Personen met een uitkering; uitkeringsontvangers per regio

Personen met een uitkering; uitkeringsontvangers per regio

Regio's Perioden Uitkeringsontvangers, totaal Uitkeringsontvangers, totaal (aantal personen) Uitkeringsontvangers, totaal Tot de AOW- leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers, totaal Vanaf de AOW- leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Werkloosheid (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand(gerelateerd) tot AOW-leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand(gerelateerd) vanaf AOW-leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand tot de AOW-leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid Arbeidsongeschiktheid, totaal (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid WAO-uitkering (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering: WGA-regeling (aantal personen)
Noord-Brabant (PV) 2024 oktober 692.630 187.660 504.970 24.340 52.380 6.210 48.190 113.860 21.170 40.380
Noord-Brabant (PV) 2024 november 693.810 188.050 505.760 24.370 52.550 6.210 48.370 114.020 21.000 40.700
Noord-Brabant (PV) 2024 december 694.980 188.560 506.420 24.640 52.750 6.230 48.590 114.030 20.810 40.990
Noord-Brabant (PV) 2025 januari 696.760 189.820 506.940 25.750 52.750 6.260 48.670 114.230 20.630 41.320
Noord-Brabant (PV) 2025 februari 698.320 190.930 507.390 25.650 52.960 6.270 48.860 115.260 20.510 41.940
Noord-Brabant (PV) 2025 maart 699.540 191.350 508.190 25.820 53.040 6.290 48.980 115.440 20.300 42.230
Noord-Brabant (PV) 2025 april 700.490 191.420 509.070 25.570 53.150 6.310 49.100 115.700 20.150 42.420
Noord-Brabant (PV) 2025 mei 700.230 190.120 510.100 24.110 53.150 6.350 49.100 115.870 19.990 42.710
Noord-Brabant (PV) 2025 juni 700.640 189.660 510.980 24.430 53.200 6.360 49.190 115.030 19.700 42.740
Noord-Brabant (PV) 2025 juli 703.260 191.080 512.180 25.730 53.180 6.430 49.160 115.250 19.530 42.890
Noord-Brabant (PV) 2025 augustus 704.970 191.740 513.230 26.370 52.960 6.460 49.030 115.500 19.370 43.220
Noord-Brabant (PV) 2025 september 706.410 192.030 514.390 26.310 52.900 6.470 48.990 115.880 19.170 43.720
West-Noord-Brabant (CR) 2024 oktober 176.060 47.100 128.960 5.900 14.350 1.590 13.290 27.510 4.660 9.070
West-Noord-Brabant (CR) 2024 november 176.290 47.170 129.120 5.900 14.390 1.590 13.330 27.560 4.620 9.160
West-Noord-Brabant (CR) 2024 december 176.630 47.400 129.230 6.010 14.490 1.580 13.440 27.590 4.590 9.240
West-Noord-Brabant (CR) 2025 januari 177.080 47.700 129.380 6.270 14.510 1.600 13.480 27.630 4.550 9.300
West-Noord-Brabant (CR) 2025 februari 177.460 47.970 129.490 6.170 14.570 1.590 13.540 27.940 4.530 9.430
West-Noord-Brabant (CR) 2025 maart 177.700 48.060 129.640 6.230 14.580 1.600 13.560 27.960 4.480 9.460
West-Noord-Brabant (CR) 2025 april 177.840 47.990 129.850 6.100 14.610 1.590 13.600 27.990 4.430 9.480
West-Noord-Brabant (CR) 2025 mei 177.780 47.670 130.110 5.750 14.590 1.600 13.590 28.040 4.390 9.530
West-Noord-Brabant (CR) 2025 juni 177.770 47.500 130.270 5.810 14.640 1.610 13.650 27.780 4.330 9.530
West-Noord-Brabant (CR) 2025 juli 178.400 47.860 130.540 6.130 14.640 1.640 13.650 27.840 4.300 9.560
West-Noord-Brabant (CR) 2025 augustus 178.940 48.130 130.800 6.360 14.590 1.640 13.630 27.920 4.280 9.640
West-Noord-Brabant (CR) 2025 september 179.220 48.180 131.040 6.370 14.600 1.650 13.640 27.960 4.210 9.730
Midden-Noord-Brabant (CR) 2024 oktober 129.960 36.760 93.190 4.750 11.340 1.160 10.280 21.220 3.590 7.850
Midden-Noord-Brabant (CR) 2024 november 130.160 36.860 93.300 4.770 11.390 1.170 10.340 21.220 3.560 7.880
Midden-Noord-Brabant (CR) 2024 december 130.390 36.990 93.410 4.860 11.420 1.170 10.350 21.240 3.520 7.960
Midden-Noord-Brabant (CR) 2025 januari 130.670 37.200 93.470 5.050 11.430 1.180 10.380 21.280 3.490 8.020
Midden-Noord-Brabant (CR) 2025 februari 131.030 37.480 93.550 5.100 11.480 1.180 10.430 21.480 3.460 8.130
Midden-Noord-Brabant (CR) 2025 maart 131.300 37.580 93.720 5.100 11.520 1.180 10.490 21.530 3.430 8.200
