Regionale inkomensverdeling 1998, kerncijfers.

Regionale inkomensverdeling 1998, kerncijfers.

Regio's Besteedbaar inkomen personen Bevolking en personen met inkomen Aantal Bevolking (x 1 000) Besteedbaar inkomen personen Bevolking en personen met inkomen Aantal In % van bevolking (%) Besteedbaar inkomen huishoudens Huishoudensleden Aantal Bevolking (x 1 000)
Nederland 15.760,9 63,9 15.760,9
Noord-Nederland 1.648,3 62,8 1.648,3
Oost-Nederland 3.284,0 62,7 3.284,0
West-Nederland 7.351,7 64,7 7.351,7
Zuid-Nederland 3.476,9 64,0 3.476,9
Groningen 559,9 63,1 559,9
Friesland 621,3 61,7 621,3
Drenthe 467,1 64,1 467,1
Overijssel 1.070,5 62,4 1.070,5
Flevoland 306,6 59,6 306,6
Gelderland 1.906,9 63,4 1.906,9
Utrecht 1.098,8 64,3 1.098,8
Noord-Holland 2.503,3 66,0 2.503,3
Zuid-Holland 3.379,1 64,0 3.379,1
Zeeland 370,6 63,4 370,6
Noord-Brabant 2.337,8 64,0 2.337,8
Limburg 1.139,1 64,1 1.139,1
Oost Groningen 152,6 64,5 152,6
Delfzijl en omgeving 52,9 62,4 52,9
Overig Groningen 354,4 62,5 354,4
Noord-Friesland 322,7 61,3 322,7
Zuidwest-Friesland 101,0 61,4 101,0
Zuidoost-Friesland 197,6 62,5 197,6
Noord-Drenthe 176,5 64,0 176,5
Zuidoost-Drenthe 166,1 64,6 166,1
Zuidwest-Drenthe 124,5 63,5 124,5
Noord-Overijssel 342,6 61,5 342,6
Zuidwest-Overijssel 134,2 64,5 134,2
Twente 593,8 62,5 593,8
Veluwe 624,8 61,8 624,8
Achterhoek 376,0 64,2 376,0
Arnhem/Nijmegen 685,7 65,0 685,7
Zuidwest-Gelderland 220,4 61,5 220,4
Utrecht 1.098,8 64,3 1.098,8
Kop van Noord-Holland 351,1 62,9 351,1
Alkmaar en omgeving 229,1 63,5 229,1
IJmond 171,6 65,6 171,6
Agglomeratie Haarlem 216,8 68,6 216,8
Zaanstreek 150,1 66,4 150,1
Groot-Amsterdam 1.151,9 67,0 1.151,9
Het Gooi en Vechtstreek 232,8 65,9 232,8
Agglomeratie Leiden/Bollenstreek 382,9 63,3 382,9
Agglomeratie 's-Gravenhage 711,4 66,2 711,4
Delft en Westland 228,5 63,3 228,5
Oost-Zuid-Holland 320,9 61,8 320,9
Groot-Rijnmond 1.326,6 64,3 1.326,6
Zuidoost-Zuid-Holland 408,7 62,0 408,7
Zeeuwsch-Vlaanderen 107,1 64,5 107,1
Overig Zeeland 263,5 63,0 263,5
West-Noord-Brabant 585,7 64,5 585,7
Midden-Noord-Brabant 436,1 63,8 436,1
Noordoost-Noord-Brabant 611,4 63,8 611,4
Zuidoost-Noord-Brabant 704,6 63,8 704,6
Noord-Limburg 271,7 64,2 271,7
Midden-Limburg 218,1 64,3 218,1
Zuid-Limburg 649,2 64,0 649,2
Flevoland 306,6 59,6 306,6
Appingedam 12,2 65,7 12,2
Aa en Hunze 24,8 64,7 24,8
Aalburg 11,7 56,8 11,7
Aalsmeer 22,5 67,9 22,5
Aalten 18,7 61,6 18,7
Abcoude 8,5 60,8 8,5
Achtkarspelen 28,0 58,9 28,0
Akersloot 4,9 60,7 4,9
Alblasserdam 18,0 60,6 18,0
Albrandswaard 15,8 63,7 15,8
Alkemade 14,4 62,0 14,4
Alkmaar 92,9 64,6 92,9
Almelo 66,1 64,0 66,1
Almere 136,2 61,0 136,2
Alphen aan den Rijn 69,3 63,0 69,3
Alphen-Chaam 9,4 63,2 9,4
Ambt Delden 5,4 61,5 5,4
Ambt Montfort 11,1 63,3 11,1
Ameland 3,5 61,6 3,5
Amerongen 7,3 62,0 7,3
Amersfoort 123,4 65,2 123,4
Amstelveen 77,7 67,9 77,7
Amsterdam 727,1 67,7 727,1
Andijk 6,4 60,5 6,4
Angerlo 4,8 62,6 4,8
Anna Paulowna 13,7 60,1 13,7
Apeldoorn 152,9 65,7 152,9
Arcen en Velden 9,1 63,6 9,1
Arnhem 137,2 67,3 137,2
Assen 57,4 64,1 57,4
Asten 15,9 61,2 15,9
Avereest 15,2 61,9 15,2
Axel 12,0 63,7 12,0
Baarle-Nassau 6,1 63,7 6,1
Baarn 24,4 67,5 24,4
Barendrecht 26,4 62,1 26,4
Barneveld 47,3 56,6 47,3
Bathmen 5,2 64,3 5,2
Bedum 10,7 60,5 10,7
Beek 17,1 63,8 17,1
Beemster 8,4 64,3 8,4
Beesel 13,2 62,7 13,2
Belfeld 5,4 63,4 5,4
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting

Besteedbaar inkomen; inkomensverdelingen van personen en huishoudens
Per gemeente (1 - 1- 1999), COROP-gebied, provincie, landsdeel
1998
Gewijzigd op 02 juli 2004.
Verschijningsfrequentie: Eenmalig.

Toelichting onderwerpen

Besteedbaar inkomen personen
Het besteedbaar inkomen is het bruto-inkomen verminderd met de premies
sociale zekerheid en andere betaalde overdrachten (o.a. alimentatie voor
ex-partner) en de loon-, inkomsten- en vermogensbelasting.
Personen die het gehele jaar inkomen hebben, worden tot de categorie 'met
52 weken inkomen' gerekend. De categorie zelfstandigen behoort tot de
groep die het gehele jaar inkomen hebben.
Personen die in het onderzoeksjaar gedurende kortere tijd of over een qua
tijdsduur onbekende periode inkomen hebben, worden samengenomen in de
groep 'minder dan 52 weken inkomen'. Studenten, dat wil zeggen personen
met een studiebeurs in het kader van de Wet Studiefinanciering, worden
altijd tot deze groep gerekend, ook al hebben zij het gehele jaar een
baan. Uitzondering op deze algemene regel vormen de studenten die naast
hun studiebeurs ook nog winst uit onderneming hebben. Deze groep wordt
altijd ingedeeld bij de categorie '52 weken inkomen'. Ook personen die
uitsluitend kinderbijslag, individuele huursubsidie en of tegemoetkoming
studiekosten ontvangen worden bij de categorie '52 weken inkomen' buiten
beschouwing gelaten. Vanuit het grondmateriaal is het niet mogelijk om de
groep parttime werkers van de fulltimers te onderscheiden. Hierdoor
zullen ook bij de personen met 52 weken inkomen lage inkomens voorkomen.
Bevolking en personen met inkomen
Als indicator van de bestedingsmogelijkheden in een regio wordt vaak
gebruik gemaakt van het gemiddeld besteedbaar inkomen per hoofd van de
bevolking. De hoogte van dit gemiddeld inkomen per inwoner hangt samen
met het percentage inwoners met inkomen en hun gemiddeld inkomen.
Personen die het gehele jaar inkomen hebben, worden tot de categorie 'met
52 weken inkomen' gerekend. De categorie zelfstandigen behoort tot de
groep die het gehele jaar inkomen hebben.
Personen die in het onderzoeksjaar gedurende kortere tijd of over een qua
tijdsduur onbekende periode inkomen hebben, worden samengenomen in de
groep 'minder dan 52 weken inkomen'. Studenten, dat wil zeggen personen
met een studiebeurs in het kader van de Wet Studiefinanciering, worden
altijd tot deze groep gerekend, ook al hebben zij het gehele jaar een
baan. Uitzondering op deze algemene regel vormen de studenten die naast
hun studiebeurs ook nog winst uit onderneming hebben. Deze groep wordt
altijd ingedeeld bij de categorie '52 weken inkomen'. Ook personen die
