Arbeidsrekeningen; arbeidsmarktdynamiek, 2001-2008
Verklaring van tekens
Tabeltoelichting
In deze tabel wordt alle in- en uitstroom in de werkgelegenheid geteld, die gedurende het verslagjaar plaatsvindt. Daarmee onderscheiden deze continue dynamiekcijfers zich van cijfers over het aantal veranderingen tussen twee peildata.
De arbeidsmarktdynamiek wordt weergegeven voor zowel banen als werkzame perioden. Een werkzame periode is een ononderbroken periode van werk van een persoon, in dezelfde baan of in verschillende banen. De dynamiekcijfers worden zowel gepresenteerd voor werkzame personen als voor werknemers en zelfstandigen afzonderlijk.
De dynamiekcijfers sluiten aan bij de Arbeidsrekeningencijfers van de Nationale rekeningen. De uitkomsten worden uitgesplitst naar de volgende kenmerken:
- geslacht;
- SBI'93 (economische activiteit);
- periode.
Gegevens beschikbaar van 2001 tot en met 2008.
Status van de cijfers:
De gegevens over 2008 zijn voorlopig. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.
Wijzigingen per 23 februari 2015:
Geen, deze tabel is stopgezet.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
De arbeidsmarktdynamiek wordt weergegeven voor zowel banen als werkzame perioden. Een werkzame periode is een ononderbroken periode van werk van een persoon, in dezelfde baan of in verschillende banen. De dynamiekcijfers worden zowel gepresenteerd voor werkzame personen als voor werknemers en zelfstandigen afzonderlijk.
De dynamiekcijfers sluiten aan bij de Arbeidsrekeningencijfers van de Nationale rekeningen. De uitkomsten worden uitgesplitst naar de volgende kenmerken:
- geslacht;
- SBI'93 (economische activiteit);
- periode.
Gegevens beschikbaar van 2001 tot en met 2008.
Status van de cijfers:
De gegevens over 2008 zijn voorlopig. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.
Wijzigingen per 23 februari 2015:
Geen, deze tabel is stopgezet.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Toelichting onderwerpen
- Banen
- Een expliciete of impliciete arbeidsovereenkomst tussen een persoon en
een economische eenheid waarin is vastgelegd dat arbeid zal worden
verricht waartegen een (financiële) beloning staat. Banen kunnen worden
onderscheiden in banen van werknemers en banen van zelfstandigen.- Werkzame personen
- Alle personen die een baan hebben bij een in Nederland gevestigd bedrijf
of bij een particulier huishouden in Nederland. Tot de werkzame personen
behoren alle personen die betaalde arbeid verrichten, ook al is het maar
voor één of enkele uren per week, ook als zij:
- arbeid verrichten die op zichzelf genomen legaal is, maar waarvan de
beloning aan de registratie door fiscus of sociale zekerheidsautoriteiten
wordt onttrokken ('zwarte arbeid');
- tijdelijk geen arbeid verrichten, maar wel doorbetaald krijgen
(bijvoorbeeld bij ziekte of vorstverlet);
- tijdelijk onbetaald verlof hebben opgenomen.
Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en
zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het
buitenland.- Gemiddelde baanduur binnen het jaar
- De gemiddelde baanduur binnen het jaar is het aantal dagen binnen het
verslagjaar dat een baan gemiddeld heeft geduurd. Dit betreft alleen het
deel van de baan binnen het verslagjaar; de duur voor of na het
verslagjaar telt niet mee. De maximale duur van een baan binnen een jaar
is 365 dagen, in schrikkeljaren 366 dagen. Doorlopende banen hebben het
gehele verslagjaar bestaan en hebben per definitie een gemiddelde duur
van één jaar.
- Werknemers
- Personen die in een arbeidsovereenkomst afspraken met een economische
eenheid maken om arbeid te verrichten waartegenover een financiële
beloning staat.- Baanduurklassen
- De uitkomsten over baandynamiek van werknemers worden uitgesplitst
naar drie baanduurklassen:
- banen die minder dan 3 maanden geduurd hebben;
- banen die 3 maanden tot 1 jaar geduurd hebben;
- banen die 1 jaar of langer duren.
