Landbouw; gewassen, dieren en grondgebruik naar regio

Landbouw; gewassen, dieren en grondgebruik naar regio

Regio's Perioden Aantal landbouwbedrijven, totaal (aantal)
Nederland 2026* 48.565
Noord-Nederland (LD) 2026* 8.891
Oost-Nederland (LD) 2026* 15.838
West-Nederland (LD) 2026* 11.983
Zuid-Nederland (LD) 2026* 11.853
Groningen (PV) 2026* 2.354
Fryslân (PV) 2026* 3.938
Drenthe (PV) 2026* 2.599
Overijssel (PV) 2026* 6.161
Flevoland (PV) 2026* 1.560
Gelderland (PV) 2026* 8.117
Utrecht (PV) 2026* 2.182
Noord-Holland (PV) 2026* 3.186
Zuid-Holland (PV) 2026* 3.996
Zeeland (PV) 2026* 2.619
Noord-Brabant (PV) 2026* 8.523
Limburg (PV) 2026* 3.330
Bouwhoek en Hogeland (LG) 2026* 1.305
Veenkoloniën en Oldambt (LG) 2026* 2.546
Noordelijk Weidegebied (LG) 2026* 6.053
Oostelijk Veehouderijgebied (LG) 2026* 9.185
Centraal Veehouderijgebied (LG) 2026* 2.518
IJsselmeerpolders (LG) 2026* 2.093
Westelijk Holland (LG) 2026* 4.183
Waterland en Droogmakerijen (LG) 2026* 689
Hollands/Utrechts Weidegebied (LG) 2026* 2.343
Rivierengebied (LG) 2026* 2.649
Zuidwestelijk Akkerbouwgebied (LG) 2026* 4.155
Zuidwest-Brabant (LG) 2026* 1.256
Zuidelijk Veehouderijgebied (LG) 2026* 8.729
Zuid-Limburg (LG) 2026* 861
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens op regioniveau over grondgebruik, akkerbouw, tuinbouw, grasland, graasdieren en hokdieren.
Voor alle onderwerpen wordt zowel het telgegeven (oppervlakte, aantal dieren), als het bijbehorend aantal bedrijven gepresenteerd.

De gegevens voor deze tabel komen uit de landbouwtelling. De landbouwtelling maakt deel uit van de gecombineerde opgave, die onder meer gebruikt wordt voor de uitvoering van het landbouwbeleid en handhaving van de Meststoffenwet.

De regionale indeling van de Landbouwtelling is gebaseerd op het hoofdvestigingsadres. Hierdoor kan de regio, waaraan de landbouwactiviteiten (houden van dieren, teelt van gewassen) worden toegerekend, afwijken van de plaats waar deze activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden.

De peildatum voor het aantal dieren is 1 april; de peildatum voor de gewassen is 15 mei.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2000

Status van de cijfers: De cijfers van 2026 zijn voorlopig, de overige cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 30 juni 2026: de voorlopige cijfers van 2026 zijn toegevoegd. De cijfers voor tuinbouw onder glas, bollenbroei, paddenstoelenteelt, witloftrek, jongvee voor de vleesproductie, pluimvee en arbeid zijn nog niet beschikbaar.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Volgens planning verschijnen eind juni de eerste voorlopige cijfers ('snelle cijfers'). Op dat moment zijn nog niet alle opgaven binnen en/of volledig verwerkt, en hebben alleen de belangrijkste plausibiliteitscontroles plaatsgevonden. Voor non-respons is bijgeschat op basis van de opgave van vorig jaar.
In september wordt de gegevensverzameling afgesloten, dan wordt opnieuw bijgeschat en vinden verdere analyses en plausibiliteitscontroles plaats.
Eind september en in november worden bijgestelde voorlopige cijfers gepubliceerd en in maart van het jaar daarna volgen de definitieve cijfers.

Toelichting onderwerpen

Aantal landbouwbedrijven, totaal
Bedrijven die landbouwproducten voor de markt voortbrengen, met hoofdvestiging in Nederland, en een economische omvang >= 3000 euro SO (Standaard Opbrengst).
_
Bedrijven < 3000 euro SO zijn zeer klein, gedacht moet worden aan bijvoorbeeld slechts 1 melkkoe of 1 are paprika.
_
Tot en met 2009 werd de economische omvang van agrarische bedrijven uitgedrukt in NGE (Nederlandse Grootte Eenheid). Voor vergelijkbaarheid in de tijd zijn de gegevens van 2000 tot en met 2009 herberekend op basis van SO-normen en -indelingen. De oorspronkelijke ondergrens (3 NGE) is echter gehandhaafd, waardoor de populatie ongewijzigd is gebleven.
_
Met ingang van 2016 wordt bij de afbakening van de Landbouwtelling gebruik gemaakt van informatie uit het Handelsregister. Dit heeft vooral invloed op het aantal bedrijven, hier treedt een duidelijke trendbreuk op. De invloed op arealen (behalve bij niet-cultuurgrond en natuurlijk grasland) en de dieraantallen (behalve bij schapen, en paarden en pony’s) zijn beperkt. Dit heeft met name te maken met het soort bedrijven dat bij de nieuwe afbakening wordt uitgesloten (zoals maneges, kinderboerderijen en natuurbeheer organisaties).
_
Met ingang van 2022 maken paarden en pony’s geen onderdeel meer uit van de Landbouwtelling. Dit heeft invloed op het totaal aantal landbouwbedrijven in de Landbouwtelling, hier treedt een duidelijke trendbreuk op.
_
Voor meer uitleg over de afbakening van de Landbouwtelling en de SO wordt verwezen naar de tabeltoelichting.