Samenvatting financiële en algemene gegevens industrie (alle bedrijven)

Samenvatting financiële en algemene gegevens industrie (alle bedrijven)

Bedrijfsactiviteiten Grootteklassen Perioden Productiewaarde Totaal productiewaarde (mln euro) Productiewaarde Industriële verkopen (mln euro) Productiewaarde Voorraadmutaties producten (mln euro) Productiewaarde Marge handel/ov. opbrengsten (mln euro) Verbruikswaarde Totaal verbruikswaarde (mln euro) Verbruikswaarde Industriële inkopen (mln euro) Verbruikswaarde Voorraadmutaties grond- en hulpstoffen (mln euro) Verbruikswaarde Energieverbruik (mln euro) Verbruikswaarde Overige bedrijfskosten (mln euro) Toegevoegde waarde Totaal toegevoegde waarde (mln euro) Toegevoegde waarde Arbeidskosten (mln euro) Toegevoegde waarde Heffingen en belastingen (mln euro) Bruto bedrijfsresultaat Saldo interest (mln euro)
DF Aardolie-,steenkoolverwerkende indust 0 of meer werknemers 1999 8.191 8.210 10 -29 7.264 6.836 224 183 469 927 355 21 -52
DF Aardolie-,steenkoolverwerkende indust 0 tot 20 werknemers 1999 15 14 0 1 11 9 0 0 2 3 2 0 0
DF Aardolie-,steenkoolverwerkende indust 20 of meer werknemers 1999 8.177 8.197 9 -29 7.253 6.827 224 183 467 924 353 21 -52
DI Glas-, aardewerk-, cement-, kalkind 0 of meer werknemers 1999 5.798 5.641 -38 195 3.480 2.475 13 187 831 2.319 1.236 9 -61
DI Glas-, aardewerk-, cement-, kalkind 0 tot 20 werknemers 1999 1.188 1.128 -6 66 817 636 1 18 164 371 190 2 -13
DI Glas-, aardewerk-, cement-, kalkind 20 of meer werknemers 1999 4.610 4.513 -32 129 2.663 1.839 12 169 667 1.948 1.046 8 -48
30 Kantoormachine- en computerindustrie 0 of meer werknemers 1999 2.797 2.656 17 124 2.294 2.035 22 9 272 503 321 -5 -10
30 Kantoormachine- en computerindustrie 0 tot 20 werknemers 1999 82 60 -1 23 51 34 -2 0 15 31 22 0 -2
30 Kantoormachine- en computerindustrie 20 of meer werknemers 1999 2.715 2.597 17 101 2.243 2.000 22 8 257 471 299 -6 -8
Bron: CBS
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting

Bedrijven, werknemers, productie - , verbruiks-, toegevoegde waarde en
bedrijfsresultaten in de industrie per grootteklasse en SBI.
Verslagperiode : 1996 - 1999
Gewijzigd op 10 april 2006.
Verschijningsfrequentie: Stopgezet.

Toelichting onderwerpen

Productiewaarde
In de productiewaarde zijn opgenomen de opbrengst van de industriële
verkopen onder verrekening van de voorraadmutaties alsmede de waarde van
de geactiveerde kosten voor zelfvervaardigde activa, de exportrestituties,
de exploitatiesubsidies, de bedrijfsschade-uitkeringen, de handelsmarge en
de opbrengst van de overige activiteiten.
De exportrestituties worden verleend door de Europese Gemeenschap (EG) bij
uitvoer van bepaalde bewerkte landbouwproducten naar bestemmingen buiten
de EG, ter compensatie van eventuele nadelige prijsverschillen tussen de
wereldmarktprijs en de vastgestelde EG-prijs.
Exploitatiesubsidies
Onder exploitatiesubsidies zijn te verstaan de inkomensoverdrachten die
in het kader van het sociaal-economisch beleid door de overheid,
publiekrechtelijke lichamen en/of internationale organisaties hebben
plaatsgevonden.
