Arbeidsdeelname; kerncijfers (12-uursgrens) 2003-2016

Arbeidsdeelname; kerncijfers (12-uursgrens) 2003-2016

Geslacht Leeftijd Persoonskenmerken Perioden Beroeps- en niet-beroepsbevolking (x 1 000) Beroepsbevolking (12-uursgrens) Beroepsbevolking (12-uursgrens) (x 1 000) Beroepsbevolking (12-uursgrens) Arbeidspositie Werkzame beroepsbevolking (12-uursgrens) Werkzame beroepsbevolking (12-uursgrens) (x 1 000) Beroepsbevolking (12-uursgrens) Arbeidspositie Werkzame beroepsbevolking (12-uursgrens) Positie in de werkkring Werknemers Totaal werknemers (x 1 000) Beroepsbevolking (12-uursgrens) Arbeidspositie Werkzame beroepsbevolking (12-uursgrens) Positie in de werkkring Werknemers Werknemer met vaste arbeidsrelatie (x 1 000) Beroepsbevolking (12-uursgrens) Arbeidspositie Werkzame beroepsbevolking (12-uursgrens) Positie in de werkkring Werknemers Werknemer met flexibele arbeidsrelatie (x 1 000) Beroepsbevolking (12-uursgrens) Arbeidspositie Werkzame beroepsbevolking (12-uursgrens) Positie in de werkkring Zelfstandigen (x 1 000) Beroepsbevolking (12-uursgrens) Arbeidspositie Werkloze beroepsbevolking (12-uursgrens) (x 1 000) Beroepsbevolking (12-uursgrens) Arbeidspositie Niet beroepsbevolking (12-uursgrens) (x 1 000)
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar Onderwijsniveau: laag 2016 2.988 1.495 1.321 1.116 825 292 204 174 1.494
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar Onderwijsniveau: laag 2016 1.004 264 208 198 67 131 11 55 740
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 35 jaar Onderwijsniveau: laag 2016 286 199 175 152 106 46 23 24 86
Totaal mannen en vrouwen 35 tot 45 jaar Onderwijsniveau: laag 2016 372 260 237 192 151 40 45 23 112
Totaal mannen en vrouwen 45 tot 55 jaar Onderwijsniveau: laag 2016 593 410 375 308 262 45 68 35 183
Totaal mannen en vrouwen 55 tot 65 jaar Onderwijsniveau: laag 2016 734 361 325 268 238 29 57 36 373
Mannen 15 tot 65 jaar Onderwijsniveau: laag 2016 1.500 897 810 662 490 172 147 87 603
Mannen 15 tot 25 jaar Onderwijsniveau: laag 2016 538 156 126 119 45 74 7 31 381
Mannen 25 tot 35 jaar Onderwijsniveau: laag 2016 164 132 119 99 70 29 20 14 32
Mannen 35 tot 45 jaar Onderwijsniveau: laag 2016 200 166 157 122 95 27 35 10 34
Mannen 45 tot 55 jaar Onderwijsniveau: laag 2016 289 236 221 173 149 25 48 15 52
Mannen 55 tot 65 jaar Onderwijsniveau: laag 2016 309 205 187 149 132 17 38 18 104
Vrouwen 15 tot 65 jaar Onderwijsniveau: laag 2016 1.489 598 511 454 335 119 57 86 891
Vrouwen 15 tot 25 jaar Onderwijsniveau: laag 2016 466 107 82 79 22 56 4 25 359
Vrouwen 25 tot 35 jaar Onderwijsniveau: laag 2016 121 67 57 53 36 17 3 10 54
Vrouwen 35 tot 45 jaar Onderwijsniveau: laag 2016 172 94 80 70 56 13 11 13 78
Vrouwen 45 tot 55 jaar Onderwijsniveau: laag 2016 304 174 154 134 114 21 20 20 130
Vrouwen 55 tot 65 jaar Onderwijsniveau: laag 2016 425 156 138 118 107 12 19 18 270
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat kwartaal- en jaarcijfers over de arbeidsdeelname in Nederland op basis van de definitie van de beroepsbevolking die tot 2015 centraal stond in de berichtgeving door het CBS. De bevolking van 15 tot 65 jaar (exclusief de institutionele bevolking) wordt hiervoor ingedeeld in de werkzame, de werkloze en de niet-beroepsbevolking. De verschillende groepen worden verder onderscheiden naar geslacht en leeftijd.

Gegevens beschikbaar van 2003 t/m 2016.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief.

Wijzigingen per 24 mei 2017:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wijzigingen per 21 februari 2017:
Als gevolg van een fout in de berekening waren de jaarcijfers over 2016 in de vorige versie van deze tabel niet correct. Deze fout is nu hersteld.

