Inkomensontwikkeling grote steden

Inkomensontwikkeling grote steden

Regio's Perioden Regionale inkomensverdeling (abs.) Aantal inkomenstrekkers (aantal) Regionale inkomensverdeling (abs.) Gemiddeld inkomen (euro) Regionale inkomensverdeling (abs.) Inkomenssom (x 1000 euro) Ongelijkheidsmaten Relatieve interkwartiel afstand (coëfficient) Regionale inkomensverdeling (indices) Gemiddeld inkomen (% (ned=100)) Regionale inkomensverdeling (indices) Mediaan (% (ned=100)) Regionale inkomensverdeling (indices) Ongelijkheidsmaten Relatieve interkwartiel afstand (% (ned=100))
Nederland 2000 8.093.800 20.875 16.896.010 0,753 100 100 100
Alkmaar 2000 49.500 19.901 985.100 0,736 95 95 98
Almelo 2000 35.700 18.807 671.400 0,728 90 90 97
Amersfoort 2000 65.700 22.073 1.450.200 0,733 106 106 97
Amsterdam 2000 429.200 19.000 8.154.600 0,668 91 90 89
Apeldoorn 2000 79.400 21.111 1.676.200 0,765 101 101 102
Arnhem 2000 76.700 18.850 1.445.800 0,683 90 90 91
Assen 2000 30.200 20.010 604.300 0,763 96 95 101
Breda 2000 85.100 20.828 1.772.500 0,743 100 100 99
Deventer 2000 43.500 19.639 855.100 0,692 94 95 92
Dordrecht 2000 62.000 20.274 1.257.000 0,750 97 96 100
Ede 2000 48.600 21.609 1.050.200 0,756 104 107 100
Eindhoven 2000 109.800 20.010 2.197.100 0,712 96 96 95
Emmen 2000 54.700 18.916 1.034.700 0,711 91 93 94
Enschede 2000 75.300 18.511 1.393.900 0,745 89 88 99
's-Gravenhage 2000 247.400 19.649 4.861.200 0,697 94 92 93
Groningen 2000 93.600 17.353 1.624.200 0,701 83 84 93
Haarlem 2000 83.800 20.310 1.702.000 0,698 97 98 93
Haarlemmermeer 2000 56.100 23.676 1.328.200 0,786 113 114 104
Heerlen 2000 50.900 18.660 949.800 0,669 89 90 89
Helmond 2000 41.100 19.689 809.200 0,711 94 95 94
Hengelo (O.) 2000 40.800 20.223 825.100 0,709 97 98 94
's-Hertogenbosch 2000 69.900 20.775 1.452.200 0,748 100 100 99
Leeuwarden 2000 47.000 18.317 860.900 0,741 88 87 98
Leiden 2000 62.600 20.297 1.270.600 0,733 97 96 97
Maastricht 2000 62.900 19.440 1.222.800 0,767 93 92 102
Nijmegen 2000 83.300 18.754 1.562.200 0,689 90 89 91
Rotterdam 2000 324.600 18.454 5.990.100 0,687 88 88 91
Schiedam 2000 40.200 19.684 791.300 0,695 94 94 92
Tilburg 2000 101.700 19.274 1.960.200 0,715 92 93 95
Utrecht 2000 141.300 19.599 2.769.300 0,652 94 96 87
Venlo 2000 46.500 19.456 904.700 0,746 93 93 99
Zaanstad 2000 71.100 20.855 1.482.800 0,728 100 101 97
Zoetermeer 2000 54.100 23.218 1.256.100 0,820 111 112 109
Zwolle 2000 55.400 20.175 1.117.700 0,737 97 97 98
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting

Inkomensontwikkeling; 34 grote steden,
inkomensongelijkheidsmaatstaven
1950 - 2000
Gewijzigd op 23 juni 2004.
Verschijningsfrequentie: Stopgezet.

Toelichting onderwerpen

Regionale inkomensverdeling (abs.)
De absolute gegevens zijn opgenomen om de gebruiker in staat te stellen
de gegevens te berekenen voor andere regionale indelingen. Voor de
vergelijking in de tijd zijn deze gegevens niet bruikbaar als gevolg van
definitieverschillen en verschillen in onderzoeksmethode tussen de jaren.
Aantal inkomenstrekkers
Een inkomenstrekker is elke persoon die in de loop van het jaar inkomen
heeft genoten. Gehuwde paren vormen met hun gezamenlijk inkomen één
inkomensontvanger.
Gemiddeld inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen in euro.
Inkomenssom
Som van de bedragen besteedbaar inkomen.
Ongelijkheidsmaten
Ten behoeve van de analyse van de inkomensongelijkheid worden in deze
publicatie inkomensongelijkheidsmaten gepresenteerd. Deze maten hebben de
eigenschap dat een hogere waarde van de ongelijkheidsmaat wijst op een
grotere inkomensongelijkheid. Als alle inkomens gelijk zijn, dan worden
alle maten gelijk aan 0. Als er alleen positieve inkomens voorkomen dan
is de maximale waarde van de Ginicoefficient
gelijk aan 1. Alle gepresenteerde inkomensongelijkheidsmaten zijn
relatief d.w.z. ze veranderen niet als alle inkomens met een gelijk
percentage stijgen.
Relatieve interkwartiel afstand
De relatieve interkwartielsafstand (I) is een vrij eenvoudige maat.
I= (hoogste inkomen in de derde kwartielgroep) minus (hoogste inkomen
in de eerste kwartielgroep) gedeeld door de mediaan.
I is ongevoelig voor verschuivingen in de kwartielgroepen.
Regionale inkomensverdeling (indices)
Voor statistisch gebruik zijn de kengetallen (gemiddelden,
kwartielverdeling en ongelijkheidsmaten) uitgedrukt in indices waarbij
Nederland op 100 is gesteld. De jaarlijkse relatieve verschillen zijn wel
bruikbaar voor analyses in de tijd.
Gemiddeld inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen.
Mediaan
Centrummaat: een waarde waaronder en waarboven de helft van alle scores
voorkomen.
Ongelijkheidsmaten
Ten behoeve van de analyse van de inkomensongelijkheid worden in deze
publicatie inkomensongelijkheidsmaten gepresenteerd. Deze maten hebben de
eigenschap dat een hogere waarde van de ongelijkheidsmaat wijst op een
grotere inkomensongelijkheid. Als alle inkomens gelijk zijn, dan worden
alle maten gelijk aan 0. Als er alleen positieve inkomens voorkomen dan
is de maximale waarde van Ginicoefficient gelijk aan 1.
Alle gepresenteerde inkomensongelijkheidsmaten zijn
relatief d.w.z. ze veranderen niet als alle inkomens met een gelijk
percentage stijgen.
Relatieve interkwartiel afstand
De relatieve interkwartielsafstand (I) is een vrij eenvoudige maat.
I= (hoogste inkomen in de derde kwartielgroep) minus (hoogste inkomen
in de eerste kwartielgroep) gedeeld door de mediaan.
I is ongevoelig voor verschuivingen in de kwartielgroepen.