Midden-Noord-Brabant (CR) 2025 april 131.620 37.730 93.890 5.110 11.590 1.180 10.550 21.600 3.410 8.240
Midden-Noord-Brabant (CR) 2025 mei 131.590 37.520 94.080 4.810 11.620 1.200 10.580 21.650 3.390 8.310
Midden-Noord-Brabant (CR) 2025 juni 131.730 37.480 94.260 4.890 11.630 1.210 10.600 21.530 3.330 8.340
Midden-Noord-Brabant (CR) 2025 juli 132.110 37.610 94.500 5.050 11.560 1.220 10.550 21.570 3.290 8.380
Midden-Noord-Brabant (CR) 2025 augustus 132.380 37.660 94.710 5.150 11.480 1.220 10.490 21.610 3.260 8.440
Midden-Noord-Brabant (CR) 2025 september 132.610 37.690 94.920 5.110 11.460 1.220 10.480 21.700 3.230 8.520
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2024 oktober 179.760 47.570 132.190 5.860 10.760 1.430 10.030 31.780 6.310 11.110
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2024 november 180.200 47.730 132.470 5.920 10.790 1.430 10.050 31.820 6.260 11.210
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2024 december 180.490 47.780 132.710 5.910 10.820 1.440 10.100 31.820 6.210 11.280
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2025 januari 181.070 48.200 132.860 6.270 10.800 1.440 10.100 31.900 6.150 11.400
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2025 februari 181.540 48.500 133.050 6.230 10.870 1.450 10.170 32.170 6.110 11.610
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2025 maart 181.920 48.650 133.260 6.290 10.920 1.460 10.220 32.250 6.050 11.740
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2025 april 182.300 48.740 133.560 6.310 10.940 1.470 10.240 32.330 6.010 11.810
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2025 mei 182.240 48.440 133.800 5.950 10.960 1.470 10.260 32.360 5.970 11.890
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2025 juni 182.360 48.310 134.050 6.040 10.960 1.460 10.270 32.150 5.870 11.920
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2025 juli 183.110 48.760 134.350 6.350 11.010 1.480 10.300 32.250 5.830 11.980
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2025 augustus 183.510 48.870 134.640 6.490 10.950 1.490 10.250 32.290 5.770 12.070
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2025 september 184.010 49.030 134.980 6.510 10.960 1.480 10.270 32.410 5.710 12.250
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2024 oktober 206.850 56.230 150.620 7.840 15.930 2.020 14.590 33.360 6.620 12.350
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2024 november 207.160 56.290 150.870 7.780 15.980 2.020 14.650 33.410 6.560 12.450
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2024 december 207.460 56.400 151.070 7.870 16.010 2.030 14.700 33.370 6.500 12.510
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2025 januari 207.940 56.720 151.220 8.170 16.010 2.040 14.710 33.420 6.440 12.600
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2025 februari 208.290 56.990 151.300 8.150 16.040 2.060 14.720 33.680 6.410 12.760
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2025 maart 208.630 57.050 151.570 8.200 16.020 2.060 14.710 33.700 6.350 12.830
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2025 april 208.740 56.960 151.780 8.060 16.010 2.070 14.710 33.780 6.290 12.890
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2025 mei 208.620 56.500 152.120 7.590 15.990 2.080 14.670 33.810 6.240 12.980
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2025 juni 208.780 56.370 152.400 7.700 15.970 2.080 14.670 33.580 6.170 12.950
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2025 juli 209.640 56.850 152.790 8.200 15.970 2.100 14.670 33.600 6.110 12.970
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2025 augustus 210.150 57.080 153.080 8.370 15.940 2.110 14.660 33.670 6.070 13.070
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2025 september 210.570 57.120 153.450 8.330 15.880 2.120 14.610 33.810 6.010 13.230
West-Brabant (AM) 2024 oktober 189.880 50.100 139.780 6.220 15.050 1.630 13.950 29.520 5.020 9.730
