Particuliere huishoudens met laag inkomen / rond soc. minimum, 2004

Particuliere huishoudens met laag inkomen / rond soc. minimum, 2004

Regio's Samenstelling van het huishouden Aant. huish. met een laag inkomen* (%)
West-Nederland (LD) Totaal particulier huishouden 10
West-Nederland (LD) Eenpersoonshuishouden 14
West-Nederland (LD) Paar zonder kinderen 4
West-Nederland (LD) Paar met kinderen 8
West-Nederland (LD) Eenoudergezin 22
Zuidwest-Friesland (CR) Totaal particulier huishouden 11
Zuidwest-Friesland (CR) Eenpersoonshuishouden 15
Zuidwest-Friesland (CR) Paar zonder kinderen 5
Zuidwest-Friesland (CR) Paar met kinderen 10
Zuidwest-Friesland (CR) Eenoudergezin 22
Zuidwest-Drenthe (CR) Totaal particulier huishouden 8
Zuidwest-Drenthe (CR) Eenpersoonshuishouden 11
Zuidwest-Drenthe (CR) Paar zonder kinderen 4
Zuidwest-Drenthe (CR) Paar met kinderen 7
Zuidwest-Drenthe (CR) Eenoudergezin 23
Zuidwest-Overijssel (CR) Totaal particulier huishouden 8
Zuidwest-Overijssel (CR) Eenpersoonshuishouden 12
Zuidwest-Overijssel (CR) Paar zonder kinderen 4
Zuidwest-Overijssel (CR) Paar met kinderen 7
Zuidwest-Overijssel (CR) Eenoudergezin 22
Zuidwest-Gelderland (CR) Totaal particulier huishouden 8
Zuidwest-Gelderland (CR) Eenpersoonshuishouden 10
Zuidwest-Gelderland (CR) Paar zonder kinderen 4
Zuidwest-Gelderland (CR) Paar met kinderen 7
Zuidwest-Gelderland (CR) Eenoudergezin 19
Delft en Westland (CR) Totaal particulier huishouden 9
Delft en Westland (CR) Eenpersoonshuishouden 13
Delft en Westland (CR) Paar zonder kinderen 4
Delft en Westland (CR) Paar met kinderen 8
Delft en Westland (CR) Eenoudergezin 20
West-Noord-Brabant (CR) Totaal particulier huishouden 8
West-Noord-Brabant (CR) Eenpersoonshuishouden 12
West-Noord-Brabant (CR) Paar zonder kinderen 3
West-Noord-Brabant (CR) Paar met kinderen 7
West-Noord-Brabant (CR) Eenoudergezin 20
Maastricht (GA) Totaal particulier huishouden 13
Maastricht (GA) Eenpersoonshuishouden 19
Maastricht (GA) Paar zonder kinderen 5
Maastricht (GA) Paar met kinderen 9
Maastricht (GA) Eenoudergezin 26
Maastricht (SG) Totaal particulier huishouden 11
Maastricht (SG) Eenpersoonshuishouden 17
Maastricht (SG) Paar zonder kinderen 5
Maastricht (SG) Paar met kinderen 8
Maastricht (SG) Eenoudergezin 23
Binnenmaas Totaal particulier huishouden 5
Binnenmaas Eenpersoonshuishouden 6
Binnenmaas Paar zonder kinderen 3
Binnenmaas Paar met kinderen 5
Binnenmaas Eenoudergezin x
Horst aan de Maas Totaal particulier huishouden 6
Horst aan de Maas Eenpersoonshuishouden 8
Horst aan de Maas Paar zonder kinderen 4
Horst aan de Maas Paar met kinderen 6
Horst aan de Maas Eenoudergezin 19
Lingewaal Totaal particulier huishouden 7
Lingewaal Eenpersoonshuishouden 10
Lingewaal Paar zonder kinderen x
Lingewaal Paar met kinderen 5
Lingewaal Eenoudergezin x
Maasbracht Totaal particulier huishouden 6
Maasbracht Eenpersoonshuishouden 8
Maasbracht Paar zonder kinderen 5
Maasbracht Paar met kinderen 6
Maasbracht Eenoudergezin x
Maasbree Totaal particulier huishouden 7
Maasbree Eenpersoonshuishouden 12
Maasbree Paar zonder kinderen x
Maasbree Paar met kinderen 5
Maasbree Eenoudergezin x
Maasdonk Totaal particulier huishouden 6
Maasdonk Eenpersoonshuishouden x
Maasdonk Paar zonder kinderen x
Maasdonk Paar met kinderen 6
Maasdonk Eenoudergezin x
Maasdriel Totaal particulier huishouden 7
Maasdriel Eenpersoonshuishouden 7
Maasdriel Paar zonder kinderen 4
Maasdriel Paar met kinderen 7
Maasdriel Eenoudergezin 17
Maassluis Totaal particulier huishouden 8
Maassluis Eenpersoonshuishouden 11
Maassluis Paar zonder kinderen 2
Maassluis Paar met kinderen 6
Maassluis Eenoudergezin 27
Maastricht Totaal particulier huishouden 13
Maastricht Eenpersoonshuishouden 19
Maastricht Paar zonder kinderen 5
Maastricht Paar met kinderen 9
Maastricht Eenoudergezin 26
Reimerswaal Totaal particulier huishouden 8
Reimerswaal Eenpersoonshuishouden 10
Reimerswaal Paar zonder kinderen x
Reimerswaal Paar met kinderen 10
Reimerswaal Eenoudergezin x
Waalre Totaal particulier huishouden 6
Waalre Eenpersoonshuishouden 9
Waalre Paar zonder kinderen x
Waalre Paar met kinderen 6
Waalre Eenoudergezin x
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Sinds 1946 houdt het Centraal Bureau voor de Statistiek regelmatig
onderzoek naar de regionale inkomensverdeling. Deze onderzoeken zijn
voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van
Financiën (de fiscale registers) en de Nederlandse gemeenten
(de bevolkingsregisters = GBA).
De uiteindelijke RIO resultaten zijn gebaseerd op een steekproef
van 1,9 miljoen huishoudens.

