Regionale prognose huishoudens; 2009-2040

Regionale prognose huishoudens; 2009-2040

Regio's 2009 Perioden Totaal huishoudens Totaal huishoudens (x 1 000) Totaal huishoudens Eenpersoonshuishoudens (x 1 000) Totaal huishoudens Paren (x 1 000) Totaal huishoudens Eenouderhuishoudens (x 1 000) Totaal huishoudens Overige huishoudens (x 1 000) Autochtone referentiepersoon Totaal huishoudens (x 1 000) Huishoudens: niet-westers allochtoon Totaal huishoudens (x 1 000)
Nederland 2010 7.354,6 2.639,6 4.184,0 480,8 50,3 5.873,5 737,3
Noord-Nederland (LD) 2010 764,4 267,0 447,6 44,7 5,1 683,2 32,3
Oost-Nederland (LD) 2010 1.490,6 488,3 903,8 89,3 9,3 1.250,8 110,6
West-Nederland (LD) 2010 3.541,4 1.371,7 1.891,4 252,3 26,0 2.656,3 496,3
Zuid-Nederland (LD) 2010 1.558,3 512,7 941,2 94,5 9,9 1.283,2 98,1
Groningen (PV) 2010 274,0 110,4 144,7 16,5 2,4 237,9 15,6
Friesland (PV) 2010 280,9 93,4 169,9 15,9 1,7 255,5 10,3
Drenthe (PV) 2010 209,5 63,2 132,9 12,3 1,0 189,7 6,4
Overijssel (PV) 2010 476,7 155,7 291,2 26,8 3,0 404,9 32,5
Flevoland (PV) 2010 156,4 47,1 95,1 13,1 1,0 117,3 25,5
Gelderland (PV) 2010 857,6 285,5 517,5 49,3 5,3 728,6 52,7
Utrecht (PV) 2010 542,4 200,5 304,9 33,0 4,0 436,1 55,9
Noord-Holland (PV) 2010 1.247,9 511,8 634,4 92,8 9,0 914,7 182,6
Zuid-Holland (PV) 2010 1.583,4 603,9 850,3 117,2 12,0 1.164,1 250,2
Zeeland (PV) 2010 167,6 55,5 101,9 9,3 0,9 141,3 7,6
Noord-Brabant (PV) 2010 1.055,5 343,3 642,6 62,9 6,6 886,7 73,1
Limburg (PV) 2010 502,8 169,4 298,6 31,6 3,2 396,6 25,0
Oost-Groningen (CR) 2010 67,4 20,9 42,1 4,0 0,4 60,9 2,4
Delfzijl en omgeving (CR) 2010 21,7 6,9 13,3 1,4 0,1 18,7 1,3
Overig Groningen (CR) 2010 185,0 82,6 89,3 11,1 1,9 158,3 11,9
Noord-Friesland (CR) 2010 146,4 51,4 85,5 8,5 1,0 132,4 6,0
Zuidwest-Friesland (CR) 2010 45,2 14,1 28,4 2,5 0,2 41,5 1,1
Zuidoost-Friesland (CR) 2010 89,2 27,9 56,0 4,9 0,4 81,6 3,1
Noord-Drenthe (CR) 2010 80,8 24,5 50,9 5,0 0,4 73,3 2,3
Zuidoost-Drenthe (CR) 2010 73,6 21,9 47,0 4,3 0,3 66,1 2,5
Zuidwest-Drenthe (CR) 2010 55,0 16,7 35,0 3,0 0,3 50,4 1,6
Noord-Overijssel (CR) 2010 145,8 46,4 90,6 7,9 0,8 131,5 6,6
Zuidwest-Overijssel (CR) 2010 65,5 21,7 39,6 3,8 0,4 54,9 5,5
Twente (CR) 2010 265,4 87,5 161,0 15,1 1,8 218,6 20,4
Veluwe (CR) 2010 271,0 87,8 167,4 14,3 1,5 235,4 15,4
Achterhoek (CR) 2010 167,3 48,3 109,1 9,0 1,0 147,5 6,4
Arnhem/Nijmegen (CR) 2010 326,9 125,2 178,6 20,6 2,4 264,1 26,1
Zuidwest-Gelderland (CR) 2010 92,3 24,2 62,3 5,3 0,5 81,7 4,7
Utrecht (CR) 2010 542,4 200,5 304,9 33,0 4,0 436,1 55,9
Kop van Noord-Holland (CR) 2010 157,4 48,6 98,2 9,7 0,9 137,0 8,4
Alkmaar en omgeving (CR) 2010 100,8 34,3 59,3 6,6 0,6 84,2 7,5
IJmond (CR) 2010 83,8 27,9 50,3 5,2 0,4 70,8 5,1
Agglomeratie Haarlem (CR) 2010 103,5 42,5 53,3 6,9 0,7 81,6 9,4
Zaanstreek (CR) 2010 71,1 23,8 41,4 5,4 0,5 54,6 9,8
Groot-Amsterdam (CR) 2010 622,1 294,5 270,3 52,0 5,3 397,8 134,6
Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2010 109,3 40,1 61,5 7,0 0,7 88,8 7,7
Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2010 180,0 67,6 100,5 10,7 1,2 147,5 13,5
Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2010 380,5 163,2 182,4 31,8 3,2 241,3 82,5
Delft en Westland (CR) 2010 98,5 38,7 53,0 5,8 0,9 78,6 10,2
Oost-Zuid-Holland (CR) 2010 129,4 39,3 82,0 7,4 0,7 110,2 9,4
Groot-Rijnmond (CR) 2010 627,7 241,6 330,1 50,9 5,0 448,6 119,5
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2010 167,3 53,5 102,2 10,5 1,0 138,0 15,1
