Milieu-economische kerncijfers; NAMEA
| Bedrijfsklassen en huishoudens | Perioden | Milieu: vervuiling Zware metalen naar water (1 000 zware metaal-equivalenten) | Milieu: vervuiling Nutriënten naar water (1 000 nutriënten-equivalenten) | Milieu financieel Milieu-investeringen (mln euro) | Macro-economie Toegevoegde waarde (bruto, basisprijzen) (mln euro) | Macro-economie Investeringen in vaste activa (bruto) (mln euro) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| At/mP Totaal muv internationale organen | 2008 | 45 | 16.050 | . | 529.319 | 125.125 |
| 23 Aardolie-, steenkoolverwerkende ind. | 2008 | 0 | 69 | 22 | 3.797 | 859 |
| 24 Vervaardiging van chemische producten | 2008 | 3 | 620 | 54 | 11.213 | . |
| Bron: CBS. | ||||||
Tabeltoelichting
Deze tabel met milieu-economische kerncijfers geeft per bedrijfstak in één
overzicht aan: de bijdragen aan bepaalde milieuproblemen (broeikaseffect,
verzuring etc.), de milieu-uitgaven (milieukosten, milieubelastingen etc.)
en de rol in de economie (toegevoegde waarde, arbeidsvolume werkzame
personen etc.). Alle cijfers komen uit reeds bestaande Statlinetabellen.
De hier gepresenteerde indicatoren kunnen gebruikt worden voor analyses en
ter ondersteuning van het milieu-economische beleid.
Gegevens beschikbaar vanaf: 1995
Frequentie: stopgezet per 21 november 2011.
Status van de cijfers
De gehele reeks wordt jaarlijks aangepast aan de broncijfers uit de
Statlinetabellen.
Wijzigingen ten opzichte van de vorige versie
n.v.t.
Release policy
Stopgezet. Deze tabel is vervangen door een tabel gebaseerd op de vernieuwde bedrijfstakkenindeling (SBI 2008).
href="http://statline.cbs.nl/StatWeb/table.asp?PA=81409ned"
>Milieurekeningen; kerncijfers (SBI 2008)
Toelichting onderwerpen
- Milieu: vervuiling
- De aantasting van het milieu door menselijke activiteiten.
- Zware metalen naar water
- Een groep metalen met een hoog atoomgewicht. Hier worden met name de
metalen bedoeld met een hoge giftigheid, zoals arseen, cadmium, chroom,
koper, kwik, nikkel, lood en zink.
De emissies van koper, chroom, zink, lood, cadmium, kwik en arseen kunnen
worden omgerekend naar zware-metalenequivalenten en vervolgens opgeteld.
Bij de omrekening naar equivalenten wordt rekening gehouden met de
schadelijkheid van het metaal voor het milieu (VROM,1993: Environmental
policy performance indicators, A. Adriaanse).
Afzonderlijk krijgen de verschillende metalen het volgende gewicht in het
equivalent:
Zink: 1/30
Lood: 1/25
Chroom: 1/25
Arseen: 1/10
Koper: 1/3
Cadmium: 5
Kwik: 100/3
- Nutriënten naar water
- Voedingsstoffen die nodig zijn voor het groeien van planten en gewassen
(onder andere fosfor en stikstof).
Een te hoge concentratie van fosfor en of stikstof in het oppervlaktewater
is slecht voor de kwaliteit van het oppervlaktewater.
De emissies van fosfor en stikstof zijn omgerekend naar
nutriënten-equivalenten en vervolgens opgeteld. Bij de omrekening naar
equivalenten wordt rekening gehouden met de schadelijkheid van de
nutriënten voor het milieu. Fosfor krijgt een zwaarder gewicht dan
stikstof (factor 10).
- Milieu financieel
- Uitgaven en ontvangsten die samenhangen met de zorg voor het milieu.
