Landbouw; gewassen, dieren en grondgebruik naar regio

Landbouw; gewassen, dieren en grondgebruik naar regio

Regio's Perioden Aantal landbouwbedrijven, totaal (aantal) Grondgebruik Oppervlakte Cultuurgrond Grasland en groenvoedergewassen (are) Grondgebruik Aantal bedrijven Cultuurgrond Grasland en groenvoedergewassen (aantal) Grasland en groenvoedergewassen Oppervlakte Grasland en groenvoedergewassen, totaal (are) Grasland en groenvoedergewassen Oppervlakte Grasland Grasland, totaal (are) Grasland en groenvoedergewassen Oppervlakte Grasland Blijvend grasland (are) Grasland en groenvoedergewassen Oppervlakte Grasland Natuurlijk grasland (are) Grasland en groenvoedergewassen Oppervlakte Grasland Tijdelijk grasland (are) Grasland en groenvoedergewassen Aantal bedrijven Grasland en groenvoedergewassen, totaal (aantal) Grasland en groenvoedergewassen Aantal bedrijven Grasland Grasland, totaal (aantal) Grasland en groenvoedergewassen Aantal bedrijven Grasland Blijvend grasland (aantal) Grasland en groenvoedergewassen Aantal bedrijven Grasland Natuurlijk grasland (aantal) Grasland en groenvoedergewassen Aantal bedrijven Grasland Tijdelijk grasland (aantal)
Nederland 2025 49.077 114.769.218 40.564 114.769.218 95.041.469 65.912.138 8.958.585 20.170.746 40.564 38.620 34.664 6.452 22.969
Noord-Nederland (LD) 2025 8.947 35.463.411 8.085 35.463.411 31.084.656 23.097.265 2.691.621 5.295.770 8.085 7.813 7.316 1.498 4.382
Oost-Nederland (LD) 2025 16.068 37.500.704 14.090 37.500.704 30.300.301 21.837.589 1.903.916 6.558.796 14.090 13.478 12.400 2.028 8.274
West-Nederland (LD) 2025 12.112 23.757.795 8.656 23.757.795 21.293.432 15.097.747 2.489.321 3.706.364 8.656 8.382 7.458 1.502 4.126
Zuid-Nederland (LD) 2025 11.950 18.047.308 9.733 18.047.308 12.363.080 5.879.537 1.873.727 4.609.816 9.733 8.947 7.490 1.424 6.187
Flevoland (PV) 2025 1.578 1.875.859 983 1.875.859 1.476.540 393.918 144.172 938.450 983 902 462 109 758
Gelderland (PV) 2025 8.232 18.395.425 7.189 18.395.425 14.901.647 11.090.040 1.000.853 2.810.754 7.189 6.909 6.508 942 4.006
Noord-Holland (PV) 2025 3.211 7.413.299 2.306 7.413.299 6.846.013 4.190.522 719.559 1.935.932 2.306 2.255 1.948 386 1.246
Zuid-Holland (PV) 2025 4.060 6.943.387 2.310 6.943.387 6.385.657 5.079.666 744.955 561.036 2.310 2.257 2.102 438 852
Zeeland (PV) 2025 2.634 2.798.094 2.038 2.798.094 2.055.483 884.269 541.405 629.809 2.038 1.888 1.474 320 1.155
Bouwhoek en Hogeland (LG) 2025 1.320 5.130.237 1.167 5.130.237 4.764.065 3.442.098 435.057 886.910 1.167 1.142 1.045 186 652
Westelijk Holland (LG) 2025 4.235 6.103.606 2.115 6.103.606 5.626.335 3.710.597 508.178 1.407.560 2.115 2.071 1.826 308 1.078
Waterland en Droogmakerijen (LG) 2025 703 2.698.330 647 2.698.330 2.583.631 1.946.530 319.618 317.483 647 639 610 145 222
Hollands/Utrechts Weidegebied (LG) 2025 2.370 8.346.626 2.224 8.346.626 7.798.722 6.544.513 741.421 512.788 2.224 2.214 2.183 486 769
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens op regioniveau over grondgebruik, akkerbouw, tuinbouw, grasland, graasdieren en hokdieren.
Voor alle onderwerpen wordt zowel het telgegeven (oppervlakte, aantal dieren), als het bijbehorend aantal bedrijven gepresenteerd.

