Buurtproblemen, onveiligheid, slachtofferschap naar kenmerken(VMR '05-'08)
| Persoons- en buurtkenmerken | Cijfersoort | Perioden | Buurtproblemen Sociale cohesie Mensen gaan prettig met elkaar om (% (helemaal) eens) | Buurtproblemen Sociale cohesie Mensen kennen elkaar nauwelijks (% (helemaal) eens) | Onveiligheidsgevoelens Onveiligheidsgevoelens in situaties In openbaar vervoer (% voelt zich wel eens onveilig) | Onveiligheidsgevoelens Vermijdingsgedrag Laat waardevolle spullen thuis (% komt vaak voor) | Onveiligheidsgevoelens Vermijdingsgedrag Kinderen mogen niet ergens naar toe (% komt vaak voor) | Onveiligheidsgevoelens Vermijdingsgedrag Reist niet met openbaar vervoer (% komt vaak voor) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Leeftijd 15 tot 18 jaar | Waarde | 2008 | 85,6 | 12,5 | 3,5 | 5,6 | . | 1,2 |
| Leeftijd 15 tot 18 jaar | Betrouwbaarheidsmarge | 2008 | 2,1 | 2,0 | 1,1 | 1,4 | . | 0,8 |
| Leeftijd 18 tot 25 jaar | Waarde | 2008 | 81,2 | 24,2 | 6,8 | 6,4 | . | 1,6 |
| Leeftijd 18 tot 25 jaar | Betrouwbaarheidsmarge | 2008 | 1,8 | 1,9 | 1,2 | 1,1 | . | 0,6 |
| Leeftijd 25 tot 35 jaar | Waarde | 2008 | 81,7 | 24,6 | 5,3 | 7,6 | 24,2 | 1,9 |
| Leeftijd 25 tot 35 jaar | Betrouwbaarheidsmarge | 2008 | 1,5 | 1,6 | 0,9 | 1,0 | 3,6 | 0,6 |
| Leeftijd 35 tot 45 jaar | Waarde | 2008 | 87,0 | 17,8 | 4,4 | 6,6 | 18,3 | 2,5 |
| Leeftijd 35 tot 45 jaar | Betrouwbaarheidsmarge | 2008 | 1,1 | 1,2 | 0,6 | 0,8 | 1,6 | 0,6 |
| Leeftijd 45 tot 55 jaar | Waarde | 2008 | 87,4 | 17,8 | 5,7 | 9,3 | 17,7 | 1,8 |
| Leeftijd 45 tot 55 jaar | Betrouwbaarheidsmarge | 2008 | 1,1 | 1,2 | 0,7 | 0,9 | 2,3 | 0,5 |
| Leeftijd 55 tot 65 jaar | Waarde | 2008 | 87,0 | 19,0 | 4,5 | 10,7 | 19,7 | 2,7 |
| Leeftijd 55 tot 65 jaar | Betrouwbaarheidsmarge | 2008 | 1,1 | 1,3 | 0,7 | 1,0 | 9,4 | 0,7 |
| Leeftijd 65 tot 75 jaar | Waarde | 2008 | 87,6 | 20,8 | 3,0 | 13,0 | . | 2,7 |
| Leeftijd 65 tot 75 jaar | Betrouwbaarheidsmarge | 2008 | 1,4 | 1,7 | 0,8 | 1,4 | . | 0,9 |
| Leeftijd 75 jaar of ouder | Waarde | 2008 | 88,4 | 22,6 | 1,4 | 11,4 | . | 1,9 |
| Leeftijd 75 jaar of ouder | Betrouwbaarheidsmarge | 2008 | 1,6 | 2,1 | 0,6 | 1,7 | . | 1,0 |
| Herkomst westerse allochtoon | Waarde | 2008 | 84,7 | 22,7 | 4,8 | 10,1 | 22,4 | 2,2 |
| Herkomst westerse allochtoon | Betrouwbaarheidsmarge | 2008 | 1,7 | 1,9 | 1,0 | 1,4 | 4,4 | 0,8 |
| Herkomst niet-westerse allochtoon | Waarde | 2008 | 75,1 | 29,6 | 7,3 | 11,7 | 25,4 | 2,4 |
| Herkomst niet-westerse allochtoon | Betrouwbaarheidsmarge | 2008 | 2,4 | 2,5 | 1,4 | 1,8 | 4,5 | 1,0 |
| Standaard huishoudinkomen 1e 20% groep | Waarde | 2008 | 78,3 | 24,6 | 5,5 | 10,2 | 24,6 | 1,8 |
| Standaard huishoudinkomen 1e 20% groep | Betrouwbaarheidsmarge | 2008 | 1,5 | 1,6 | 0,9 | 1,1 | 3,3 | 0,6 |
| Standaard huishoudinkomen 2e 20% groep | Waarde | 2008 | 84,0 | 21,0 | 3,5 | 9,2 | 22,0 | 2,3 |
