Nalatenschappen; 2005-2011

Nalatenschappen; 2005-2011

Geslacht Leeftijd Perioden Nalatenschappen (aantal) Hypotheekschuld (aantal) Nalatenschappen (aantal) Privévermogen (aantal) Nalatenschappen (aantal) Ondernemingsvermogen (aantal) Nalatenschappen (aantal) Nagelaten vermogen (aantal) Nalatenschappen (aantal) Privébezittingen Financieel Bank- en spaartegoeden (aantal) Nalatenschappen (totaal bedrag) Financieel Bank- en spaartegoeden (mln euro) Nalatenschappen (gemiddeld bedrag) Financieel Bank- en spaartegoeden (1 000 euro) Nalatenschappen (mediaan) Hypotheekschuld (1 000 euro) Nalatenschappen (mediaan) Privévermogen (1 000 euro) Nalatenschappen (mediaan) Ondernemingsvermogen (1 000 euro) Nalatenschappen (mediaan) Nagelaten vermogen (1 000 euro) Nalatenschappen (mediaan) Financieel Bank- en spaartegoeden (1 000 euro)
Mannen en vrouwen Totaal leeftijd 2011* 19.800 117.630 2.700 117.760 115.720 4.685 40 49 24 33 24 15
Mannen en vrouwen jonger dan 35 jaar 2011* 180 1.200 40 1.210 1.170 8 7 122 2 . 2 2
Mannen en vrouwen 35 tot 50 jaar 2011* 1.520 3.790 320 3.810 3.620 58 16 97 8 11 9 3
Mannen en vrouwen 50 tot 65 jaar 2011* 5.840 15.300 1.110 15.350 14.780 377 25 63 25 23 26 6
Mannen en vrouwen 65 tot 85 jaar 2011* 10.480 57.420 1.040 57.450 56.510 2.181 39 39 28 67 28 14
Mannen en vrouwen 85 jaar of ouder 2011* 1.780 39.930 190 39.930 39.650 2.061 52 33 24 121 24 21
Mannen Totaal leeftijd 2011* 13.320 59.240 1.810 59.320 58.090 2.166 37 48 29 32 29 13
Mannen jonger dan 35 jaar 2011* 130 760 30 770 740 5 7 118 2 . 2 2
Mannen 35 tot 50 jaar 2011* 1.010 2.180 190 2.190 2.060 32 16 97 10 9 11 3
Mannen 50 tot 65 jaar 2011* 4.030 9.480 750 9.510 9.120 228 25 62 31 19 33 6
Mannen 65 tot 85 jaar 2011* 7.260 33.410 730 33.440 32.850 1.180 36 38 33 67 34 13
Mannen 85 jaar of ouder 2011* 900 13.420 110 13.420 13.310 721 54 31 30 116 30 22
Vrouwen Totaal leeftijd 2011* 6.470 58.390 890 58.440 57.630 2.519 44 50 24 38 24 17
Vrouwen jonger dan 35 jaar 2011* 50 440 10 440 430 3 8 129 2 . 2 2
Vrouwen 35 tot 50 jaar 2011* 510 1.610 130 1.620 1.550 25 16 98 6 15 6 3
Vrouwen 50 tot 65 jaar 2011* 1.810 5.820 350 5.850 5.650 148 26 65 17 29 18 6
Vrouwen 65 tot 85 jaar 2011* 3.220 24.010 320 24.010 23.660 1.001 42 42 24 67 24 16
Vrouwen 85 jaar of ouder 2011* 870 26.510 80 26.520 26.340 1.340 51 34 24 128 24 21
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


In deze tabel zijn gegevens opgenomen over vermogensonderdelen
van de nalatenschappen van de overledenen. De reeks is in deze opzet stopgezet omdat er wordt gewerkt aan een nieuwe reeks cijfers over nalatenschappen en verkrijgingen.

Gegevens beschikbaar van 2005 tot en met 2011.

Status van de cijfers
De cijfers over de jaren 2005 - 2009 zijn definitief.
De cijfers over 2010 en 2011 zijn voorlopig. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per april 2016:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Vanaf 2010 zijn de heffing van de erfbelasting en het aangiftebiljet erfbelasting gewijzigd.
Als gevolg hiervan zijn de gegevens van de nalatenschappen en verkrijgingen vanaf 2010 niet geheel vergelijkbaar met de gegevens 2005-2009.

De reeks in de nieuwe opzet wordt halverwege 2017 verwacht. Deze nieuwe reeks bevat cijfers voor de periode 2005 tot en met 2014.

