Ondernemingsklimaat; menselijk kapitaal, arbeidsaanbod en -kosten 1990-2011

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft een internationale vergelijking van het huidige en het potentiële arbeidsaanbod en van de arbeidskosten. De samenstelling van het huidige arbeidsaanbod wordt weergegeven aan de hand van een uitsplitsing naar opleidingsniveau (lager, middelbaar en hoger onderwijs) onder werkzame personen. Van het opleidingsniveau van het potentiële arbeidsaanbod wordt een indicatie gegeven door de leerprestaties van scholieren en het percentage werklozen. Het opleidingsniveau is een maat voor het menselijk kapitaal dat bij de productie wordt ingezet. De arbeidskosten worden uitgedrukt in de kosten per uur en de kosten per eenheid product.

Let op: Om een internationale vergelijking mogelijk te maken is bij de bepaling van de hier gepresenteerde cijfers gebruikgemaakt van internationaal vergelijkbare definities, die soms afwijken van de normaal door het CBS gehanteerde definities. Hierdoor kunnen verschillen optreden tussen deze cijfers en elders op de CBS-website gepubliceerde nationale cijfers.

Gegevens beschikbaar vanaf 1990 tot en met 2011.

Status van de cijfers:
De externe bronnen leveren regelmatig bijgestelde gegevens over voorgaande perioden. Deze bijgestelde gegevens worden in de tabel niet als zodanig aangemerkt.

Wijzigingen per 22 december 2017:
Geen, tabel is stop gezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet.

Toelichting onderwerpen

Leerprestaties 15-jarige scholieren
Gemiddelde prestaties van 15-jarige scholieren op het terrein van wiskunde, natuurwetenschappen en lezen. Gemiddelde score. De cijfers voor Nederland voor 2003 hebben een beperkte betrouwbaarheid vanwege een te kleine steekproefomvang.

Bron: OESO, Programme for International Student Assessment (PISA).
Natuurwetenschappen
Totaal mannen en vrouwen
Mannen
Vrouwen
Arbeidskosten
Totale door werkgevers gedane uitgaven voor arbeid. Onder de uitgaven vallen directe kosten (zoals personeelskosten) en indirecte kosten (zoals collectieve sociale lasten, kosten voor beroepstraining en belastingen gerelateerd aan werkuitoefening). Het betreft hier alle bedrijfstakken met uitzondering van landbouw, visserij en zelfstandigen met personeel.
Arbeidskosten per eenheid product (APEP)
Arbeidskosten gedeeld door het bruto binnenlands product (bbp). De arbeidskosten zijn in nominale prijzen uitgedrukt. Het bbp wordt gecorrigeerd voor prijsontwikkelingen. Hierdoor is het mogelijk te bekijken hoe de arbeidskosten voor een standaard productie-eenheid zich door de jaren heen ontwikkelen.

Bron: OESO, Economic Outlook, No. 89 - Juni 2011.

Bruto binnenlands product (bbp):
De toegevoegde waarde tegen basisprijzen van alle bedrijfsklassen samen, aangevuld met enkele transacties die niet naar bedrijfsklassen worden verdeeld. Het bbp is gelijk aan de waarde van het in Nederland gevormde inkomen.
Per uur
Door werkgevers gedane uitgaven voor arbeid, per uur. De gebruikte eenheid is ecu tot 1999 en vanaf 1999 de euro.
In de dienstensector
Door werkgevers gedane uitgaven voor arbeid, per uur in de dienstensector, exclusief de overheid (NACE Rev 1.1, sectie G-K). De NACE Rev 1.1 is de Engelstalige Standaard Bedrijfsindeling (SBI), die Eurostat gebruikt.

Bron: Eurostat.
Hoogopgeleide immigranten en autochtonen
Aandeel hoger opgeleiden onder recente immigranten en onder de autochtone beroepsbevolking (personen met een leeftijd van 25 tot en met 64 jaar). Het gaat om een afgeronde hogere opleiding, vergelijkbaar met hbo- of universitaire opleiding in Nederland.

Bron: OESO, Factbook.
Recente immigranten
Hoger opgeleide immigranten die 10 jaar of minder in het land verblijven. Uitgedrukt als percentage van alle recente immigranten in de leeftijd van 25 tot en met 64 jaar.
Autochtoon, 25-34 jaar
Hoger opgeleide autochtone bevolking. Uitgedrukt als percentage van alle autochtonen in de leeftijd van 25 tot en met 34 jaar.
Autochtoon, 25-65 jaar
Hoger opgeleide autochtone bevolking. Uitgedrukt als percentage van alle autochtonen in de leeftijd van 25 tot en met 64 jaar.
Arbeidsparticipatie etniciteit opleiding
Werkzame personen van 15 tot 65 jaar binnen de totale bevolking van 15 tot 65 jaar, onderverdeeld naar autochtonen (in het land geborenen) en immigranten (niet in het land geborenen), en onderverdeeld naar opleidingsniveau. Onder werkzame personen vallen werknemers, zelfstandigen en onbetaald meewerkende familieleden, die ten minste 1 uur per week werken.
De opleidingsniveaus zijn ingedeeld volgens de internationale onderwijsclassificatie ISCED 97 van de UNESCO. ISCED 97 staat voor de International Standard Classification of Education uit het jaar 1997.
Opleidingen zijn ingedeeld in drie klassen:
1) 'lager onderwijs' (ISCED 97 niveau 0-2). In Nederland is dit onder andere basisschool, vmbo en de onderbouw van havo en vwo;
2) 'middelbaar onderwijs' (ISCED 97 niveau 3-4). In Nederland is dit onder andere bovenbouw havo en vwo, mbo-2, 3 en 4 en het leerlingwezen;
3) 'hoger onderwijs' (ISCED 97 niveau 5-6). Hbo, wo en promotietrajecten.

Bron: OECD, Factbook 2010.

Volgens de ISCED 97-classificatie tellen ook enkele andere vormen van onderwijs mee als 'hoger onderwijs'. Volgens de Nederlandse definitie zijn dit particuliere of bedrijfsopleidingen met een duur van tenminste 2 jaar voltijd na havo/mbo-4. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ICT- en commerciële opleidingen. Verder zijn er verschillen tussen landen in welke opleidingen tot het hoger onderwijs worden gerekend. Zie bijvoorbeeld Bernelot Moens, W.E., 'Heeft Nederland wel zo weinig hoopopgeleiden? Associate degree vult gaten in onderwijssysteem', CBS, 2005.
Immigranten
Opgeleide immigranten die 10 jaar of minder in het land verblijven.
Lager onderwijs
Uitgedrukt als percentage van de totale bevolking met lager onderwijs als hoogst genoten opleiding.
Middelbaar onderwijs
Uitgedrukt als percentage van de totale bevolking met middelbaar onderwijs als hoogst genoten opleiding.
Hoger onderwijs
Uitgedrukt als percentage van de totale bevolking met hoger onderwijs als hoogst genoten opleiding.