Sociaal cultureel werk; personeel en specifieke activiteiten, 1995
| Type instellingen | Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar doelgroepen Leeftijdsgroepen Ouderen (vanaf 55 jaar) (ab_so_luut) | Personeel Personeel in loondienst Formatieplaatsen Huishoudelijk technisch (ab_so_luut) | Personeel Personeel in loondienst Personeelsleden Huishoudelijk/technisch (ab_so_luut) |
|---|---|---|---|
| Totaal | 417 | 1.295 | 2.339 |
| Gemeenschapshuizen | 156 | 351 | 644 |
| Club- en buurthuizen | 175 | 490 | 893 |
| Emancipatie en integratie | 7 | 21 | 31 |
| Jeugd- en jongerenwerk | 15 | 65 | 110 |
| Welzijnsstichting | 64 | 369 | 662 |
| Bron: CBS, NIZW | |||
Tabeltoelichting
Accommodaties, instellingen en personeel (formatieplaatsen en
personeelsleden) naar instellingstype.
1995
Gewijzigd op 06 november 2003.
Verschijningsfrequentie: Stopgezet.
personeelsleden) naar instellingstype.
1995
Gewijzigd op 06 november 2003.
Verschijningsfrequentie: Stopgezet.
Toelichting onderwerpen
- Aantal accommodaties en instellingen
- Gegevens over ondersteuning van het sociaal-cultureel werk en speeltuin-
werk zijn vanwege het afwijkende karakter van de activiteiten niet in het
onderzoek betrokken. Woonwagenwerk, schipperswerk en vluchtelingenwerk
worden door het CBS niet tot het sociaal-cultureel werk gerekend. Ook
verenigingen met lidmaatschapsverplichting vallen buiten het kader van
het onderzoek.- Aantal instellingen
- Een instelling is een rechtspersoon of een samenwerkingsverband van
rechtspersonen die voor eigen rekening werkzaam is op het terrein van
maatschappelijk welzijn. Onder de benaming 'instelling' is mede begrepen
de 'stichting', 'dienst', 'vereniging'.- Naar doelgroepen
- De instellingen is gevraagd of zij bepaalde leeftijdsgroepen tot voor-
naamste doelgroep rekenen, of zich vooral richten op vrouwen, etnische
minderheden of gehandicapten. Ook konden instellingen nog andere speci-
fieke doelgroepen opgeven. Een instelling kon meerdere doelgroepen op-
geven.
De meeste instellingen richten zich allereerst op de algemene
bevolking. Binnen de leeftijdscategorieën zijn de 0-3 jarigen het minste
als doelgroep opgegeven. De andere leeftijdscategorieën zijn door 29
tot 39% van de instellingen als doelgroep genoemd. Vrouwen en etnische
minderheden worden door ongeveer evenveel instellingen als doelgroep
aangemerkt. Gehandicapten zijn het minste genoemd.
Bij de 'andere doelgroepen' zijn de meest genoemde categorieën:
werklozen (± 20% van de gevallen), kansarme jongeren (± 10%) en
asielzoekers (± 10%).
De gemeenschapshuizen richten zich nog vaker dan het gemiddelde op de
algemene bevolking. De club- en buurthuizen hebben alle onderscheiden
categorieën vaak opgegeven. Instellingen van het type emancipatie- en
integratie werken voornamelijk ten behoeve van vrouwen en etnische
minderheden maar ook zijn hier vaak andere specifieke doelgroepen
opgegeven. Jeugd- en jongerenwerk richt zich vooral op jongeren in de
categorie van op 13-25 jarigen. De welzijnsstichtingen hebben nog sterker
dan club-en buurthuizen een breed aanbod: alle onderscheiden categorieën
worden vaak genoemd. Ook 0-3 jarigen scoren hier hoog. Naar verwachting
betreft dit vaak kinderopvang, waaronder peuterspeelzaalwerk.- Leeftijdsgroepen
- Ouderen (vanaf 55 jaar)
- Personeel
- In aantal personeelsleden gerekend zijn instellingen binnen het sociaal-
cultureel werk dus beperkt van omvang. Maar 3% telt 50 personeelsleden
of meer. Het merendeel van de instellingen heeft tussen de 1 en 10
personeelsleden. Afwijkingen van het algemeen beeld zien we bij de
gemeenschapshuizen en welzijnsstichtingen. De eerste zijn gemiddeld
kleiner van omvang. Voor de welzijnsstichtingen geldt het omgekeerde.
Eenvijfde daarvan telt zelfs 50 personeelsleden of meer.
Bij de instellingen voor sociaal-cultureel werk waren in 1995 circa
12 800 personen in loondienst. Als er verder geen personeel in
loondienst werkzaam was zijn zelfstandige ondernemers hierbij gerekend.
Tevens is het personeel dat gedetacheerd is vanuit andere instellingen
meegenomen in de telling.
Het overgrote deel (78%) van de personeelsleden werkt parttime. Het
personeel bezette gezamenlijk zo'n 7 900 arbeidsplaatsen. Per instelling
gezien hebben de welzijnsstichtingen het grootste aantal
formatieplaatsen (21), op afstand gevolgd door de club- en buurthuizen
(7). Instellingen voor emancipatie/integratie en jeugd- en jongerenwerk
hebben gemiddeld respectievelijk 7 en 5 formatieplaatsen per instelling.
Gemeenschapshuizen hebben het minste aantal formatieplaatsen per
instelling (2).- Personeel in loondienst
- Circa de helft van de formatie wordt gevormd door uitvoerend personeel.
Ongeveer eenvierde betreft ondersteunende functies. Leiding en staf
maken circa eenvijfde van de formatie uit.
Naar type instelling bekeken is bij club-en buurthuizen dit algemene
patroon terug te zien. Bij gemeenschapshuizen is er een hoger aandeel van
zowel leiding als huishoudelijke/technische ondersteuning. Bij
emancipatie/integratie en jeugd- en jongerenwerk zien we meer staf en
administratieve/secretariële ondersteuning, ten koste van uitvoerend en
ander ondersteunend personeel. Bij de vijf typen instellingen is het
aandeel van het uitvoerend personeel verreweg het grootst bij de
welzijnsstichtingen.- Formatieplaatsen
- Een formatieplaats is een volledige officiële arbeidsplaats. Een
formatieplaats kan door meerdere deeltijdwerkers bezet worden, zodat het
aantal personeelsleden belangrijk hoger kan zijn dan het aantal
formatieplaatsen.- Huishoudelijk technisch
- Personeelsleden
- Een formatieplaats is een volledige officiële arbeidsplaats. Een
formatieplaats kan door meerdere deeltijdwerkers bezet worden, zodat het
aantal personeelsleden belangrijk hoger kan zijn dan het aantal
formatieplaatsen.- Huishoudelijk/technisch