Personen met een uitkering; uitkeringsontvangers per regio

Personen met een uitkering; uitkeringsontvangers per regio

Regio's Perioden Uitkeringsontvangers, totaal Uitkeringsontvangers, totaal (aantal personen) Uitkeringsontvangers, totaal Tot de AOW- leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers, totaal Vanaf de AOW- leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Werkloosheid (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand(gerelateerd) tot AOW-leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand(gerelateerd) vanaf AOW-leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand tot de AOW-leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid Arbeidsongeschiktheid, totaal (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid WAO-uitkering (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering: WGA-regeling (aantal personen)
Bergen (L.) 2025 januari 3.930 890 3.050 140 160 20 150 600 140 210
Bergen (L.) 2025 februari 3.940 890 3.060 120 170 20 160 610 140 220
Bergen (L.) 2025 maart 3.970 900 3.070 140 170 20 160 610 140 220
Bergen (L.) 2025 april 3.960 900 3.070 130 170 20 160 610 140 220
Bergen (L.) 2025 mei 3.970 900 3.070 130 170 20 160 620 140 220
Bergen (L.) 2025 juni 3.970 890 3.070 130 170 20 160 610 130 230
Bergen (L.) 2025 juli 3.970 900 3.070 140 170 20 160 610 130 230
Bergen (L.) 2025 augustus 3.980 900 3.080 140 170 20 160 610 130 230
Bergen (L.) 2025 september 3.990 910 3.090 140 170 20 160 610 130 230
Bergen (L.) 2025 oktober 3.980 900 3.090 130 170 20 160 610 120 230
Bergen (L.) 2025 november 4.000 900 3.090 140 170 20 160 610 120 230
Bergen (L.) 2025 december 4.000 890 3.110 130 170 20 160 610 120 230
Bergen (NH.) 2025 januari 11.120 1.800 9.320 190 360 40 330 1.270 240 330
Bergen (NH.) 2025 februari 11.120 1.800 9.320 190 350 40 320 1.280 240 340
Bergen (NH.) 2025 maart 11.120 1.800 9.320 170 360 40 320 1.290 240 350
Bergen (NH.) 2025 april 11.120 1.800 9.310 180 360 40 330 1.280 230 350
Bergen (NH.) 2025 mei 11.130 1.790 9.340 160 360 40 330 1.280 230 350
Bergen (NH.) 2025 juni 11.130 1.780 9.360 160 370 40 330 1.260 220 350
Bergen (NH.) 2025 juli 11.140 1.780 9.360 180 370 40 340 1.260 210 350
Bergen (NH.) 2025 augustus 11.130 1.780 9.350 180 360 40 330 1.250 210 350
Bergen (NH.) 2025 september 11.140 1.780 9.360 180 360 50 330 1.260 210 350
Bergen (NH.) 2025 oktober 11.170 1.800 9.370 180 360 50 330 1.270 210 360
Bergen (NH.) 2025 november 11.180 1.810 9.370 180 370 50 340 1.270 210 360
Bergen (NH.) 2025 december 11.170 1.800 9.370 170 370 50 340 1.280 210 370
Bergen op Zoom 2025 januari 20.740 6.420 14.320 720 2.150 220 1.930 3.660 580 1.190
Bergen op Zoom 2025 februari 20.780 6.450 14.330 700 2.160 220 1.940 3.700 580 1.200
Bergen op Zoom 2025 maart 20.790 6.440 14.350 690 2.170 220 1.950 3.690 570 1.190
Bergen op Zoom 2025 april 20.780 6.410 14.370 650 2.190 220 1.970 3.690 570 1.190
Bergen op Zoom 2025 mei 20.750 6.370 14.390 600 2.180 220 1.970 3.690 560 1.200
Bergen op Zoom 2025 juni 20.760 6.350 14.410 620 2.180 220 1.970 3.670 560 1.190
Bergen op Zoom 2025 juli 20.900 6.440 14.460 670 2.200 230 1.990 3.690 560 1.200
Bergen op Zoom 2025 augustus 20.950 6.460 14.490 680 2.180 220 1.980 3.700 560 1.220
Bergen op Zoom 2025 september 20.990 6.460 14.530 680 2.180 220 1.980 3.710 550 1.230
Bergen op Zoom 2025 oktober 21.040 6.480 14.560 700 2.170 220 1.980 3.730 540 1.240
Bergen op Zoom 2025 november 21.090 6.510 14.580 730 2.180 220 1.990 3.720 540 1.250
Bergen op Zoom 2025 december 21.130 6.540 14.590 760 2.180 220 1.980 3.730 540 1.250
Haaksbergen 2025 januari 7.210 1.560 5.650 190 350 40 330 1.040 190 260
Haaksbergen 2025 februari 7.240 1.570 5.670 190 360 40 330 1.050 190 260
Haaksbergen 2025 maart 7.240 1.580 5.660 190 350 40 330 1.050 190 260
Haaksbergen 2025 april 7.240 1.580 5.660 190 360 40 340 1.050 190 260
Haaksbergen 2025 mei 7.260 1.600 5.660 190 360 40 340 1.070 190 270
Haaksbergen 2025 juni 7.250 1.580 5.670 180 360 30 340 1.060 180 270
Haaksbergen 2025 juli 7.260 1.590 5.670 190 360 30 340 1.060 180 270
Haaksbergen 2025 augustus 7.280 1.600 5.680 200 360 30 340 1.060 180 270
Haaksbergen 2025 september 7.300 1.620 5.690 210 370 30 350 1.060 180 270
Haaksbergen 2025 oktober 7.310 1.620 5.690 210 370 30 350 1.060 180 270
Haaksbergen 2025 november 7.300 1.610 5.700 210 370 30 350 1.050 170 270
Haaksbergen 2025 december 7.310 1.610 5.700 200 370 30 360 1.050 170 280
Steenbergen 2025 januari 6.820 1.550 5.270 200 380 30 350 980 160 330
Steenbergen 2025 februari 6.810 1.550 5.260 190 380 30 350 990 160 330
Steenbergen 2025 maart 6.830 1.560 5.270 200 380 30 350 990 160 330
Steenbergen 2025 april 6.840 1.560 5.280 200 380 30 350 990 160 330
Steenbergen 2025 mei 6.840 1.540 5.300 180 380 30 350 1.000 160 340
Steenbergen 2025 juni 6.850 1.540 5.310 180 380 30 350 990 160 330
Steenbergen 2025 juli 6.860 1.540 5.320 180 380 40 360 1.000 160 340
Steenbergen 2025 augustus 6.880 1.550 5.330 190 370 40 350 1.000 160 350
Steenbergen 2025 september 6.890 1.550 5.340 200 370 40 350 990 160 350
Steenbergen 2025 oktober 6.930 1.570 5.360 220 370 40 350 990 150 350
Steenbergen 2025 november 6.930 1.580 5.350 220 370 40 350 1.000 150 350
Steenbergen 2025 december 6.960 1.610 5.350 230 380 40 360 1.020 160 370
Tubbergen 2025 januari 5.230 1.050 4.180 120 160 10 150 780 130 190
Tubbergen 2025 februari 5.240 1.060 4.180 130 160 10 150 780 130 200
Tubbergen 2025 maart 5.240 1.050 4.190 120 160 10 150 790 130 200
Tubbergen 2025 april 5.250 1.050 4.200 110 160 10 150 790 130 200
Tubbergen 2025 mei 5.280 1.060 4.220 110 160 10 150 800 130 200
Tubbergen 2025 juni 5.290 1.050 4.240 110 160 10 150 780 130 200
Tubbergen 2025 juli 5.290 1.040 4.240 110 160 10 150 780 130 200
Tubbergen 2025 augustus 5.290 1.030 4.260 110 160 10 150 770 120 200
Tubbergen 2025 september 5.320 1.040 4.280 120 160 10 150 770 120 200
Tubbergen 2025 oktober 5.330 1.040 4.290 120 160 10 150 760 120 200
Tubbergen 2025 november 5.340 1.040 4.300 120 160 10 150 770 120 210
Tubbergen 2025 december 5.360 1.050 4.310 130 160 10 150 770 120 210
Ubbergen 2025 januari
Ubbergen 2025 februari
Ubbergen 2025 maart
Ubbergen 2025 april
Ubbergen 2025 mei
Ubbergen 2025 juni
Ubbergen 2025 juli
Ubbergen 2025 augustus
Ubbergen 2025 september
Ubbergen 2025 oktober
Ubbergen 2025 november
Ubbergen 2025 december
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


