Beroepsbevolking; gemeenten 1996-2013

Beroepsbevolking; gemeenten 1996-2013

Geslacht Regio's Perioden Bevolking (15 tot 65 jaar) Onderwijsniveau Onderwijsniveau: hoog (x 1 000) Beroepsbevolking Onderwijsniveau Onderwijsniveau: hoog (x 1 000) Werkzame beroepsbevolking Onderwijsniveau Onderwijsniveau: hoog (x 1 000) Bruto arbeidsparticipatie Onderwijsniveau Onderwijsniveau: hoog (%) Netto arbeidsparticipatie Onderwijsniveau Onderwijsniveau: hoog (%)
Mannen Hoogeveen 2011/2013 2,2 2,0 1,9 90,1 87,0
Mannen Hoogezand-Sappemeer 2011/2013 1,9 1,6 1,6 85,2 81,3
Vrouwen Hoogeveen 2011/2013 2,6 2,0 1,9 75,8 72,9
Vrouwen Hoogezand-Sappemeer 2011/2013 2,1 1,8 1,7 86,2 81,4
Mannen en vrouwen Hoogeveen 2011/2013 4,8 3,9 3,8 82,3 79,4
Mannen en vrouwen Hoogezand-Sappemeer 2011/2013 4,0 3,4 3,2 85,7 81,4
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat jaarcijfers over de beroepsbevolking met indelingen naar (woon)gemeenten. De gemeenten zijn ingedeeld naar de situatie op 1 januari 2013. De aantallen betreffen driejaarsgemiddelden. De uitkomsten van gemeenten met minder dan 10.000 inwoners zijn om betrouwbaarheidsredenen niet gepubliceerd. De cijfers van de oude jaren veranderen elk jaar omdat de basis van de publicatie elk jaar de gemeentelijke indeling van het nieuwe toegevoegde jaar is.

Gegevens beschikbaar van 1996/1998 tot en met 2011/2013

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief.

Wijzigingen per 26 februari 2015
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wijzigingen per 27 juni 2014:
De cijfers over 2013 zijn toegevoegd. Doordat de gemeenten bij deze actualisering zijn ingedeeld op basis van de regionale indeling van 1 januari 2013, zorgt dit voor enkele wijzigingen.
Tot slot kunnen de cijfers over de periode 1999/2001 iets gewijzigd zijn door een kleine verbetering in het gebruikte gewicht.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Deze tabel is stopgezet. De actualisering van 27 juni 2014 was de laatste actualisering van deze tabel. Op 26 februari 2015 zijn nieuwe gereviseerde tabellen over de beroepsbevolking gepubliceerd. Deze revisie van de statistieken van de beroepsbevolking heeft twee onderdelen. De definities zijn aangepast aan de internationaal afgesproken definities en de gegevensverzameling is verbeterd door als eerste statistiekbureau in Europa te enquêteren via internet. Voor meer informatie over de revisie, zie de link naar de persmededeling in paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Bevolking (15 tot 65 jaar)
Alle mensen van 15 tot 65 jaar woonachtig in Nederland,
exclusief personen in inrichtingen, instellingen en tehuizen.
Onderwijsniveau
Het hoogstbehaalde opleidingsniveau is vastgesteld met behulp van de
Standaard onderwijsindeling 2003 (voor de jaren 1996-1999) en de
Standaard onderwijsindeling 2006 (voor de jaren 2000 en verder).
Lager onderwijs zijn opleidingen op niveau 1, 2 en 3 van de SOI. Dit
omvat het gehele basisonderwijs en de eerste fase van het voortgezet
onderwijs: lbo/ vbo/ vmbo, mulo/ mavo, de eerste 3 leerjaren van havo/vwo
(en hun voorgangers) en het laagste niveau van het
beroepsonderwijs, vergelijkbaar met de huidige assistentenopleiding (mbo
kwalificatieniveau 1).
Middelbaar onderwijs zijn opleidingen op niveau 4 van de SOI, dat wil
zeggen de tweede fase van het voortgezet onderwijs: bovenbouw havo/vwo en
opleidingen vergelijkbaar met mbo 2, 3 en 4.
Hoger onderwijs zijn opleidingen op niveau 5, 6 en 7 van de SOI: hbo- en
universitaire opleidingen en oudere en beroepsopleidingen die daarmee
vergelijkbaar zijn.
Verklaring van de gebruikte afkortingen:
ISCED - International Standard Classification of Education
Soi - Standaard onderwijsindeling
Vmbo - Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs
Mbo - Middelbaar beroepsonderwijs
Mbo 1: WEB Assistentenopleidingen
Mbo 2: WEB Basisberoepsopleidingen
Mbo 3: WEB Vakopleidingen
Mbo 4: WEB Middenkader- en specialistenopleidingen e.d.
Havo - Hoger algemeen voortgezet onderwijs
Vwo - Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
Hbo - Hoger beroepsonderwijs
Wo - Wetenschappelijk onderwijs
Onderwijsniveau: hoog
Het hoogstbehaalde opleidingsniveau is vastgesteld met behulp van de
Standaard onderwijsindeling 2003 (voor de jaren 1996-1999) en de
Standaard onderwijsindeling 2006 (voor de jaren 2000 en verder).
Hoger onderwijs zijn opleidingen op niveau 5, 6 en 7 van de SOI: hbo- en
universitaire opleidingen en oudere en beroepsopleidingen die daarmee
vergelijkbaar zijn.
Verklaring van de gebruikte afkortingen:
ISCED - International Standard Classification of Education
Soi - Standaard onderwijsindeling
Vmbo - Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs
Mbo - Middelbaar beroepsonderwijs
Mbo 1: WEB Assistentenopleidingen
Mbo 2: WEB Basisberoepsopleidingen
Mbo 3: WEB Vakopleidingen
Mbo 4: WEB Middenkader- en specialistenopleidingen e.d.
Havo - Hoger algemeen voortgezet onderwijs
Vwo - Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
Hbo - Hoger beroepsonderwijs
Wo - Wetenschappelijk onderwijs

