Particuliere huish.met laag inkomen / rond soc. minimum, na revisie, 2001

Particuliere huish.met laag inkomen / rond soc. minimum, na revisie, 2001

Regio's Samenstelling van het huishouden Aantal huishoudens met een laag inkomen (%)
Nederland Totaal particulier huishouden 9
Nederland Eenpersoonshuishoudens 14
Nederland Paar zonder kinderen 4
Nederland Paar met kinderen 6
Nederland Eenoudergezin 25
Noord-Nederland Totaal particulier huishouden 9
Noord-Nederland Eenpersoonshuishoudens 14
Noord-Nederland Paar zonder kinderen 4
Noord-Nederland Paar met kinderen 7
Noord-Nederland Eenoudergezin 27
Oost-Nederland Totaal particulier huishouden 8
Oost-Nederland Eenpersoonshuishoudens 13
Oost-Nederland Paar zonder kinderen 4
Oost-Nederland Paar met kinderen 6
Oost-Nederland Eenoudergezin 24
West-Nederland Totaal particulier huishouden 9
West-Nederland Eenpersoonshuishoudens 14
West-Nederland Paar zonder kinderen 3
West-Nederland Paar met kinderen 6
West-Nederland Eenoudergezin 26
Zuid-Nederland Totaal particulier huishouden 8
Zuid-Nederland Eenpersoonshuishoudens 13
Zuid-Nederland Paar zonder kinderen 4
Zuid-Nederland Paar met kinderen 5
Zuid-Nederland Eenoudergezin 24
Enschede Totaal particulier huishouden 13
Enschede Eenpersoonshuishoudens 18
Enschede Paar zonder kinderen 7
Enschede Paar met kinderen 10
Enschede Eenoudergezin 34
Enschede Totaal particulier huishouden 10
Enschede Eenpersoonshuishoudens 14
Enschede Paar zonder kinderen 5
Enschede Paar met kinderen 8
Enschede Eenoudergezin 30
Enschede Totaal particulier huishouden 13
Enschede Eenpersoonshuishoudens 18
Enschede Paar zonder kinderen 7
Enschede Paar met kinderen 10
Enschede Eenoudergezin 34
Ede Totaal particulier huishouden 7
Ede Eenpersoonshuishoudens 12
Ede Paar zonder kinderen 3
Ede Paar met kinderen 6
Ede Eenoudergezin 22
Neede Totaal particulier huishouden 6
Neede Eenpersoonshuishoudens 13
Neede Paar zonder kinderen x
Neede Paar met kinderen x
Neede Eenoudergezin x
Rheden Totaal particulier huishouden 7
Rheden Eenpersoonshuishoudens 11
Rheden Paar zonder kinderen 3
Rheden Paar met kinderen 5
Rheden Eenoudergezin 23
Wijk bij Duurstede Totaal particulier huishouden 5
Wijk bij Duurstede Eenpersoonshuishoudens 9
Wijk bij Duurstede Paar zonder kinderen 3
Wijk bij Duurstede Paar met kinderen 3
Wijk bij Duurstede Eenoudergezin x
Haarlemmerliede c.a. Totaal particulier huishouden 3
Haarlemmerliede c.a. Eenpersoonshuishoudens x
Haarlemmerliede c.a. Paar zonder kinderen x
Haarlemmerliede c.a. Paar met kinderen x
Haarlemmerliede c.a. Eenoudergezin x
Heemstede Totaal particulier huishouden 4
Heemstede Eenpersoonshuishoudens 7
Heemstede Paar zonder kinderen x
Heemstede Paar met kinderen 3
Heemstede Eenoudergezin x
Medemblik Totaal particulier huishouden 7
Medemblik Eenpersoonshuishoudens 13
Medemblik Paar zonder kinderen x
Medemblik Paar met kinderen x
Medemblik Eenoudergezin x
Goedereede Totaal particulier huishouden 5
Goedereede Eenpersoonshuishoudens x
Goedereede Paar zonder kinderen x
Goedereede Paar met kinderen 4
Goedereede Eenoudergezin x
Stede Broec Totaal particulier huishouden 6
Stede Broec Eenpersoonshuishoudens 12
Stede Broec Paar zonder kinderen x
Stede Broec Paar met kinderen 3
Stede Broec Eenoudergezin 29
Nederlek Totaal particulier huishouden 4
Nederlek Eenpersoonshuishoudens 6
Nederlek Paar zonder kinderen x
Nederlek Paar met kinderen x
Nederlek Eenoudergezin x
Zederik Totaal particulier huishouden 5
Zederik Eenpersoonshuishoudens 10
Zederik Paar zonder kinderen x
Zederik Paar met kinderen x
Zederik Eenoudergezin x
Sint-Oedenrode Totaal particulier huishouden 5
Sint-Oedenrode Eenpersoonshuishoudens 10
Sint-Oedenrode Paar zonder kinderen x
Sint-Oedenrode Paar met kinderen 4
Sint-Oedenrode Eenoudergezin x
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Sinds 1946 houdt het Centraal Bureau voor de Statistiek regelmatig
onderzoek naar de regionale inkomensverdeling. Deze onderzoeken zijn
voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van
Financiën (de fiscale registers) en de Nederlandse gemeenten
(de bevolkingsregisters = GBA).
De uiteindelijke RIO resultaten zijn gebaseerd op een steekproef
van 1,9 miljoen huishoudens.

De cijfers in deze tabel wijken af van de eerder gepubliceerde
cijfers over 2001 omdat het besteedbaar inkomen en de ophoging
gebruikt is conform de methodiek 2003 (zie ook 4.5 en 4.7.4).
In het verdere verloop van deze toelichting spreken we
over 'ná revisie 2003'.

Inkomensverdelingen van personen en huishoudens, per landsdeel,
provincie, corop-gebied, grootstedelijke agglomeratie, stadsgewest
en gemeente.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2001

Frequentie: eenmalig
Omdat de gemeentelijke indeling jaarlijks verandert worden de
uitkomsten uit het RIO voor elk afzonderlijk onderzoeksjaar
gepubliceerd; samenvoeging of splitsing van gemeenten heeft tot
gevolg dat alle informatie gerelateerd aan het inkomen in een
nieuw gevormde of gesplitste gemeente aanzienlijk kan wijzigen
waardoor vergelijkbaarheid in de tijd niet mogelijk is.

Toelichting onderwerpen

Aantal huishoudens met een laag inkomen
Het percentage huishoudens met een laag inkomen met de desbetreffende
huishoudenssamenstelling.
De lage-inkomensgrens is vastgesteld op 9.249 euro. Dit bedrag komt in
koopkracht ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering
voor een alleenstaande in 1979, toen deze op zijn hoogst was. Het
inkomensbegrip dat in deze publicatie wordt gehanteerd, is het
besteedbaar inkomen verminderd met eventueel ontvangen
huursubsidie. Om te bepalen hoe het inkomen van een huishouden zich
verhoudt tot de lage-inkomensgrens, wordt het inkomen van
een huishouden gecorrigeerd voor verschillen in huishoudenssamenstelling
en voor de prijsontwikkeling. De correctie voor verschillen in
samenstelling vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren.
In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het
gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met
behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het
inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de
inkomensniveaus van huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt.
Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met
consumentenprijsindices) herleid naar het prijspeil in 2000.
Het resulterende inkomen is laag wanneer het minder is dan 9.249 euro.