- Milieu-investeringen
- Milieu-investeringen (of milieuvoorzieningen) zijn extra investeringen
(in duurzame kapitaalgoederen) die het gevolg zijn van maatregelen
waarmee bescherming, herstel of verbetering van het milieu wordt beoogd.
Het CBS vraagt naar de uitgaven voor milieuvoorzieningen die in de
verslagperiode gebruiksklaar ter beschikking zijn gekomen.
Het investeringsbedrag wordt uitgesplitst in een "bouwkundig" deel en in
een deel "machines en apparaten".
Behalve naar de uitgaven vraagt het CBS ook naar een omschrijving van
elke milieuvoorziening zodat deze naar milieucompartiment kunnen worden
verdeeld.
Tot en met 1998 werden alleen de niet-rendabele milieuvoorzieningen
waargenomen. Vanaf 1999 wordt ook een deel van de rendabele
milieuvoorzieningen meegenomen in de cijfers. Uitgesloten blijven echter
de zeer rendabele milieuvoorzieningen: dat zijn die milieu-investeringen
die zichzelf binnen drie jaar terugverdienen.
Er worden twee soorten milieuvoorzieningen onderscheiden: toegevoegde
en procesgeïntegreerde milieuvoorzieningen.
Bij toegevoegde milieuvoorzieningen wordt de gehele investering
meegerekend. Milieuvoorzieningen worden beschouwd als toegevoegde
milieuvoorzieningen indien zij productieprocessen of installaties niet of
nauwelijks beïnvloeden. Over het algemeen behandelen zij de
milieubelastende emissies (uitstoot of uitworp) of afvalstoffen die in
het bedrijf zijn ontstaan. De milieu-investeringen bestaan uit de
totale aanschafwaarde van de toegevoegde voorzieningen.
Bij procesgeïntegreerde milieuvoorzieningen wordt uitsluitend het
verschil in aanschafwaarde ten opzichte van het beschikbare goedkopere
alternatief aan het milieu toegerekend (alleen de meerkosten dus). Het
beschikbare alternatief is de investering waarvoor het bedrijf zou kiezen
als milieuoverwegingen geen rol spelen. Er is sprake van een
procesgeïntegreerde milieuvoorziening indien een productieproces of een
installatie zodanig is aangepast of gewijzigd dat er minder
milieubelastende emissies of afvalstoffen ontstaan dan zonder deze
aanpassing of wijziging. In het algemeen gaat het hierbij om preventieve
maatregelen.
- Macro-economie
- Economie die zich bezighoudt met groepen van goederen en
productiefactoren.- Toegevoegde waarde (bruto, basisprijzen)
- De toegevoegde waarde tegen basisprijzen per bedrijfsklasse is gelijk aan
het verschil tussen de productie (basisprijzen) en het intermediair
verbruik (aankoopprijzen).
- Investeringen in vaste activa (bruto)
- Uitgaven voor geproduceerde materiële of immateriële activa die langer dan
een jaar in het productieproces worden gebruikt, zoals gebouwen, woningen,
machines, vervoermiddelen en dergelijke.
Tot de investeringen in vaste activa behoren ook:
- het onderhanden werk in de bouwnijverheid, dat tot de investeringen in
vaste activa van de opdrachtgever is gerekend. Het gaat hierbij om
woningen, bedrijfsgebouwen, weg- en waterbouwkundige werken etc.;
- militaire bouwwerken die op soortgelijke wijze als door civiele
producenten worden gebruikt, zoals vliegvelden en ziekenhuizen;
- verbeteringen aan gebruikte vaste activa, die veel verder gaan dan wat
voor gewoon onderhoud en gewone reparaties nodig is;
- de bij de aankoop van nieuwe en gebruikte vaste activa gemaakte kosten,
zoals overdrachtskosten en kosten van makelaars, architecten, notarissen
en taxateurs.
Op het niveau van de totale economie (en de sectoren) worden de
investeringen gecorrigeerd voor de aan- en verkopen van gebruikte vaste
activa.