Inkomensverdeling alle huishoudens naar inkomensgroepen, 2004

Bewerk tabel

Sinds 1946 houdt het Centraal Bureau voor de Statistiek regelmatig
onderzoek naar de regionale inkomensverdeling. Deze onderzoeken zijn
voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van
Financiën (de fiscale registers) en de Nederlandse gemeenten
(de bevolkingsregisters = GBA).
De uiteindelijke RIO resultaten zijn gebaseerd op een steekproef
van 1,9 miljoen huishoudens.

Inkomensverdelingen van personen en huishoudens, per landsdeel,
provincie, corop-gebied, grootstedelijke agglomeratie, stadsgewest
en gemeente.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2004
De cijfers uit het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) 2004
zijn voorlopige cijfers.

Frequentie: eenmalig
Omdat de gemeentelijke indeling jaarlijks verandert worden de
uitkomsten uit het RIO voor elk afzonderlijk onderzoeksjaar
gepubliceerd; samenvoeging of splitsing van gemeenten heeft tot
gevolg dat alle informatie gerelateerd aan het inkomen in een
nieuw gevormde of gesplitste gemeente aanzienlijk kan wijzigen
waardoor vergelijkbaarheid in de tijd niet mogelijk is.

Inkomensverdeling alle huishoudens naar inkomensgroepen, 2004

Regio's Inkomensverdeling Aantal huishoudens (absoluut)* (x 1 000)
Nederland Totaal huishouden 7.162,5
Nederland 1e 10%-groep; minder dan 11 000 euro 716,3
Nederland 2e 10%-groep; 11 000 tot 14 500 euro 716,2
Nederland 3e 10%-groep; 14 500 tot 17 600 euro 716,3
Nederland 4e 10%-groep; 17 600 tot 20 800 euro 716,2
Nederland 5e 10%-groep; 20 800 tot 24 400 euro 716,3
Nederland 6e 10%-groep; 24 400 tot 28 600 euro 716,2
Nederland 7e 10%-groep; 28 600 tot 33 200 euro 716,3
Nederland 8e 10%-groep; 33 200 tot 39 000 euro 716,3
Nederland 9e 10%-groep; 39 000 tot 48 600 euro 716,3
Nederland 10e 10%-groep; meer dan 48 600 euro 716,2
Amsterdam Totaal huishouden 392,1
Amsterdam 1e 10%-groep; minder dan 11 000 euro 72,3
Amsterdam 2e 10%-groep; 11 000 tot 14 500 euro 51,1
Amsterdam 3e 10%-groep; 14 500 tot 17 600 euro 46,0
Amsterdam 4e 10%-groep; 17 600 tot 20 800 euro 44,6
Amsterdam 5e 10%-groep; 20 800 tot 24 400 euro 38,5
Amsterdam 6e 10%-groep; 24 400 tot 28 600 euro 32,7
Amsterdam 7e 10%-groep; 28 600 tot 33 200 euro 26,7
Amsterdam 8e 10%-groep; 33 200 tot 39 000 euro 25,0
Amsterdam 9e 10%-groep; 39 000 tot 48 600 euro 25,0
Amsterdam 10e 10%-groep; meer dan 48 600 euro 30,2
Arnhem Totaal huishouden 70,6
Arnhem 1e 10%-groep; minder dan 11 000 euro 10,6
Arnhem 2e 10%-groep; 11 000 tot 14 500 euro 8,8
Arnhem 3e 10%-groep; 14 500 tot 17 600 euro 8,6
Arnhem 4e 10%-groep; 17 600 tot 20 800 euro 8,0
Arnhem 5e 10%-groep; 20 800 tot 24 400 euro 7,0
Arnhem 6e 10%-groep; 24 400 tot 28 600 euro 6,6
Arnhem 7e 10%-groep; 28 600 tot 33 200 euro 5,9
Arnhem 8e 10%-groep; 33 200 tot 39 000 euro 5,7
Arnhem 9e 10%-groep; 39 000 tot 48 600 euro 5,1
Arnhem 10e 10%-groep; meer dan 48 600 euro 4,4
Assen Totaal huishouden 28,2
Assen 1e 10%-groep; minder dan 11 000 euro 2,7
Assen 2e 10%-groep; 11 000 tot 14 500 euro 3,1
Assen 3e 10%-groep; 14 500 tot 17 600 euro 3,1
Assen 4e 10%-groep; 17 600 tot 20 800 euro 2,9