---
Voor de Enquête Beroepsbevolking (EBB) wordt vanaf het vierde kwartaal 2012 gebruik gemaakt van waarnemingen via internet. Eén van de gevolgen hiervan is dat de vragen die gaan over het onderwijsniveau, de -richting en -deelname van personen in Nederland zijn gewijzigd. De open onderwijsvraagstelling die tot nu toe gebruikt werd, voldeed niet voor internetwaarneming vandaar dat is overgegaan op een gesloten onderwijsvraagstelling. Cruciaal daarin is de vraag welke opleiding de hoogst gevolgde is. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een meerkeuzevraag waarin alle gevolgde opleidingen worden aangekruist, en waaruit in de vragenlijst wordt afgeleid over welke opleiding doorgevraagd moet worden.

De nieuwe gesloten vraagstelling levert redelijk vergelijkbare resultaten op voor wat betreft de verdeling over laag, middelbaar en hoog onderwijsniveau. Op meer gedetailleerd niveau zijn er op een aantal punten verschillen zichtbaar met de oude open vraagstelling: er worden bijvoorbeeld meer personen op Mbo-2/3 niveau en minder personen op Mbo-4 niveau getypeerd, er worden meer personen met uitsluitend basisonderwijs waargenomen tegenover minder mensen met Avo-onderbouw niveau. Daarnaast zijn er meer personen waarvan het onderwijsniveau onbekend is.

De cijfers over het vierde kwartaal (en daarmee ook de jaarcijfers van 2012) zijn gepubliceerd. In het vierde kwartaal van 2012 heeft ongeveer een derde van de respondenten de nieuwe vraagstelling beantwoord. Hierdoor is het effect van de nieuwe vraagstelling in het vierde kwartaal en zeker in het jaarcijfer van 2012 klein.

In 2013 wordt nog verder onderzoek gedaan naar de effecten van de nieuwe vraagstelling. De onderwijscijfers op basis van de EBB zijn daarom vanaf het vierde kwartaal van 2012 (en dus ook het jaarcijfer van 2012) voorlopig. Naar verwachting worden in 2014 de definitieve cijfers gepubliceerd.

