Bedrijven; naar economische activiteit (SBI 2008, 2006-2010
| Bedrijfstakken/branches (SBI 2008) | Perioden | Totaal aantal bedrijven (aantal) | Rechtsvorm Natuurlijke personen (aantal) | Rechtsvorm Rechtspersonen (aantal) |
|---|---|---|---|---|
| 47192 Winkels in non-food algemeen | 2010 | 200 | 45 | 155 |
| 472 Winkels in voedingsmiddelen | 2010 | 8.580 | 7.805 | 775 |
| 4721 Groentewinkels | 2010 | 1.075 | 1.020 | 55 |
| 4723 Viswinkels | 2010 | 575 | 520 | 55 |
| 47241 Winkels in brood en banket | 2010 | 565 | 525 | 40 |
| 47242 Winkels in chocolade en suikerwerk | 2010 | 380 | 350 | 30 |
| 4726 Winkels in tabaksproducten | 2010 | 1.075 | 1.000 | 75 |
| 47291 Winkels in kaas | 2010 | 400 | 380 | 20 |
| 47292 Winkels in natuurvoeding | 2010 | 370 | 310 | 65 |
| 47293 Winkels in buitenlandse voeding | 2010 | 440 | 410 | 30 |
| 47299 Winkels in overige voeding (rest) | 2010 | 500 | 420 | 80 |
| 474 Winkels in consumenten-elektronica | 2010 | 2.420 | 1.830 | 585 |
| 4741 Winkels in computers en software | 2010 | 950 | 785 | 160 |
| 4742 Winkels in communicatieapparatuur | 2010 | 390 | 275 | 115 |
| 47431 Winkels in bruingoed | 2010 | 595 | 435 | 160 |
| 47432 Winkels in wit- en bruingoed samen | 2010 | 485 | 335 | 150 |
| 475 Winkels in overige huishoudwaren | 2010 | 10.575 | 7.260 | 3.315 |
| 47511 Winkels in kledingsstoffen | 2010 | 165 | 150 | 15 |
| 47512 Winkels in huishoudtextiel | 2010 | 55 | 40 | 10 |
| 47513 Winkels in handwerken en breiwol | 2010 | 295 | 280 | 15 |
| 47521 Winkels in ijzerwaren | 2010 | 550 | 405 | 145 |
| 47522 Winkels in verf en behang | 2010 | 460 | 345 | 115 |
| 47523 Winkels in houten bouwmaterialen | 2010 | 170 | 125 | 50 |
| 47524 Winkels in tegels | 2010 | 190 | 105 | 85 |
| 47525 Winkels in keukens | 2010 | 620 | 240 | 375 |
| 47526 Winkels in vloeren | 2010 | 520 | 415 | 105 |
| 47527 Winkels in overig bouwmateriaal | 2010 | 415 | 230 | 185 |
| 4753 Winkels in tapijt en gordijnen | 2010 | 970 | 740 | 230 |
| 47541 Winkels in witgoed | 2010 | 215 | 160 | 50 |
| 47542 Winkels in naai- en breimachines | 2010 | 135 | 120 | 15 |
| 47543 Winkels overige huishoudapparatuur | 2010 | 100 | 75 | 25 |
| 47544 Winkels in elektrische onderdelen | 2010 | 170 | 155 | 15 |
| 47591 Winkels in meubels | 2010 | 1.905 | 1.175 | 730 |
| 47592 Winkels in verlichtingsartikelen | 2010 | 260 | 200 | 60 |
| 47593 Winkels woninginrichting algemeen | 2010 | 1.225 | 810 | 410 |
| 47594 Winkels in muziekinstrumenten | 2010 | 330 | 260 | 70 |
| 47595 Winkels in porselein en aardewerk | 2010 | 250 | 205 | 40 |
| 47596 Winkels in overige huishoudwaren | 2010 | 110 | 85 | 25 |
| 47597 Winkels in huishoudwaren algemeen | 2010 | 595 | 495 | 100 |
| 476 Winkels in recreatie-artikelen | 2010 | 6.100 | 4.900 | 1.200 |
| 4761 Boekenwinkels | 2010 | 490 | 355 | 130 |
| 4762 Winkels in lectuur en schrijfwaren | 2010 | 1.075 | 830 | 250 |
| 4763 Winkels in audio- en video-opnamen | 2010 | 320 | 275 | 45 |
| 47641 Winkels in fietsen en bromfietsen | 2010 | 1.855 | 1.585 | 270 |
| 47642 Winkels in watersportartikelen | 2010 | 395 | 285 | 110 |
| 47643 Winkels in sportartikelen | 2010 | 1.210 | 915 | 300 |
| 47644 Winkels in kampeerartikelen | 2010 | 50 | 30 | 20 |
| 4765 Speelgoedwinkels | 2010 | 705 | 630 | 75 |
| 477 Winkels in overige artikelen | 2010 | 27.085 | 21.185 | 5.900 |
| 47711 Winkels in herenkleding | 2010 | 785 | 525 | 255 |
| Bron: CBS. | ||||
Tabeltoelichting
Deze tabel bevat gegevens over het aantal bedrijven en instellingen naar
economische activiteit, gebaseerd op de Standaard Bedrijfsindeling 2008
(SBI 2008) onderverdeeld naar (sub)klassen van de SBI 2008). De bedrijven
zijn voorts ingedeeld naar bedrijfsgrootte op basis van het aantal werkzame
personen en naar rechtsvorm. Het aantal bedrijven is afgerond op een
veelvoud van vijf.
