Akkerbouwgewassen; productie naar regio

Akkerbouwgewassen; productie naar regio

Gewassen Perioden Regio's Beteelde oppervlakte (ha) Geoogste oppervlakte (ha) Bruto opbrengst per ha (1 000 kg) Totale bruto opbrengst (1 000 kg)
Tarwe (totaal) 2000 Nederland 136.686 136.072 8,4 1.142.695
Tarwe (totaal) 2021 Nederland 119.383 118.139 8,2 970.501
Tarwe (totaal) 2022* Nederland 124.348 123.788 9,6 1.190.494
Tarwe, winter 2000 Nederland 120.510 119.929 8,6 1.032.342
Tarwe, winter 2021 Nederland 106.783 105.969 8,4 889.405
Tarwe, winter 2022* Nederland 108.321 107.813 9,9 1.070.050
Tarwe, zomer 2000 Nederland 16.176 16.143 6,8 110.354
Tarwe, zomer 2021 Nederland 12.600 12.171 6,7 81.096
Tarwe, zomer 2022* Nederland 16.027 15.975 7,5 120.445
Gerst, winter 2000 Nederland 3.635 3.630 5,8 20.876
Gerst, winter 2021 Nederland 9.771 9.632 8,0 76.619
Gerst, winter 2022* Nederland 10.552 10.508 8,9 93.199
Gerst, zomer 2000 Nederland 43.537 43.391 6,2 266.967
Gerst, zomer 2021 Nederland 20.307 20.041 6,2 124.603
Gerst, zomer 2022* Nederland 26.313 26.017 7,6 196.757
Rogge 2000 Nederland 5.961 5.850 5,0 29.033
Rogge 2021 Nederland 2.204 2.128 3,8 8.185
Rogge 2022* Nederland 2.288 2.223 4,2 9.234
Haver 2000 Nederland 2.404 2.366 5,6 13.315
Haver 2021 Nederland 1.388 1.382 5,4 7.443
Haver 2022* Nederland 1.494 1.471 6,0 8.792
Triticale 2000 Nederland 6.646 6.609 5,4 36.009
Triticale 2021 Nederland 1.253 1.204 4,8 5.766
Triticale 2022* Nederland 1.278 1.274 5,4 6.865
Maïs, korrelmaïs 2000 Nederland 20.298 20.298 16,9 343.505
Maïs, korrelmaïs 2021 Nederland 11.599 11.228 12,8 143.780
Maïs, korrelmaïs 2022* Nederland 13.747 13.642 12,1 164.857
Maïs, snijmaïs 2000 Nederland 205.321 205.321 39,7 8.154.177
Maïs, snijmaïs 2021 Nederland 186.123 183.255 45,5 8.339.527
Maïs, snijmaïs 2022* Nederland 183.329 182.857 45,0 8.230.659
Maïs, corn cob mix 2000 Nederland 7.219 7.219 18,5 133.274
Maïs, corn cob mix 2021 Nederland 6.054 5.973 14,0 83.581
Maïs, corn cob mix 2022* Nederland 6.582 6.488 11,2 72.529
Bruine bonen 2000 Nederland 1.126 1.126 2,8 3.153
Bruine bonen 2021 Nederland 2.061 2.061 3,2 6.595
Bruine bonen 2022* Nederland 1.199 1.199 2,3 2.759
Koolzaad (totaal) 2000 Nederland 854 853 3,4 2.907
Koolzaad (totaal) 2021 Nederland 1.505 1.454 3,1 4.437
Koolzaad (totaal) 2022* Nederland 1.612 1.499 4,4 6.649
vezelvlas 2000 Nederland 4.379 4.379 6,1 26.860
vezelvlas 2021 Nederland 1.885 1.798 6,3 11.327
vezelvlas 2022* Nederland 1.985 1.945 5,2 10.114
Lijnzaad 2000 Nederland 4.379 4.373 0,9 4.000
Lijnzaad 2021 Nederland 1.885 1.798 0,8 1.348
Lijnzaad 2022* Nederland 1.985 1.945 1,0 1.945
Cichorei 2000 Nederland 4.756 4.124 44,7 184.431
Cichorei 2021 Nederland 3.839 3.779 42,9 161.998
Cichorei 2022* Nederland 3.514 3.435 42,1 144.788
Hennep 2000 Nederland 792 792 5,9 4.651