Beroepsbevolking
Alle personen (15 tot 65 jaar) die:
- tenminste twaalf uur per week werken, of
- werk hebben aanvaard waardoor ze tenminste twaalf uur per week gaan
werken, of
- verklaren ten minste twaalf uur per week te willen werken, daarvoor
beschikbaar zijn en activiteiten ontplooien om werk voor ten minste
twaalf uur per week te vinden.
Onderwijsniveau
Het hoogstbehaalde opleidingsniveau is vastgesteld met behulp van de
Standaard onderwijsindeling 2003 (voor de jaren 1996-1999) en de
Standaard onderwijsindeling 2006 (voor de jaren 2000 en verder).
Lager onderwijs zijn opleidingen op niveau 1, 2 en 3 van de SOI. Dit
omvat het gehele basisonderwijs en de eerste fase van het voortgezet
onderwijs: lbo/ vbo/ vmbo, mulo/ mavo, de eerste 3 leerjaren van havo/vwo
(en hun voorgangers) en het laagste niveau van het
beroepsonderwijs, vergelijkbaar met de huidige assistentenopleiding (mbo
kwalificatieniveau 1).
Middelbaar onderwijs zijn opleidingen op niveau 4 van de SOI, dat wil
zeggen de tweede fase van het voortgezet onderwijs: bovenbouw havo/vwo en
opleidingen vergelijkbaar met mbo 2, 3 en 4.
Hoger onderwijs zijn opleidingen op niveau 5, 6 en 7 van de SOI: hbo- en
universitaire opleidingen en oudere en beroepsopleidingen die daarmee
vergelijkbaar zijn.
Verklaring van de gebruikte afkortingen:
ISCED - International Standard Classification of Education
Soi - Standaard onderwijsindeling
Vmbo - Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs
Mbo - Middelbaar beroepsonderwijs
Mbo 1: WEB Assistentenopleidingen
Mbo 2: WEB Basisberoepsopleidingen
Mbo 3: WEB Vakopleidingen
Mbo 4: WEB Middenkader- en specialistenopleidingen e.d.
Havo - Hoger algemeen voortgezet onderwijs
Vwo - Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
Hbo - Hoger beroepsonderwijs
Wo - Wetenschappelijk onderwijs
Onderwijsniveau: hoog
Het hoogstbehaalde opleidingsniveau is vastgesteld met behulp van de
Standaard onderwijsindeling 2003 (voor de jaren 1996-1999) en de
Standaard onderwijsindeling 2006 (voor de jaren 2000 en verder).
Hoger onderwijs zijn opleidingen op niveau 5, 6 en 7 van de SOI: hbo- en
universitaire opleidingen en oudere en beroepsopleidingen die daarmee
vergelijkbaar zijn.
Verklaring van de gebruikte afkortingen:
ISCED - International Standard Classification of Education
Soi - Standaard onderwijsindeling
Vmbo - Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs
Mbo - Middelbaar beroepsonderwijs
Mbo 1: WEB Assistentenopleidingen
Mbo 2: WEB Basisberoepsopleidingen
Mbo 3: WEB Vakopleidingen
Mbo 4: WEB Middenkader- en specialistenopleidingen e.d.
Havo - Hoger algemeen voortgezet onderwijs
Vwo - Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
Hbo - Hoger beroepsonderwijs
Wo - Wetenschappelijk onderwijs

---
Voor de Enquête Beroepsbevolking (EBB) wordt vanaf het vierde kwartaal 2012 gebruik gemaakt van waarnemingen via internet. Eén van de gevolgen hiervan is dat de vragen die gaan over het onderwijsniveau, de -richting en -deelname van personen in Nederland zijn gewijzigd. De open onderwijsvraagstelling die tot nu toe gebruikt werd, voldeed niet voor internetwaarneming vandaar dat is overgegaan op een gesloten onderwijsvraagstelling. Cruciaal daarin is de vraag welke opleiding de hoogst gevolgde is. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een meerkeuzevraag waarin alle gevolgde opleidingen worden aangekruist, en waaruit in de vragenlijst wordt afgeleid over welke opleiding doorgevraagd moet worden.

