Inkomensverdeling alle huishoudens naar inkomensgroepen, 2006


Deze tabel geeft het aantal huishoudens in Nederland, zowel absoluut
als in procenten, uitgesplitst naar 10%-groepen van het besteedbaar
inkomen van huishoudens.
De cijfers zijn uitgesplitst naar landsdeel, provincie, corop-gebied,
grootstedelijke agglomeratie, stadsgewest en gemeente.

De gegevens komen uit het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) 2006 van
het CBS. De peildatum is 1 januari 2007; de inkomensgegevens hebben
betrekking op het onderzoeksjaar 2006. Het betreft voorlopige cijfers.

Frequentie: eenmalig
Omdat de gemeentelijke indeling jaarlijks kan veranderen worden de
uitkomsten uit het RIO voor elk afzonderlijk onderzoeksjaar
gepubliceerd; samenvoeging of splitsing van gemeenten heeft tot
gevolg dat alle informatie gerelateerd aan het inkomen in een nieuw
gevormde of gesplitste gemeente aanzienlijk kan wijzigen waardoor
vergelijkbaarheid in de tijd niet mogelijk is.

Inkomensverdeling alle huishoudens naar inkomensgroepen, 2006

Regio's Inkomensverdeling Aantal huishoudens (absoluut) * (x 1 000) Aantal huishoudens (in %) * (%)
Nederland Totaal huishouden 7.225,6 100
Nederland 1e 10%-groep; minder dan 11 700 euro 722,6 10
Nederland 2e 10%-groep; 11 700 tot 15 100 euro 722,6 10
Nederland 3e 10%-groep; 15 100 tot 18 400 euro 722,6 10
Nederland 4e 10%-groep; 18 400 tot 21 900 euro 722,6 10
Nederland 5e 10%-groep; 21 900 tot 26 000 euro 722,6 10
Nederland 6e 10%-groep; 26 000 tot 30 500 euro 722,6 10
Nederland 7e 10%-groep; 30 500 tot 35 400 euro 722,6 10
Nederland 8e 10%-groep; 35 400 tot 41 600 euro 722,6 10
Nederland 9e 10%-groep; 41 600 tot 52 200 euro 722,6 10
Nederland 10e 10%-groep; meer dan 52 200 euro 722,6 10
Amsterdam Totaal huishouden 395,8 100
Amsterdam 1e 10%-groep; minder dan 11 700 euro 73,1 18
Amsterdam 2e 10%-groep; 11 700 tot 15 100 euro 48,7 12
Amsterdam 3e 10%-groep; 15 100 tot 18 400 euro 46,0 12
Amsterdam 4e 10%-groep; 18 400 tot 21 900 euro 44,5 11
Amsterdam 5e 10%-groep; 21 900 tot 26 000 euro 41,3 10
Amsterdam 6e 10%-groep; 26 000 tot 30 500 euro 31,6 8
Amsterdam 7e 10%-groep; 30 500 tot 35 400 euro 26,9 7
Amsterdam 8e 10%-groep; 35 400 tot 41 600 euro 25,7 6
Amsterdam 9e 10%-groep; 41 600 tot 52 200 euro 26,0 7
Amsterdam 10e 10%-groep; meer dan 52 200 euro 32,1 8
Arnhem Totaal huishouden 71,3 100
Arnhem 1e 10%-groep; minder dan 11 700 euro 11,0 15
Arnhem 2e 10%-groep; 11 700 tot 15 100 euro 8,6 12
Arnhem 3e 10%-groep; 15 100 tot 18 400 euro 8,9 13
Arnhem 4e 10%-groep; 18 400 tot 21 900 euro 7,9 11
Arnhem 5e 10%-groep; 21 900 tot 26 000 euro 7,3 10
Arnhem 6e 10%-groep; 26 000 tot 30 500 euro 6,7 9
Arnhem 7e 10%-groep; 30 500 tot 35 400 euro 6,1 9
Arnhem 8e 10%-groep; 35 400 tot 41 600 euro 5,2 7
Arnhem 9e 10%-groep; 41 600 tot 52 200 euro 5,1 7
Arnhem 10e 10%-groep; meer dan 52 200 euro 4,5 6
Assen Totaal huishouden 29,1 100
Assen 1e 10%-groep; minder dan 11 700 euro 2,9 10
Assen 2e 10%-groep; 11 700 tot 15 100 euro 3,2 11
Assen 3e 10%-groep; 15 100 tot 18 400 euro 3,3 11
Assen 4e 10%-groep; 18 400 tot 21 900 euro 3,0 10
Assen 5e 10%-groep; 21 900 tot 26 000 euro 3,3 11
Assen 6e 10%-groep; 26 000 tot 30 500 euro 3,1 11
Assen 7e 10%-groep; 30 500 tot 35 400 euro 3,2 11
