Musea; openstelling, collectie, bezoeken, exploitatie 1993-2009
Verklaring van tekens
Tabeltoelichting
De statistiek Musea geeft informatie over bedrijven en instellingen in
Nederland die de materiële getuigenissen van de mens en zijn omgeving
verwerven en presenteren.
Het betreft niet alleen bedrijven en instellingen waarvan het
exploiteren van een museum de hoofdactiviteit is, maar ook musea die een
nevenactiviteit vormen van een bedrijf of instelling, (bijvoorbeeld
onderdeel van een gemeente, een universiteit of ziekenhuis).
Deze tabel geeft cijfers over
- het aantal musea;
- de openingstelling;
- aard van de collectie;
- aantal bezoeken per jaar naar wijze van entree betaling;
- gemiddelde entreeprijzen;
- georganiseerde tentoonstellingen in binnen- en buitenland;
- baten zoals subsidies en bijdragen, entree gelden, opbrengsten
Museumkaart en NS-pas, verkoop artikelen;
- lasten van onder meer personeel, huisvesting, inkoop artikelen en horeca,
afschrijvingen, rente, tentoonstellingen, verzekeringen en onderhoud
collectie.
- de aan- en verkopen van collectie.
Gegevens beschikbaar van 1993 tot en met 2009.
Status van de cijfers:
De gegevens zijn definitief.
Wijzigingen per 14-03-2014:
geen, tabel is stopgezet
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Toelichting onderwerpen
- Tentoonstellingen
- Aantal tijdelijke exposities van een collectie die plaatsvinden in een
museum of door een museum worden georganiseerd in een andere ruimte dan
het eigen museum.- In musea in Nederland
- Door musea georganiseerd
- Aantal tentoonstellingen door een museum georganiseerd in een
andere ruimte, dus niet in het eigen museum, in Nederland of het
buitenland. Voor de jaren 2001 en 2003 zijn geen gegevens beschikbaar.- In andere ruimten in Nederland
- Niet in het eigen museum.
- In het buitenland
- Exploitatie musea
- Overzicht van inkomsten en uitgaven van musea.
- Baten
- Overzicht van inkomsten van de musea.
Deze bestaan uit onder andere subsidies en bijdragen van de overheid en
sponsors, uit loonsubsidies, entreegelden, abonnementsgelden, de
museumkaart, de NS-pas, de verkoop van artikelen, opbrengsten uit de
horeca en uit rente.- Baten totaal
- Subsidies en bijdragen
- Inkomsten die gevormd worden door subsidies en bijdragen van onder andere
de overheid, sponsors en loonsubsidies.- Overheid
- Inkomsten die gevormd worden door subsidies en bijdragen van Rijk,
Provincies en Gemeenten.- Gemeenten
- Entreegelden, abonnementen
- Het totaal van de bedragen dat voor bezichtiging van de collectie is
betaald. Het totaal is de som van twee bedragen. Enerzijds het bedrag
dat door bezoekers is betaald aan entreebewijzen in de losse verkoop,
anderzijds het bedrag dat door bezoekers betaald is aan abonnementen die
recht geven tot bezichtiging van de collectie.
- Opbrengst museumkaart
- Het bedrag dat een museum ontvangt van de Museumvereniging op
basis van het aantal bezoeken door houders van de Museumkaart.
- Opbrengst NS-pas
- NS-abonnees ontvingen in 2005 50% museumkorting op de hoogste
individuele entreeprijs.
- Overige baten
- Inkomsten uit de verkoop van artikelen, horeca, rente en overige
activiteiten.- Totaal overige baten
- Verkoop artikelen
- Opbrengst van de verkoop van reproducties, gidsen, kaarten, catalogi en
dergelijke die aan de kassa of in het museum verkocht worden.
- Horeca
- Opbrengst van de verkoop van dranken, snacks, en dergelijke in musea; ook
opbrengsten van horeca-arrangementen, partyservice en dergelijke.
- Rente
- Overige activiteiten
- Opbrengsten van musea die niet voortvloeien uit entreegelden, museum-
kaart, verkoop van artikelen of horecaverkopen. Het gaat dan om
opbrengsten van lezingen, rondleidingen, kinderactiviteiten, cursussen,
verhuur van roerende of onroerende goederen, verpachting en uitkeringen
van verzekeringen bijv. door schade en ziekte.
- Lasten
- Overzicht van de uitgaven van de musea aan onder meer personeel,
huisvesting, inkoop van artikelen, inkoop horeca, afschrijvingen, rente,
tentoonstellingen, verzekeringen en onderhoud collectie.- Lasten totaal
- Personeelsuitgaven
- Bestaan uit bruto lonen en salarissen, werkgeversaandeel sociale
lasten, ingehuurd personeel en overige personeelskosten.- Werkgeversaandeel sociale lasten
- Overige personeelskosten
- Onder overige personeelskosten vallen onder andere: woon-werkverkeer, auto
van de zaak, kinderopvang, kosten van stagiaires zonder loon,
vrijwilligers, bestuursleden, freelancers, scholing, verbetering van
arbeidsomstandigheden, werkkleding, vakliteratuur, leermiddelen en
wervingskosten.
- Huisvestingskosten
- Kosten van de huisvesting, exclusief rente en afschrijving op huisvesting.
- Huisvestingskosten totaal
- Huur gebouwen en terreinen
- Onderhoud gebouwen en terreinen
- Energiekosten
- Inclusief de kosten voor water, met uitzondering van het jaar 1999. Toen
zijn de kosten voor water geteld bij de post 'Overige lasten'.
- Overige huisvestingskosten
- Schoonmaak (middelen), inventaris, OZB, schadeverzekeringen van gebouwen,
beveiligingsapparatuur.
- Inkoop artikelen
- De inkoopprijs van de artikelen voor verkoop aan het publiek zoals
reproducties, gidsen, kaarten, catalogi en dergelijke.
- Inkoop horeca
- De inkoopprijs van dranken, snacks en dergelijke.
- Afschrijvingen
- Betaalde interest
- Kosten tentoonstellingen
- Verzekeringen
- Kosten voor verzekeringen en overige kosten ten behoeve van de collectie.
- Onderhoud aan collectie
- Overige lasten
- Hieronder vallen: kantoorbenodigdheden, automatiseringskosten, reis- en
verblijfskosten, kosten vergaderingen, bank-, administratie-, beheers-,
bestuurs-, accountants- en advertentiekosten, porti, telefoonkosten,
kosten brandstof bedrijfsauto's, belastingen en heffingen en dergelijke.
In 1999 inclusief de kosten voor water. In de overige jaren zijn de kosten
voor water geteld bij de post 'Energiekosten'.