Wijzigingen per 17 mei 2016:
De kwartaalcijfers over het eerste kwartaal 2016 zijn toegevoegd. Daarnaast zijn de cijfers over bedrijfssector over 2014 toegevoegd.
De cijfers over het aantal werknemers met een vaste of een flexibele arbeidsrelatie zijn herzien. De herziening is het gevolg van een wijziging voor een specifieke groep werknemers met een flexibele arbeidsrelatie, namelijk de werknemers met een tijdelijk contract met uitzicht op een vaste arbeidsrelatie. Door een verbetering in de vragenlijst is nu bekend in welke mate zij gedurende het onderzoek switchen naar een vast of ander tijdelijk dienstverband bij dezelfde werkgever. Door deze verbetering is het nu ook mogelijk cijfers samen te stellen over de doorstroom van het totaal aantal werknemers met een flexibele arbeidsrelatie naar een vaste arbeidsrelatie. Door de herziening komt het totaal aantal mensen met een vaste arbeidsrelatie hoger uit, het totaal aantal met een flexibele arbeidsrelatie neemt met datzelfde aantal af en er vindt een verschuiving plaats van het aantal tijdelijke contracten met uitzicht op vast naar andere flexibele dienstverbanden. De cijfers zijn vanaf 2003 herzien zodat er een tijdreeks over vaste en flexibele arbeidsrelaties beschikbaar blijft.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Deze tabel is stopgezet. De actualisering van 21 februari 2017 was de laatste actualisering van deze tabel. De gegevens over de beroepsbevolking volgens de 12-uursgrensdefinitie wordt voortgezet in een nieuwe tabel. Voor een link naar deze nieuwe tabel zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Beroeps- en niet-beroepsbevolking
Personen die tot de werkzame, de werkloze of de niet-beroepsbevolking behoren.

Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 65 jaar.
Beroepsbevolking (12-uursgrens)
Personen:  
- die twaalf uur of meer per week betaald werken (werkzame beroepsbevolking (12-uursgrens)), of
- die geen betaald werk hebben of voor minder dan twaalf uur per week, recent naar werk voor twaalf uur of meer per week hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking (12-uursgrens)).

Deze definitie van de beroepsbevolking stond tot 2015 centraal in de berichtgeving door het CBS. De definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 65 jaar.
Beroepsbevolking (12-uursgrens)
Personen:  
- die twaalf uur of meer per week betaald werken (werkzame beroepsbevolking (12-uursgrens)), of
- die geen betaald werk hebben of voor minder dan twaalf uur per week, recent naar werk voor twaalf uur of meer per week hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking (12-uursgrens)).

Deze definitie van de beroepsbevolking stond tot 2015 centraal in de berichtgeving door het CBS. De definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 65 jaar.
Arbeidspositie
Indeling van de bevolking in:  
- werkzame beroepsbevolking,  
- werkloze beroepsbevolking,  
- niet-beroepsbevolking.  

Deze indeling heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 65 jaar.
Werkzame beroepsbevolking (12-uursgrens)
Personen die twaalf uur of meer per week betaald werken.  

Deze definitie van de werkzame beroepsbevolking stond tot 2015 centraal in de berichtgeving door het CBS. De definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 65 jaar.
Werkzame beroepsbevolking (12-uursgrens)
Personen die twaalf uur of meer per week betaald werken.  

Deze definitie van de werkzame beroepsbevolking stond tot 2015 centraal in de berichtgeving door het CBS. De definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 65 jaar.
Positie in de werkkring
Indeling van de werkzame beroepsbevolking naar:  
Werknemer
- met een vaste arbeidsrelatie
- met een flexibele arbeidsrelatie
Zelfstandige
- zonder personeel
- met personeel
- meewerkend gezinslid

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Werknemers
Een persoon die in een arbeidsovereenkomst afspraken met een economische eenheid maakt om arbeid te verrichten waartegenover een financiële beloning staat.  
Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.  
Totaal werknemers
Een persoon die in een arbeidsovereenkomst afspraken met een economische eenheid maakt om arbeid te verrichten waartegenover een financiële beloning staat.  
Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.  
Werknemer met vaste arbeidsrelatie
Een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd én een vast aantal uren per week.  

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Werknemer met flexibele arbeidsrelatie
Een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd óf een flexibel aantal uren per week.
Tot de werknemers met een flexibele arbeidsrelatie behoren:
- Werknemer tijdelijk, uitzicht op vast
- Werknemer tijdelijk >=1 jaar
- Werknemer tijdelijk <1 jaar
- Oproep/-invalkracht
- Uitzendkracht
- Werknemer vast, geen vaste uren
- Werknemer tijdelijk, geen vaste uren

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Zelfstandigen
Een persoon die voor eigen rekening of risico arbeid verricht
- in een eigen bedrijf of praktijk (zelfstandig ondernemer),
- als directeur-grootaandeelhouder (dga),
- in het bedrijf of de praktijk van een gezinslid (meewerkend gezinslid), of
- als overige zelfstandige.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Werkloze beroepsbevolking (12-uursgrens)
Personen die geen betaald werk hebben of voor minder dan twaalf uur per week, recent naar werk voor twaalf uur of meer per week hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn.

Deze definitie van de werkloze beroepsbevolking stond tot 2015 centraal in de berichtgeving door het CBS. De definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 65 jaar.

Niet beroepsbevolking (12-uursgrens)
Personen die geen betaald werk hebben of voor minder dan twaalf uur per week en die niet recent naar betaald werk voor twaalf uur of meer per week hebben gezocht of daarvoor niet direct beschikbaar zijn.

Deze definitie van de niet-beroepsbevolking stond tot 2015 centraal in de berichtgeving door het CBS. De definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 65 jaar.