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2010 48,2 15,8 29,4 2,7 0,3 37,9 1,8
Overig Zeeland (CR) 2010 119,4 39,7 72,5 6,6 0,7 103,4 5,8
West-Noord-Brabant (CR) 2010 268,2 87,5 162,8 16,3 1,6 222,8 19,4
Midden-Noord-Brabant (CR) 2010 201,0 69,3 118,0 12,3 1,4 168,5 16,1
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2010 264,8 79,7 168,1 15,5 1,6 228,7 15,3
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2010 321,4 106,9 193,6 18,8 2,0 266,7 22,3
Noord-Limburg (CR) 2010 116,9 34,6 74,8 6,7 0,7 96,4 6,6
Midden-Limburg (CR) 2010 100,9 30,7 63,7 5,9 0,6 82,6 5,3
Zuid-Limburg (CR) 2010 285,0 104,0 160,1 19,0 1,9 217,5 13,1
Flevoland (CR) 2010 156,4 47,1 95,1 13,1 1,0 117,3 25,5
Groningen (SG) 2010 173,3 78,3 82,8 10,5 1,8 148,9 10,5
Leeuwarden (SG) 2010 75,1 30,0 40,0 4,5 0,6 65,8 4,4
Zwolle (SG) 2010 76,9 27,0 45,1 4,3 0,5 67,3 4,6
Enschede (SG) 2010 143,5 53,5 80,4 8,5 1,1 111,3 14,3
Apeldoorn (SG) 2010 90,7 29,2 55,9 5,2 0,4 77,9 5,2
Arnhem (SG) 2010 161,7 59,2 90,8 10,4 1,2 130,0 14,3
Nijmegen (SG) 2010 135,4 57,5 68,4 8,4 1,1 108,9 10,5
Amersfoort (SG) 2010 117,5 38,2 71,5 7,2 0,6 96,5 11,2
Utrecht (SG) 2010 286,9 121,0 145,6 17,7 2,6 219,9 37,2
Amsterdam (SG) 2010 733,7 331,4 333,0 63,2 6,1 472,0 160,3
Haarlem (SG) 2010 187,3 70,4 103,6 12,1 1,1 152,4 14,5
Leiden (SG) 2010 151,3 59,2 82,0 9,0 1,1 122,0 12,4
's-Gravenhage (SG) 2010 479,0 201,9 235,4 37,6 4,0 319,9 92,7
Rotterdam (SG) 2010 550,2 221,7 277,0 46,9 4,6 378,0 116,8
Dordrecht (SG) 2010 122,6 40,5 73,3 8,0 0,7 99,6 12,0
Breda (SG) 2010 141,3 49,7 82,0 8,7 0,9 115,4 10,8
Tilburg (SG) 2010 134,6 51,4 73,4 8,7 1,1 109,4 13,3
's-Hertogenbosch (SG) 2010 86,2 30,9 49,2 5,5 0,6 71,9 6,4
Eindhoven (SG) 2010 188,4 69,9 105,6 11,6 1,3 149,7 16,7
Geleen/Sittard (SG) 2010 68,2 22,2 41,1 4,5 0,4 54,0 2,9
Heerlen (SG) 2010 118,8 42,6 67,1 8,4 0,7 86,4 5,1
Maastricht (SG) 2010 87,0 35,7 45,1 5,4 0,7 69,4 4,7
Groningen (GA) 2010 114,0 61,7 43,6 7,1 1,5 93,6 9,3
Leeuwarden (GA) 2010 47,4 22,2 21,6 3,1 0,5 39,9 3,6
Zwolle (GA) 2010 54,3 21,3 29,3 3,4 0,3 46,1 4,2
Enschede (GA) 2010 75,5 31,6 38,5 4,7 0,6 55,6 9,4
Apeldoorn (GA) 2010 67,6 22,7 40,5 4,1 0,3 57,2 4,3
Arnhem (GA) 2010 74,1 34,1 34,0 5,3 0,7 53,7 10,9
Nijmegen (GA) 2010 86,4 43,8 36,1 5,6 0,9 66,4 8,8
Amersfoort (GA) 2010 74,8 25,7 43,8 4,9 0,4 59,5 8,4
Utrecht (GA) 2010 216,3 96,5 103,9 13,6 2,3 160,6 32,5
Amsterdam (GA) 2010 543,9 274,4 217,2 47,4 4,9 330,4 131,4
Haarlem (GA) 2010 93,0 38,4 47,8 6,1 0,6 72,9 8,9
Leiden (GA) 2010 116,4 48,3 60,2 7,0 0,9 91,7 11,2
's-Gravenhage (GA) 2010 310,2 142,1 139,4 26,0 2,8 187,7 73,5
Rotterdam (GA) 2010 471,1 199,0 225,7 42,2 4,2 309,5 112,5
Dordrecht (GA) 2010 104,4 35,8 60,8 7,1 0,6 83,7 11,1
Breda (GA) 2010 81,0 32,5 42,6 5,3 0,6 63,9 7,4
Tilburg (GA) 2010 107,1 43,9 55,1 7,3 0,9 85,4 11,8
's-Hertogenbosch (GA) 2010 75,1 28,1 41,5 4,9 0,5 61,6 6,1
Eindhoven (GA) 2010 153,6 60,2 82,6 9,6 1,2 119,7 15,5
Geleen/Sittard (GA) 2010 62,4 20,7 37,2 4,2 0,4 49,4 2,7
Heerlen (GA) 2010 98,3 36,9 53,5 7,2 0,6 69,7 4,7
Bron: CBS, PBL
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de verwachte toekomstige
omvang en ontwikkeling van huishoudens in Nederland naar
samenstelling en herkomstgroepering van de
referentiepersoon
per regio.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2010
Frequentie: Stopgezet per 12 oktober 2011

