Inkomens van particuliere huishoudens naar herkomst en regio; 2000

Inkomens van particuliere huishoudens naar herkomst en regio; 2000

Regio's Herkomst Kenmerken Particuliere huishoudens met inkomen Particuliere huishoudens met inkomen (x1000) Particuliere huishoudens met inkomen Besteedbaar inkomen (x1000 euro) Particuliere huishoudens met inkomen Gestandaardiseerd inkomen (x1000 euro) Particuliere huishoudens met 52 wk. ink. Aantal huishoudens met 52 weken inkomen (x1000) Particuliere huishoudens met 52 wk. ink. Besteedbaar inkomen (x1000 euro) Particuliere huishoudens met 52 wk. ink. Gestandaardiseerd inkomen (x1000 euro) Particuliere huishoudens met 52 wk. ink. Met laag inkomen (x 1 000) Particuliere huishoudens met 52 wk. ink. Met langdurig laag inkomen (x 1 000) Particuliere huishoudens met 52 wk. ink. Onder of rond sociaal minimum (x 1 000)
Enschede Nederland totaal Sociaal economische categorie: pensioen 15,2 17,9 14,9 15,1 17,9 14,9 3,1 2,0 2,4
Enschede Nederland totaal Eenpersoonshuishoudens 22,4 14,0 14,0 21,2 14,5 14,5 6,2 3,2 4,5
Enschede Nederland totaal Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen 24,1 27,3 18,7 23,7 27,5 18,9 2,0 0,9 1,8
Enschede Nederland totaal Meerpersoonshuishoudens met kinderen 16,3 27,3 14,7 16,0 27,5 14,9 3,4 1,6 2,1
Enschede Autochtoon Sociaal economische categorie: pensioen 12,6 18,1 15,1 12,6 18,1 15,1 2,5 1,6 1,9
Enschede Autochtoon Eenpersoonshuishoudens 17,0 14,4 14,4 16,4 14,8 14,8 4,6 2,5 3,3
Enschede Autochtoon Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen 19,3 28,0 19,2 19,1 28,1 19,3 1,3 0,5 1,1
Enschede Autochtoon Meerpersoonshuishoudens met kinderen 11,6 28,8 15,6 11,4 29,0 15,7 1,8 0,8 1,1
Enschede Allochtoon Sociaal economische categorie: pensioen 2,6 16,8 13,9 2,6 16,8 13,9 0,6 0,4 0,5
Enschede Allochtoon Eenpersoonshuishoudens 5,4 12,5 12,5 4,8 13,4 13,4 1,6 0,7 1,2
Enschede Allochtoon Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen 4,7 24,6 16,7 4,6 25,0 17,0 0,7 0,3 0,6
Enschede Allochtoon Meerpersoonshuishoudens met kinderen 4,7 23,6 12,6 4,6 23,9 12,8 1,6 0,8 1,0
Enschede Herkomstland onbekend Sociaal economische categorie: pensioen - - - - - - - - -
Enschede Herkomstland onbekend Eenpersoonshuishoudens . . . . . . . . .
Enschede Herkomstland onbekend Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen . . . . . . . . .
Enschede Herkomstland onbekend Meerpersoonshuishoudens met kinderen . . . . . . . . .
Enschede Westerse allochtonen Sociaal economische categorie: pensioen 2,3 17,1 14,3 2,3 17,1 14,3 0,5 0,3 0,4
Enschede Westerse allochtonen Eenpersoonshuishoudens 3,5 13,5 13,5 3,3 14,0 14,0 0,9 0,5 0,7
Enschede Westerse allochtonen Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen 3,5 25,8 17,8 3,4 26,0 17,9 0,3 0,1 0,3
Enschede Westerse allochtonen Meerpersoonshuishoudens met kinderen 1,9 25,7 14,1 1,8 26,0 14,3 0,4 0,2 0,2
Enschede Niet-westerse allochtonen Sociaal economische categorie: pensioen 0,2 13,6 10,4 0,2 13,6 10,4 0,2 0,1 0,1
Enschede Niet-westerse allochtonen Eenpersoonshuishoudens 1,9 10,5 10,5 1,5 12,1 12,1 0,7 0,2 0,5
Enschede Niet-westerse allochtonen Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen 1,3 21,3 13,9 1,2 22,1 14,5 0,4 0,2 0,3
Enschede Niet-westerse allochtonen Meerpersoonshuishoudens met kinderen 2,8 22,2 11,6 2,8 22,6 11,8 1,2 0,6 0,8
Enschede 1e generatie westerse allochtonen Sociaal economische categorie: pensioen 1,0 16,8 14,3 1,0 16,8 14,3 0,2 0,1 0,2
Enschede 1e generatie westerse allochtonen Eenpersoonshuishoudens 1,6 13,2 13,2 1,4 13,9 13,9 0,4 0,2 0,3
Enschede 1e generatie westerse allochtonen Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen 1,2 24,5 16,8 1,2 24,8 17,0 0,1 0,1 0,1
