Lange vakanties in het buitenland naar achtergrondkenmerken, 2000-2016

Lange vakanties in het buitenland naar achtergrondkenmerken, 2000-2016

Achtergrondkenmerken Perioden Meest bezochte vakantielanden Overige landen (x 1 000) Meest gebruikte soorten verblijf Toeristische logiesvormen Overige toeristische logiesvormen (x 1 000) Meest gebruikte vervoermiddel Overige vervoermiddelen (x 1 000) Gemiddelde uitgaven per vakantieganger Met overig vervoer (euro)
Totaal achtergrondkenmerken 2016 3.818 710 293 1.125
Mannen 2016 1.868 315 146 1.145
Vrouwen 2016 1.950 396 147 1.107
0 tot 6 jarigen 2016 . . . .
6 tot 15 jarigen 2016 . . . .
15 tot 19 jarigen 2016 . . . .
19 tot 25 jarigen 2016 . . . .
25 tot 30 jarigen 2016 . . . .
30 tot 40 jarigen 2016 . . . .
40 tot 50 jarigen 2016 . . . .
50 tot 65 jarigen 2016 . . . .
65 tot 75 jarigen 2016 . . . .
75 jarigen of ouder 2016 . . . .
0 tot 6 jarigen nieuwe indeling 2016 117 16 7 754
6 tot 13 jarigen nieuwe indeling 2016 214 21 21 901
13 tot 18 jarigen nieuwe indeling 2016 190 53 29 830
18 tot 25 jarigen nieuwe indeling 2016 364 85 30 981
25 tot 35 jarigen nieuwe indeling 2016 606 116 23 1.152
35 tot 45 jarigen nieuwe indeling 2016 498 79 17 1.174
45 tot 55 jarigen nieuwe indeling 2016 706 125 44 1.232
55 tot 65 jarigen nieuwe indeling 2016 665 100 51 1.278
65 tot 75 jarigen nieuwe indeling 2016 381 63 45 1.151
75 jarigen of ouder nieuwe indeling 2016 78 51 26 1.047
Alleenstaande 2016 478 85 30 1.207
Huishouden met jongste kind 0 tot 6 jaar 2016 310 28 13 752
Huish. met jongste kind 6 tot 13 jaar 2016 386 51 28 939
Huish. met jongste kind 13 tot 18 jaar 2016 396 96 39 937
Huishouden met uitsl. meerderjarigen 2016 2.248 450 183 1.220
Bruto hh.-inkomen: tot 17.500 euro 2016 198 47 20 859
Bruto hh.-inkomen:17.500 tot 23.000 euro 2016 169 59 20 784
Bruto hh.-inkomen:23.000 tot 28.500 euro 2016 272 48 28 801
Bruto hh.-inkomen:28.500 tot 34.000 euro 2016 395 39 48 900
Bruto hh.-inkomen:34.000 tot 45.000 euro 2016 674 88 58 985
Bruto hh.-inkomen:45.000 tot 56.000 euro 2016 662 122 49 976
Bruto hh.-inkomen: 56.000 euro en meer 2016 1.447 306 69 1.142
Sociale groep: n.v.t. (0 tot 16 jaar) 2016 454 78 48 849
Sociale groep: totaal betaald beroep 2016 2.343 408 133 1.202
Sociale groep: zelfstandigen 2016 319 51 21 1.211
Sociale groep: hogere employés 2016 459 89 21 1.251
Sociale groep: middelbare employés 2016 768 117 59 1.252
Sociale groep: lagere employés 2016 797 152 32 1.129
Sociale groep: arbeidsongesch., bijstand 2016 126 12 0 952
Sociale groep: gepen., renten., AOW, VUT 2016 509 103 83 1.150
Sociale groep: huisvr./-man z. a. beroep 2016 104 32 13 936
Sociale groep: studerend, schoolgaand 2016 205 70 2 921
Andere sociale groep 2016 75 5 15 1.198
Onderwijsniveau: n.v.t. (0 tot 16 jaar) 2016 454 78 48 849
Onderwijsniveau: basis/lager onderwijs 2016 106 14 14 1.072
Onderwijsniveau: uitgeb. l.o.: algemeen 2016 302 28 39 1.001
Onderwijsniveau: uitgebr. l.o.: beroeps 2016 199 44 24 911
Onderwijsniveau: mid. onderw.: algemeen 2016 380 74 28 1.128
Onderwijsniveau: mid. onderw: beroeps 2016 680 126 64 1.079
Onderwijsniveau: semi-hoger onderwijs 2016 1.013 200 50 1.197
Onderwijsniveau: hoger onderwijs 2016 682 147 28 1.393
Onderkomen met vaste stand- of ligplaats 2016 542 84 35 904
Alleen onderkomen zonder vaste plaats 2016 833 145 58 1.105
Niet in bezit van recreatief onderkomen 2016 2.443 482 199 1.165
Woonprovincie: Groningen 2016 137 10 9 1.193
Woonprovincie: Friesland 2016 87 14 11 936
Woonprovincie: Drenthe 2016 86 10 10 1.284
Woonprovincie: Overijssel 2016 208 56 21 1.040
Woonprovincie: Flevoland 2016 75 7 0 1.143
Woonprovincie: Gelderland 2016 452 59 34 1.152
Woonprovincie: Utrecht 2016 321 89 9 1.160
Woonprovincie: Noord-Holland 2016 790 156 57 1.153
Woonprovincie: Zuid-Holland 2016 877 152 87 1.122
Woonprovincie: Zeeland 2016 70 12 3 1.023
Woonprovincie: Noord Brabant 2016 520 76 35 1.076
Woonprovincie: Limburg 2016 195 68 16 1.175
Zeer sterk stedelijke gemeenten 2016 1.059 165 85 1.127
Sterk stedelijke gemeenten 2016 1.183 231 63 1.120
Matig stedelijke gemeenten 2016 656 144 61 1.177
Weinig stedelijke gemeenten 2016 664 145 62 1.060
Niet stedelijke gemeenten 2016 255 26 21 1.178
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat de cijfers over het aantal lange vakanties in het buitenland naar achtergrond- en vakantiekenmerken.