Status van de cijfers
Alle in de tabel opgenomen cijfers zijn berekende
prognosecijfers.

Wijzigingen per 15 oktober 2009
De nieuwe prognose is bijgesteld op basis van de meest
recente inzichten.
De prognoseperiode loopt nu van 2009 tot 2040.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In 2011 komt de nieuwe regionale prognose uit.

Toelichting onderwerpen

Totaal huishoudens
Het betreft hier particuliere huishoudens.
.
Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus
niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Totaal huishoudens
Eenpersoonshuishoudens
Eenpersoonshuishouden:
Particulier huishouden bestaande uit één persoon.
Paren
Paar:
Twee op basis van huwelijk, partnerschapsregistratie of samenwoonrelatie
bij elkaar behorende personen.
Eenouderhuishoudens
Particulier huishouden bestaande uit één ouder met thuiswonende kinderen.
.
Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie
heeft met de ouder die tot het huishouden behoort. Onder thuiswonende
kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen maar geen
pleegkinderen.
Overige huishoudens
Overig huishouden:
Particulier huishouden dat uitsluitend bestaat uit overige leden.
.
Overig lid van een huishouden:
Persoon die anders dan als partner, ouder in een eenouderhuishouden of
als thuiswonend kind deel uitmaakt van een particulier huishouden. Te
denken valt hier bijvoorbeeld aan twee broers (zussen) die samen een
huishouden vormen.
Autochtone referentiepersoon
Particuliere huishoudens met een autochtone referentiepersoon.
.
Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus
niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
.
Referentiepersoon:
Lid van het huishouden ten opzichte van wie de posities van de andere
leden in het huishouden worden bepaald en van wie de kenmerken eventueel
ook aan het huishouden worden toegekend.
Uit de leden van het huishouden wordt de referentiepersoon als volgt
gekozen:
- als er een paar is binnen het huishouden: de man;
- als het paar van gelijk geslacht is: de oudste van het paar;
- in een eenouderhuishouden: de ouder;
- in een overig huishouden: de oudste meerderjarige man of
- als deze ontbreekt - de oudste meerderjarige vrouw.
Totaal huishoudens
Huishoudens: niet-westers allochtoon
Particuliere huishoudens met een niet-westerse allochtone
referentiepersoon.
.
Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus
niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
.
Referentiepersoon:
Lid van het huishouden ten opzichte van wie de posities van de andere
leden in het huishouden worden bepaald en van wie de kenmerken eventueel
ook aan het huishouden worden toegekend.
Uit de leden van het huishouden wordt de referentiepersoon als volgt
gekozen:
- als er een paar is binnen het huishouden: de man;
- als het paar van gelijk geslacht is: de oudste van het paar;
- in een eenouderhuishouden: de ouder;
- in een overig huishouden: de oudste meerderjarige man of
- als deze ontbreekt - de oudste meerderjarige vrouw.
.
Allochtoon:
Persoon van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren.
.
Niet-westerse allochtoon:
Allochtoon met als herkomstgroepering een van de landen in Afrika,
Latijns-Amerika en Azië (exclusief Indonesië en Japan) of Turkije. Op
grond van hun sociaal-economische en sociaal-culturele positie worden
allochtonen uit Indonesië en Japan tot de westerse allochtonen gerekend.
Het gaat vooral om mensen die in het voormalig Nederlands-Indië zijn
geboren en werknemers van Japanse bedrijven met hun gezin.
Totaal huishoudens