De nieuwe gesloten vraagstelling levert redelijk vergelijkbare resultaten op voor wat betreft de verdeling over laag, middelbaar en hoog onderwijsniveau. Op meer gedetailleerd niveau zijn er op een aantal punten verschillen zichtbaar met de oude open vraagstelling: er worden bijvoorbeeld meer personen op Mbo-2/3 niveau en minder personen op Mbo-4 niveau getypeerd, er worden meer personen met uitsluitend basisonderwijs waargenomen tegenover minder mensen met Avo-onderbouw niveau. Daarnaast zijn er meer personen waarvan het onderwijsniveau onbekend is.

De cijfers over het vierde kwartaal (en daarmee ook de jaarcijfers van 2012) zijn gepubliceerd. In het vierde kwartaal van 2012 heeft ongeveer een derde van de respondenten de nieuwe vraagstelling beantwoord. Hierdoor is het effect van de nieuwe vraagstelling in het vierde kwartaal en zeker in het jaarcijfer van 2012 klein.

In 2013 wordt nog verder onderzoek gedaan naar de effecten van de nieuwe vraagstelling. De onderwijscijfers op basis van de EBB zijn daarom vanaf het vierde kwartaal van 2012 (en dus ook het jaarcijfer van 2012) voorlopig. Naar verwachting worden in 2014 de definitieve cijfers gepubliceerd.

Werkzame beroepsbevolking
Personen (15 tot 65 jaar) die in Nederland wonen en betaald werk hebben
van twaalf uur of meer per week.
Onderwijsniveau
Het hoogstbehaalde opleidingsniveau is vastgesteld met behulp van de
Standaard onderwijsindeling 2003 (voor de jaren 1996-1999) en de
Standaard onderwijsindeling 2006 (voor de jaren 2000 en verder).
Lager onderwijs zijn opleidingen op niveau 1, 2 en 3 van de SOI. Dit
omvat het gehele basisonderwijs en de eerste fase van het voortgezet
onderwijs: lbo/ vbo/ vmbo, mulo/ mavo, de eerste 3 leerjaren van havo/vwo
(en hun voorgangers) en het laagste niveau van het
beroepsonderwijs, vergelijkbaar met de huidige assistentenopleiding (mbo
kwalificatieniveau 1).
Middelbaar onderwijs zijn opleidingen op niveau 4 van de SOI, dat wil
zeggen de tweede fase van het voortgezet onderwijs: bovenbouw havo/vwo en
opleidingen vergelijkbaar met mbo 2, 3 en 4.
Hoger onderwijs zijn opleidingen op niveau 5, 6 en 7 van de SOI: hbo- en
universitaire opleidingen en oudere en beroepsopleidingen die daarmee
vergelijkbaar zijn.
Verklaring van de gebruikte afkortingen:
ISCED - International Standard Classification of Education
Soi - Standaard onderwijsindeling
Vmbo - Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs
Mbo - Middelbaar beroepsonderwijs
Mbo 1: WEB Assistentenopleidingen
Mbo 2: WEB Basisberoepsopleidingen
Mbo 3: WEB Vakopleidingen
Mbo 4: WEB Middenkader- en specialistenopleidingen e.d.
Havo - Hoger algemeen voortgezet onderwijs
Vwo - Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
Hbo - Hoger beroepsonderwijs
Wo - Wetenschappelijk onderwijs
Onderwijsniveau: hoog
Het hoogstbehaalde opleidingsniveau is vastgesteld met behulp van de
Standaard onderwijsindeling 2003 (voor de jaren 1996-1999) en de
Standaard onderwijsindeling 2006 (voor de jaren 2000 en verder).
Hoger onderwijs zijn opleidingen op niveau 5, 6 en 7 van de SOI: hbo- en
universitaire opleidingen en oudere en beroepsopleidingen die daarmee
vergelijkbaar zijn.
Verklaring van de gebruikte afkortingen:
ISCED - International Standard Classification of Education
Soi - Standaard onderwijsindeling
Vmbo - Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs
Mbo - Middelbaar beroepsonderwijs
Mbo 1: WEB Assistentenopleidingen
Mbo 2: WEB Basisberoepsopleidingen
Mbo 3: WEB Vakopleidingen
Mbo 4: WEB Middenkader- en specialistenopleidingen e.d.
Havo - Hoger algemeen voortgezet onderwijs
Vwo - Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
Hbo - Hoger beroepsonderwijs
Wo - Wetenschappelijk onderwijs