Enschede 1e generatie westerse allochtonen Meerpersoonshuishoudens met kinderen 0,6 25,3 13,8 0,6 25,5 13,9 0,2 0,1 0,1
Enschede 2e generatie westerse allochtonen Sociaal economische categorie: pensioen 1,4 17,4 14,3 1,4 17,4 14,3 0,2 0,2 0,2
Enschede 2e generatie westerse allochtonen Eenpersoonshuishoudens 1,9 13,9 13,9 1,9 14,1 14,1 0,5 0,3 0,4
Enschede 2e generatie westerse allochtonen Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen 2,3 26,5 18,3 2,2 26,6 18,3 0,2 0,1 0,2
Enschede 2e generatie westerse allochtonen Meerpersoonshuishoudens met kinderen 1,2 25,9 14,3 1,2 26,3 14,5 0,2 0,1 0,1
Enschede 1e generatie niet-westerse allochtonen Sociaal economische categorie: pensioen 0,2 13,6 10,4 0,2 13,6 10,4 0,2 0,1 0,1
Enschede 1e generatie niet-westerse allochtonen Eenpersoonshuishoudens 1,6 10,7 10,7 1,3 12,3 12,3 0,6 0,2 0,5
Enschede 1e generatie niet-westerse allochtonen Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen 1,2 20,7 13,6 1,1 21,5 14,2 0,4 0,2 0,3
Enschede 1e generatie niet-westerse allochtonen Meerpersoonshuishoudens met kinderen 2,6 22,1 11,5 2,6 22,4 11,6 1,1 0,6 0,7
Enschede 2e generatie niet-westerse allochtonen Sociaal economische categorie: pensioen . . . . . . . . .
Enschede 2e generatie niet-westerse allochtonen Eenpersoonshuishoudens 0,3 8,8 8,8 0,2 10,9 10,9 0,1 . .
Enschede 2e generatie niet-westerse allochtonen Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen 0,1 27,3 17,0 0,1 28,1 17,5 . . .
Enschede 2e generatie niet-westerse allochtonen Meerpersoonshuishoudens met kinderen 0,2 24,4 13,2 0,2 24,8 13,4 0,1 . .
Enschede Turkije Sociaal economische categorie: pensioen 0,1 14,3 9,9 0,1 14,3 9,9 0,1 0,1 0,1
Enschede Turkije Eenpersoonshuishoudens 0,5 11,0 11,0 0,5 12,2 12,2 0,2 . 0,1
Enschede Turkije Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen 0,6 20,9 13,5 0,6 20,9 13,5 0,2 0,1 0,2
Enschede Turkije Meerpersoonshuishoudens met kinderen 1,4 23,7 12,2 1,4 23,9 12,3 0,5 0,3 0,3
Enschede Marokko Sociaal economische categorie: pensioen . . . . . . . . .
Enschede Marokko Eenpersoonshuishoudens 0,2 10,7 10,7 0,2 11,6 11,6 0,1 . 0,1
Enschede Marokko Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen 0,1 23,1 14,7 0,1 23,1 14,7 0,0 . 0,0
Enschede Marokko Meerpersoonshuishoudens met kinderen 0,4 22,7 11,7 0,4 22,7 11,7 0,2 0,1 0,1
Enschede Suriname Sociaal economische categorie: pensioen 0,1 11,8 10,2 0,1 11,8 10,2 . . .
Enschede Suriname Eenpersoonshuishoudens 0,3 10,5 10,5 0,2 11,1 11,1 0,1 0,1 0,1
Enschede Suriname Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen 0,2 25,5 16,9 0,2 26,2 17,4 0,0 . .
Enschede Suriname Meerpersoonshuishoudens met kinderen 0,3 24,3 13,5 0,3 24,6 13,7 0,1 . 0,0
Enschede Nederlandse Antillen en Aruba Sociaal economische categorie: pensioen . . . . . . . . .
Enschede Nederlandse Antillen en Aruba Eenpersoonshuishoudens 0,2 9,1 9,1 0,1 11,2 11,2 . . .
Enschede Nederlandse Antillen en Aruba Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen 0,1 20,7 14,6 0,1 24,1 17,0 . . .
Enschede Nederlandse Antillen en Aruba Meerpersoonshuishoudens met kinderen 0,1 16,5 9,7 0,1 18,4 10,7 . . .
Enschede Ov. niet-westerse landen Sociaal economische categorie: pensioen . . . . . . . . .
Enschede Ov. niet-westerse landen Eenpersoonshuishoudens 0,7 10,3 10,3 0,5 12,7 12,7 0,2 . 0,2
Enschede Ov. niet-westerse landen Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen 0,3 18,6 12,2 0,3 20,9 13,7 0,1 0,0 0,1
Enschede Ov. niet-westerse landen Meerpersoonshuishoudens met kinderen 0,7 18,7 9,8 0,6 19,2 10,0 0,4 0,2 0,3
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting

Inkomens van particuliere huishoudens naar herkomst en generatie,
regio (landsdelen, provincies en gemeenten > 100 000 inwoners)
2000
Gewijzigd op 19 december 2003.
Verschijningsfrequentie: Stopgezet.

Toelichting onderwerpen

Particuliere huishoudens met inkomen
Particuliere huishoudens met inkomen
Aantal particuliere huishoudens met inkomen.
Besteedbaar inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen van alle particuliere huishoudens met
inkomen.
Gestandaardiseerd inkomen
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen van alle particuliere huishoudens
met inkomen.
Particuliere huishoudens met 52 wk. ink.
Particuliere huishoudens met 52 weken inkomen.
Aantal huishoudens met 52 weken inkomen
Aantal particuliere huishoudens met 52 weken inkomen.
Besteedbaar inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens met 52 weken
inkomen.
Gestandaardiseerd inkomen
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen van particuliere huishoudens met
52 weken inkomen.
Met laag inkomen
Laag inkomen.
Een inkomen is laag wanneer het omgerekend naar een
inkomen van een alleenstaande, een lagere koopkracht
vertegenwoordigt dan een bedrag van 7260 euro in
prijzen van 1990.
Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft,
wordt het inkomen van een huishouden gecorrigeerd
voor verschillen in huishoudsamenstelling. Deze
correctie vindt plaats met behulp van equivalentie-
factoren. In de equivalentiefactor komen de
schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn
van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding.
Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle
inkomens herleid tot het inkomen van een
eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de welvaarts-
niveaus van huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt.
Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met
het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie) herleid
naar het prijspeil in 1990.
Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde
inkomen is laag wanneer het minder is dan 7260 euro.
Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht
van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in
1979, die was toen, in prijzen van 1990, 7215 euro.
Met langdurig laag inkomen
Percentage huishoudens met langdurig laag inkomen.
Langdurig laag inkomen
Van huishoudens met een laag inkomen is vastgesteld, of
zij ook in de voorafgaande drie jaar een laag inkomen
hadden. Tot de langdurige lage inkomens behoren derhalve
huishoudens die minstens vier jaar achtereen van
een laag inkomen moesten rondkomen.
Onder of rond sociaal minimum
Percentage huishoudens met een inkomen onder of rond het sociaal minimum.
Inkomen onder of rond het sociaal minimum
Het begrip inkomen onder of rond het sociaal minimum is
afgeleid van het besteedbaar huishoudensinkomen. Het
inkomen is gelijk aan het besteedbaar inkomen verminderd
met eventueel ontvangen huursubsidie. Het beleidsmatig
minimum (of het sociaal minimum) is het wettelijk
bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming
voor 2000 is vastgesteld. Om te kunnen beoordelen
of het inkomen van een huishouden onder het minimum valt,
moet aan de hand van de regelgeving worden vastgesteld
welke norm voor het desbetreffende huishouden van
toepassing is. De norm voor een eenoudergezin met twee
kinderen, bijvoorbeeld, bedraagt 90% van de
bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de
(leeftijdsafhankelijke) kinderbijslag.
Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW-pensioen als norm
gekozen.
De inkomensgrens is geformuleerd als 105% van het sociaal
minimum.