Totaal productiewaarde
Industriële verkopen
Industriële verkopen inclusief exportrestituties: De opbrengsten van die
goederen welke in eigen bedrijf of in loondienst door derden zijn
vervaardigd. Voor de vaststelling van de waarde is uitgegaan van de
factuurwaarde exclusief omzetbelasting. Meegeteld zijn doorberekende
kosten van eigen vervoer, installatiekosten e.d. Afgetrokken zijn
betalingskortingen, in rekening gebrachte bedragen voor retouremballage,
agentenprovisies, omzetbonussen, kortingen wegens reclames, aan derden
betaalde bedragen voor vrachten en premies voor transportverzekeringen.
De accijnzen op de aan accijnsrecht onderworpen producten zijn, voor
zover zij aan de cliënt in rekening zijn gebracht, in de waarde van de
verkopen begrepen. Uitzondering: de industriële verkopen van afdeling
Aardolie- en steenkoolverwerkende industrie; bewerking van splijt- en
kweekstoffen en de onderliggende groepen en (sub)klassen zijn exclusief
accijns en heffingen.
Ontvangen exportrestituties zijn in de waarde van de verkopen begrepen.
Exportrestituties worden verleend door de Europese Gemeenschap (EG) bij
uitvoer van bepaalde bewerkte landbouwproducten naar bestemmingen buiten
de EG, ter compensatie van eventuele nadelige prijsverschillen tussen de
wereldmarktprijs en de vastgestelde EG-prijs.
Ontvangen subsidies zijn niet in de verkoopwaarde begrepen. Naast de
verkoop van producten zijn in de industriële verkopen ook opgenomen de
bedragen die aan derden in rekening zijn gebracht voor industriële
dienstverlening en voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten.
Verkopen buitenland betreffen uitsluitend de facturering door de
industrie van rechtstreekse leveringen aan afnemers in het buitenland.
Voorraadmutaties producten
Voorraadmutaties producten (en onderhanden werk). De voorraden zijn
opgenomen tegen balanswaarde. De voorraadmutatie geeft het verschil in
de balanswaarde tussen de voorraden op de begin- en de eindbalans van
de verslagperiode.
Marge handel/ov. opbrengsten
Marge handelsactiviteiten en overige opbrengsten (geactiveerde kosten
inzake zelfvervaardigde activa, opbrengsten uit overige niet-industriële
activiteiten en uitkeringen wegens bedrijfsschade).
Onder handel wordt verstaan het inkopen en zonder bewerking doorverkopen
van goederen met het oogmerk van handeldrijven. De post handel omvat
groothandel, handelsbemiddeling en detailhandel. Indien de handels-
activiteit belangrijk is, wordt deze als een afzonderlijke bedrijfs-
eenheid afgesplitst. De met handel samenhangende uitkomsten blijven dan
in de (uitkomsten van de) productiestatistieken van de Industrie buiten
beschouwing.
Onder geactiveerde kosten inzake zelfvervaardigde activa wordt verstaan
de totale uitgaven/kosten die weliswaar in de verslagperiode zijn
gedaan/gemaakt, maar in meer verslagperioden via de afschrijvingen in de
exploitatie worden opgenomen.
Bedrijfsschade-uitkeringen hebben betrekking op verlies van goederen,
verlies wegens doorlopende arbeidskosten en andere kosten, alsmede wegens
derving van opbrengsten. Uitgezonderd zijn de uitkeringen i.v.m. schade
aan vaste activa.
Opbrengsten overige (niet-industriele) activiteiten. Onder overige
activiteiten worden verstaan alle economische activiteiten van de
industriële eenheid welke noch tot de industrie noch tot de handel worden
gerekend. In de uitkomsten van deze activiteiten kunnen zijn begrepen de
opbrengsten uit exploitatie van roerend en onroerend goed, het verhuren
van gebouwen, terreinen, machines, transportmiddelen en stallingruimte,
opbrengsten van het surplus aan zelf geproduceerde elektriciteit en/of
warmte.
Verbruikswaarde
De verbruikswaarde omvat de inkopen van de grond- en hulpstoffen ver-
meerderd met de voorraadmutatie (waardeverschil van begin- minus de eind-
voorraad), de kosten van energieverbruik en de overige bedrijfskosten.