| Standaard huishoudinkomen 2e 20% groep | Betrouwbaarheidsmarge | 2008 | 1,2 | 1,3 | 0,6 | 0,9 | 2,7 | 0,6 |
| Standaard huishoudinkomen 3e 20% groep | Waarde | 2008 | 86,6 | 19,6 | 4,4 | 8,7 | 16,3 | 2,2 |
| Standaard huishoudinkomen 3e 20% groep | Betrouwbaarheidsmarge | 2008 | 1,0 | 1,2 | 0,6 | 0,8 | 2,3 | 0,5 |
| Standaard huishoudinkomen 4e 20% groep | Waarde | 2008 | 88,2 | 17,8 | 5,1 | 7,8 | 16,5 | 2,2 |
| Standaard huishoudinkomen 4e 20% groep | Betrouwbaarheidsmarge | 2008 | 0,9 | 1,1 | 0,7 | 0,8 | 2,5 | 0,5 |
| Standaard huishoudinkomen 5e 20% groep | Waarde | 2008 | 90,3 | 18,1 | 4,5 | 8,7 | 14,8 | 2,1 |
| Standaard huishoudinkomen 5e 20% groep | Betrouwbaarheidsmarge | 2008 | 0,9 | 1,1 | 0,6 | 0,8 | 2,7 | 0,5 |
| Zeer sterk stedelijk | Waarde | 2008 | 75,9 | 33,8 | 8,4 | 12,8 | 31,2 | 2,7 |
| Zeer sterk stedelijk | Betrouwbaarheidsmarge | 2008 | 1,6 | 1,7 | 1,0 | 1,2 | 4,6 | 0,7 |
| Sterk stedelijk | Waarde | 2008 | 83,0 | 23,3 | 5,3 | 11,3 | 24,0 | 2,8 |
| Sterk stedelijk | Betrouwbaarheidsmarge | 2008 | 1,1 | 1,2 | 0,6 | 0,9 | 2,7 | 0,6 |
| Niet-westerse allocht. in buurt 1e 20% | Waarde | 2008 | 93,7 | 6,8 | 2,3 | 5,3 | 9,3 | 1,3 |
| Niet-westerse allocht. in buurt 1e 20% | Betrouwbaarheidsmarge | 2008 | 0,7 | 0,8 | 0,5 | 0,7 | 1,9 | 0,5 |
| Niet-westerse allocht. in buurt 2e 20% | Waarde | 2008 | 91,3 | 12,1 | 2,5 | 6,5 | 13,9 | 1,2 |
| Niet-westerse allocht. in buurt 2e 20% | Betrouwbaarheidsmarge | 2008 | 0,7 | 0,9 | 0,4 | 0,6 | 2,1 | 0,3 |
| Niet-westerse allocht. in buurt 3e 20% | Waarde | 2008 | 88,4 | 19,3 | 3,8 | 8,4 | 17,1 | 2,1 |
| Niet-westerse allocht. in buurt 3e 20% | Betrouwbaarheidsmarge | 2008 | 1,0 | 1,2 | 0,6 | 0,8 | 2,5 | 0,5 |
| Niet-westerse allocht. in buurt 4e 20% | Waarde | 2008 | 84,1 | 24,6 | 5,2 | 9,8 | 21,6 | 2,4 |
| Niet-westerse allocht. in buurt 4e 20% | Betrouwbaarheidsmarge | 2008 | 1,1 | 1,3 | 0,7 | 0,9 | 2,8 | 0,6 |
| Niet-westerse allocht. in buurt 5e 20% | Waarde | 2008 | 75,4 | 32,3 | 8,1 | 12,7 | 30,5 | 3,0 |
| Niet-westerse allocht. in buurt 5e 20% | Betrouwbaarheidsmarge | 2008 | 1,3 | 1,4 | 0,8 | 1,1 | 3,3 | 0,6 |
| Bron: CBS. | ||||||||
Tabeltoelichting
In deze tabel vindt u een overzicht van ervaren buurtproblemen, onveiligheidsbeleving en slachtofferschap van
personen op basis van de Veiligheids Monitor Rijk (VMR).
Het gaat over buurtproblemen (verkeersoverlast, overige overlast, fysieke verloedering en sociale cohesie), onveiligheidsgevoelens, (onveiligheidsgevoelens algemeen en in specifieke situaties, vermijdingsgedrag), slachtofferschap van criminaliteit (slachtofferschap totaal, geweldsdelicten en vermogensdelicten).
Het gaat steeds om gegevens over de bevolking van 15 jaar of ouder, tenzij anders vermeld. Opgenomen zijn de landelijke cijfers en de cijfers naar persoons- en buurtkenmerken.