Assen 5e 10%-groep; 20 800 tot 24 400 euro 3,0
Assen 6e 10%-groep; 24 400 tot 28 600 euro 3,1
Assen 7e 10%-groep; 28 600 tot 33 200 euro 2,9
Assen 8e 10%-groep; 33 200 tot 39 000 euro 2,9
Assen 9e 10%-groep; 39 000 tot 48 600 euro 2,4
Assen 10e 10%-groep; meer dan 48 600 euro 2,0
Groningen (gemeente) Totaal huishouden 103,1
Groningen (gemeente) 1e 10%-groep; minder dan 11 000 euro 29,2
Groningen (gemeente) 2e 10%-groep; 11 000 tot 14 500 euro 12,7
Groningen (gemeente) 3e 10%-groep; 14 500 tot 17 600 euro 10,9
Groningen (gemeente) 4e 10%-groep; 17 600 tot 20 800 euro 10,1
Groningen (gemeente) 5e 10%-groep; 20 800 tot 24 400 euro 8,9
Groningen (gemeente) 6e 10%-groep; 24 400 tot 28 600 euro 8,0
Groningen (gemeente) 7e 10%-groep; 28 600 tot 33 200 euro 6,8
Groningen (gemeente) 8e 10%-groep; 33 200 tot 39 000 euro 6,2
Groningen (gemeente) 9e 10%-groep; 39 000 tot 48 600 euro 5,7
Groningen (gemeente) 10e 10%-groep; meer dan 48 600 euro 4,6
Haarlem Totaal huishouden 72,1
Haarlem 1e 10%-groep; minder dan 11 000 euro 7,8
Haarlem 2e 10%-groep; 11 000 tot 14 500 euro 8,1
Haarlem 3e 10%-groep; 14 500 tot 17 600 euro 7,8
Haarlem 4e 10%-groep; 17 600 tot 20 800 euro 7,7
Haarlem 5e 10%-groep; 20 800 tot 24 400 euro 7,2
Haarlem 6e 10%-groep; 24 400 tot 28 600 euro 6,9
Haarlem 7e 10%-groep; 28 600 tot 33 200 euro 6,6
Haarlem 8e 10%-groep; 33 200 tot 39 000 euro 6,5
Haarlem 9e 10%-groep; 39 000 tot 48 600 euro 6,9
Haarlem 10e 10%-groep; meer dan 48 600 euro 6,5
Leeuwarden Totaal huishouden 46,6
Leeuwarden 1e 10%-groep; minder dan 11 000 euro 8,3
Leeuwarden 2e 10%-groep; 11 000 tot 14 500 euro 6,0
Leeuwarden 3e 10%-groep; 14 500 tot 17 600 euro 5,5
Leeuwarden 4e 10%-groep; 17 600 tot 20 800 euro 5,0
Leeuwarden 5e 10%-groep; 20 800 tot 24 400 euro 4,6
Leeuwarden 6e 10%-groep; 24 400 tot 28 600 euro 4,6
Leeuwarden 7e 10%-groep; 28 600 tot 33 200 euro 3,7
Leeuwarden 8e 10%-groep; 33 200 tot 39 000 euro 3,6
Leeuwarden 9e 10%-groep; 39 000 tot 48 600 euro 3,0
Leeuwarden 10e 10%-groep; meer dan 48 600 euro 2,2
Lelystad Totaal huishouden 30,1
Lelystad 1e 10%-groep; minder dan 11 000 euro 2,6
Lelystad 2e 10%-groep; 11 000 tot 14 500 euro 3,0
Lelystad 3e 10%-groep; 14 500 tot 17 600 euro 3,3
Lelystad 4e 10%-groep; 17 600 tot 20 800 euro 3,1
Lelystad 5e 10%-groep; 20 800 tot 24 400 euro 3,2
Lelystad 6e 10%-groep; 24 400 tot 28 600 euro 3,3
Lelystad 7e 10%-groep; 28 600 tot 33 200 euro 3,3
Lelystad 8e 10%-groep; 33 200 tot 39 000 euro 3,0
Lelystad 9e 10%-groep; 39 000 tot 48 600 euro 2,8
Lelystad 10e 10%-groep; meer dan 48 600 euro 2,4
Maastricht Totaal huishouden 61,3
Maastricht 1e 10%-groep; minder dan 11 000 euro 12,1
Maastricht 2e 10%-groep; 11 000 tot 14 500 euro 7,3
Maastricht 3e 10%-groep; 14 500 tot 17 600 euro 6,3
Maastricht 4e 10%-groep; 17 600 tot 20 800 euro 6,3
Maastricht 5e 10%-groep; 20 800 tot 24 400 euro 5,8
Maastricht 6e 10%-groep; 24 400 tot 28 600 euro 5,6
Maastricht 7e 10%-groep; 28 600 tot 33 200 euro 4,9
Maastricht 8e 10%-groep; 33 200 tot 39 000 euro 4,6
Maastricht 9e 10%-groep; 39 000 tot 48 600 euro 4,5
Maastricht 10e 10%-groep; meer dan 48 600 euro 4,0