West-Brabant (AM) 2024 november 190.140 50.180 139.960 6.220 15.090 1.630 13.990 29.570 4.980 9.830
West-Brabant (AM) 2024 december 190.510 50.410 140.100 6.360 15.190 1.620 14.100 29.590 4.940 9.910
West-Brabant (AM) 2025 januari 190.980 50.730 140.260 6.620 15.210 1.640 14.130 29.640 4.900 9.990
West-Brabant (AM) 2025 februari 191.360 51.000 140.360 6.530 15.260 1.630 14.190 29.950 4.880 10.110
West-Brabant (AM) 2025 maart 191.630 51.100 140.530 6.580 15.280 1.640 14.220 29.980 4.820 10.150
West-Brabant (AM) 2025 april 191.810 51.040 140.770 6.450 15.300 1.630 14.250 30.020 4.780 10.170
West-Brabant (AM) 2025 mei 191.750 50.700 141.050 6.070 15.300 1.640 14.250 30.070 4.740 10.220
West-Brabant (AM) 2025 juni 191.760 50.530 141.230 6.140 15.340 1.650 14.310 29.800 4.670 10.220
West-Brabant (AM) 2025 juli 192.400 50.870 141.530 6.460 15.330 1.680 14.300 29.860 4.630 10.250
West-Brabant (AM) 2025 augustus 193.000 51.170 141.830 6.710 15.280 1.680 14.280 29.960 4.600 10.350
West-Brabant (AM) 2025 september 193.330 51.240 142.100 6.720 15.280 1.690 14.280 30.020 4.540 10.450
Midden-Brabant (AM) 2024 oktober 128.050 36.580 91.460 4.820 11.250 1.190 10.210 21.080 3.580 7.920
Midden-Brabant (AM) 2024 november 128.280 36.710 91.560 4.860 11.310 1.200 10.270 21.090 3.550 7.950
Midden-Brabant (AM) 2024 december 128.520 36.840 91.680 4.920 11.350 1.200 10.290 21.120 3.520 8.030
Midden-Brabant (AM) 2025 januari 128.830 37.060 91.770 5.150 11.350 1.210 10.310 21.150 3.480 8.080
Midden-Brabant (AM) 2025 februari 129.210 37.340 91.870 5.190 11.400 1.210 10.360 21.350 3.450 8.200
Midden-Brabant (AM) 2025 maart 129.490 37.460 92.030 5.200 11.450 1.210 10.420 21.410 3.420 8.270
Midden-Brabant (AM) 2025 april 129.760 37.580 92.180 5.190 11.530 1.210 10.490 21.460 3.400 8.320
Midden-Brabant (AM) 2025 mei 129.760 37.400 92.360 4.910 11.560 1.230 10.530 21.530 3.380 8.390
Midden-Brabant (AM) 2025 juni 129.920 37.380 92.540 4.990 11.570 1.240 10.550 21.410 3.330 8.430
Midden-Brabant (AM) 2025 juli 130.330 37.560 92.770 5.170 11.520 1.250 10.520 21.450 3.290 8.460
Midden-Brabant (AM) 2025 augustus 130.560 37.600 92.960 5.270 11.450 1.250 10.470 21.490 3.260 8.520
Midden-Brabant (AM) 2025 september 130.780 37.610 93.180 5.210 11.430 1.250 10.450 21.570 3.230 8.610
Noordoost-Brabant (AM) 2024 oktober 167.840 44.740 123.100 5.470 10.140 1.370 9.440 29.910 5.960 10.380
Noordoost-Brabant (AM) 2024 november 168.230 44.870 123.360 5.510 10.160 1.360 9.460 29.950 5.910 10.470
Noordoost-Brabant (AM) 2024 december 168.490 44.910 123.570 5.490 10.200 1.370 9.510 29.950 5.860 10.540
Noordoost-Brabant (AM) 2025 januari 169.010 45.310 123.690 5.810 10.190 1.370 9.520 30.030 5.800 10.660
Noordoost-Brabant (AM) 2025 februari 169.460 45.600 123.860 5.780 10.260 1.380 9.590 30.280 5.770 10.850
Noordoost-Brabant (AM) 2025 maart 169.800 45.730 124.070 5.830 10.290 1.400 9.630 30.350 5.710 10.980
Noordoost-Brabant (AM) 2025 april 170.180 45.830 124.340 5.870 10.310 1.400 9.640 30.430 5.670 11.040
Noordoost-Brabant (AM) 2025 mei 170.100 45.520 124.570 5.540 10.310 1.400 9.650 30.460 5.630 11.120
Noordoost-Brabant (AM) 2025 juni 170.180 45.380 124.800 5.600 10.320 1.390 9.660 30.240 5.540 11.140
Noordoost-Brabant (AM) 2025 juli 170.890 45.800 125.090 5.900 10.360 1.410 9.680 30.340 5.500 11.200
Noordoost-Brabant (AM) 2025 augustus 171.260 45.890 125.360 6.030 10.300 1.410 9.630 30.380 5.440 11.290
Noordoost-Brabant (AM) 2025 september 171.730 46.060 125.670 6.060 10.310 1.410 9.640 30.490 5.390 11.440
Zuidoost-Brabant (AM) 2024 oktober 131.520 35.640 95.870 5.110 10.640 1.390 9.660 20.450 3.950 7.600
Zuidoost-Brabant (AM) 2024 november 131.600 35.590 96.010 5.000 10.660 1.390 9.670 20.490 3.920 7.660
Zuidoost-Brabant (AM) 2024 december 131.820 35.680 96.140 5.070 10.680 1.390 9.720 20.460 3.880 7.700
Zuidoost-Brabant (AM) 2025 januari 132.090 35.870 96.230 5.270 10.680 1.400 9.730 20.460 3.850 7.740
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