Bij deze indeling wordt de baanduur berekend inclusief de baanduur vóór
het verslagjaar en na het verslagjaar. Het is de baanduur van de banen in
verslagjaar t, zoals die per 31 december t+1 kan worden vastgesteld. Op
deze manier wordt (voor baanduren tot één jaar) de voltooide baanduur
gemeten.- Totaal baanduurklassen
- De uitkomsten over baandynamiek van werknemers worden uitgesplitst
naar drie baanduurklassen:
- banen die minder dan 3 maanden geduurd hebben;
- banen die 3 maanden tot 1 jaar geduurd hebben;
- banen die 1 jaar of langer duren.
Bij deze indeling wordt de baanduur berekend inclusief de baanduur vóór
het verslagjaar en na het verslagjaar. Het is de baanduur van de banen in
verslagjaar t, zoals die per 31 december t+1 kan worden vastgesteld. Op
deze manier wordt (voor baanduren tot één jaar) de voltooide baanduur
gemeten.- Gemiddelde baanduur binnen het jaar
- De gemiddelde baanduur binnen het jaar is het aantal dagen binnen het
verslagjaar dat een baan gemiddeld heeft geduurd. Dit betreft alleen het
deel van de baan binnen het verslagjaar; de duur voor of na het
verslagjaar telt niet mee. De maximale duur van een baan binnen een jaar
is 365 dagen, in schrikkeljaren 366 dagen. Doorlopende banen hebben het
gehele verslagjaar bestaan en hebben per definitie een gemiddelde duur
van één jaar.
- Baanduur: minder dan 3 maanden
- De uitkomsten over baandynamiek van werknemers worden uitgesplitst
naar drie baanduurklassen:
- banen die minder dan 3 maanden geduurd hebben;
- banen die 3 maanden tot 1 jaar geduurd hebben;
- banen die 1 jaar of langer duren.
Bij deze indeling wordt de baanduur berekend inclusief de baanduur vóór
het verslagjaar en na het verslagjaar. Het is de baanduur van de banen in
verslagjaar t, zoals die per 31 december t+1 kan worden vastgesteld. Op
deze manier wordt (voor baanduren tot één jaar) de voltooide baanduur
gemeten.- Gemiddelde baanduur binnen het jaar
- De gemiddelde baanduur binnen het jaar is het aantal dagen binnen het
verslagjaar dat een baan gemiddeld heeft geduurd. Dit betreft alleen het
deel van de baan binnen het verslagjaar; de duur voor of na het
verslagjaar telt niet mee. De maximale duur van een baan binnen een jaar
is 365 dagen, in schrikkeljaren 366 dagen. Doorlopende banen hebben het
gehele verslagjaar bestaan en hebben per definitie een gemiddelde duur
van één jaar.
- Baanduur: 3 maanden tot 1 jaar
- De uitkomsten over baandynamiek van werknemers worden uitgesplitst
naar drie baanduurklassen:
- banen die minder dan 3 maanden geduurd hebben;
- banen die 3 maanden tot 1 jaar geduurd hebben;
- banen die 1 jaar of langer duren.
Bij deze indeling wordt de baanduur berekend inclusief de baanduur vóór
het verslagjaar en na het verslagjaar. Het is de baanduur van de banen in
verslagjaar t, zoals die per 31 december t+1 kan worden vastgesteld. Op
deze manier wordt (voor baanduren tot één jaar) de voltooide baanduur
gemeten.- Totaal aantal banen
- Het totaal aantal banen betreft het aantal banen dat in de loop van het
verslagjaar heeft bestaan. Doordat alle banen meetellen, ongeacht het
aantal dagen dat de baan heeft bestaan, is het totaal aantal banen hoger
dan het gemiddeld aantal banen. Het totaal aantal banen is gelijk aan het
gemiddeld aantal banen gedeeld door de gemiddelde baanduur binnen het
jaar, vermenigvuldigd met het aantal kalenderdagen in het jaar (365 of
366).