Hennep 2021 Nederland 1.703 1.703 7,8 13.281
Hennep 2022* Nederland 1.684 1.684 8,4 14.142
Aardappelen (totaal) 2000 Nederland 180.200 174.929 46,5 8.126.799
Aardappelen (totaal) 2021 Nederland 160.302 159.041 42,0 6.675.592
Aardappelen (totaal) 2022* Nederland 163.060 162.279 42,6 6.915.875
Consumptieaardappelen (totaal) 2000 Nederland 87.439 84.044 53,1 4.465.429
Consumptieaardappelen (totaal) 2021 Nederland 71.363 70.344 46,7 3.287.615
Consumptieaardappelen (totaal) 2022* Nederland 76.597 75.881 47,1 3.577.193
Consumptieaardappelen op klei 2000 Nederland 61.809 59.463 53,2 3.165.512
Consumptieaardappelen op klei 2021 Nederland .
Consumptieaardappelen op klei 2022* Nederland .
Consumptieaardappelen op zand of veen 2000 Nederland 25.632 24.580 52,9 1.299.914
Consumptieaardappelen op zand of veen 2021 Nederland .
Consumptieaardappelen op zand of veen 2022* Nederland .
Pootaardappelen (totaal) 2000 Nederland 41.801 41.509 36,0 1.495.767
Pootaardappelen (totaal) 2021 Nederland 43.790 43.548 35,1 1.527.814
Pootaardappelen (totaal) 2022* Nederland 43.157 43.092 37,0 1.593.443
Pootaardappelen op klei 2000 Nederland 34.706 34.458 36,8 1.268.852
Pootaardappelen op klei 2021 Nederland .
Pootaardappelen op klei 2022* Nederland .
Pootaardappelen op zand of veen 2000 Nederland 7.096 7.052 32,2 226.914
Pootaardappelen op zand of veen 2021 Nederland .
Pootaardappelen op zand of veen 2022* Nederland .
Zetmeelaardappelen 2000 Nederland 50.958 49.376 43,9 2.165.606
Zetmeelaardappelen 2021 Nederland 45.150 45.150 41,2 1.860.163
Zetmeelaardappelen 2022* Nederland 43.306 43.306 40,3 1.745.240
Suikerbieten 2000 Nederland 110.998 109.714 61,3 6.727.494
Suikerbieten 2021 Nederland 80.694 80.694 81,2 6.555.960
Suikerbieten 2022* Nederland 81.751 81.751 88,8 7.256.560
Zaai-uien (totaal) 2000 Nederland 13.988 13.244 62,0 821.022
Zaai-uien (totaal) 2021 Nederland 30.122 29.873 49,1 1.467.103
Zaai-uien (totaal) 2022* Nederland 27.421 27.277 44,5 1.214.792
Zaaiuien: geel 2000 Nederland .
Zaaiuien: geel 2021 Nederland .
Zaaiuien: geel 2022* Nederland 22.511 22.370 45,5 1.018.407
Zaaiuien: rood 2000 Nederland .
Zaaiuien: rood 2021 Nederland .
Zaaiuien: rood 2022* Nederland 4.910 4.907 40,0 196.385
Zaai-uien na uitval 2000 Nederland 13.988 13.244 60,0 788.483
Zaai-uien na uitval 2021 Nederland .
Zaai-uien na uitval 2022* Nederland .
Poot- en plantuien (2e jaars) 2000 Nederland .
Poot- en plantuien (2e jaars) 2021 Nederland 6.223 6.118 52,4 320.757
Poot- en plantuien (2e jaars) 2022* Nederland 5.784 5.776 46,3 267.649
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft per akkerbouwgewas informatie over de beteelde en de geoogste oppervlakte, de opbrengst per hectare en de totale opbrengst in een oogstjaar. De gegevens zijn beschikbaar voor Nederland totaal en per provincie.

