Particuliere huish.met laag inkomen / rond soc. minimum, na revisie, 2001

Particuliere huish.met laag inkomen / rond soc. minimum, na revisie, 2001

Regio's Samenstelling van het huishouden Aantal huishoudens met een laag inkomen (%)
Achterhoek Totaal particulier huishouden 7
Achterhoek Eenpersoonshuishoudens 11
Achterhoek Paar zonder kinderen 3
Achterhoek Paar met kinderen 5
Achterhoek Eenoudergezin 23
Groot-Amsterdam Totaal particulier huishouden 13
Groot-Amsterdam Eenpersoonshuishoudens 17
Groot-Amsterdam Paar zonder kinderen 5
Groot-Amsterdam Paar met kinderen 9
Groot-Amsterdam Eenoudergezin 27
Apeldoorn Totaal particulier huishouden 7
Apeldoorn Eenpersoonshuishoudens 10
Apeldoorn Paar zonder kinderen 3
Apeldoorn Paar met kinderen 5
Apeldoorn Eenoudergezin 23
Amsterdam Totaal particulier huishouden 14
Amsterdam Eenpersoonshuishoudens 18
Amsterdam Paar zonder kinderen 5
Amsterdam Paar met kinderen 11
Amsterdam Eenoudergezin 28
Rotterdam Totaal particulier huishouden 13
Rotterdam Eenpersoonshuishoudens 17
Rotterdam Paar zonder kinderen 5
Rotterdam Paar met kinderen 9
Rotterdam Eenoudergezin 33
Apeldoorn Totaal particulier huishouden 6
Apeldoorn Eenpersoonshuishoudens 9
Apeldoorn Paar zonder kinderen 3
Apeldoorn Paar met kinderen 5
Apeldoorn Eenoudergezin 21
Amsterdam Totaal particulier huishouden 12
Amsterdam Eenpersoonshuishoudens 17
Amsterdam Paar zonder kinderen 4
Amsterdam Paar met kinderen 8
Amsterdam Eenoudergezin 27
Rotterdam Totaal particulier huishouden 12
Rotterdam Eenpersoonshuishoudens 17
Rotterdam Paar zonder kinderen 4
Rotterdam Paar met kinderen 8
Rotterdam Eenoudergezin 32
Slochteren Totaal particulier huishouden 7
Slochteren Eenpersoonshuishoudens 11
Slochteren Paar zonder kinderen x
Slochteren Paar met kinderen 5
Slochteren Eenoudergezin 28
Skarsterlân Totaal particulier huishouden 7
Skarsterlân Eenpersoonshuishoudens 9
Skarsterlân Paar zonder kinderen 3
Skarsterlân Paar met kinderen 6
Skarsterlân Eenoudergezin 19
Boarnsterhim Totaal particulier huishouden 7
Boarnsterhim Eenpersoonshuishoudens 10
Boarnsterhim Paar zonder kinderen 3
Boarnsterhim Paar met kinderen 5
Boarnsterhim Eenoudergezin 39
Lemsterland Totaal particulier huishouden 10
Lemsterland Eenpersoonshuishoudens 15
Lemsterland Paar zonder kinderen 4
Lemsterland Paar met kinderen 7
Lemsterland Eenoudergezin 35
Opsterland Totaal particulier huishouden 7
Opsterland Eenpersoonshuishoudens 9
Opsterland Paar zonder kinderen 4
Opsterland Paar met kinderen 6
Opsterland Eenoudergezin x
Terschelling Totaal particulier huishouden 4
Terschelling Eenpersoonshuishoudens x
Terschelling Paar zonder kinderen x
Terschelling Paar met kinderen x
Terschelling Eenoudergezin -
Deventer Totaal particulier huishouden 10
Deventer Eenpersoonshuishoudens 13
Deventer Paar zonder kinderen 4
Deventer Paar met kinderen 8
Deventer Eenoudergezin 28
Apeldoorn Totaal particulier huishouden 7
Apeldoorn Eenpersoonshuishoudens 10
Apeldoorn Paar zonder kinderen 3
Apeldoorn Paar met kinderen 5
Apeldoorn Eenoudergezin 23
Kesteren Totaal particulier huishouden 6
Kesteren Eenpersoonshuishoudens 11
Kesteren Paar zonder kinderen x
Kesteren Paar met kinderen 5
Kesteren Eenoudergezin x
Westervoort Totaal particulier huishouden 7
Westervoort Eenpersoonshuishoudens 13
Westervoort Paar zonder kinderen x
Westervoort Paar met kinderen 4
Westervoort Eenoudergezin 31
Winterswijk Totaal particulier huishouden 8
Winterswijk Eenpersoonshuishoudens 13
Winterswijk Paar zonder kinderen 5
Winterswijk Paar met kinderen 5
Winterswijk Eenoudergezin 22
Amsterdam Totaal particulier huishouden 17
Amsterdam Eenpersoonshuishoudens 19
Amsterdam Paar zonder kinderen 6
Amsterdam Paar met kinderen 15
Amsterdam Eenoudergezin 30
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Sinds 1946 houdt het Centraal Bureau voor de Statistiek regelmatig
onderzoek naar de regionale inkomensverdeling. Deze onderzoeken zijn
voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van
Financiën (de fiscale registers) en de Nederlandse gemeenten
(de bevolkingsregisters = GBA).
De uiteindelijke RIO resultaten zijn gebaseerd op een steekproef
van 1,9 miljoen huishoudens.

De cijfers in deze tabel wijken af van de eerder gepubliceerde
cijfers over 2001 omdat het besteedbaar inkomen en de ophoging
gebruikt is conform de methodiek 2003 (zie ook 4.5 en 4.7.4).
In het verdere verloop van deze toelichting spreken we
over 'ná revisie 2003'.

Inkomensverdelingen van personen en huishoudens, per landsdeel,
provincie, corop-gebied, grootstedelijke agglomeratie, stadsgewest
en gemeente.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2001

Frequentie: eenmalig
Omdat de gemeentelijke indeling jaarlijks verandert worden de
uitkomsten uit het RIO voor elk afzonderlijk onderzoeksjaar
gepubliceerd; samenvoeging of splitsing van gemeenten heeft tot
gevolg dat alle informatie gerelateerd aan het inkomen in een
nieuw gevormde of gesplitste gemeente aanzienlijk kan wijzigen
waardoor vergelijkbaarheid in de tijd niet mogelijk is.

Toelichting onderwerpen

Aantal huishoudens met een laag inkomen
Het percentage huishoudens met een laag inkomen met de desbetreffende
huishoudenssamenstelling.
De lage-inkomensgrens is vastgesteld op 9.249 euro. Dit bedrag komt in
koopkracht ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering
voor een alleenstaande in 1979, toen deze op zijn hoogst was. Het
inkomensbegrip dat in deze publicatie wordt gehanteerd, is het
besteedbaar inkomen verminderd met eventueel ontvangen
huursubsidie. Om te bepalen hoe het inkomen van een huishouden zich
verhoudt tot de lage-inkomensgrens, wordt het inkomen van
een huishouden gecorrigeerd voor verschillen in huishoudenssamenstelling
en voor de prijsontwikkeling. De correctie voor verschillen in
samenstelling vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren.
In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het
gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met
behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het
inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de
inkomensniveaus van huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt.
Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met
consumentenprijsindices) herleid naar het prijspeil in 2000.
Het resulterende inkomen is laag wanneer het minder is dan 9.249 euro.