De buurten zijn ingedeeld op basis van 6-cijferige postcodes zoals beschreven in de tabel href="http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=70904NED&D1=0,9,12-16,119-122&D2=10073-10091,10093-10096,10099-10125,10127-10141&D3=4&VW=T">Kerncijfers wijken en buurten 2003-2008.
De VMR is telkens uitgevoerd in het eerste kwartaal van de jaren 2005 t/m 2008.
Omdat een groot deel van de VMR betrekking heeft op ervaringen in de voorgaande 12 maanden zijn hieraan telkens de buurtgegevens gekoppeld over het jaar voorafgaande aan het interviewjaar van de VMR.
Door wijziging in vraagstelling, onderzoeksopzet en/of context zijn de VMR-gegevens niet vergelijkbaar met gegevens uit andere bronnen, zoals de Integrale VeiligheidsMonitor (IVM, vanaf 2008) en eerdere veiligheids- en/of slachtofferenquêtes.
Gegevens beschikbaar: 2005 tot en met 2008
Deze tabel is stopgezet per 15-3-2013 en voortgezet als “Leefbaarheid woonbuurt; persoonskenmerken (IVM)”, “Leefbaarheid woonbuurt; buurtkenmerken (IVM)” “Onveiligheidsbeleving; persoonskenmerken (IVM)”, “Onveiligheidsbeleving; buurtkenmerken (IVM)”, “Slachtofferschap; persoonskenmerken (IVM)” en “Slachtofferschap; buurtkenmerken (IVM)”. Zie ook paragraaf 3.
Status van de cijfers: definitief
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Deze tabel is stopgezet per 15-3-2013.
Toelichting onderwerpen
- Buurtproblemen
- In de VMR zijn aan alle respondenten vragen gesteld over problemen
waarmee de buurt te maken kan hebben,
zoals verkeersoverlast, overige overlast en fysieke verloedering.
Daarbij worden telkens deelproblemen genoemd waarvan de respondent
kan aangeven of die in zijn buurt vaak, soms, of nooit of bijna nooit
voorkomen.- Sociale cohesie
- In de VMR is - mede op verzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau -
een aantal vragen opgenomen over de betrokkenheid van respondenten bij de
beleving van hun woonbuurt. Dit gebeurt in de vorm van
een achttal stellingen waarvan de respondenten kunnen aangeven in
hoeverre zij het hiermee eens zijn (antwoordmogelijkheden: helemaal
mee eens; mee eens; niet mee eens, niet mee oneens; mee oneens;
helemaal mee oneens).- Mensen gaan prettig met elkaar om
- Stelling: In deze buurt gaat men op een prettige manier met elkaar om.
- Mensen kennen elkaar nauwelijks
- Stelling: De mensen kennen elkaar in deze buurt nauwelijks.
- Onveiligheidsgevoelens
- In de VMR wordt de respondenten een aantal vragen voorgelegd over door
hen ervaren onveiligheidsgevoelens.
Naast vragen of men zich wel eens onveilig voelt in het algemeen en in
bepaalde situaties is aan alle respondenten gevraagd of zij bepaalde
(vermeende) onveilige situaties vermijden.- Onveiligheidsgevoelens in situaties
- Gevraagd is telkens of men zich in de betreffende situatie wel eens
onveilig voelt. (antwoordmogelijkheden: 'ja'; 'nee'; 'niet van
toepassing' (behalve bij 'op straat in eigen buurt' en 'in eigen huis').
Deze vragen zijn alleen gesteld aan degenen die 'ja' antwoordden op de
vraag of men zich wel eens onveilig voelt.
Het weergegeven percentage heeft betrekking op alle respondenten.- In openbaar vervoer
- Vermijdingsgedrag
- Gevraagd is telkens of het wel eens voorkomt dat men de betreffende
situatie mijdt omdat men het daar niet veilig vindt
(antwoordmogelijkheden: 'ja, vaak'; 'ja, soms'; 'nee', tenzij anders
vermeld).
Deze vragen zijn alleen gesteld aan degenen die 'ja' antwoordden op de
vraag of men zich wel eens onveilig voelt.- Laat waardevolle spullen thuis
- Kinderen mogen niet ergens naar toe
- Vraag: 'Komt het wel eens voor dat u uw kinderen niet toestaat ergens
naar toe te gaan omdat u het niet veilig vindt?'
Antwoordmogelijkheden: 'ja, vaak'; 'ja, soms'; 'nee'; 'niet van
toepassing'.
Personen die 'niet van toepassing' antwoordden of die niet uit
huishoudens met kinderen afkomstig zijn, zijn niet meegerekend.
- Reist niet met openbaar vervoer
- Antwoordmogelijkheden: 'ja, vaak'; 'ja, soms'; 'nee'; 'niet van
toepassing (reist niet met openbaar vervoer)'.
Personen die 'niet van toepassing' antwoordden zijn niet meegerekend.