- Instroom
- Alle banen die in het verslagjaar zijn aangevangen. Dit is inclusief
banen die in het verslagjaar ook weer beëindigd zijn.
- Uitstroom
- Alle banen die in het verslagjaar zijn beëindigd.
- Saldo van instroom en uitstroom
- Het aantal banen dat per saldo is ingestroomd in het verslagjaar.
- Arbeidsverloop
- Het arbeidsverloop is de som van de instroom en de uitstroom van banen.
In het arbeidsverloop tellen alle veranderingen in het aantal banen mee:
als een baan start en als een baan eindigt.
- Gemiddelde baanduur binnen het jaar
- De gemiddelde baanduur binnen het jaar is het aantal dagen binnen het
verslagjaar dat een baan gemiddeld heeft geduurd. Dit betreft alleen het
deel van de baan binnen het verslagjaar; de duur voor of na het
verslagjaar telt niet mee. De maximale duur van een baan binnen een jaar
is 365 dagen, in schrikkeljaren 366 dagen. Doorlopende banen hebben het
gehele verslagjaar bestaan en hebben per definitie een gemiddelde duur
van één jaar.
- Gemiddeld aantal banen
- In het gemiddeld aantal banen telt een arbeidsplaats alleen mee voor de
dagen dat deze bezet is geweest binnen het jaar. Het gemiddeld aantal
banen is dus gelijk aan het totaal aantal banen vermenigvuldigd met de
gemiddelde baanduur binnen het verslagjaar, gedeeld door het totaal
aantal kalenderdagen in het jaar (365 of 366).
- Relatief arbeidsverloop
- Het relatieve arbeidsverloop is het (absolute) arbeidsverloop als
percentage van tweemaal het totaal aantal banen dat in het verslagjaar
heeft bestaan. Een baan kan maximaal twee keer meetellen in het
arbeidsverloop: als de baan start en als de baan eindigt. Hierdoor ligt
het relatieve arbeidsverloop tussen 0 en 100 procent. Hoe hoger het
arbeidsverloop, des te meer banen die gestart en/of beëindigd zijn. Bij
een arbeidsverloop van 0 procent zijn alle banen doorlopende banen, bij
een arbeidsverloop van 100 procent zouden alle banen in het verslagjaar
zijn aangevangen én beëindigd. Het relatieve arbeidsverloop is een
belangrijke indicator voor de mate van dynamiek op de arbeidsmarkt.
- Baanduur: 1 jaar of meer
- De uitkomsten over baandynamiek van werknemers worden uitgesplitst
naar drie baanduurklassen:
- banen die minder dan 3 maanden geduurd hebben;
- banen die 3 maanden tot 1 jaar geduurd hebben;
- banen die 1 jaar of langer duren.
Bij deze indeling wordt de baanduur berekend inclusief de baanduur vóór
het verslagjaar en na het verslagjaar. Het is de baanduur van de banen in
verslagjaar t, zoals die per 31 december t+1 kan worden vastgesteld. Op
deze manier wordt (voor baanduren tot één jaar) de voltooide baanduur
gemeten.- Totaal aantal banen
- Het totaal aantal banen betreft het aantal banen dat in de loop van het
verslagjaar heeft bestaan. Doordat alle banen meetellen, ongeacht het
aantal dagen dat de baan heeft bestaan, is het totaal aantal banen hoger
dan het gemiddeld aantal banen. Het totaal aantal banen is gelijk aan het
gemiddeld aantal banen gedeeld door de gemiddelde baanduur binnen het
jaar, vermenigvuldigd met het aantal kalenderdagen in het jaar (365 of
366).
- Doorlopende banen
- Een doorlopende baan is een baan die vóór het verslagjaar is aangevangen
en na afloop van het verslagjaar nog voortduurt.
- Instroom
- Alle banen die in het verslagjaar zijn aangevangen. Dit is inclusief
banen die in het verslagjaar ook weer beëindigd zijn.
- Uitstroom
- Alle banen die in het verslagjaar zijn beëindigd.
- Saldo van instroom en uitstroom
- Het aantal banen dat per saldo is ingestroomd in het verslagjaar.