De tabel geeft inzicht in het aantal personen met een sociale zekerheidsuitkering. Deze personen kunnen zowel in Nederland als in het buitenland woonachtig zijn. Het betreft de personen met een uitkering voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, ouderdom, bijstand en bijstandsgerelateerde uitkeringen.
De cijfers over personen met een uitkering in het kader van arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, bijstand en bijstandsgerelateerde uitkeringen zijn vanaf 2007 beschikbaar. Het aantal personen dat een uitkering voor ouderdom ontvangt is vanaf 2013 in de tabel opgenomen. De aantallen zijn uitgesplitst naar verschillende regio's in Nederland en geven de stand weer op de laatste dag van de verslagmaand.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meerdere uitkeringen. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee arbeidsongeschiktheidsuitkeringen: WIA, WAZ, Wajong of WAO) of uitkeringen van verschillend type (zoals een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW) en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen).

In oktober 2021 is een stijging te zien van het aantal personen met een WGA-uitkering. De oorzaak hiervan is een kwaliteitsverbetering van het proces waardoor een groep eigenrisicodragers die eerder ontbrak nu wel meegenomen wordt.

Status van de cijfers:
De cijfers vanaf januari 2007 zijn definitief.

Wijzigingen per 12 juni 2026:
Toegevoegd zijn de definitieve cijfers van december 2025.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers komen in juni 2026.

Toelichting onderwerpen

Uitkeringsontvangers, totaal
Totaal aantal personen met een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of de Algemene ouderdomswet (AOW).