Toelichting onderwerpen

Nalatenschappen (aantal)
Het vermogen bestaande uit bezittingen en schulden dat nagelaten is door een overledene.
Privébezittingen
Privébezittingen overledene in de vorm van eigen woning, bank- en spaartegoeden en effecten. Vanaf 2010 is contant geld van de nalatenschappen waarvoor aangifte is gedaan meegenomen.

Financieel
Som van de financiële waarden zijnde bank- en spaartegoeden en effecten. Vanaf 2010 is contant geld van de nalatenschappen waarvoor aangifte is gedaan meegenomen.
Bank- en spaartegoeden
Alle tegoeden op rekeningen bij (spaar)banken, inclusief buitenlandse tegoeden. Vanaf 2010 zijn de bank- en spaartegoeden van de nalatenschappen waarvoor aangifte is gedaan inclusief contant geld.
Hypotheekschuld
Opgebouwde tegoeden voor de aflossing van de hypotheek via kapitaalsverzekeringen, spaar-, beleggingshypotheken en dergelijke kunnen niet worden waargenomen en zijn derhalve niet in mindering gebracht.
Privévermogen
Saldo van het totaal aan privébezittingen en hypotheekschuld. Vanaf 2010 is contant geld van de nalatenschappen waarvoor aangifte is gedaan meegenomen.

Ondernemingsvermogen
Saldo van bezittingen en schulden behorend tot het bedrijfs- of
beroepsvermogen.
Nagelaten vermogen
Som van het Privévermogen en het Ondernemingsvermogen. Vanaf 2010 is contant geld van de nalatenschappen waarvoor aangifte is gedaan meegenomen.

Nalatenschappen (totaal bedrag)
Het vermogen bestaande uit bezittingen en schulden dat nagelaten is door een overledene.
Financieel
Som van de financiële waarden zijnde bank- en spaartegoeden en effecten. Vanaf 2010 is contant geld van de nalatenschappen waarvoor aangifte is gedaan meegenomen.
Bank- en spaartegoeden
Alle tegoeden op rekeningen bij (spaar)banken, inclusief buitenlandse tegoeden. Vanaf 2010 zijn de bank- en spaartegoeden van de nalatenschappen waarvoor aangifte is gedaan inclusief contant geld.
Nalatenschappen (gemiddeld bedrag)
Het vermogen bestaande uit bezittingen en schulden dat nagelaten is door een overledene.
Financieel
Som van de financiële waarden zijnde bank- en spaartegoeden en effecten. Vanaf 2010 is contant geld van de nalatenschappen waarvoor aangifte is gedaan meegenomen.
Bank- en spaartegoeden
Alle tegoeden op rekeningen bij (spaar)banken, inclusief buitenlandse tegoeden. Vanaf 2010 zijn de bank- en spaartegoeden van de nalatenschappen waarvoor aangifte is gedaan inclusief contant geld.
Nalatenschappen (mediaan)
Het bedrag waarvoor geldt dat 50% van de populatie een lager of even groot vermogen(sbestanddeel) heeft.
Het vermogen bestaande uit bezittingen en schulden dat nagelaten is door een overledene.
Financieel
Som van de financiële waarden zijnde bank- en spaartegoeden en effecten. Vanaf 2010 is contant geld van de nalatenschappen waarvoor aangifte is gedaan meegenomen.
Bank- en spaartegoeden
Alle tegoeden op rekeningen bij (spaar)banken, inclusief buitenlandse tegoeden. Vanaf 2010 zijn de bank- en spaartegoeden van de nalatenschappen waarvoor aangifte is gedaan inclusief contant geld.
Hypotheekschuld
Opgebouwde tegoeden voor de aflossing van de hypotheek via kapitaalsverzekeringen, spaar-, beleggingshypotheken en dergelijke kunnen niet worden waargenomen en zijn derhalve niet in mindering gebracht.
Privévermogen
Saldo van het totaal aan privébezittingen en hypotheekschuld. Vanaf 2010 is contant geld van de nalatenschappen waarvoor aangifte is gedaan meegenomen.

Ondernemingsvermogen
Saldo van bezittingen en schulden behorend tot het bedrijfs- of
beroepsvermogen.
Nagelaten vermogen
Som van het Privévermogen en het Ondernemingsvermogen. Vanaf 2010 is contant geld van de nalatenschappen waarvoor aangifte is gedaan meegenomen.