- Arbeidsverloop
- Het arbeidsverloop is de som van de instroom en de uitstroom van banen.
In het arbeidsverloop tellen alle veranderingen in het aantal banen mee:
als een baan start en als een baan eindigt.
- Gemiddelde baanduur binnen het jaar
- De gemiddelde baanduur binnen het jaar is het aantal dagen binnen het
verslagjaar dat een baan gemiddeld heeft geduurd. Dit betreft alleen het
deel van de baan binnen het verslagjaar; de duur voor of na het
verslagjaar telt niet mee. De maximale duur van een baan binnen een jaar
is 365 dagen, in schrikkeljaren 366 dagen. Doorlopende banen hebben het
gehele verslagjaar bestaan en hebben per definitie een gemiddelde duur
van één jaar.
- Gemiddeld aantal banen
- In het gemiddeld aantal banen telt een arbeidsplaats alleen mee voor de
dagen dat deze bezet is geweest binnen het jaar. Het gemiddeld aantal
banen is dus gelijk aan het totaal aantal banen vermenigvuldigd met de
gemiddelde baanduur binnen het verslagjaar, gedeeld door het totaal
aantal kalenderdagen in het jaar (365 of 366).
- Relatief arbeidsverloop
- Het relatieve arbeidsverloop is het (absolute) arbeidsverloop als
percentage van tweemaal het totaal aantal banen dat in het verslagjaar
heeft bestaan. Een baan kan maximaal twee keer meetellen in het
arbeidsverloop: als de baan start en als de baan eindigt. Hierdoor ligt
het relatieve arbeidsverloop tussen 0 en 100 procent. Hoe hoger het
arbeidsverloop, des te meer banen die gestart en/of beëindigd zijn. Bij
een arbeidsverloop van 0 procent zijn alle banen doorlopende banen, bij
een arbeidsverloop van 100 procent zouden alle banen in het verslagjaar
zijn aangevangen én beëindigd. Het relatieve arbeidsverloop is een
belangrijke indicator voor de mate van dynamiek op de arbeidsmarkt.
- Doorlopende banen als % van gem. aantal
- Het aantal doorlopende banen als percentage van het gemiddeld aantal
banen geeft de omvang van het niet-dynamische deel van de werkgelegenheid
weer. Een hoger percentage betekent dat er minder dynamiek is.
- Zelfstandigen
- Personen die arbeid verrichten voor eigen rekening of risico in een eigen
bedrijf of praktijk, of in het bedrijf of de praktijk van een gezinslid,
of in een zelfstandig uitgeoefend beroep.
Als zelfstandige wordt aangemerkt:
- zelfstandige eigen bedrijf,
- meewerkend gezinslid,
- overige zelfstandige.- Gemiddelde baanduur binnen het jaar
- De gemiddelde baanduur binnen het jaar is het aantal dagen binnen het
verslagjaar dat een baan gemiddeld heeft geduurd. Dit betreft alleen het
deel van de baan binnen het verslagjaar; de duur voor of na het
verslagjaar telt niet mee. De maximale duur van een baan binnen een jaar
is 365 dagen, in schrikkeljaren 366 dagen. Doorlopende banen hebben het
gehele verslagjaar bestaan en hebben per definitie een gemiddelde duur
van één jaar.
- Werkzame perioden
- Een werkzame periode is een ononderbroken periode van werk van een
persoon, in dezelfde baan of in verschillende banen. Zodra er tussen het
einde van de ene baan en het begin van de volgende baan één of meer dagen
zitten (al is het bijvoorbeeld maar een weekend), heeft de persoon
meerdere (van elkaar gescheiden) werkzame perioden.- Werkzame personen
- Alle personen die een baan hebben bij een in Nederland gevestigd bedrijf
of bij een particulier huishouden in Nederland. Tot de werkzame personen
behoren alle personen die betaalde arbeid verrichten, ook al is het maar
voor één of enkele uren per week, ook als zij:
- arbeid verrichten die op zichzelf genomen legaal is, maar waarvan de
beloning aan de registratie door fiscus of sociale zekerheidsautoriteiten
wordt onttrokken ('zwarte arbeid');
- tijdelijk geen arbeid verrichten, maar wel doorbetaald krijgen
(bijvoorbeeld bij ziekte of vorstverlet);
- tijdelijk onbetaald verlof hebben opgenomen.
Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en
zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het
buitenland.- Gem. duur werkzame per. binnen het jaar
- De gemiddelde duur van de werkzame perioden binnen het jaar is het aantal
dagen binnen het verslagjaar dat de werkzame perioden gemiddeld hebben
geduurd. Dit betreft alleen het deel van de werkzame periode binnen het
verslagjaar; de duur voor of na het verslagjaar telt niet mee. De
maximale duur van een werkzame periode binnen een jaar is 365 dagen, in
schrikkeljaren 366 dagen. Doorlopende werkzame perioden hebben het gehele
verslagjaar bestaan en hebben per definitie een gemiddelde duur van één
jaar.
- Werknemers
- Personen die in een arbeidsovereenkomst afspraken met een economische
eenheid maken om arbeid te verrichten waartegenover een financiële
beloning staat.- Gem. duur werkzame per. binnen het jaar
- De gemiddelde duur van de werkzame perioden binnen het jaar is het aantal
dagen binnen het verslagjaar dat de werkzame perioden gemiddeld hebben
geduurd. Dit betreft alleen het deel van de werkzame periode binnen het
verslagjaar; de duur voor of na het verslagjaar telt niet mee. De
maximale duur van een werkzame periode binnen een jaar is 365 dagen, in
schrikkeljaren 366 dagen. Doorlopende werkzame perioden hebben het gehele
verslagjaar bestaan en hebben per definitie een gemiddelde duur van één
jaar.
- Baanwisselaars
- Een baanwisseling is de overgang van de ene hoofdbaan naar de andere
hoofdbaan binnen een werkzame periode, van personen die als werknemer
zijn getypeerd. Elke wisseling van hoofdbaan telt hierbij mee.
Omdat het hierbij gaat om baanwisselingen binnen een werkzame periode,
betreft het hier hoofdbanen die direct op elkaar aansluiten. Zodra er
tussen het einde van de ene baan en het begin van de volgende baan één of
meer dagen zitten, telt dit dus niet als een baanwisseling. Indien een
persoon tegelijkertijd meerdere banen heeft, wordt op basis van het
hoogste loon bepaald welke baan gedurende welke periode de hoofdbaan is.
De wijze waarop hier baanwisselaars zijn bepaald, wijkt af van die bij de
Enquête beroepsbevolking (EBB). Bij de EBB zijn baanwisselaars
gedefinieerd als: "Baanvinders die vanuit een substantiële baan - een
baan van twaalf uur of meer per week gedurende minimaal één jaar -
overgestapt zijn naar een andere baan. De periode tussen beide banen mag
maximaal drie maanden beslaan."
- Baanwisselaars als % van het totaal
- Baanwisselaars als percentage van het totaal aantal werkzame perioden van
werknemers.
- Zelfstandigen
- Personen die arbeid verrichten voor eigen rekening of risico in een eigen
bedrijf of praktijk, of in het bedrijf of de praktijk van een gezinslid,
of in een zelfstandig uitgeoefend beroep.
Als zelfstandige wordt aangemerkt:
- zelfstandige eigen bedrijf,
- meewerkend gezinslid,
- overige zelfstandige.- Gem. duur werkzame per. binnen het jaar
- De gemiddelde duur van de werkzame perioden binnen het jaar is het aantal
dagen binnen het verslagjaar dat de werkzame perioden gemiddeld hebben
geduurd. Dit betreft alleen het deel van de werkzame periode binnen het
verslagjaar; de duur voor of na het verslagjaar telt niet mee. De
maximale duur van een werkzame periode binnen een jaar is 365 dagen, in
schrikkeljaren 366 dagen. Doorlopende werkzame perioden hebben het gehele
verslagjaar bestaan en hebben per definitie een gemiddelde duur van één
jaar.