Assen 8e 10%-groep; 35 400 tot 41 600 euro 2,9 10
Assen 9e 10%-groep; 41 600 tot 52 200 euro 2,3 8
Assen 10e 10%-groep; meer dan 52 200 euro 1,9 7
Groningen (gemeente) Totaal huishouden 105,7 100
Groningen (gemeente) 1e 10%-groep; minder dan 11 700 euro 32,2 30
Groningen (gemeente) 2e 10%-groep; 11 700 tot 15 100 euro 13,0 12
Groningen (gemeente) 3e 10%-groep; 15 100 tot 18 400 euro 11,7 11
Groningen (gemeente) 4e 10%-groep; 18 400 tot 21 900 euro 10,2 10
Groningen (gemeente) 5e 10%-groep; 21 900 tot 26 000 euro 8,8 8
Groningen (gemeente) 6e 10%-groep; 26 000 tot 30 500 euro 7,2 7
Groningen (gemeente) 7e 10%-groep; 30 500 tot 35 400 euro 6,5 6
Groningen (gemeente) 8e 10%-groep; 35 400 tot 41 600 euro 6,2 6
Groningen (gemeente) 9e 10%-groep; 41 600 tot 52 200 euro 5,6 5
Groningen (gemeente) 10e 10%-groep; meer dan 52 200 euro 4,3 4
Haarlem Totaal huishouden 72,0 100
Haarlem 1e 10%-groep; minder dan 11 700 euro 7,4 10
Haarlem 2e 10%-groep; 11 700 tot 15 100 euro 8,0 11
Haarlem 3e 10%-groep; 15 100 tot 18 400 euro 8,0 11
Haarlem 4e 10%-groep; 18 400 tot 21 900 euro 8,0 11
Haarlem 5e 10%-groep; 21 900 tot 26 000 euro 7,2 10
Haarlem 6e 10%-groep; 26 000 tot 30 500 euro 6,8 9
Haarlem 7e 10%-groep; 30 500 tot 35 400 euro 6,4 9
Haarlem 8e 10%-groep; 35 400 tot 41 600 euro 6,6 9
Haarlem 9e 10%-groep; 41 600 tot 52 200 euro 6,9 10
Haarlem 10e 10%-groep; meer dan 52 200 euro 6,8 9
Leeuwarden Totaal huishouden 47,3 100
Leeuwarden 1e 10%-groep; minder dan 11 700 euro 8,7 18
Leeuwarden 2e 10%-groep; 11 700 tot 15 100 euro 6,1 13
Leeuwarden 3e 10%-groep; 15 100 tot 18 400 euro 5,7 12
Leeuwarden 4e 10%-groep; 18 400 tot 21 900 euro 5,1 11
Leeuwarden 5e 10%-groep; 21 900 tot 26 000 euro 4,7 10
Leeuwarden 6e 10%-groep; 26 000 tot 30 500 euro 4,5 9
Leeuwarden 7e 10%-groep; 30 500 tot 35 400 euro 3,9 8
Leeuwarden 8e 10%-groep; 35 400 tot 41 600 euro 3,4 7
Leeuwarden 9e 10%-groep; 41 600 tot 52 200 euro 3,0 6
Leeuwarden 10e 10%-groep; meer dan 52 200 euro 2,1 4
Lelystad Totaal huishouden 30,4 100
Lelystad 1e 10%-groep; minder dan 11 700 euro 3,1 10
Lelystad 2e 10%-groep; 11 700 tot 15 100 euro 3,0 10
Lelystad 3e 10%-groep; 15 100 tot 18 400 euro 2,7 9
Lelystad 4e 10%-groep; 18 400 tot 21 900 euro 2,9 9
Lelystad 5e 10%-groep; 21 900 tot 26 000 euro 3,2 11
Lelystad 6e 10%-groep; 26 000 tot 30 500 euro 3,3 11
Lelystad 7e 10%-groep; 30 500 tot 35 400 euro 3,3 11
Lelystad 8e 10%-groep; 35 400 tot 41 600 euro 3,1 10
Lelystad 9e 10%-groep; 41 600 tot 52 200 euro 3,1 10
Lelystad 10e 10%-groep; meer dan 52 200 euro 2,7 9
Maastricht Totaal huishouden 61,3 100
Maastricht 1e 10%-groep; minder dan 11 700 euro 12,3 20
Maastricht 2e 10%-groep; 11 700 tot 15 100 euro 7,3 12
Maastricht 3e 10%-groep; 15 100 tot 18 400 euro 6,9 11
Maastricht 4e 10%-groep; 18 400 tot 21 900 euro 6,4 10
Maastricht 5e 10%-groep; 21 900 tot 26 000 euro 6,1 10
Maastricht 6e 10%-groep; 26 000 tot 30 500 euro 5,3 9
Maastricht 7e 10%-groep; 30 500 tot 35 400 euro 4,8 8
Maastricht 8e 10%-groep; 35 400 tot 41 600 euro 4,4 7
Maastricht 9e 10%-groep; 41 600 tot 52 200 euro 4,2 7
Maastricht 10e 10%-groep; meer dan 52 200 euro 3,7 6
Middelburg (Z.) Totaal huishouden 21,3 100
Middelburg (Z.) 1e 10%-groep; minder dan 11 700 euro 1,8 9
