Inkomens van particuliere huishoudens naar herkomstgroepering: 2000

Inkomens van particuliere huishoudens naar herkomstgroepering: 2000

Herkomst Kenmerken Particuliere huishoudens met inkomen Particuliere huishoudens met inkomen (x1000) Particuliere huishoudens met inkomen Besteedbaar inkomen (x1000 euro) Particuliere huishoudens met inkomen Gestandaardiseerd inkomen (x1000 euro) Particuliere huishoudens met 52 wk. ink. Aantal huishoudens met 52 weken inkomen (x1000) Particuliere huishoudens met 52 wk. ink. Besteedbaar inkomen (x1000 euro) Particuliere huishoudens met 52 wk. ink. Gestandaardiseerd inkomen (x1000 euro) Particuliere huishoudens met 52 wk. ink. Met laag inkomen (x 1 000) Particuliere huishoudens met 52 wk. ink. Met langdurig laag inkomen (x 1 000)
Nederland Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 798,5 17,0 12,4 710,6 17,2 12,6 345,2 175,8
Autochtonen Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 553,2 17,7 13,1 498,5 17,9 13,3 209,2 110,7
Allochtonen Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 243,9 15,3 10,8 211,5 15,6 11,0 135,8 65,1
Herkomstland onbekend Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 1,3 11,5 9,1 0,6 16,2 12,0 0,3 .
Westerse allochtonen Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 96,9 17,6 13,1 79,9 17,4 12,9 39,2 20,4
Niet-westerse allochtonen Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 147,0 13,9 9,4 131,6 14,6 9,8 96,6 44,7
België Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 8,2 18,7 13,8 6,5 18,5 13,6 2,7 1,6
Duitsland Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 37,1 20,2 14,7 30,0 19,2 14,1 12,0 6,6
Frankrijk Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 1,7 13,7 10,3 1,1 16,9 12,6 0,6 0,3
Verenigd Koninkrijk Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 3,7 16,9 13,0 2,6 16,6 12,7 1,5 0,8
Portugal, Spanje, Italië en Griekenland Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 6,3 15,7 11,5 5,4 16,8 12,3 2,5 1,2
Overige EU-landen Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 2,1 16,5 12,5 1,5 18,3 13,8 0,7 0,5
Rijke OESO-landen Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 2,3 16,9 12,7 1,5 16,3 12,5 0,8 0,4
Indonesië/voormalig Nederlands-Indië Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 21,6 16,3 12,5 19,0 16,6 12,7 9,8 5,2
Voormalig Joegoslavië Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 7,9 13,6 9,8 7,2 14,1 10,2 5,2 2,5
Voormalige Sovjet-Unie Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 2,4 11,3 8,6 1,9 12,1 9,3 1,5 0,5
Overig voormalige Oostbloklanden Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 3,7 15,5 11,8 3,1 15,6 12,0 1,8 0,9
Overige westerse landen Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 0,1 13,2 10,8 0,1 12,1 9,9 0,0 .
Turkije Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 29,6 16,6 10,2 27,7 17,0 10,4 17,5 8,6
Marokko Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 27,5 15,7 9,4 25,8 16,2 9,6 19,1 9,8
Suriname Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 30,7 13,2 10,1 28,2 13,7 10,4 20,1 10,7
Nederlandse Antillen en Aruba Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 14,0 11,6 8,8 11,5 12,7 9,6 8,8 3,1
Afghanistan Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 3,6 11,8 7,3 2,8 13,8 8,4 2,3 0,4
China Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 2,2 11,3 8,0 1,8 12,2 8,7 1,5 0,6
Filipijnen Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 0,3 11,6 8,3 0,2 13,6 9,5 0,1 0,1
Hongkong Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 0,8 13,5 8,7 0,7 14,1 9,1 0,5 0,2
India Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 0,8 14,7 9,9 0,7 15,4 9,9 0,5 0,3
Irak Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 6,0 12,7 8,2 5,5 13,4 8,6 4,7 1,7
Iran Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 4,1 11,1 8,4 3,3 12,1 9,2 2,8 1,1
Pakistan Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 1,5 13,3 8,6 1,3 14,3 9,2 1,0 0,5
Sri Lanka Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 0,7 12,1 8,6 0,6 13,1 9,2 0,5 0,2
Vietnam Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 1,0 13,0 9,1 1,0 13,3 9,2 0,8 0,5
Overig Azië Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 2,6 12,5 8,6 2,1 13,5 9,2 1,7 0,7
Egypte Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 1,4 12,2 9,0 1,2 12,4 9,2 0,9 0,4
Ethiopië Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 1,4 11,9 8,9 1,3 12,6 9,4 1,1 0,6
Ghana Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 1,4 13,8 10,2 1,3 13,3 9,5 1,0 0,5
Kaapverdië Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 1,6 13,9 9,9 1,5 14,5 10,3 1,0 0,5
Somalië Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 5,7 11,8 8,1 5,0 12,6 8,6 4,3 1,8
Tunesië Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 0,7 14,8 10,5 0,7 15,3 10,8 0,4 0,2
Overig Afrika Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 5,1 11,1 8,6 4,2 12,1 9,3 3,2 1,0
Brazilië Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 0,3 13,9 10,6 0,3 11,7 9,8 0,2 0,1
Dominicaanse Republiek Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 1,5 10,6 8,0 1,2 12,1 8,9 1,0 0,4
Colombia Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 0,5 11,0 8,7 0,5 11,7 9,2 0,4 0,1
Overig Latijns Amerika Soc. econ. categorie:overige uitkeringen 1,7 11,8 9,3 1,5 12,3 9,7 1,2 0,7
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting

Inkomens; particuliere huishoudens naar herkomstgroepering
(land van herkomst)en persoonskenmerken
2000
Gewijzigd op 19 december 2003.
Verschijningsfrequentie: Stopgezet.

Toelichting onderwerpen

Particuliere huishoudens met inkomen
Particuliere huishoudens met inkomen
Besteedbaar inkomen
Gestandaardiseerd inkomen
Particuliere huishoudens met 52 wk. ink.
Aantal huishoudens met 52 weken inkomen
Besteedbaar inkomen
Gestandaardiseerd inkomen
Met laag inkomen
Laag inkomen.
Een inkomen is laag wanneer het omgerekend naar een
inkomen van een alleenstaande, een lagere koopkracht
vertegenwoordigt dan een bedrag van 7260 euro in
prijzen van 1990.
Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft,
wordt het inkomen van een huishouden gecorrigeerd
voor verschillen in huishoudsamenstelling. Deze
correctie vindt plaats met behulp van equivalentie-
factoren. In de equivalentiefactor komen de
schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn
van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding.
Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle
inkomens herleid tot het inkomen van een
eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de welvaarts-
niveaus van huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt.
Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met
het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie) herleid
naar het prijspeil in 1990.
Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde
inkomen is laag wanneer het minder is dan 7260 euro.
Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht
van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in
1979, die was toen, in prijzen van 1990, 7215 euro.
Met langdurig laag inkomen
Percentage huishoudens met langdurig laag inkomen.
Langdurig laag inkomen
Van huishoudens met een laag inkomen is vastgesteld, of
zij ook in de voorafgaande drie jaar een laag inkomen
hadden. Tot de langdurige lage inkomens behoren derhalve
huishoudens die minstens vier jaar achtereen van
een laag inkomen moesten rondkomen.