Gem. inkomen personen(52 wk. ink.) migratieachtergrond, na revisie, 2001

Gem. inkomen personen(52 wk. ink.) migratieachtergrond, na revisie, 2001

Regio's Migratieachtergrond Aantal personen met 52 weken inkomen (x 1 000) Gemiddeld besteedbaar inkomen (1 000 euro)
Zuidoost-Friesland Totaal 133,4 15,8
Zuidoost-Friesland Nederlandse achtergrond 125,0 15,9
Zuidoost-Friesland Met migratieachtergrond 8,4 14,7
Zuidoost-Friesland Westerse migratieachtergrond 5,9 15,3
Zuidoost-Friesland Niet-westerse migratieachtergrond 2,5 13,3
Zuidoost-Drenthe Totaal 113,5 15,1
Zuidoost-Drenthe Nederlandse achtergrond 105,2 15,1
Zuidoost-Drenthe Met migratieachtergrond 8,2 14,1
Zuidoost-Drenthe Westerse migratieachtergrond 6,7 14,4
Zuidoost-Drenthe Niet-westerse migratieachtergrond 1,5 12,9
Zuidoost-Zuid-Holland Totaal 254,2 17,1
Zuidoost-Zuid-Holland Nederlandse achtergrond 219,4 17,3
Zuidoost-Zuid-Holland Met migratieachtergrond 34,8 15,3
Zuidoost-Zuid-Holland Westerse migratieachtergrond 19,0 16,8
Zuidoost-Zuid-Holland Niet-westerse migratieachtergrond 15,8 13,4
Zuidoost-Noord-Brabant Totaal 479,4 17,1
Zuidoost-Noord-Brabant Nederlandse achtergrond 415,6 17,3
Zuidoost-Noord-Brabant Met migratieachtergrond 63,8 16,2
Zuidoost-Noord-Brabant Westerse migratieachtergrond 41,5 17,3
Zuidoost-Noord-Brabant Niet-westerse migratieachtergrond 22,3 14,2
Bergambacht Totaal 5,8 18,3
Bergambacht Nederlandse achtergrond 5,5 18,4
Bergambacht Met migratieachtergrond 0,3 16,3
Bergambacht Westerse migratieachtergrond 0,3 17,0
Bergambacht Niet-westerse migratieachtergrond x x
Hendrik-Ido-Ambacht Totaal 13,4 18,3
Hendrik-Ido-Ambacht Nederlandse achtergrond 12,2 18,5
Hendrik-Ido-Ambacht Met migratieachtergrond 1,2 16,6
Hendrik-Ido-Ambacht Westerse migratieachtergrond 0,8 17,2
Hendrik-Ido-Ambacht Niet-westerse migratieachtergrond 0,4 15,0
Bron: cbs.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Sinds 1946 houdt het Centraal Bureau voor de Statistiek regelmatig
onderzoek naar de regionale inkomensverdeling. Deze onderzoeken zijn
voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van
Financiën (de fiscale registers) en de Nederlandse gemeenten
(de bevolkingsregisters = GBA).
De uiteindelijke RIO resultaten zijn gebaseerd op een steekproef
van 1,9 miljoen huishoudens.

De cijfers in deze tabel wijken af van de eerder gepubliceerde
cijfers over 2001 omdat het besteedbaar inkomen en de ophoging
gebruikt is conform de methodiek 2003 (zie ook 4.5 en 4.7.4).
In het verdere verloop van deze toelichting spreken we
over 'ná revisie 2003'.

Inkomensverdelingen van personen en huishoudens, per landsdeel,
provincie, corop-gebied, grootstedelijke agglomeratie, stadsgewest
en gemeente.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2001

Frequentie: eenmalig
Omdat de gemeentelijke indeling jaarlijks verandert worden de
uitkomsten uit het RIO voor elk afzonderlijk onderzoeksjaar
gepubliceerd; samenvoeging of splitsing van gemeenten heeft tot
gevolg dat alle informatie gerelateerd aan het inkomen in een
nieuw gevormde of gesplitste gemeente aanzienlijk kan wijzigen
waardoor vergelijkbaarheid in de tijd niet mogelijk is.

Toelichting onderwerpen

Aantal personen met 52 weken inkomen
Personen die het gehele jaar inkomen hebben, worden tot de categorie
met 52 weken inkomen gerekend. De categorie zelfstandigen behoort tot
de groep die het gehele jaar inkomen hebben.
Personen die in het onderzoeksjaar gedurende kortere tijd of over een
qua tijdsduur onbekende periode inkomen hebben, worden samengenomen in
de groep minder dan 52 weken inkomen.
Gemiddeld besteedbaar inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen van de autochtone (Herkomst: Nederland)
en allochtone (Herkomst: Niet-Nederland) bevolking met 52 weken inkomen.
Het besteedbaar inkomen is het bruto-inkomen verminderd met de premies
sociale zekerheid en andere betaalde overdrachten (o.a. alimentatie voor
ex-partner) en de loon-, inkomsten- en vermogensbelasting.
Personen die het gehele jaar inkomen hebben, worden tot de categorie met
52 weken inkomen gerekend. De categorie zelfstandigen behoort tot de
groep die het gehele jaar inkomen hebben.
Personen die in het onderzoeksjaar gedurende kortere tijd of over een qua
tijdsduur onbekende periode inkomen hebben, worden samengenomen in de
groep 'minder dan 52 weken inkomen'. Ook personen die
uitsluitend kinderbijslag, individuele huursubsidie en of tegemoetkoming
studiekosten ontvangen worden bij de categorie 52 weken inkomen buiten
beschouwing gelaten. Vanuit het grondmateriaal is het niet mogelijk om de
groep parttime werkers van de fulltimers te onderscheiden. Hierdoor
zullen ook bij de personen met 52 weken inkomen lage inkomens voorkomen.