Gegevens beschikbaar van 2002 tot en met 2016.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief

Wijzigingen per 23 juli 2019:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Meest bezochte vakantielanden
Als bestemming wordt gerekend het land waar men het grootste
aantal overnachtingen heeft doorgebracht.
Overige landen
Het betreft niet eerder genoemde landen.
Meest gebruikte soorten verblijf
Als er van meerdere logiesvormen gebruik is gemaakt, wordt die vorm
genoteerd waarin de meeste nachten zijn doorgebracht.
Toeristische logiesvormen
Bij de toeristische logiesvormen zijn tot en met 2001 ondergebracht:
hotel en pension, appartement, kamer zonder pension, gehuurd
zomerhuisje, bungalow, tweede woning, eerste woning van een
particulier, gehuurde caravan of vouwwagen, tent, kampeerauto,
kamphuis, jeugdherberg, kampeerboerderij, gehuurde boot, overige
logiesvormen.
Met ingang van 2002 worden de toeristische logiesvormen als volgt
ingedeeld:
Woning van familie, vrienden of kennissen,
Woning van een andere particulier,
Hotel,
Pension, bed & breakfast,
Appartement,
Zomerhuisje, vakantiebungalow (gehuurd),
Tent, bungalowtent,
Caravan, vouwwagen, camper,
Overige logiesvormen.
Overige toeristische logiesvormen
In 2000 en 2001: boot, jeugdherberg of andere groepsaccommodaties
en overige toeristische logiesvormen. Vanaf 2002: pension, bed &
breakfast, boot, jeugdherberg of andere groepsaccommodatie en
overige toeristische logiesvormen.
Meest gebruikte vervoermiddel
Het betreft hier het vervoermiddel waarmee op de heenreis de
grootste afstand werd afgelegd.
Overige vervoermiddelen
Gemiddelde uitgaven per vakantieganger
Dit zijn de specifieke kosten die gemaakt zijn voor de vakantie zelf,
dat wil zeggen reiskosten, verblijfkosten, uitgaven aan voeding en
overige kosten die rechtstreeks verband houden met de vakantie,
zoals verzekeringen, entrees, souvenirs, foto- en filmmateriaal.
De uitgaven aan duurzame recreatiegoederen, zoals caravan, tent,
boot, kampeeruitrusting en dergelijke zijn buiten beschouwing
gelaten, omdat ze niet aan één vakantie kunnen worden
toegerekend. Dit geldt ook voor de huur van een vaste stand- of
ligplaats, die eveneens voor een onbekend aantal vakanties
wordt benut.
Het gaat hier om de gemiddelde uitgaven per persoon per vakantie.

Met ingang van 2012 is respondenten gevraagd de kosten van de vakantie nader uit te splitsen naar vervoerskosten, verblijfskosten, bestedingen in horecagelegenheden, boodschappen, etc. Vóór 2012 werd alleen naar het totale bedrag aan vakantie-uitgaven gevraagd. Hierdoor zijn de cijfers vanaf 2012 niet goed vergelijkbaar met die van vóór 2012.
Met overig vervoer