Middelburg (Z.) Totaal huishouden 21,0
Middelburg (Z.) 1e 10%-groep; minder dan 11 000 euro 1,6
Middelburg (Z.) 2e 10%-groep; 11 000 tot 14 500 euro 2,4
Middelburg (Z.) 3e 10%-groep; 14 500 tot 17 600 euro 2,4
Middelburg (Z.) 4e 10%-groep; 17 600 tot 20 800 euro 2,2
Middelburg (Z.) 5e 10%-groep; 20 800 tot 24 400 euro 2,2
Middelburg (Z.) 6e 10%-groep; 24 400 tot 28 600 euro 2,3
Middelburg (Z.) 7e 10%-groep; 28 600 tot 33 200 euro 2,2
Middelburg (Z.) 8e 10%-groep; 33 200 tot 39 000 euro 2,1
Middelburg (Z.) 9e 10%-groep; 39 000 tot 48 600 euro 2,0
Middelburg (Z.) 10e 10%-groep; meer dan 48 600 euro 1,7
's-Gravenhage (gemeente) Totaal huishouden 231,5
's-Gravenhage (gemeente) 1e 10%-groep; minder dan 11 000 euro 33,2
's-Gravenhage (gemeente) 2e 10%-groep; 11 000 tot 14 500 euro 28,1
's-Gravenhage (gemeente) 3e 10%-groep; 14 500 tot 17 600 euro 27,8
's-Gravenhage (gemeente) 4e 10%-groep; 17 600 tot 20 800 euro 25,8
's-Gravenhage (gemeente) 5e 10%-groep; 20 800 tot 24 400 euro 23,5
's-Gravenhage (gemeente) 6e 10%-groep; 24 400 tot 28 600 euro 20,6
's-Gravenhage (gemeente) 7e 10%-groep; 28 600 tot 33 200 euro 18,3
's-Gravenhage (gemeente) 8e 10%-groep; 33 200 tot 39 000 euro 17,6
's-Gravenhage (gemeente) 9e 10%-groep; 39 000 tot 48 600 euro 17,3
's-Gravenhage (gemeente) 10e 10%-groep; meer dan 48 600 euro 19,4
's-Hertogenbosch Totaal huishouden 61,6
's-Hertogenbosch 1e 10%-groep; minder dan 11 000 euro 6,8
's-Hertogenbosch 2e 10%-groep; 11 000 tot 14 500 euro 5,9
's-Hertogenbosch 3e 10%-groep; 14 500 tot 17 600 euro 6,2
's-Hertogenbosch 4e 10%-groep; 17 600 tot 20 800 euro 6,2
's-Hertogenbosch 5e 10%-groep; 20 800 tot 24 400 euro 6,1
's-Hertogenbosch 6e 10%-groep; 24 400 tot 28 600 euro 6,1
's-Hertogenbosch 7e 10%-groep; 28 600 tot 33 200 euro 5,7
's-Hertogenbosch 8e 10%-groep; 33 200 tot 39 000 euro 5,7
's-Hertogenbosch 9e 10%-groep; 39 000 tot 48 600 euro 6,5
's-Hertogenbosch 10e 10%-groep; meer dan 48 600 euro 6,4
Utrecht (gemeente) Totaal huishouden 143,8
Utrecht (gemeente) 1e 10%-groep; minder dan 11 000 euro 30,9
Utrecht (gemeente) 2e 10%-groep; 11 000 tot 14 500 euro 14,7
Utrecht (gemeente) 3e 10%-groep; 14 500 tot 17 600 euro 14,3
Utrecht (gemeente) 4e 10%-groep; 17 600 tot 20 800 euro 14,0
Utrecht (gemeente) 5e 10%-groep; 20 800 tot 24 400 euro 12,8
Utrecht (gemeente) 6e 10%-groep; 24 400 tot 28 600 euro 11,7
Utrecht (gemeente) 7e 10%-groep; 28 600 tot 33 200 euro 10,4
Utrecht (gemeente) 8e 10%-groep; 33 200 tot 39 000 euro 11,0
Utrecht (gemeente) 9e 10%-groep; 39 000 tot 48 600 euro 11,6
Utrecht (gemeente) 10e 10%-groep; meer dan 48 600 euro 12,4
Zwolle Totaal huishouden 52,2
Zwolle 1e 10%-groep; minder dan 11 000 euro 6,4
Zwolle 2e 10%-groep; 11 000 tot 14 500 euro 5,0
Zwolle 3e 10%-groep; 14 500 tot 17 600 euro 5,3
Zwolle 4e 10%-groep; 17 600 tot 20 800 euro 5,1
Zwolle 5e 10%-groep; 20 800 tot 24 400 euro 5,4
Zwolle 6e 10%-groep; 24 400 tot 28 600 euro 5,6
Zwolle 7e 10%-groep; 28 600 tot 33 200 euro 5,2
Zwolle 8e 10%-groep; 33 200 tot 39 000 euro 5,3
Zwolle 9e 10%-groep; 39 000 tot 48 600 euro 5,0
Zwolle 10e 10%-groep; meer dan 48 600 euro 4,0
Bron: cbs.
Verklaring van tekens