Kwartaalsectorrekeningen; kerncijfers, 2001-2012
| Perioden | Nationaal economie Nationaal inkomen (netto) (mln euro) | Nationaal economie Beschikbaar nationaal inkomen (netto) (mln euro) | Overheid Belasting- en premieontvangsten (% bbp) (% bbp) | Huishoudens (inclusief IZWh) Beschikbaar inkomen (netto % reële mut.. (%) | Financiële instellingen Omvang financiële activa financiële inst (mln euro) | Buitenland Saldo primaire inkomens buitenland (mln euro) | Buitenland Saldo inkomensoverdrachten buitenland (mln euro) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2012 1e kwartaal* | 132.137 | 128.791 | 38,6 | -2,2 | 7.408.109 | 4.071 | -3.346 |
| Bron: CBS. | |||||||
Tabeltoelichting
Deze tabel geeft op kwartaalbasis de uitkomsten voor de zogenaamde kerncijfers. Kerncijfers zijn variabelen waarin de belangrijkste informatie over een sector wordt uitgedrukt. Zij geven een beeld van een of enkele belangrijke aspecten van die sector. Voorbeelden zijn: de nettowinst voor belastingen (voor de sector niet-financiële bedrijven), het beschikbaar inkomen (voor de sector huishoudens) en het nationaal inkomen (voor de totale Nederlandse economie).
Deze kerncijfers worden samengesteld voor de totale economie en voor de afzonderlijke hoofdsectoren van de economie: niet-financiële vennootschappen, financiële instellingen, overheid, huishoudens inclusief instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en het buitenland.
Het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens inclusief IZWh over 2006 is in de tabel niet gecorrigeerd voor de effecten van de invoering van een nieuw zorgstelsel per 1 januari 2006. Indien wordt gecorrigeerd voor invoering van het zorgstelsel komt het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens inclusief IZWh in 2006 op -1,8% (eerste kwartaal); 4,5% (tweede kwartaal); 1,9% (derde kwartaal); 11,1% (vierde kwartaal); 3,9% (jaar).
Gegevens beschikbaar vanaf: eerste kwartaal 2005; voor de overheid vanaf het eerste kwartaal 2001.
Frequentie: Stopgezet
Status van de cijfers
De cijfers voor de kwartalen van 2009 en eerder zijn definitief. De cijfers voor meer recente kwartalen dragen een (nader) voorlopig karakter.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Deze tabel is stopgezet per 09-10-2012 en vervangen door de tabel Sectorrekeningen; kerngegevens.
Toelichting onderwerpen
- Nationaal economie
- De totale economie bestaat uit de sectoren niet-financiële
vennootschappen, financiële instellingen, overheid, huishoudens en
instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens. Het
onderscheid tussen de sectoren wordt bepaald aan de hand van
internationaal vastgestelde regels.- Nationaal inkomen (netto)
- Het nationaal inkomen is gelijk aan het bruto binnenlands product (bbp)
plus het per saldo uit het buitenland ontvangen (primaire) inkomen. Het
netto nationaal inkomen is gelijk aan het bruto nationaal inkomen
exclusief de afschrijvingen.
- Beschikbaar nationaal inkomen (netto)
- De som van het beschikbaar inkomen (exclusief de afschrijvingen) van alle
sectoren samen. Het is gelijk aan het nationaal inkomen plus de per saldo
uit het buitenland ontvangen inkomensoverdrachten.
- Overheid
- De sector overheid is het geheel van het Rijk, de provincies, de
gemeenten, de samenwerkingsverbanden op grond van de Wet
Gemeenschappelijke Regelingen, de waterschappen en de publiekrechtelijke
bedrijfsorganisaties. Verder bestaat de overheid uit instellingen die
gecontroleerd en voornamelijk gefinancierd worden door de hiervoor
genoemde eenheden én daarbij niet voor de markt produceren, zoals ProRail,
de Open Universiteit en TNO, en de instanties die de sociale uitkeringen
verstrekken. Tot de overheid behoren ook de overheidsinstellingen die
werkzaam zijn in het buitenland, zoals ambassades. Omgekeerd worden
buitenlandse ambassades en internationale instellingen, zoals Europol en
het Internationaal gerechtshof, niet tot de Nederlandse overheid gerekend.
Vennootschappen maken in principe geen deel uit van de overheid, zelfs al
zijn ze geheel of gedeeltelijk eigendom van overheidsinstellingen, zoals
de NS, Schiphol en DNB (De Nederlandsche Bank). De overheid bestaat uit
verschillende subsectoren:
- Centrale overheid (CO);
- Lokale overheid (LO);
- Wettelijke sociale verzekeringsinstellingen (SV).
Vanuit de bedrijfsklassen gezien bestaat de overheid uit de
bedrijfsklassen overheidsbestuur en sociale verzekering, defensie en
gesubsidieerd onderwijs.