Middelburg (Z.) 2e 10%-groep; 11 700 tot 15 100 euro 2,3 11
Middelburg (Z.) 3e 10%-groep; 15 100 tot 18 400 euro 2,2 10
Middelburg (Z.) 4e 10%-groep; 18 400 tot 21 900 euro 2,3 11
Middelburg (Z.) 5e 10%-groep; 21 900 tot 26 000 euro 2,3 11
Middelburg (Z.) 6e 10%-groep; 26 000 tot 30 500 euro 2,2 10
Middelburg (Z.) 7e 10%-groep; 30 500 tot 35 400 euro 2,3 11
Middelburg (Z.) 8e 10%-groep; 35 400 tot 41 600 euro 2,2 10
Middelburg (Z.) 9e 10%-groep; 41 600 tot 52 200 euro 2,1 10
Middelburg (Z.) 10e 10%-groep; meer dan 52 200 euro 1,6 7
's-Gravenhage (gemeente) Totaal huishouden 229,5 100
's-Gravenhage (gemeente) 1e 10%-groep; minder dan 11 700 euro 32,4 14
's-Gravenhage (gemeente) 2e 10%-groep; 11 700 tot 15 100 euro 27,0 12
's-Gravenhage (gemeente) 3e 10%-groep; 15 100 tot 18 400 euro 26,9 12
's-Gravenhage (gemeente) 4e 10%-groep; 18 400 tot 21 900 euro 25,5 11
's-Gravenhage (gemeente) 5e 10%-groep; 21 900 tot 26 000 euro 23,5 10
's-Gravenhage (gemeente) 6e 10%-groep; 26 000 tot 30 500 euro 20,0 9
's-Gravenhage (gemeente) 7e 10%-groep; 30 500 tot 35 400 euro 17,9 8
's-Gravenhage (gemeente) 8e 10%-groep; 35 400 tot 41 600 euro 17,8 8
's-Gravenhage (gemeente) 9e 10%-groep; 41 600 tot 52 200 euro 18,1 8
's-Gravenhage (gemeente) 10e 10%-groep; meer dan 52 200 euro 20,4 9
's-Hertogenbosch Totaal huishouden 62,7 100
's-Hertogenbosch 1e 10%-groep; minder dan 11 700 euro 6,5 10
's-Hertogenbosch 2e 10%-groep; 11 700 tot 15 100 euro 6,2 10
's-Hertogenbosch 3e 10%-groep; 15 100 tot 18 400 euro 6,5 10
's-Hertogenbosch 4e 10%-groep; 18 400 tot 21 900 euro 6,2 10
's-Hertogenbosch 5e 10%-groep; 21 900 tot 26 000 euro 6,2 10
's-Hertogenbosch 6e 10%-groep; 26 000 tot 30 500 euro 6,2 10
's-Hertogenbosch 7e 10%-groep; 30 500 tot 35 400 euro 5,8 9
's-Hertogenbosch 8e 10%-groep; 35 400 tot 41 600 euro 5,9 9
's-Hertogenbosch 9e 10%-groep; 41 600 tot 52 200 euro 6,7 11
's-Hertogenbosch 10e 10%-groep; meer dan 52 200 euro 6,6 10
Utrecht (gemeente) Totaal huishouden 151,6 100
Utrecht (gemeente) 1e 10%-groep; minder dan 11 700 euro 34,1 23
Utrecht (gemeente) 2e 10%-groep; 11 700 tot 15 100 euro 14,7 10
Utrecht (gemeente) 3e 10%-groep; 15 100 tot 18 400 euro 14,8 10
Utrecht (gemeente) 4e 10%-groep; 18 400 tot 21 900 euro 14,9 10
Utrecht (gemeente) 5e 10%-groep; 21 900 tot 26 000 euro 13,6 9
Utrecht (gemeente) 6e 10%-groep; 26 000 tot 30 500 euro 11,7 8
Utrecht (gemeente) 7e 10%-groep; 30 500 tot 35 400 euro 10,7 7
Utrecht (gemeente) 8e 10%-groep; 35 400 tot 41 600 euro 11,6 8
Utrecht (gemeente) 9e 10%-groep; 41 600 tot 52 200 euro 12,5 8
Utrecht (gemeente) 10e 10%-groep; meer dan 52 200 euro 13,0 9
Zwolle Totaal huishouden 53,6 100
Zwolle 1e 10%-groep; minder dan 11 700 euro 6,5 12
Zwolle 2e 10%-groep; 11 700 tot 15 100 euro 5,3 10
Zwolle 3e 10%-groep; 15 100 tot 18 400 euro 5,8 11
Zwolle 4e 10%-groep; 18 400 tot 21 900 euro 5,5 10
Zwolle 5e 10%-groep; 21 900 tot 26 000 euro 5,5 10
Zwolle 6e 10%-groep; 26 000 tot 30 500 euro 5,3 10
Zwolle 7e 10%-groep; 30 500 tot 35 400 euro 5,3 10
Zwolle 8e 10%-groep; 35 400 tot 41 600 euro 5,5 10
Zwolle 9e 10%-groep; 41 600 tot 52 200 euro 5,1 9
Zwolle 10e 10%-groep; meer dan 52 200 euro 3,8 7
Bron: cbs.
Verklaring van tekens