Gegevens beschikbaar vanaf: 1 januari 2006
Status van de cijfers: definitief
Nieuwe versie:
Met ingang van het statistiekjaar 2008 wordt de nieuwe standaard
bedrijfsindeling 2008 gehanteerd. De reeks is teruggelegd tot en met 2006.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De tabel is per 20 april 2012 stopgezet.
Het samenstellen van de cijfers is in vergelijking met voorgaande jaren op twee belangrijke onderdelen gewijzigd:
- de statistische eenheid is veranderd.
- kleine bedrijven zijn opgenomen in het kader. Het urencriterium (15 uur) is losgelaten.
Genoemde wijzigingen zijn dusdanig ingrijpend dat de uitkomsten niet vergelijkbaar zijn met die van eerdere jaren en daarom is gestart met een nieuwe tabel waarin de cijfers zijn teruggelegd tot en met 2007.
Toelichting onderwerpen
- Totaal aantal bedrijven
- Het aantal bedrijven is afgerond op een veelvoud van vijf.
Bedrijf:
De feitelijke transactor in het productieproces gekenmerkt door
zelfstandigheid ten aanzien van de beslissingen over dat proces en door
het aanbieden van zijn producten aan derden.
Uit deze definitie en in het bijzonder uit het element zelfstandigheid
volgt dat een bedrijf meer dan één vestiging kan omvatten, maar ook meer
dan één juridische eenheid. (Onder juridische eenheden worden zowel
natuurlijke als rechtspersonen verstaan). Dit is het geval wanneer de
afzonderlijke vestigingen of juridische eenheden niet zelfstandig
opereren. Andersom komt het voor dat binnen een juridische eenheid
verschillende onderdelen te onderscheiden zijn die wat betreft de
productie zelfstandig opereren.
Deze vormen dan op grond van de definitie evenzovele bedrijven. Dit
laatste doet zich vooral voor bij grotere concerns met uiteenlopende
activiteiten. Wanneer een aldus gedefinieerde eenheid zich uitstrekt over
verschillende landen wordt ter wille van de nationale statistiek het
Nederlandse deel als een geheel bedrijf beschouwd.
In de officiële CBS-terminologie wordt het bedrijf zoals hier
gedefinieerd bedrijfseenheid (BE) genoemd, zodat geen verwarring kan
ontstaan met de term bedrijf uit het - in dit opzicht weinig precieze -
spraakgebruik.
De statistische eenheid bedrijf is een operationalisering van de
kind-of-activity unit, zoals gedefinieerd door Eurostat. Deze definitie
combineert twee eisen die strijdig kunnen zijn: bijdragen aan één
activiteit versus het overeenkomen met één of meer operationele eenheden.
Nederland geeft bij het operationaliseren naar de statistische eenheid
bedrijf prioriteit aan de tweede eis. - Rechtsvorm
- Vorm van juridische eenheden die in het recht bekend is.
De navolgende rechtsvormen kunnen onder meer worden onderscheiden:
- Nederlandse rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid: eenmanszaak,
vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, maatschap;
- Nederlandse rechtsvormen met rechtspersoonlijkheid: besloten
vennootschap, naamloze vennootschap, vereniging, stichting, coöperatie,
onderlinge waarborgmaatschappij;
- Europese rechtsvormen: Europees economisch samenwerkingsverband,
Europese vennootschap, Europese coöperatieve vennootschap;
- Buitenlandse rechtspersonen.
Formeel is de rechtsvorm een kenmerk van een juridische eenheid en niet
van een bedrijf. De statistische eenheid 'bedrijf' kan bestaan uit een of
meer juridische eenheden (natuurlijke personen en/of niet-natuurlijke
personen). Als een bedrijf uit meer dan één juridische eenheid bestaat,
dan heeft het in principe geen eigen rechtsvorm. In de CBS-tabellen
worden dergelijke bedrijven opgenomen onder de rechtsvorm van die
juridische eenheid die als kern van de combinatie kan worden beschouwd.- Natuurlijke personen
- Een mens (individu) die in het recht als rechtssubject is erkend en
daarmee drager is van wettelijke rechten en plichten.
Deze klasse omvat de rechtsvormen:
- Eenmanszaken
- Maatschappen
- Vennootschappen onder firma
- Commanditaire vennootschappen
- Rederijen
- Rechtspersonen
- Een juridische constructie waardoor een organisatie, net als een
natuurlijke persoon, in het recht als rechtssubject is erkend als drager
van wettelijke rechten en plichten.
Een rechtspersoon kan optreden als een persoon in het rechtsverkeer,
d.w.z. bezittingen en schulden hebben, contracten sluiten, rechtszaken
aanspannen of aangeklaagd worden.
De rechtspersonen zijn in drie categorieën te verdelen:
- privaatrechtelijke rechtspersonen (bijv. besloten vennootschap,
naamloze vennootschap, vereniging en stichting);
- publiekrechtelijke rechtspersonen (bijv. ministerie, provincie,
gemeente, waterschap, Sociaal-Economische Raad, Publiekrechtelijke
bedrijfsorganisatie, Zelfstandig bestuursorgaan);
- kerkgenootschappen.
Een rechtspersoon kan bestuurder zijn van een andere rechtspersoon, maar
niet een commissaris.
Deze klasse omvat de rechtsvormen:
- Besloten vennootschappen
- Naamloze vennootschappen
- Verenigingen
- Stichtingen
- Coöperatieve verenigingen
- Onderlinge waarborgmaatschappijen
- Overheidsorganen (o.a. rijk, provincie, gemeente)
- Rechtsvormen van buitenlandse ondernemingen
- Europees economisch samenwerkingsverband (E.E.S.V.)
- Doelvermogen
- Fonds voor gemene rekening
- Kerkgenootschap
- Buitenlandse rechtsvormen