Met het toepassen van vruchtwisseling voorkomt een akkerbouwer dat de grond uitgeput raakt. Jaarlijks wordt daarom een bouwplan opgesteld dat er voor zorgt dat niet jaar in, jaar uit op hetzelfde perceel hetzelfde gewas wordt verbouwd. Doorgaans bestaat het akkerbouwareaal uit een derde graan (vooral wintertarwe en zomergerst), een kwart aardappelen, een achtste suikerbieten en een tiende deel voor zowel akkerbouwgroenten (vooral uien), als groenvoedergewassen (vooral snijmaïs).

Om tot het cijfer voor de opbrengst te komen wordt eerst een voorlopige oogstraming gemaakt. Dat gebeurt in de maanden augustus tot en met oktober.

De cijfers van de definitieve oogstraming worden deels gepubliceerd eind januari en deels eind maart van het jaar na het oogstjaar.
Deze cijfers staan in deze tabel dan nog als voorlopig tot eind september in het jaar na het oogstjaar.

De opbrengsten per hectare zijn afgerond op 100 kilogram, de totale opbrengsten op 1000 kilogram.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1994.

Status van de cijfers
De cijfers tot en met 2021 zijn definitief. De cijfers van 2022 zijn voorlopig.

Wijziging per 31 januari 2023:
De voorlopige cijfers van 2022 zijn geactualiseerd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De voorlopige ramingen worden voor de granen gepubliceerd eind september en voor alle gewassen gepubliceerd eind oktober van het oogstjaar. De cijfers van de definitieve oogstraming worden gepubliceerd eind januari en geactualiseerd eind maart van het jaar na het oogstjaar. Deze cijfers kunnen dan tot eind september nog worden gewijzigd.

Toelichting onderwerpen

Beteelde oppervlakte
Oppervlakte cultuurgrond in gebruik voor de teelt.
Geoogste oppervlakte
Bij de voorlopige raming is dit in principe gelijk aan de beteelde
oppervlakte. Echter op basis van informatie van experts over verwachte
misoogst kan ook bij de voorlopige raming al een inschatting van de
vermoedelijk niet-oogstbare oppervlakte worden gemaakt. In dit geval is de
geoogste oppervlakte kleiner dan de beteelde oppervlakte.
Bij de definitieve oogstraming is dit de oppervlakte waarvan al
geoogst is of naar verwachting nog geoogst zal worden. Dat is dus de
oppervlakte waarop daadwerkelijk productie heeft plaatsgevonden. Dit kan
door omstandigheden (bijvoorbeeld wateroverlast) minder zijn dan de
oorspronkelijk beteelde oppervlakte.
Bruto opbrengst per ha
Bij de bepaling van de opbrengst per hectare (de gemiddelde opbrengst)
wordt alleen gerekend met de hectares die daadwerkelijk geoogst zijn of
nog geoogst zullen worden. Hectares die beteeld waren maar waarvan de
opbrengst verloren is gegaan (bijvoorbeeld door wateroverlast) tellen dus
niet mee.
De opbrengsten van korrelmaïs en corn cob mix zijn berekend in de situatie
waarin deze geoogste gewassen 35 procent vocht zouden bevatten. Bij
snijmaïs is dit gewicht berekend bij een vochtgehalte van 65 procent.
De opbrengst van graan (tarwe, gerst, haver, rogge en triticale) wordt in
de voorlopige raming bepaald als het bruto gewicht van de geoogste
korrels. In de definitieve raming is dit het gewicht in de situatie
waarin elke korrel 16 procent vocht zou bevatten.
Toelichting:
Graan met 16 procent vocht (of minder) is zodanig droog dat het zonder
problemen bewaard kan worden. Meer vocht zou betekenen dat het graan
eerst gedroogd moet worden voordat het opgeslagen kan worden. Dat drogen
kost geld en de bedrijven zullen dus bij voorkeur oogsten bij 16 procent
vochtgehalte. Maar dat lukt niet altijd; in werkelijkheid kan het graan
meer vocht bevatten. Om toch tot een goede schatting te komen van de
daadwerkelijke 'droge' opbrengst worden alle individuele opgaven van de
opbrengsten per hectare (waarvan ook het werkelijke vochtgehalte bekend
is) omgerekend naar de situatie met 16 procent vocht in de korrels.
Totale bruto opbrengst
Tot de totale opbrengst (totale bruto productie) behoort alles wat
geoogst is of (vermoedelijk) geoogst gaat worden. Tot de totale opbrengst
behoort ook dat deel van de productie dat om bijzondere redenen niet
geschikt is voor zijn oorspronkelijke bestemming. Dit geldt echter alleen
als het nog wel voor andere normale bedrijfsdoeleinden kan worden
aangewend (bijv. aardappelen, die alleen nog voor veevoeder te gebruiken
zijn). Hierdoor is de totale bruto opbrengst niet gelijk aan de
handelsproductie.
De opbrengsten van korrelmaïs en corn cob mix zijn berekend in de
situatie waarin deze geoogste gewassen 35 procent vocht zouden bevatten.
Bij snijmaïs is dit gewicht berekend bij een vochtgehalte van 65 procent.
De opbrengst van graan (tarwe, gerst, haver, rogge en triticale) wordt in
de voorlopige raming bepaald als het bruto gewicht van de geoogste
korrels. In de definitieve raming is dit het gewicht in de situatie
waarin elke korrel 16 procent vocht zou bevatten.
Toelichting:
Graan met 16 procent vocht (of minder) is zodanig droog dat het zonder
problemen bewaard kan worden. Meer vocht zou betekenen dat het graan
eerst gedroogd moet worden voordat het opgeslagen kan worden. Dat drogen
kost geld en de bedrijven zullen dus bij voorkeur oogsten bij 16 procent
vochtgehalte. Maar dat lukt niet altijd; in werkelijkheid kan het graan
meer vocht bevatten. Om toch tot een goede schatting te komen van de
daadwerkelijke 'droge' opbrengst worden alle individuele opgaven van de
opbrengsten per hectare (waarvan ook het werkelijke vochtgehalte bekend
is) omgerekend naar de situatie met 16 procent vocht in de korrels.