De gegevens voor deze tabel komen uit de landbouwtelling. De landbouwtelling maakt deel uit van de gecombineerde opgave, die onder meer gebruikt wordt voor de uitvoering van het landbouwbeleid en handhaving van de Meststoffenwet.

De regionale indeling van de Landbouwtelling is gebaseerd op het hoofdvestigingsadres. Hierdoor kan de regio, waaraan de landbouwactiviteiten (houden van dieren, teelt van gewassen) worden toegerekend, afwijken van de plaats waar deze activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden.

De peildatum voor het aantal dieren is 1 april; de peildatum voor de gewassen is 15 mei.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2000

Status van de cijfers: De cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 30 maart 2026: de definitieve cijfers van 2025 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Volgens planning verschijnen eind juni de eerste voorlopige cijfers ('snelle cijfers'). Op dat moment zijn nog niet alle opgaven binnen en/of volledig verwerkt, en hebben alleen de belangrijkste plausibiliteitscontroles plaatsgevonden. Voor non-respons is bijgeschat op basis van de opgave van vorig jaar.
In september wordt de gegevensverzameling afgesloten, dan wordt opnieuw bijgeschat en vinden verdere analyses en plausibiliteitscontroles plaats.
Eind september en in november worden bijgestelde voorlopige cijfers gepubliceerd en in maart van het jaar daarna volgen de definitieve cijfers.

Toelichting onderwerpen

Aantal landbouwbedrijven, totaal
Bedrijven die landbouwproducten voor de markt voortbrengen, met hoofdvestiging in Nederland, en een economische omvang >= 3000 euro SO (Standaard Opbrengst).
_
Bedrijven < 3000 euro SO zijn zeer klein, gedacht moet worden aan bijvoorbeeld slechts 1 melkkoe of 1 are paprika.
_
Tot en met 2009 werd de economische omvang van agrarische bedrijven uitgedrukt in NGE (Nederlandse Grootte Eenheid). Voor vergelijkbaarheid in de tijd zijn de gegevens van 2000 tot en met 2009 herberekend op basis van SO-normen en -indelingen. De oorspronkelijke ondergrens (3 NGE) is echter gehandhaafd, waardoor de populatie ongewijzigd is gebleven.
_
Met ingang van 2016 wordt bij de afbakening van de Landbouwtelling gebruik gemaakt van informatie uit het Handelsregister. Dit heeft vooral invloed op het aantal bedrijven, hier treedt een duidelijke trendbreuk op. De invloed op arealen (behalve bij niet-cultuurgrond en natuurlijk grasland) en de dieraantallen (behalve bij schapen, en paarden en pony’s) zijn beperkt. Dit heeft met name te maken met het soort bedrijven dat bij de nieuwe afbakening wordt uitgesloten (zoals maneges, kinderboerderijen en natuurbeheer organisaties).
_
Met ingang van 2022 maken paarden en pony’s geen onderdeel meer uit van de Landbouwtelling. Dit heeft invloed op het totaal aantal landbouwbedrijven in de Landbouwtelling, hier treedt een duidelijke trendbreuk op.
_
Voor meer uitleg over de afbakening van de Landbouwtelling en de SO wordt verwezen naar de tabeltoelichting.