uitsluitend kinderbijslag, individuele huursubsidie en of tegemoetkoming
studiekosten ontvangen worden bij de categorie '52 weken inkomen' buiten
beschouwing gelaten. Vanuit het grondmateriaal is het niet mogelijk om de
groep parttime werkers van de fulltimers te onderscheiden. Hierdoor
zullen ook bij de personen met 52 weken inkomen lage inkomens voorkomen.
Aantal
De hier opgenomen populatie omvat de totale bevolking van Nederland. Bij
de bepaling van de bevolkingsaantallen en het gemiddeld inkomen per
inwoner zijn ook de huishoudens zonder (waargenomen) belastbaar inkomen
(een procent) opgenomen. Personen die het gehele jaar inkomen hebben
genoten dus ook de bevolking in instellingen, inrichtingen en tehuizen
worden tot de categorie "met 52 weken inkomen" gerekend. Huishoudens
waarvan alle huishoudensleden een WSF-uitkering ontvangen behoren tot de
groep studentenhuishoudens en per definitie niet tot deze categorie.
Bevolking
De totale bevolking woonachtig in Nederland ultimo 1998.
In % van bevolking
Het aantal personen met 52 weken inkomen in procenten van de bevolking.
Besteedbaar inkomen huishoudens
Het besteedbaar inkomen is het bruto-inkomen verminderd met de premies
sociale zekerheid en andere betaalde overdrachten (o.a. alimentatie voor
ex-partner) en de loon-, inkomsten- en vermogensbelasting.
Het huishoudensinkomen bestaat uit de som van inkomens van de
afzonderlijke huishoudensleden. Bij ongeveer een procent van de
huishoudens is geen belastbaar inkomen waargenomen. Voor een deel is dit
het gevolg van het onvoldoende kunnen toerekenen van studietoelagen aan
studenten en van andere onvolkomenheden in de gekozen werkwijze.
In het algemeen geldt voor de inkomensstatistiek dat huishoudens waar
uitsluitend kinderbijslag, individuele huursubsidie en of tegemoetkoming
studiekosten wordt waargenomen gerekend wordt tot de huishoudens zonder
(waargenomen) belastbaar inkomen.
Huishoudensleden
Besteedbaar inkomen van leden van particuliere huishoudens met inkomen
naar een- en tweeverdiener, inkomenstrekkers en de inkomensontwikkeling
1989 - 1998.
Aantal
De hier opgenomen populatie omvat de totale bevolking woonachtig in
Nederland en het aantal huishoudensleden in particuliere huishoudens
(exclusief studentenhuishoudens) met inkomen. In de kolommen met gegevens
over de inkomenstrekkers worden ook personen in institutionele
huishoudens tot deze populatie gerekend; studentenhuishouden en
huishoudens zonder (waargenomen) inkomen zijn ook hier buiten beschouwing
gelaten.
Bevolking
Totale bevolking woonachtig in Nederland per ultimo 1998.