Particuliere huishoudens met laag inkomen / rond sociaal minimum, 2003

Particuliere huishoudens met laag inkomen / rond sociaal minimum, 2003

Regio's Samenstelling van het huishouden Aant. huish. met een laag inkomen (%)
Nederland Totaal particulier huishouden 9
Nederland Eenpersoonshuishouden 13
Nederland Paar zonder kinderen 4
Nederland Paar met kinderen 7
Nederland Eenoudergezin 21
Noord-Nederland (LD) Totaal particulier huishouden 9
Noord-Nederland (LD) Eenpersoonshuishouden 14
Noord-Nederland (LD) Paar zonder kinderen 4
Noord-Nederland (LD) Paar met kinderen 8
Noord-Nederland (LD) Eenoudergezin 21
Oost-Nederland (LD) Totaal particulier huishouden 8
Oost-Nederland (LD) Eenpersoonshuishouden 13
Oost-Nederland (LD) Paar zonder kinderen 4
Oost-Nederland (LD) Paar met kinderen 7
Oost-Nederland (LD) Eenoudergezin 20
West-Nederland (LD) Totaal particulier huishouden 9
West-Nederland (LD) Eenpersoonshuishouden 14
West-Nederland (LD) Paar zonder kinderen 3
West-Nederland (LD) Paar met kinderen 7
West-Nederland (LD) Eenoudergezin 21
Zuid-Nederland (LD) Totaal particulier huishouden 8
Zuid-Nederland (LD) Eenpersoonshuishouden 13
Zuid-Nederland (LD) Paar zonder kinderen 4
Zuid-Nederland (LD) Paar met kinderen 6
Zuid-Nederland (LD) Eenoudergezin 21
Enschede (GA) Totaal particulier huishouden 12
Enschede (GA) Eenpersoonshuishouden 17
Enschede (GA) Paar zonder kinderen 6
Enschede (GA) Paar met kinderen 11
Enschede (GA) Eenoudergezin 26
Enschede (SG) Totaal particulier huishouden 10
Enschede (SG) Eenpersoonshuishouden 14
Enschede (SG) Paar zonder kinderen 4
Enschede (SG) Paar met kinderen 8
Enschede (SG) Eenoudergezin 23
Enschede Totaal particulier huishouden 12
Enschede Eenpersoonshuishouden 17
Enschede Paar zonder kinderen 6
Enschede Paar met kinderen 11
Enschede Eenoudergezin 26
Ede Totaal particulier huishouden 8
Ede Eenpersoonshuishouden 11
Ede Paar zonder kinderen 3
Ede Paar met kinderen 6
Ede Eenoudergezin 20
Neede Totaal particulier huishouden 6
Neede Eenpersoonshuishouden 14
Neede Paar zonder kinderen x
Neede Paar met kinderen x
Neede Eenoudergezin x
Rheden Totaal particulier huishouden 7
Rheden Eenpersoonshuishouden 11
Rheden Paar zonder kinderen 3
Rheden Paar met kinderen 6
Rheden Eenoudergezin 13
Wijk bij Duurstede Totaal particulier huishouden 5
Wijk bij Duurstede Eenpersoonshuishouden 8
Wijk bij Duurstede Paar zonder kinderen 4
Wijk bij Duurstede Paar met kinderen 4
Wijk bij Duurstede Eenoudergezin x
Haarlemmerliede en Spaarnwoude Totaal particulier huishouden 5
Haarlemmerliede en Spaarnwoude Eenpersoonshuishouden x
Haarlemmerliede en Spaarnwoude Paar zonder kinderen x
Haarlemmerliede en Spaarnwoude Paar met kinderen x
Haarlemmerliede en Spaarnwoude Eenoudergezin x
Heemstede Totaal particulier huishouden 5
Heemstede Eenpersoonshuishouden 7
Heemstede Paar zonder kinderen x
Heemstede Paar met kinderen 6
Heemstede Eenoudergezin 14
Medemblik Totaal particulier huishouden 9
Medemblik Eenpersoonshuishouden 9
Medemblik Paar zonder kinderen x
Medemblik Paar met kinderen 8
Medemblik Eenoudergezin 43
Goedereede Totaal particulier huishouden 5
Goedereede Eenpersoonshuishouden x
Goedereede Paar zonder kinderen x
Goedereede Paar met kinderen 6
Goedereede Eenoudergezin x
Stede Broec Totaal particulier huishouden 7
Stede Broec Eenpersoonshuishouden 10
Stede Broec Paar zonder kinderen x
Stede Broec Paar met kinderen 6
Stede Broec Eenoudergezin 24
Nederlek Totaal particulier huishouden 5
Nederlek Eenpersoonshuishouden 8
Nederlek Paar zonder kinderen x
Nederlek Paar met kinderen 4
Nederlek Eenoudergezin x
Zederik Totaal particulier huishouden 5
Zederik Eenpersoonshuishouden 7
Zederik Paar zonder kinderen x
Zederik Paar met kinderen 5
Zederik Eenoudergezin x
Nuenen, Gerwen en Nederwetten Totaal particulier huishouden 6
Nuenen, Gerwen en Nederwetten Eenpersoonshuishouden 12
Nuenen, Gerwen en Nederwetten Paar zonder kinderen 3
Nuenen, Gerwen en Nederwetten Paar met kinderen 6
Nuenen, Gerwen en Nederwetten Eenoudergezin x
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Sinds 1946 houdt het Centraal Bureau voor de Statistiek regelmatig
onderzoek naar de regionale inkomensverdeling. Deze onderzoeken zijn
voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van
Financiën (de fiscale registers) en de Nederlandse gemeenten
(de bevolkingsregisters = GBA).
De uiteindelijke RIO resultaten zijn gebaseerd op een steekproef
van 1,9 miljoen huishoudens.

Inkomensverdelingen van personen en huishoudens, per landsdeel,
provincie, COROP-gebied, grootstedelijke agglomeratie, stadsgewest
en gemeente.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2003

Frequentie: eenmalig
Omdat de gemeentelijke indeling jaarlijks verandert worden de
uitkomsten uit het RIO voor elk afzonderlijk onderzoeksjaar
gepubliceerd; samenvoeging of splitsing van gemeenten heeft tot
gevolg dat alle informatie gerelateerd aan het inkomen in een
nieuw gevormde of gesplitste gemeente aanzienlijk kan wijzigen
waardoor vergelijkbaarheid in de tijd niet mogelijk is.

Toelichting onderwerpen

Aant. huish. met een laag inkomen
Het percentage huishoudens met een laag inkomen met de desbetreffende
huishoudenssamenstelling.
De lage-inkomensgrens is vastgesteld op 9.249 euro. Dit bedrag komt in
koopkracht ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering
voor een alleenstaande in 1979, toen deze op zijn hoogst was. Het
inkomensbegrip dat in deze publicatie wordt gehanteerd, is het
besteedbaar inkomen verminderd met eventueel ontvangen
huursubsidie. Om te bepalen hoe het inkomen van een huishouden zich
verhoudt tot de lage-inkomensgrens, wordt het inkomen van
een huishouden gecorrigeerd voor verschillen in huishoudenssamenstelling
en voor de prijsontwikkeling. De correctie voor verschillen in
samenstelling vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren.
In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het
gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met
behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het
inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de
inkomensniveaus van huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt.
Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met
consumentenprijsindices) herleid naar het prijspeil in 2000.
Het resulterende inkomen is laag wanneer het minder is dan 9.249 euro.