De tabel geeft inzicht in het aantal personen met een sociale zekerheidsuitkering. Deze personen kunnen zowel in Nederland als in het buitenland woonachtig zijn. Het betreft de personen met een uitkering voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, ouderdom, bijstand en bijstandsgerelateerde uitkeringen.
De cijfers over personen met een uitkering in het kader van arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, bijstand en bijstandsgerelateerde uitkeringen zijn vanaf 2007 beschikbaar. Het aantal personen dat een uitkering voor ouderdom ontvangt is vanaf 2013 in de tabel opgenomen. De aantallen zijn uitgesplitst naar verschillende regio's in Nederland en geven de stand weer op de laatste dag van de verslagmaand.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meerdere uitkeringen. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee arbeidsongeschiktheidsuitkeringen: WIA, WAZ, Wajong of WAO) of uitkeringen van verschillend type (zoals een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW) en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen).

In oktober 2021 is een stijging te zien van het aantal personen met een WGA-uitkering. De oorzaak hiervan is een kwaliteitsverbetering van het proces waardoor een groep eigenrisicodragers die eerder ontbrak nu wel meegenomen wordt.

Status van de cijfers:
De cijfers vanaf januari 2007 zijn definitief.

Wijzigingen per 27 februari 2026:
Toegevoegd zijn de definitieve cijfers van september 2025.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers komen in maart 2026.

Toelichting onderwerpen

Uitkeringsontvangers, totaal
Totaal aantal personen met een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of de Algemene ouderdomswet (AOW).

Met ingang van 12 mei 2016 is de WWIK niet meer als aparte regeling in de tabel opgenomen. Meer informatie over de WWIK is te lezen in de tabeltoelichting bij 'Personen met een bijstandsgerelateerde uitkeringen'.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Uitkeringsontvangers, totaal
Totaal aantal personen met een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of de Algemene ouderdomswet (AOW).

Met ingang van 12 mei 2016 is de WWIK niet meer als aparte regeling in de tabel opgenomen. Meer informatie over de WWIK is te lezen in de tabeltoelichting bij 'Personen met een bijstandsgerelateerde uitkeringen'.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Tot de AOW- leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, WWIK, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) of Algemene ouderdomswet (AOW).

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.
Vanaf de AOW- leeftijd
Het aantal personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de bijstandswet of de Algemene ouderdomswet (AOW).

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.