---
Voor de Enquête Beroepsbevolking (EBB) wordt vanaf het vierde kwartaal 2012 gebruik gemaakt van waarnemingen via internet. Eén van de gevolgen hiervan is dat de vragen die gaan over het onderwijsniveau, de -richting en -deelname van personen in Nederland zijn gewijzigd. De open onderwijsvraagstelling die tot nu toe gebruikt werd, voldeed niet voor internetwaarneming vandaar dat is overgegaan op een gesloten onderwijsvraagstelling. Cruciaal daarin is de vraag welke opleiding de hoogst gevolgde is. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een meerkeuzevraag waarin alle gevolgde opleidingen worden aangekruist, en waaruit in de vragenlijst wordt afgeleid over welke opleiding doorgevraagd moet worden.

De nieuwe gesloten vraagstelling levert redelijk vergelijkbare resultaten op voor wat betreft de verdeling over laag, middelbaar en hoog onderwijsniveau. Op meer gedetailleerd niveau zijn er op een aantal punten verschillen zichtbaar met de oude open vraagstelling: er worden bijvoorbeeld meer personen op Mbo-2/3 niveau en minder personen op Mbo-4 niveau getypeerd, er worden meer personen met uitsluitend basisonderwijs waargenomen tegenover minder mensen met Avo-onderbouw niveau. Daarnaast zijn er meer personen waarvan het onderwijsniveau onbekend is.

De cijfers over het vierde kwartaal (en daarmee ook de jaarcijfers van 2012) zijn gepubliceerd. In het vierde kwartaal van 2012 heeft ongeveer een derde van de respondenten de nieuwe vraagstelling beantwoord. Hierdoor is het effect van de nieuwe vraagstelling in het vierde kwartaal en zeker in het jaarcijfer van 2012 klein.

In 2013 wordt nog verder onderzoek gedaan naar de effecten van de nieuwe vraagstelling. De onderwijscijfers op basis van de EBB zijn daarom vanaf het vierde kwartaal van 2012 (en dus ook het jaarcijfer van 2012) voorlopig. Naar verwachting worden in 2014 de definitieve cijfers gepubliceerd.

Bruto arbeidsparticipatie
Het aandeel van de (werkzame en werkloze) beroepsbevolking in de
potentiële beroepsbevolking.
Onderwijsniveau
Het hoogstbehaalde opleidingsniveau is vastgesteld met behulp van de
Standaard onderwijsindeling 2003 (voor de jaren 1996-1999) en de
Standaard onderwijsindeling 2006 (voor de jaren 2000 en verder).
Lager onderwijs zijn opleidingen op niveau 1, 2 en 3 van de SOI. Dit
omvat het gehele basisonderwijs en de eerste fase van het voortgezet
onderwijs: lbo/ vbo/ vmbo, mulo/ mavo, de eerste 3 leerjaren van havo/vwo
(en hun voorgangers) en het laagste niveau van het
beroepsonderwijs, vergelijkbaar met de huidige assistentenopleiding (mbo
kwalificatieniveau 1).
Middelbaar onderwijs zijn opleidingen op niveau 4 van de SOI, dat wil
zeggen de tweede fase van het voortgezet onderwijs: bovenbouw havo/vwo en
opleidingen vergelijkbaar met mbo 2, 3 en 4.
Hoger onderwijs zijn opleidingen op niveau 5, 6 en 7 van de SOI: hbo- en
universitaire opleidingen en oudere en beroepsopleidingen die daarmee
vergelijkbaar zijn.
Verklaring van de gebruikte afkortingen:
ISCED - International Standard Classification of Education
Soi - Standaard onderwijsindeling
Vmbo - Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs
Mbo - Middelbaar beroepsonderwijs
Mbo 1: WEB Assistentenopleidingen
Mbo 2: WEB Basisberoepsopleidingen
Mbo 3: WEB Vakopleidingen
Mbo 4: WEB Middenkader- en specialistenopleidingen e.d.
Havo - Hoger algemeen voortgezet onderwijs
Vwo - Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
Hbo - Hoger beroepsonderwijs
Wo - Wetenschappelijk onderwijs
Onderwijsniveau: hoog
Het hoogstbehaalde opleidingsniveau is vastgesteld met behulp van de
Standaard onderwijsindeling 2003 (voor de jaren 1996-1999) en de
Standaard onderwijsindeling 2006 (voor de jaren 2000 en verder).
Hoger onderwijs zijn opleidingen op niveau 5, 6 en 7 van de SOI: hbo- en
universitaire opleidingen en oudere en beroepsopleidingen die daarmee
vergelijkbaar zijn.
Verklaring van de gebruikte afkortingen:
ISCED - International Standard Classification of Education
Soi - Standaard onderwijsindeling
Vmbo - Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs
Mbo - Middelbaar beroepsonderwijs
Mbo 1: WEB Assistentenopleidingen
Mbo 2: WEB Basisberoepsopleidingen
Mbo 3: WEB Vakopleidingen
Mbo 4: WEB Middenkader- en specialistenopleidingen e.d.
Havo - Hoger algemeen voortgezet onderwijs
Vwo - Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
Hbo - Hoger beroepsonderwijs
Wo - Wetenschappelijk onderwijs

