Particuliere huishoudens met laag inkomen / rond soc. minimum, 2004

Particuliere huishoudens met laag inkomen / rond soc. minimum, 2004

Regio's Samenstelling van het huishouden Aantal huishoudens* (x 1 000) Aant. huish. met een laag inkomen* (%)
Aalsmeer Totaal particulier huishouden 9,4 6
Aalsmeer Eenpersoonshuishouden 2,5 6
Aalsmeer Eenoudergezin 0,5 16
Abcoude Totaal particulier huishouden 3,4 6
Abcoude Eenpersoonshuishouden 0,9 x
Abcoude Eenoudergezin 0,2 x
Boxmeer Totaal particulier huishouden 11,1 6
Boxmeer Eenpersoonshuishouden 2,6 10
Boxmeer Eenoudergezin 0,5 20
Haarlemmerliede en Spaarnwoude Totaal particulier huishouden 2,2 6
Haarlemmerliede en Spaarnwoude Eenpersoonshuishouden 0,5 x
Haarlemmerliede en Spaarnwoude Eenoudergezin 0,1 x
Haarlemmermeer Totaal particulier huishouden 51,8 6
Haarlemmermeer Eenpersoonshuishouden 13,0 9
Haarlemmermeer Eenoudergezin 3,1 18
Hoogezand-Sappemeer Totaal particulier huishouden 14,6 12
Hoogezand-Sappemeer Eenpersoonshuishouden 4,5 19
Hoogezand-Sappemeer Eenoudergezin 0,8 26
Jacobswoude Totaal particulier huishouden 4,1 6
Jacobswoude Eenpersoonshuishouden 0,9 x
Jacobswoude Eenoudergezin 0,2 x
Landsmeer Totaal particulier huishouden 4,1 6
Landsmeer Eenpersoonshuishouden 1,0 10
Landsmeer Eenoudergezin 0,3 x
Liemeer Totaal particulier huishouden 2,3 6
Liemeer Eenpersoonshuishouden 0,6 x
Liemeer Eenoudergezin 0,1 x
Meerlo-Wanssum Totaal particulier huishouden 2,9 6
Meerlo-Wanssum Eenpersoonshuishouden 0,5 17
Meerlo-Wanssum Eenoudergezin 0,1 x
Meerssen Totaal particulier huishouden 8,1 7
Meerssen Eenpersoonshuishouden 1,9 11
Meerssen Eenoudergezin 0,4 x
Opmeer Totaal particulier huishouden 4,3 5
Opmeer Eenpersoonshuishouden 1,0 x
Opmeer Eenoudergezin 0,2 x
Oude IJsselstreek Totaal particulier huishouden 15,6 8
Oude IJsselstreek Eenpersoonshuishouden 3,6 12
Oude IJsselstreek Eenoudergezin 0,7 15
Ouder-Amstel Totaal particulier huishouden 5,5 7
Ouder-Amstel Eenpersoonshuishouden 1,8 10
Ouder-Amstel Eenoudergezin 0,3 x
Ouderkerk Totaal particulier huishouden 3,0 6
Ouderkerk Eenpersoonshuishouden 0,7 11
Ouderkerk Eenoudergezin 0,1 x
Oudewater Totaal particulier huishouden 3,8 6
Oudewater Eenpersoonshuishouden 1,1 12
Oudewater Eenoudergezin 0,2 x
Renswoude Totaal particulier huishouden 1,5 6
Renswoude Eenpersoonshuishouden 0,3 x
Renswoude Eenoudergezin x x
Rijnwoude Totaal particulier huishouden 7,0 6
Rijnwoude Eenpersoonshuishouden 1,5 6
Rijnwoude Eenoudergezin 0,3 x
Wieringermeer Totaal particulier huishouden 5,0 10
Wieringermeer Eenpersoonshuishouden 1,2 14
Wieringermeer Eenoudergezin 0,3 x
Woudenberg Totaal particulier huishouden 4,1 5
Woudenberg Eenpersoonshuishouden 1,0 x
Woudenberg Eenoudergezin 0,2 x
Zoetermeer Totaal particulier huishouden 47,5 7
Zoetermeer Eenpersoonshuishouden 13,6 11
Zoetermeer Eenoudergezin 4,1 20
Zoeterwoude Totaal particulier huishouden 3,0 5
Zoeterwoude Eenpersoonshuishouden 0,6 x
Zoeterwoude Eenoudergezin 0,1 x
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Sinds 1946 houdt het Centraal Bureau voor de Statistiek regelmatig
onderzoek naar de regionale inkomensverdeling. Deze onderzoeken zijn
voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van
Financiën (de fiscale registers) en de Nederlandse gemeenten
(de bevolkingsregisters = GBA).
De uiteindelijke RIO resultaten zijn gebaseerd op een steekproef
van 1,9 miljoen huishoudens.

Inkomensverdelingen van personen en huishoudens, per landsdeel,
provincie, corop-gebied, grootstedelijke agglomeratie, stadsgewest
en gemeente.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2004
De cijfers uit het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) 2004
zijn voorlopige cijfers.

Frequentie: eenmalig
Omdat de gemeentelijke indeling jaarlijks verandert worden de
uitkomsten uit het RIO voor elk afzonderlijk onderzoeksjaar
gepubliceerd; samenvoeging of splitsing van gemeenten heeft tot
gevolg dat alle informatie gerelateerd aan het inkomen in een
nieuw gevormde of gesplitste gemeente aanzienlijk kan wijzigen
waardoor vergelijkbaarheid in de tijd niet mogelijk is.

Toelichting onderwerpen

Aantal huishoudens*
De hier opgenomen populatie betreft particuliere huishoudens met inkomen.
Aant. huish. met een laag inkomen*
Het percentage huishoudens met een laag inkomen met de desbetreffende
huishoudenssamenstelling.
De lage-inkomensgrens is vastgesteld op 9.249 euro in prijzen van het
jaar 2000.
Dit bedrag komt inkoopkracht ongeveer overeen met de koopkracht van een
bijstandsuitkeringvoor een alleenstaande in 1979, toen deze op zijn
hoogst was.
Het inkomensbegrip dat in deze publicatie wordt gehanteerd, is het
besteedbaar inkomen verminderd met eventueel ontvangen
huursubsidie. Om te bepalen hoe het inkomen van een huishouden zich
verhoudt tot de lage-inkomensgrens, wordt het inkomen van
een huishouden gecorrigeerd voor verschillen in huishoudenssamenstelling
en voor de prijsontwikkeling. De correctie voor verschillen in
samenstelling vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren.
In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het
gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met
behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het
inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de
inkomensniveaus van huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt.
Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met
consumentenprijsindices) herleid naar het prijspeil in 2000.
Het resulterende inkomen is laag wanneer het minder is dan 9.249 euro.