Grondgebruik
Oppervlakte
Cultuurgrond
Cultuurgrond is grond die, blijvend dan wel tijdelijk, deel uitmaakt van het bedrijf, en in hoofdzaak bestemd is voor het voortbrengen van landbouwproducten (akkerbouw, tuinbouw, veehouderij), met inbegrip van braakland en (tijdelijk) grasland.
Grasland en groenvoedergewassen
Grasland en voedergewassen dienen doorgaans als vers plantaardig veevoer.
Aantal bedrijven
Let op:
De som van onderliggende delen kan groter zijn dan het totaal voor de hele groep, omdat bij een bedrijf meerdere activiteiten (houden van dieren, teelt van gewassen) kunnen voorkomen (zo’n bedrijf telt mee voor iedere afzonderlijke activiteit, maar slechts eenmaal in het totaal).
Cultuurgrond
Cultuurgrond is grond die, blijvend dan wel tijdelijk, deel uitmaakt van
het bedrijf, en in hoofdzaak bestemd is voor het voortbrengen van
landbouwproducten (akkerbouw, tuinbouw, veehouderij), met inbegrip van
braakland en (tijdelijk) grasland.
Grasland en groenvoedergewassen
Grasland en voedergewassen dienen doorgaans als vers plantaardig veevoer.
Grasland en groenvoedergewassen
Grasland en voedergewassen dienen doorgaans als vers plantaardig veevoer.
Oppervlakte
Grasland en groenvoedergewassen, totaal
Grasland
Grasland, totaal
Blijvend grasland
Grond met een natuurlijke of ingezaaide vegetatie van grassen of anderekruidachtige voedergewassen, die voor ten minste 5 jaar niet in de vruchtwisseling is meegenomen.
_
Vruchtwisseling is het op een perceel na elkaar telen van verschillende gewassen om bodemziekten te voorkomen.
Natuurlijk grasland
Grond met een natuurlijke of ingezaaide vegetatie van grassen of andere kruidachtige voedergewassen waarvan de opbrengst niet meer bedraagt dan 5 ton droge stof/ha per jaar en waarbij het beheer gedurende meerdere jaren op geen enkele wijze gericht is op een verhoging of handhaving van de landbouwkundige productie. Hiermee worden maatregelen bedoeld zoals bemesting, drainage en onkruidbestrijding.
Tijdelijk grasland
Grond met een natuurlijke of ingezaaide vegetatie van grassen of andere kruidachtige voedergewassen, die voor minder dan 5 jaar niet in de vruchtwisseling is meegenomen.
_
Vruchtwisseling is het op een perceel na elkaar telen van verschillende gewassen om bodemziekten te voorkomen.
Aantal bedrijven
Let op:
De som van onderliggende delen kan groter zijn dan het totaal voor de hele groep, omdat bij een bedrijf meerdere activiteiten (houden van dieren, teelt van gewassen) kunnen voorkomen (zo’n bedrijf telt mee voor iedere afzonderlijke activiteit, maar slechts eenmaal in het totaal).
Grasland en groenvoedergewassen, totaal
Grasland
Grasland, totaal
Blijvend grasland
Grond met een natuurlijke of ingezaaide vegetatie van grassen of andere kruidachtige voedergewassen, die voor ten minste 5 jaar niet in de vruchtwisseling is meegenomen.
_
Vruchtwisseling is het op een perceel na elkaar telen van verschillende gewassen om bodemziekten te voorkomen.
Natuurlijk grasland
Grond met een natuurlijke of ingezaaide vegetatie van grassen of andere kruidachtige voedergewassen waarvan de opbrengst niet meer bedraagt dan 5 ton droge stof/ha per jaar en waarbij het beheer gedurende meerdere jaren op geen enkele wijze gericht is op een verhoging of handhaving van de landbouwkundige productie. Hiermee worden maatregelen bedoeld zoals bemesting, drainage en onkruidbestrijding.
Tijdelijk grasland
Grond met een natuurlijke of ingezaaide vegetatie van grassen of andere kruidachtige voedergewassen, die voor minder dan 5 jaar niet in de vruchtwisseling is meegenomen.
_
Vruchtwisseling is het op een perceel na elkaar telen van verschillende gewassen om bodemziekten te voorkomen.