Landbouw; gemeente, 1980 - 2000

Landbouw; gemeente, 1980 - 2000

Regio's Perioden Aantal agrarische bedrijven Met verbrede landbouw Met beheerslandbouw (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Met verbrede landbouw Met natuurbeheer en -productie (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Met verbrede landbouw Die zelf producten verwerken (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Met verbrede landbouw Met huisverkoop (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Met verbrede landbouw Met verblijfsaccommodatie (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Met verbrede landbouw Met ontvangstmogelijkheden (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Met verbrede landbouw Met zorgtaken (absoluut) Bedrijfsomvang naar hoofdtype Aantal Nederlandse grootte-eenheden, NGE NGE, totaal (nge) Bedrijfsomvang naar hoofdtype Aantal Nederlandse grootte-eenheden, NGE Akkerbouwbedrijven (nge) Bedrijfsomvang naar hoofdtype Aantal Nederlandse grootte-eenheden, NGE Tuinbouw- en blijvende teeltbedrijven (nge) Bedrijfsomvang naar hoofdtype Aantal Nederlandse grootte-eenheden, NGE Graasdierbedrijven (nge) Bedrijfsomvang naar hoofdtype Aantal Nederlandse grootte-eenheden, NGE Hokdierbedrijven (nge) Bedrijfsomvang naar hoofdtype Aantal Nederlandse grootte-eenheden, NGE Combinaties (nge) Oppervlakte akkerbouwgewassen Oppervlakte knol- en wortelgewassen Oppervlakte voederbieten (are) Oppervlakte akkerbouwgewassen Oppervlakte groenvoedergewassen Groenvoedergewassen, totaal (are) Oppervlakte akkerbouwgewassen Oppervlakte groenvoedergewassen Luzerne (are) Oppervlakte akkerbouwgewassen Oppervlakte groenvoedergewassen Snijmaïs (are) Veestapel Varkensstapel Fokvarkens Gedekte zeugen (absoluut) Veestapel Edelpelsdieren Edelpelsdieren, totaal (absoluut) Veestapel Edelpelsdieren Nertsen (absoluut) Veestapel Edelpelsdieren Vossen (absoluut) Veestapel Edelpelsdieren Overige edelpelsdieren (absoluut) Veestapel Edelpelsdieren Hokcapaciteit edelpelsdieren (absoluut)
Nederland 2000 . . . . . . . 8.017.692 789.560 2.887.672 2.833.175 820.122 687.174 89.094 21.193.680 661.606 20.532.074 859.176 589.737 584.806 3.816 1.115 3.385.873
Noord-Nederland 2000 . . . . . . . 1.260.845 235.766 113.041 766.907 53.011 92.128 14.367 3.516.057 166.236 3.349.821 41.079 19.089 19.089 - - 101.304
Oost-Nederland 2000 . . . . . . . 1.955.411 168.516 339.257 979.193 246.050 222.402 23.752 8.528.429 111.941 8.416.488 271.947 125.670 123.076 2.594 - 708.517
West-Nederland 2000 . . . . . . . 2.598.115 271.081 1.630.032 530.507 31.610 134.892 16.883 1.928.997 320.895 1.608.102 40.548 58.623 57.673 - 950 266.963
Zuid-Nederland 2000 . . . . . . . 2.203.321 114.197 805.342 556.568 489.451 237.752 34.092 7.220.197 62.534 7.157.663 505.602 386.355 384.968 1.222 165 2.309.089
Brederwiede 2000 . . . . . . . 12.962 729 99 11.276 229 630 135 69.409 - 69.409 242 - - - - -
Ede 2000 . . . . . . . 59.359 475 1.871 25.320 18.408 13.286 340 210.617 2.402 208.215 13.299 19.857 19.857 - - 123.797
Enschede 2000 . . . . . . . 12.276 177 1.106 9.357 814 822 - 109.207 1.620 107.587 1.709 - - - - -
Goedereede 2000 . . . . . . . 6.062 2.084 1.369 1.429 - 1.179 259 15.623 810 14.813 28 - - - - -
Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2000 . . . . . . . 1.671 82 40 1.378 - 171 - 918 400 518 - - - - - -
Hedel 2000 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Heemstede 2000 . . . . . . . 628 - 333 284 - 12 - - - - - - - - - -
Medemblik 2000 . . . . . . . 1.032 140 313 480 - 100 - 1.600 650 950 - - - - - -
Meeden 2000 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Nederhorst den Berg 2000 . . . . . . . 1.770 - 562 1.183 26 - - 1.525 - 1.525 68 - - - - -
Nederlek 2000 . . . . . . . 4.300 22 40 4.020 35 182 30 2.200 - 2.200 54 - - - - -
Nederweert 2000 . . . . . . . 37.498 1.228 4.539 7.850 19.252 4.630 1.330 108.680 376 108.304 15.553 1.950 1.950 - - 11.700
Neede 2000 . . . . . . . 10.224 92 285 6.476 2.147 1.223 350 72.627 385 72.242 3.348 - - - - -
Nuenen, Gerwen en Nederwetten 2000 . . . . . . . 8.802 122 1.899 3.342 2.526 912 66 38.300 205 38.095 3.231 1.052 1.052 - - 6.000
Oploo, Sint Anthonis en Ledeacker 2000 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Rheden 2000 . . . . . . . 5.117 69 93 3.825 844 286 - 28.793 400 28.393 265 13.800 13.800 - - 26.950
Sint-Oedenrode 2000 . . . . . . . 29.678 422 6.097 9.466 10.768 2.924 75 121.090 1.882 119.208 11.180 1.200 1.200 - - 9.180
Stede Broec 2000 . . . . . . . 14.671 56 14.120 44 - 452 - 250 - 250 - - - - - -
Wijk bij Duurstede 2000 . . . . . . . 10.432 54 3.115 5.358 292 1.614 - 37.905 - 37.905 965 - - - - -
Zederik 2000 . . . . . . . 15.742 - 2.270 11.840 939 693 1 14.615 480 14.135 1.508 - - - - -
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting

Gegevens over aantallen bedrijven, geteelde gewassen, veestapel,
arbeidskrachten en pacht; naar regio (vanaf gemeente).
1980 - 2000
Gewijzigd op 30 maart 2009.
Verschijningsfrequentie: Stopgezet.

Toelichting onderwerpen

Aantal agrarische bedrijven
Aantal agrarische bedrijven uitgesplitst naar diverse kenmerken,
namelijk de bedrijfsomvang, het hoofdbedrijfstype, de oppervlakte
akkerbouw, de oppervlakte tuinbouw (open grond en onder glas), de omvang
van de veestapel, en de leeftijd van het bedrijfshoofd. De
bedrijfsomvang kan de fysieke omvang zijn (de oppervlakte
cultuurgrond), of de economische omvang, uitgedrukt in Nederlandse
Grootte Eenheden (NGE).
Met verbrede landbouw
Verbrede landbouw. Hierbij ligt de nadruk op activiteiten die niet binnen
de landbouw vallen, maar die wel aansluiten bij de landbouw en de
beschikbare productiemiddelen. Het accent ligt daarbij op de extra
mogelijkheden voor boeren om een inkomen te verwerven. Het gaat onder
meer om verkoop van streekeigen producten, minicampings, duurzame
energieproductie en sociale opvang.
.
Cijfers alleen van 1998 en 1999 aanwezig.
·
LET OP! De vragen voor dit onderdeel waren niet verplicht om
in te vullen. Daardoor zijn de cijfers in veel gevallen een
onderschatting.
.
In 2003 is het onderwerp verbrede landbouw ook aan de orde geweest.
De gegevens daarvan staan in de Statline publicatie land- en
tuinbouwbedrijven; verbrede landbouw.
Met beheerslandbouw
Als een bedrijf beheerslandbouw in Relatienota-gebieden heeft houdt
dat in dat het bedrijf een beheersovereenkomst met de Dienst
Landelijk Gebied van het Ministerie van LNV in het kader van de
Relatienota heeft.
Met natuurbeheer en -productie
Bedrijven met natuurbeheer en -productie hebben overeenkomsten met
andere instanties dan de Dienst Landelijk Gebied van het Ministerie
van LNV. Voorbeelden: Bedrijven met overeenkomsten met
Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en/of Provincie.
Die zelf producten verwerken
Land- en tuinbouwbedrijven die hun (primaire) producten verwerken.
Voorbeelden: Kaasmakerij, bereiden vruchtensappen, bereiden jams,
koken van rode bietjes.
Met huisverkoop
Bedrijven met huisverkoop van land- en tuinbouwproducten van eigen
of andermans bedrijf.
Met verblijfsaccommodatie
Bedrijven met verblijfsaccommodatie voor toeristen. Voorbeelden:
Minicamping, logies met ontbijt, hotel, appartementen, huisjes,
trekkershutten, kampeerboerderij, ligplaats voor pleziervaartuigen.
Met ontvangstmogelijkheden
Met bedrijven met ontvangstmogelijkheden voor bezoekers worden
bedoeld bedrijven met excursiemogelijkheden, open huis bij wandel-
en fietstochten, museumboerderijen, café's en restaurants.
Met zorgtaken
Bedrijven met zorgtaken zijn bedrijven die naast hun
landbouwactiviteiten ook zorgtaken hebben. Het betreft hier de
opvang van mensen met een hulpvraag waarvoor de agrarische omgeving
een therapeutische werking kan hebben en waarvoor een vergoeding
wordt ontvangen. Voorbeelden: Opvang zieken, gehandicapten, demente
bejaarden, ex-psychiatrische patiënten, jeugdige delinquenten,
verslaafden e.d. Betaalde opvang van gezonde kinderen (crèche,
gastouderschap) valt ook onder dit item.
Bedrijfsomvang naar hoofdtype
Bedrijfsomvang, hetzij de fysieke omvang (oppervlakte cultuurgrond),
hetzij de economische omvang (aantal NGE = Nederlandse Grootte-
eenheid) naar typering van landbouwbedrijven. De bedrijven zijn
ingedeeld naar hoofdbedrijfstype, volgens het zogenaamde NEG-systeem
van bedrijfstypering. Dit NEG-systeem is een aan Nederlandse
omstandigheden aangepaste variant van het in de EU gebruikte systeem
van typering van landbouwbedrijven. De naam 'NEG' staat voor 'Nederlandse
variant van Europeese Gemeenschap typering'.
Over de jaren 1980-1985 zijn geen gegevens per hoofdtype aanwezig.