Inkomensverdelingen van personen en huishoudens, per landsdeel,
provincie, corop-gebied, grootstedelijke agglomeratie, stadsgewest
en gemeente.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2004
De cijfers uit het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) 2004
zijn voorlopige cijfers.

Frequentie: eenmalig
Omdat de gemeentelijke indeling jaarlijks verandert worden de
uitkomsten uit het RIO voor elk afzonderlijk onderzoeksjaar
gepubliceerd; samenvoeging of splitsing van gemeenten heeft tot
gevolg dat alle informatie gerelateerd aan het inkomen in een
nieuw gevormde of gesplitste gemeente aanzienlijk kan wijzigen
waardoor vergelijkbaarheid in de tijd niet mogelijk is.

Toelichting onderwerpen

Aant. huish. met een laag inkomen*
Het percentage huishoudens met een laag inkomen met de desbetreffende
huishoudenssamenstelling.
De lage-inkomensgrens is vastgesteld op 9.249 euro in prijzen van het
jaar 2000.
Dit bedrag komt inkoopkracht ongeveer overeen met de koopkracht van een
bijstandsuitkeringvoor een alleenstaande in 1979, toen deze op zijn
hoogst was.
Het inkomensbegrip dat in deze publicatie wordt gehanteerd, is het
besteedbaar inkomen verminderd met eventueel ontvangen
huursubsidie. Om te bepalen hoe het inkomen van een huishouden zich
verhoudt tot de lage-inkomensgrens, wordt het inkomen van
een huishouden gecorrigeerd voor verschillen in huishoudenssamenstelling
en voor de prijsontwikkeling. De correctie voor verschillen in
samenstelling vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren.
In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het
gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met
behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het
inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de
inkomensniveaus van huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt.
Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met
consumentenprijsindices) herleid naar het prijspeil in 2000.
Het resulterende inkomen is laag wanneer het minder is dan 9.249 euro.