkeringen: WIA, WAZ, Wajong of WAO) of uitkeringen van verschillend type (zoals een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW) en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen).

In oktober 2021 is een stijging te zien van het aantal personen met een WGA-uitkering. De oorzaak hiervan is een kwaliteitsverbetering van het proces waardoor een groep eigenrisicodragers die eerder ontbrak nu wel meegenomen wordt.

Status van de cijfers:
De cijfers vanaf januari 2007 zijn definitief.

Wijzigingen per 30 juni 2026:
Toegevoegd zijn de definitieve cijfers van januari 2026.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers komen in juli 2026.

Toelichting onderwerpen

Uitkeringsontvangers, totaal
Totaal aantal personen met een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of de Algemene ouderdomswet (AOW).

Met ingang van 12 mei 2016 is de WWIK niet meer als aparte regeling in de tabel opgenomen. Meer informatie over de WWIK is te lezen in de tabeltoelichting bij 'Personen met een bijstandsgerelateerde uitkeringen'.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Uitkeringsontvangers, totaal
Totaal aantal personen met een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of de Algemene ouderdomswet (AOW).

Met ingang van 12 mei 2016 is de WWIK niet meer als aparte regeling in de tabel opgenomen. Meer informatie over de WWIK is te lezen in de tabeltoelichting bij 'Personen met een bijstandsgerelateerde uitkeringen'.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Tot de AOW- leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, WWIK, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of Algemene ouderdomswet (AOW).

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.
Vanaf de AOW- leeftijd
Het aantal personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de bijstandswet of de Algemene ouderdomswet (AOW).

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.


Uitkeringsontvangers per soort uitkering
Het aantal personen dat een sociale zekerheidsuitkering ontvangt uitgesplitst naar de soort uitkering.
Het gaat hier om werkloosheidsuitkeringen, bijstandsuitkeringen, bijstandsgerelateerde uitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en AOW-uitkeringen.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering. In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard ook maar één keer geteld.
Werkloosheid
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidwet (WW).
Bijstand en bijstandsgerelateerd
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de bijstandswet of bijstandsgerelateerde wet.

Vanaf 1 januari 2015 is de Wet werk en bijstand opgegaan in de Participatiewet. Een ieder die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet.

Bijstandsgerelateerde wetten zijn de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Personen met een uitkering in het kader van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) zijn uitsluitend opgenomen in het totaal aantal personen dat een bijstandsuitkering of bijstandsgerelateerde uitkering ontvangt.

De personen met een WWIK-uitkering (Wet werk en inkomen kunstenaars) zijn per 12 mei 2016 uitsluitend opgenomen in de totalen. Meer informatie over de personen met WWIK-uitkering is te lezen in de tabeltoelichting bij ‘Personen met een bijstandsgerelateerde uitkering’.

Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz):
Het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) is ingesteld om een zelfstandige tijdelijk een uitkering te verstrekken totdat hij weer in zijn eigen levensbehoeften kan voorzien.
Degenen die in aanmerking komen voor het Bbz zijn gevestigde zelfstandigen die tijdelijk in financiële problemen verkeren, of startende zelfstandigen.
Daarnaast biedt het Bbz ook hulp aan oudere zelfstandigen met een niet-levensvatbaar bedrijf of hulp wanneer zelfstandigen hun bedrijf willen beëindigen.

Met terugwerkende kracht is vanaf 1 maart 2020 de regeling Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) van kracht. Dit heeft gezorgd voor een sterke toename in maart van het aantal personen met een bijstandsgerelateerde uitkering.



Bijstand(gerelateerd) tot AOW-leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet (PW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.

Met terugwerkende kracht is vanaf 1 maart 2020 de regeling Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) van kracht. Dit heeft gezorgd voor een sterke toename in maart van het aantal personen met een bijstandsgerelateerde uitkering. De regeling gold met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2020 en liep eind mei 2020 af. Deze regeling is opgevolgd door 'Tozo 2.0'. Vanaf 1 oktober is Tozo 2.0 opgevolgd door Tozo 3.0 die tot en met maart 2021 van kracht is.
Bijstand(gerelateerd) vanaf AOW-leeftijd
Het aantal personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet.

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.



Bijstand tot de AOW-leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet. Ingaande 1 januari 2015 is de Wet werk en bijstand opgegaan in de Participatiewet. Een ieder die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet.

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.



Arbeidsongeschiktheid
Het aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ),
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong).
Het recht op een uitkering in het kader van een van bovengenoemde wetten vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Arbeidsongeschiktheid, totaal
Het totaal aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) ontvangt.
WAO-uitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
De wet geeft werknemers die voor 1 januari 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden recht op een loonvervangende uitkering, zolang zij minimaal 15% arbeidsongeschiktheid zijn.
De WAO is met ingang van 2005 vervangen door de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), maar blijft bestaan voor mensen die al een WAO-uitkering hadden of binnen 5 jaar na het beëindigen van de uitkering opnieuw arbeidsongeschikt worden door dezelfde oorzaak.
Het recht op een WAO-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.
WIA-uitkering: WGA-regeling
Het aantal personen met een lopende WGA-uitkering waar ook daadwerkelijk een bedrag uitgekeerd wordt dat een uitkering ontvangt in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
De WIA geeft werknemers die na een wachttijd van twee jaar nog minstens 35 procent arbeidsongeschikt zijn, recht op een uitkering. De wet is zó opgezet dat men gestimuleerd wordt om naar vermogen te werken.
De wet kent twee regelingen: de regeling Inkomensverzekering volledig arbeidsongeschikten (IVA) en de regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).
De IVA regelt een uitkering voor werknemers die langdurig en volledig arbeidsongeschikt zijn. De WGA geeft recht op een loonaanvullende uitkering als een werknemer gedeeltelijk arbeidsongeschikt is.
De WIA vervangt per 29 december 2005 de WAO.
Het recht op een WIA-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.