Aantal Nederlandse grootte-eenheden, NGE
Een bedrijf wordt tot een bepaald hoofdtype gerekend wanneer de
economische omvang van de genoemde activiteit meer is dan 2/3 van de
totale bedrijfsomvang.
NGE, totaal
NGE, totaal bevat het aantal Nederlandse grootte-eenheden (NGE) van
alle land- en tuinbouwbedrijven.
Vanwege de uitbraak van de vogelpest in maart 2003 is het cijfer voor het
totaal aantal nge in 2003 niet vergelijkbaar met voorgaande jaren.
Akkerbouwbedrijven
Tuinbouw- en blijvende teeltbedrijven
Tuinbouw- en blijvende teeltbedrijven (dwz. fruitteelt en
boomkwekerij) zijn samengenomen. Dat is gedaan omdat het aantal
blijvende-teeltbedrijven in de meeste gemeenten erg laag is.
Graasdierbedrijven
Graasdieren zijn runderen, schapen, geiten en paarden.
Hokdierbedrijven
Hokdieren zijn varkens en pluimvee. Kalvermesterijen worden niet als
hokdierbedrijven geteld, maar als graasdierbedrijven.
Vanwege de uitbraak van de vogelpest in maart 2003 is het cijfer voor het
aantal nge van hokdierbedrijven in 2003 niet vergelijkbaar met
voorgaande jaren.
Combinaties
Combinaties betreffen respectievelijk de gewassencombinaties,
de diercombinaties, en de dieren-gewassencombinaties.
In deze kolom worden dus alle bedrijven geteld die niet behoren tot de
hoofdtypen akkerbouw-, tuinbouw-, blijvende teelt-, graasdier- en
hokdierbedrijven.
Vanwege de uitbraak van de vogelpest in maart 2003 is het cijfer voor het
aantal nge van combinatiebedrijven in 2003 niet vergelijkbaar met
voorgaande jaren.
Oppervlakte akkerbouwgewassen
Tot akkerbouwgewassen worden gerekend: granen, peulvruchten,
graszaad, handelsgewassen, knol- en wortelgewassen,
groenvoedergewassen, groenbemestingsgewassen, uien en overige
akkerbouwgewassen.
Van 1980 - 1985 zijn groen te oogsten erwten en uien bij groenten
open grond geteld.
Oppervlakte knol- en wortelgewassen
Tot de knol- en wortelgewassen worden gerekend: poot-, consumptie-
en fabrieksaardappelen, suikerbieten en voederbieten.
Oppervlakte voederbieten
Oppervlakte groenvoedergewassen
Tot de groenvoedergewassen worden gerekend: luzerne en snijmaïs.
Groenvoedergewassen, totaal
Totale oppervlakte luzerne en snijmaïs.
Luzerne
Snijmaïs
Veestapel
Varkensstapel
Aantallen varkens; biggen, vleesvarkens en fokvarkens.
·
De voorschriften van de EU-landbouwtelling schrijven voor dat een varken
van minder dan 20 kg als een big wordt geteld en een varken meer dan
20 kg als een vleesvarken. In de praktijk zal de aard van het bedrijf
(fokbedrijf of mestbedrijf) meer gewicht in de schaal leggen.
Bijvoorbeeld: Een big van 23 kg op een fokbedrijf wordt als big geteld,
terwijl een big van 23 kg op een mestbedrijf als vleesvarken wordt
geteld.
Vanwege de uitbraak van varkenspest in februari 1997
en de daarop volgende ruimingen zijn de cijfers van de omvang van de
varkensstapel voor het jaar 1997 niet vergelijkbaar met voorgaande
en volgende jaren.
Fokvarkens
Gedekte zeugen
Al dan niet drachtig (incl. kunstmatig geïnsemineerde zeugen).
Edelpelsdieren
Edelpelsdieren (o.a. nertsen en blauwvossen).
Edelpelsdieren, totaal
Alleen de moederdieren van de edelpelsdieren.
Nertsen
Alleen de moederdieren.
Vossen
Alleen de moederdieren, incl. blauwvossen.
Overige edelpelsdieren
Moederdieren van overige edelpelsdieren, bijv. moerasbevers.
Hokcapaciteit edelpelsdieren
Hokcapaciteit van de moederdieren van de edelpelsdieren.
Hokcapaciteit is de stalruimte die beschikbaar is om dieren te
mesten. De hokruimte wordt uitgedrukt in aantal dieren dat daar
tegelijkertijd gemest kan worden. De ruimte moet het hele jaar voor
het mesten van vee beschikbaar zijn.
De hokcapaciteit is vaak hoger dan de werkelijke veebezetting.
Voor jonge dieren is uit gegaan van de gemiddelde veebezetting per kooi.