Totaal verbruikswaarde
Industriële inkopen
Inkopen van grond- en hulpstoffen, eenmalige verpakkingsmiddelen, alsmede
betaalde bedragen voor loondiensten en voor het lenen van arbeidskrachten.
Onder grond- en hulpstoffen zijn te verstaan alle goederen en materialen
die ten behoeve van het productieproces worden verbruikt. Voor de
vaststelling van de waarde van de industriële inkopen is uitgegaan van de
factuurbedragen exclusief omzetbelasting. Meegeteld zijn invoerrechten,
door derden in rekening gebrachte vrachtkosten, premies
transportverzekeringen, inklaringskosten en voor wat betreft aan
accijnsheffing onderworpen goederen, de daarin begrepen accijnzen. Niet
meegeteld zijn in rekening gebrachte bedragen voor retouremballage.
Afgetrokken zijn kortingen, bonussen, denaturatievergoedingen, bij uitvoer
terugontvangen invoerrechten, invoerheffingen en subsidies op grondstoffen
alsmede de ontvangen verwerkingsrestituties.
Loondiensten hebben betrekking op be- en/of verwerking van grondstoffen,
halffabrikaten e.d. welke door of namens een opdrachtgever ter beschik-
king zijn gesteld. Door het dienstverlenend bedrijf kunnen materialen
en/of completeringsartikelen worden bijgeleverd.
Voorraadmutaties grond- en hulpstoffen
De voorraden van grond- en hulpstoffen zijn opgenomen tegen balanswaarde.
De voorraadmutatie geeft het verschil in de balanswaarde tussen de
voorraden op de begin- en de eindbalans van de verslagperiode.
Energieverbruik
Het energieverbruik is gedefinieerd als: inkopen van energie, onder
verrekening van de voorraadmutaties van energiedragers. De inzet van
energiedragers als grondstof in het productieproces (b.v. bij de verwer-
king van aardolie tot plastics) maakt deel uit van het energieverbruik
en is derhalve niet opgenomen onder de industriële inkopen, met
uitzondering van afdeling chemische industrie en de hieronder vallende
groepen en (sub)klassen in 1994. Motorbrandstoffen zijn in het
energieverbruik opgenomen voor zover deze ten behoeve van de eigen pomp
van de onderneming zijn ingekocht. Elders ingekochte motorbrandstoffen
zijn opgenomen in de post 'overige bedrijfskosten'. Technische gassen,
menggassen en leidingwater worden niet als energiedragers beschouwd en
zijn derhalve niet in het energieverbruik opgenomen.
Overige bedrijfskosten
Uitsluitend door derden in rekening gebrachte kosten als huur en leasing
(van gebouwen, terreinen, machines, installaties en vervoermiddelen),
bankkosten, schadeverzekeringspremies, hulpmaterialen die niet opgaan in
het eindproduct, hand- en machinegereedschappen, reis- en verblijfskosten,
kosten van uitbestede onderhoudswerken en reparaties (aan gebouwen en
terreinen, machines, installaties en inventaris), schoonhouden gebouwen,
autokosten (onderhoud en reparatie eigen wagenpark en motorbrandstoffen
voorzover niet via eigen pomp geleverd), communicatiekosten (post,
telefoon, telex), kantoorbehoeften, abonnementen op tijdschriften en
vakliteratuur, reclame- en advertentiekosten, accountantsdiensten,
advieskosten, kosten voor rechtskundige bijstand, automatiseringskosten,
researchkosten, doorbelaste kosten van algemeen beheer, overige
personeelskosten zoals kosten voor kleding, studiekosten, kantinekosten
en kosten van personeelsadvertenties, contributies
werkgeversorganisaties, octrooirechten, Buma- en Stemrarechten,
royalty's.
Toegevoegde waarde
Uit de productie- en de verbruikswaarde volgt de (bruto) toegevoegde
waarde. Na verrekening van de loonkosten en de post 'kostprijsverhogende
heffingen en belastingen minus exploitatiesubsidies' resteert het bruto
bedrijfsresultaat.