Uitkeringsontvangers per soort uitkering
Het aantal personen dat een sociale zekerheidsuitkering ontvangt uitgesplitst naar de soort uitkering.
Het gaat hier om werkloosheidsuitkeringen, bijstandsuitkeringen, bijstandsgerelateerde uitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en AOW-uitkeringen.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering. In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard ook maar één keer geteld.
Werkloosheid
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidwet (WW).
Bijstand en bijstandsgerelateerd
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de bijstandswet of bijstandsgerelateerde wet.

Vanaf 1 januari 2015 is de Wet werk en bijstand opgegaan in de Participatiewet. Een ieder die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet.

Bijstandsgerelateerde wetten zijn de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Personen met een uitkering in het kader van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) zijn uitsluitend opgenomen in het totaal aantal personen dat een bijstandsuitkering of bijstandsgerelateerde uitkering ontvangt.

De personen met een WWIK-uitkering (Wet werk en inkomen kunstenaars) zijn per 12 mei 2016 uitsluitend opgenomen in de totalen. Meer informatie over de personen met WWIK-uitkering is te lezen in de tabeltoelichting bij ‘Personen met een bijstandsgerelateerde uitkering’.

Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz):
Het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) is ingesteld om een zelfstandige tijdelijk een uitkering te verstrekken totdat hij weer in zijn eigen levensbehoeften kan voorzien.
Degenen die in aanmerking komen voor het Bbz zijn gevestigde zelfstandigen die tijdelijk in financiële problemen verkeren, of startende zelfstandigen.
Daarnaast biedt het Bbz ook hulp aan oudere zelfstandigen met een niet-levensvatbaar bedrijf of hulp wanneer zelfstandigen hun bedrijf willen beëindigen.

Met terugwerkende kracht is vanaf 1 maart 2020 de regeling Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) van kracht. Dit heeft gezorgd voor een sterke toename in maart van het aantal personen met een bijstandsgerelateerde uitkering.



Bijstand(gerelateerd) tot AOW-leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet (PW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.

Met terugwerkende kracht is vanaf 1 maart 2020 de regeling Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) van kracht. Dit heeft gezorgd voor een sterke toename in maart van het aantal personen met een bijstandsgerelateerde uitkering. De regeling gold met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2020 en liep eind mei 2020 af. Deze regeling is opgevolgd door 'Tozo 2.0'. Vanaf 1 oktober is Tozo 2.0 opgevolgd door Tozo 3.0 die tot en met maart 2021 van kracht is.
Bijstand(gerelateerd) vanaf AOW-leeftijd
Het aantal personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet.

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.



Bijstand tot de AOW-leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet. Ingaande 1 januari 2015 is de Wet werk en bijstand opgegaan in de Participatiewet. Een ieder die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet.

De AOW-gerechtigde leeftijd of AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De AOW-leeftijd is tot en met 2030 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024-2027: 67 jaar
2028-2030: 67 jaar en 3 maanden.



Arbeidsongeschiktheid
Het aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ),
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong).
Het recht op een uitkering in het kader van een van bovengenoemde wetten vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Arbeidsongeschiktheid, totaal
Het totaal aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) ontvangt.
WAO-uitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
De wet geeft werknemers die voor 1 januari 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden recht op een loonvervangende uitkering, zolang zij minimaal 15% arbeidsongeschiktheid zijn.
De WAO is met ingang van 2005 vervangen door de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), maar blijft bestaan voor mensen die al een WAO-uitkering hadden of binnen 5 jaar na het beëindigen van de uitkering opnieuw arbeidsongeschikt worden door dezelfde oorzaak.
Het recht op een WAO-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.
WIA-uitkering: WGA-regeling
Het aantal personen met een lopende WGA-uitkering waar ook daadwerkelijk een bedrag uitgekeerd wordt dat een uitkering ontvangt in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
De WIA geeft werknemers die na een wachttijd van twee jaar nog minstens 35 procent arbeidsongeschikt zijn, recht op een uitkering. De wet is zó opgezet dat men gestimuleerd wordt om naar vermogen te werken.
De wet kent twee regelingen: de regeling Inkomensverzekering volledig arbeidsongeschikten (IVA) en de regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).
De IVA regelt een uitkering voor werknemers die langdurig en volledig arbeidsongeschikt zijn. De WGA geeft recht op een loonaanvullende uitkering als een werknemer gedeeltelijk arbeidsongeschikt is.
De WIA vervangt per 29 december 2005 de WAO.
Het recht op een WIA-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.