Met ingang van 12 mei 2016 is de WWIK niet meer als aparte regeling in de tabel opgenomen. Meer informatie over de WWIK is te lezen in de tabeltoelichting bij 'Personen met een bijstandsgerelateerde uitkeringen'.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Uitkeringsontvangers, totaal
Totaal aantal personen met een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of de Algemene ouderdomswet (AOW).

Met ingang van 12 mei 2016 is de WWIK niet meer als aparte regeling in de tabel opgenomen. Meer informatie over de WWIK is te lezen in de tabeltoelichting bij 'Personen met een bijstandsgerelateerde uitkeringen'.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Tot de AOW- leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, WWIK, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of Algemene ouderdomswet (AOW).

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.
Vanaf de AOW- leeftijd
Het aantal personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de bijstandswet of de Algemene ouderdomswet (AOW).

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.


Uitkeringsontvangers per soort uitkering
Het aantal personen dat een sociale zekerheidsuitkering ontvangt uitgesplitst naar de soort uitkering.
Het gaat hier om werkloosheidsuitkeringen, bijstandsuitkeringen, bijstandsgerelateerde uitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en AOW-uitkeringen.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering. In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard ook maar één keer geteld.
Werkloosheid
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidwet (WW).
Bijstand en bijstandsgerelateerd
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de bijstandswet of bijstandsgerelateerde wet.

Vanaf 1 januari 2015 is de Wet werk en bijstand opgegaan in de Participatiewet. Een ieder die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet.

Bijstandsgerelateerde wetten zijn de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Personen met een uitkering in het kader van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) zijn uitsluitend opgenomen in het totaal aantal personen dat een bijstandsuitkering of bijstandsgerelateerde uitkering ontvangt.

De personen met een WWIK-uitkering (Wet werk en inkomen kunstenaars) zijn per 12 mei 2016 uitsluitend opgenomen in de totalen. Meer informatie over de personen met WWIK-uitkering is te lezen in de tabeltoelichting bij ‘Personen met een bijstandsgerelateerde uitkering’.

Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz):
Het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) is ingesteld om een zelfstandige tijdelijk een uitkering te verstrekken totdat hij weer in zijn eigen levensbehoeften kan voorzien.
Degenen die in aanmerking komen voor het Bbz zijn gevestigde zelfstandigen die tijdelijk in financiële problemen verkeren, of startende zelfstandigen.
Daarnaast biedt het Bbz ook hulp aan oudere zelfstandigen met een niet-levensvatbaar bedrijf of hulp wanneer zelfstandigen hun bedrijf willen beëindigen.

Met terugwerkende kracht is vanaf 1 maart 2020 de regeling Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) van kracht. Dit heeft gezorgd voor een sterke toename in maart van het aantal personen met een bijstandsgerelateerde uitkering.



Bijstand(gerelateerd) tot AOW-leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet (PW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.

Met terugwerkende kracht is vanaf 1 maart 2020 de regeling Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) van kracht. Dit heeft gezorgd voor een sterke toename in maart van het aantal personen met een bijstandsgerelateerde uitkering. De regeling gold met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2020 en liep eind mei 2020 af. Deze regeling is opgevolgd door 'Tozo 2.0'. Vanaf 1 oktober is Tozo 2.0 opgevolgd door Tozo 3.0 die tot en met maart 2021 van kracht is.
Bijstand(gerelateerd) vanaf AOW-leeftijd
Het aantal personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet.

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.



Bijstand tot de AOW-leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet. Ingaande 1 januari 2015 is de Wet werk en bijstand opgegaan in de Participatiewet. Een ieder die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet.

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.



Arbeidsongeschiktheid
Het aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ),
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong).
Het recht op een uitkering in het kader van een van bovengenoemde wetten vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Arbeidsongeschiktheid, totaal
Het totaal aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) ontvangt.
WAO-uitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
De wet geeft werknemers die voor 1 januari 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden recht op een loonvervangende uitkering, zolang zij minimaal 15% arbeidsongeschiktheid zijn.
De WAO is met ingang van 2005 vervangen door de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), maar blijft bestaan voor mensen die al een WAO-uitkering hadden of binnen 5 jaar na het beëindigen van de uitkering opnieuw arbeidsongeschikt worden door dezelfde oorzaak.
Het recht op een WAO-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.
WIA-uitkering: WGA-regeling
Het aantal personen met een lopende WGA-uitkering waar ook daadwerkelijk een bedrag uitgekeerd wordt dat een uitkering ontvangt in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
De WIA geeft werknemers die na een wachttijd van twee jaar nog minstens 35 procent arbeidsongeschikt zijn, recht op een uitkering. De wet is zó opgezet dat men gestimuleerd wordt om naar vermogen te werken.
De wet kent twee regelingen: de regeling Inkomensverzekering volledig arbeidsongeschikten (IVA) en de regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).
De IVA regelt een uitkering voor werknemers die langdurig en volledig arbeidsongeschikt zijn. De WGA geeft recht op een loonaanvullende uitkering als een werknemer gedeeltelijk arbeidsongeschikt is.
De WIA vervangt per 29 december 2005 de WAO.
Het recht op een WIA-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.