Daarnaast zijn er eenheden in een aantal andere bedrijfsklassen die ook
tot de sector overheid behoren, zoals:
- specifieke activiteiten van gemeenten, zoals reinigingsdiensten
(bedrijfsklasse milieudienstverlening), sociale werkplaatsen
(bedrijfsklasse overige industrie) en medische dienstverlening
(bedrijfsklasse gezondheids- en welzijnszorg) en aparte gemeenschappelijke
regelingen voor deze activiteiten;
- bureaus voor arbeidsbemiddeling, banenpools en het Jeugd Werk
Garantieplan (bedrijfsklasse uitzendbureaus);
- aan universiteiten gelieerde instituten (bedrijfsklasse speur- en
ontwikkelingswerk);
- opvangtehuizen en asielzoekerscentra (bedrijfsklasse gezondheids- en
welzijnszorg);
- ideële organisaties, zoals Oxfam Novib en SNV (bedrijfsklasse overige
dienstverlening n.e.g. (niet elders genoemd)).- Belasting- en premieontvangsten (% bbp)
- Het totaal van belastingen en wettelijke sociale premies die de overheid
ontvangt. Belastingen zijn verplichte betalingen aan de overheid waar geen
directe tegenprestatie tegenover staat. De belastingen worden
onderverdeeld in:
- belastingen op productie en invoer;
- belastingen op inkomen en vermogen;
- vermogensheffingen (kapitaaloverdrachten).
Premies zijn betalingen van huishoudens aan wettelijke sociale
verzekeringsinstellingen ter financiering van de sociale uitkeringen.
- Huishoudens (inclusief IZWh)
- Dit zijn de sectoren huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk ten
behoeve van huishoudens (IZW huishoudens). Tot de sector huishoudens
behoren alle natuurlijke personen die langer dan een jaar in Nederland
verblijven, ongeacht hun nationaliteit. Omgekeerd worden Nederlanders die
langer dan een jaar in het buitenland verblijven niet tot de Nederlandse
huishoudens gerekend. Huishoudens omvatten niet alleen op zichzelf of in
gezinsverband wonende personen, maar ook personen in verpleeginrichtingen,
bejaardentehuizen, gevangenissen en internaten. Indien de tot de
huishoudens gerekende personen een eigen bedrijf hebben, wordt dit bedrijf
ook tot de huishoudens gerekend. Dit is het geval bij de zelfstandigen en
de eigenwoningbezitters. Tot de sector instellingen zonder winstoogmerk
ten behoeve van huishoudens behoren stichtingen en verenigingen waarvan de
middelen voor het merendeel afkomstig zijn uit vrijwillige bijdragen van
huishoudens en uit inkomen uit vermogen. Voorbeelden zijn religieuze
instellingen, liefdadigheidsinstellingen, politieke partijen, vakbonden en
verenigingen op het gebied van cultuur, sport en recreatie.- Beschikbaar inkomen (netto % reële mut..
- Het primair inkomen minus belastingen en premies plus uitkeringen. Het
beschikbaar inkomen wordt besteed aan consumptie en vrije besparingen en
wordt ook wel secundair inkomen genoemd. Primair inkomen is daarbij
gedefinieerd als inkomen uit de beloning van werknemers, rente,
dividenden, belastingen en subsidies op productie en invoer.
Het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens inclusief IZWh over 2006 is
in deze tabel niet gecorrigeerd voor de effecten van de invoering van een
nieuw zorgstelsel per 1 januari 2006. Indien wordt gecorrigeerd voor
invoering van het zorgstelsel komt het reëel beschikbaar inkomen van
huishoudens inclusief IZWh in 2006 op -1,8% (eerste kwartaal); 5,1%
(tweede kwartaal); 1,9% (derde kwartaal); 11,1% (vierde kwartaal); 4,5%
(jaar).
- Financiële instellingen
- Deze sector bevat alle (quasi-)vennootschappen met als hoofdfunctie
financiële intermediatie, dat wil zeggen het aantrekken, transformeren en
distribueren van financiële middelen. De sector financiële instellingen
bestaat uit drie subsectoren: monetaire financiële instellingen,
verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen en overige financiële
instellingen. Niet in de sector financiële instellingen begrepen zijn:
- juridisch zelfstandige beleggingsmaatschappijen in het bezit van één of
enkele eigenaren, die zelf niet tot de financiële instellingen behoren.
Deze zijn ingedeeld bij de sector waartoe de eigenaar behoort;
- niet onder toezicht staande fondsen gericht op de pensioenverzekering
van één enkel persoon (pensioen-bv's). Deze zijn ingedeeld bij de sector
huishoudens;
- financiële hulpbedrijven en dergelijke die geen rechtspersoonlijkheid
bezitten. Deze zijn ingedeeld bij de sector huishoudens.- Omvang financiële activa financiële inst
- Omvang financiële activa van financiële instellingen.
- Buitenland
- In de buitenlandrekening worden alle transacties geregistreerd die het
buitenland heeft met Nederlandse ingezetenen. In de nationale rekeningen
is het buitenland als zodanig geen 'echte' institutionele sector, omdat
niet het hele buitenland wordt beschreven.- Saldo primaire inkomens buitenland
- Het verschil tussen de uit het buitenland ontvangen en de aan het
buitenland betaalde beloning van werknemers, belastingen en subsidies op
productie en invoer en inkomen uit vermogen.
- Saldo inkomensoverdrachten buitenland
- Het verschil tussen de uit het buitenland ontvangen en de aan het
buitenland betaalde belasting op inkomen en vermogen, sociale premies,
sociale uitkeringen (in geld) en overige inkomensoverdrachten.