---
Voor de Enquête Beroepsbevolking (EBB) wordt vanaf het vierde kwartaal 2012 gebruik gemaakt van waarnemingen via internet. Eén van de gevolgen hiervan is dat de vragen die gaan over het onderwijsniveau, de -richting en -deelname van personen in Nederland zijn gewijzigd. De open onderwijsvraagstelling die tot nu toe gebruikt werd, voldeed niet voor internetwaarneming vandaar dat is overgegaan op een gesloten onderwijsvraagstelling. Cruciaal daarin is de vraag welke opleiding de hoogst gevolgde is. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een meerkeuzevraag waarin alle gevolgde opleidingen worden aangekruist, en waaruit in de vragenlijst wordt afgeleid over welke opleiding doorgevraagd moet worden.

De nieuwe gesloten vraagstelling levert redelijk vergelijkbare resultaten op voor wat betreft de verdeling over laag, middelbaar en hoog onderwijsniveau. Op meer gedetailleerd niveau zijn er op een aantal punten verschillen zichtbaar met de oude open vraagstelling: er worden bijvoorbeeld meer personen op Mbo-2/3 niveau en minder personen op Mbo-4 niveau getypeerd, er worden meer personen met uitsluitend basisonderwijs waargenomen tegenover minder mensen met Avo-onderbouw niveau. Daarnaast zijn er meer personen waarvan het onderwijsniveau onbekend is.

De cijfers over het vierde kwartaal (en daarmee ook de jaarcijfers van 2012) zijn gepubliceerd. In het vierde kwartaal van 2012 heeft ongeveer een derde van de respondenten de nieuwe vraagstelling beantwoord. Hierdoor is het effect van de nieuwe vraagstelling in het vierde kwartaal en zeker in het jaarcijfer van 2012 klein.

In 2013 wordt nog verder onderzoek gedaan naar de effecten van de nieuwe vraagstelling. De onderwijscijfers op basis van de EBB zijn daarom vanaf het vierde kwartaal van 2012 (en dus ook het jaarcijfer van 2012) voorlopig. Naar verwachting worden in 2014 de definitieve cijfers gepubliceerd.