Totaal toegevoegde waarde
Arbeidskosten
Betaalde lonen en salarissen, verhoogd met het werkgeversaandeel in de
wettelijke sociale lasten, inkoopsommen en dotaties aan
pensioenregelingen, het werkgeversaandeel van de premies voor pensioen- en
spaarregelingen en uitgaven ten behoeve van overige sociale voorzieningen.
Beloningen van commissarissen zijn hieronder niet begrepen.
Bruto lonen en salarissen. Deze post omvat de bruto loon- en salaris-
bedragen (inclusief de zogenaamde overhevelingstoeslag) van het totale
personeel, dus ook van hen die minder dan 15 uur per week werken,
en alle thuiswerkers. De bedragen zijn inclusief premies, toeslagen,
extra uitkeringen, gratificaties, tantièmes e.d., overwerkgelden,
doorbetaald loon bij vakanties (eventueel met toeslag), feestdagen e.d.,
de waarde van goederen in natura en uitkeringen uit hoofde van ontslag-
regelingen. Niet meegeteld zijn pensioenen, uitkeringen krachtens de
sociale wetten en voorzieningsfondsen zoals ziekengelden en wachtgelden
bij werktijdverkortingen (de door de onderneming hierop verleende
suppletie is evenmin meegeteld doch onder de post 'overige uitgaven
sociale voorzieningen' verantwoord). Niet afgetrokken zijn de eventuele
loonsubsidies.
Wettelijke sociale lasten. Deze post omvat de uitgaven/premies voor
zover deze ten laste van de werkgever komen, ingevolge de Ziektewet,
de Ziekenfondswet, de Werkloosheidswet.
Pensioenpremies, VUT-regeling e.d. Hierin zijn begrepen: het
werkgeversaandeel in de premiestortingen voor pensioenregelingen,
inkoopsommen en dotaties voor pensioen- en spaarregelingen en premies
met betrekking tot regelingen voor extra vrije tijd en/of vervroegd
uittreden van oudere werknemers.
Overige uitgaven sociale voorzieningen. Deze post omvat reiskosten
(woon-werkverkeer), woon- en huurtoeslagen, suppleties op uitkeringen
krachtens sociale verzekeringswetten, werkgeversbijdragen aan een
ziektekostenregeling en aan spaarregelingen voor bezitsvorming,
uitkeringen aan gewezen personeel of eventuele nabestaanden, speciale
uitgaven t.b.v. buitenlandse arbeidskrachten (voor huisvesting, voeding,
reizen naar het buitenland e.d.).
Heffingen en belastingen
Kostprijsverhogende heffingen en belastingen minus exploitatiesubsidies.
In deze post zijn slechts die heffingen en belastingen (met uitzondering
van de omzetbelasting) opgenomen welke rechtstreeks door de bedrijfs-
eenheid aan het Rijk en overige publiekrechtelijke lichamen en/of
internationale organisaties zijn betaald.
De belangrijkste kostprijsverhogende belastingen zijn de accijnzen op
tabak, alcohol, bier, suiker en frisdranken. Met ingang van 1-1-1993 zijn
de accijnzen op suiker en frisdranken vervallen. Voor frisdranken is de
verbruiksbelasting ingevoerd.
Voorbeelden van heffingen zijn: heffingen lucht- en waterverontreiniging,
zuiveringslasten, onroerend goed c.q. zaak belasting, motorrijtuigen-
belasting.
Voorbeelden van exploitatiesubsidies: loonsubsidies, subsidies in het
kader van overheidsmaatregelen e.d.; subsidies op investeringen blijven
in dit verband buiten beschouwing.
Bruto bedrijfsresultaat
Uit de productie- en de verbruikswaarde volgt de (bruto) toegevoegde
waarde. Na verrekening van de loonkosten en de post 'kostprijsverhogende
heffingen en belastingen minus exploitatiesubsidies' resteert het bruto
bedrijfsresultaat.
Saldo interest
Het saldo interest is gelijk aan de rentebaten minus de rentelasten.
Interest is hier rente die werkelijk ontvangen of betaald is.
Theoretisch gecalculeerde interest (rente) blijft buiten beschouwing.