Netto arbeidsparticipatie
Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de potentiële
beroepsbevolking.
Onderwijsniveau
Het hoogstbehaalde opleidingsniveau is vastgesteld met behulp van de
Standaard onderwijsindeling 2003 (voor de jaren 1996-1999) en de
Standaard onderwijsindeling 2006 (voor de jaren 2000 en verder).
Lager onderwijs zijn opleidingen op niveau 1, 2 en 3 van de SOI. Dit
omvat het gehele basisonderwijs en de eerste fase van het voortgezet
onderwijs: lbo/ vbo/ vmbo, mulo/ mavo, de eerste 3 leerjaren van havo/vwo
(en hun voorgangers) en het laagste niveau van het
beroepsonderwijs, vergelijkbaar met de huidige assistentenopleiding (mbo
kwalificatieniveau 1).
Middelbaar onderwijs zijn opleidingen op niveau 4 van de SOI, dat wil
zeggen de tweede fase van het voortgezet onderwijs: bovenbouw havo/vwo en
opleidingen vergelijkbaar met mbo 2, 3 en 4.
Hoger onderwijs zijn opleidingen op niveau 5, 6 en 7 van de SOI: hbo- en
universitaire opleidingen en oudere en beroepsopleidingen die daarmee
vergelijkbaar zijn.
Verklaring van de gebruikte afkortingen:
ISCED - International Standard Classification of Education
Soi - Standaard onderwijsindeling
Vmbo - Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs
Mbo - Middelbaar beroepsonderwijs
Mbo 1: WEB Assistentenopleidingen
Mbo 2: WEB Basisberoepsopleidingen
Mbo 3: WEB Vakopleidingen
Mbo 4: WEB Middenkader- en specialistenopleidingen e.d.
Havo - Hoger algemeen voortgezet onderwijs
Vwo - Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
Hbo - Hoger beroepsonderwijs
Wo - Wetenschappelijk onderwijs
Onderwijsniveau: hoog
Het hoogstbehaalde opleidingsniveau is vastgesteld met behulp van de
Standaard onderwijsindeling 2003 (voor de jaren 1996-1999) en de
Standaard onderwijsindeling 2006 (voor de jaren 2000 en verder).
Hoger onderwijs zijn opleidingen op niveau 5, 6 en 7 van de SOI: hbo- en
universitaire opleidingen en oudere en beroepsopleidingen die daarmee
vergelijkbaar zijn.
Verklaring van de gebruikte afkortingen:
ISCED - International Standard Classification of Education
Soi - Standaard onderwijsindeling
Vmbo - Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs
Mbo - Middelbaar beroepsonderwijs
Mbo 1: WEB Assistentenopleidingen
Mbo 2: WEB Basisberoepsopleidingen
Mbo 3: WEB Vakopleidingen
Mbo 4: WEB Middenkader- en specialistenopleidingen e.d.
Havo - Hoger algemeen voortgezet onderwijs
Vwo - Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
Hbo - Hoger beroepsonderwijs
Wo - Wetenschappelijk onderwijs

---
Voor de Enquête Beroepsbevolking (EBB) wordt vanaf het vierde kwartaal 2012 gebruik gemaakt van waarnemingen via internet. Eén van de gevolgen hiervan is dat de vragen die gaan over het onderwijsniveau, de -richting en -deelname van personen in Nederland zijn gewijzigd. De open onderwijsvraagstelling die tot nu toe gebruikt werd, voldeed niet voor internetwaarneming vandaar dat is overgegaan op een gesloten onderwijsvraagstelling. Cruciaal daarin is de vraag welke opleiding de hoogst gevolgde is. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een meerkeuzevraag waarin alle gevolgde opleidingen worden aangekruist, en waaruit in de vragenlijst wordt afgeleid over welke opleiding doorgevraagd moet worden.

De nieuwe gesloten vraagstelling levert redelijk vergelijkbare resultaten op voor wat betreft de verdeling over laag, middelbaar en hoog onderwijsniveau. Op meer gedetailleerd niveau zijn er op een aantal punten verschillen zichtbaar met de oude open vraagstelling: er worden bijvoorbeeld meer personen op Mbo-2/3 niveau en minder personen op Mbo-4 niveau getypeerd, er worden meer personen met uitsluitend basisonderwijs waargenomen tegenover minder mensen met Avo-onderbouw niveau. Daarnaast zijn er meer personen waarvan het onderwijsniveau onbekend is.

De cijfers over het vierde kwartaal (en daarmee ook de jaarcijfers van 2012) zijn gepubliceerd. In het vierde kwartaal van 2012 heeft ongeveer een derde van de respondenten de nieuwe vraagstelling beantwoord. Hierdoor is het effect van de nieuwe vraagstelling in het vierde kwartaal en zeker in het jaarcijfer van 2012 klein.

In 2013 wordt nog verder onderzoek gedaan naar de effecten van de nieuwe vraagstelling. De onderwijscijfers op basis van de EBB zijn daarom vanaf het vierde kwartaal van 2012 (en dus ook het jaarcijfer van 2012) voorlopig. Naar verwachting worden in 2014 de definitieve cijfers gepubliceerd.