Lange vakanties in Nederland naar achtergrondkenmerken, 2000-2016

Lange vakanties in Nederland naar achtergrondkenmerken, 2000-2016

Achtergrondkenmerken Perioden Algemene gegevens Totaal aantal vakanties (x 1000) Algemene gegevens Gemiddelde vakantieduur (dagen) Meest gebruikte soorten verblijf Seizoenrecreatieve logiesvormen Totaal seizoenrecreatieve logiesvormen (x 1000) Meest gebruikte soorten verblijf Toeristische logiesvormen Totaal toeristische logiesvormen (x 1000) Gemiddelde uitgaven per vakantieganger (euro)
Totaal achtergrondkenmerken 2010 8.476 9,7 1.783 6.692 211
Mannen 2010 4.276 9,6 938 3.337 214
Vrouwen 2010 4.200 9,8 845 3.355 207
0 tot 6 jarigen 2010 . . . . .
6 tot 15 jarigen 2010 . . . . .
15 tot 19 jarigen 2010 . . . . .
19 tot 25 jarigen 2010 . . . . .
25 tot 30 jarigen 2010 . . . . .
30 tot 40 jarigen 2010 . . . . .
40 tot 50 jarigen 2010 . . . . .
50 tot 65 jarigen 2010 . . . . .
65 tot 75 jarigen 2010 . . . . .
75 jarigen of ouder 2010 . . . . .
0 tot 6 jarigen 2010 691 8,9 105 585 166
6 tot 13 jarigen 2010 868 10,1 112 756 193
13 tot 18 jarigen 2010 467 10,2 117 350 191
18 tot 25 jarigen 2010 481 9,5 145 336 224
25 tot 35 jarigen 2010 746 9,8 127 619 212
35 tot 45 jarigen 2010 1.073 9,3 146 927 213
45 tot 55 jarigen 2010 1.035 10,0 229 806 248
55 tot 65 jarigen 2010 1.464 10,0 340 1.124 218
65 tot 75 jarigen 2010 994 10,6 286 708 201
75 jarigen of ouder 2010 655 8,4 176 479 219
Alleenstaande 2010 564 8,5 61 504 281
Huishouden met jongste kind 0 tot 6 jaar 2010 1.715 9,7 235 1.480 174
Huish. met jongste kind 6 tot 13 jaar 2010 1.454 9,9 262 1.192 207
Huish. met jongste kind 13 tot 18 jaar 2010 536 9,7 95 441 211
Huishouden met uitsl. meerderjarigen 2010 4.206 9,9 1.130 3.076 217
Bruto huishoudensinkomen:tot 17.500 euro 2010 791 9,9 151 640 180
Bruto hh.-inkomen:17.500 tot 23.000 euro 2010 778 10,6 182 597 166
Bruto hh.-inkomen:23.000 tot 28.500 euro 2010 983 9,8 224 760 172
Bruto hh.-inkomen:28.500 tot 34.000 euro 2010 1.149 10,3 260 890 192
Bruto hh.-inkomen:34.000 tot 45.000 euro 2010 1.647 9,3 337 1.310 210
Bruto hh.-inkomen:45.000 tot 56.000 euro 2010 1.439 9,6 277 1.161 209
Bruto hh.-inkomen: 56.000 euro en meer 2010 1.688 9,2 353 1.335 221
Sociale groep: n.v.t. (0 tot 16 jaar) 2010 1.875 9,7 300 1.575 181
Sociale groep: totaal betaald beroep 2010 3.318 9,3 574 2.747 874
Sociale groep: zelfstandigen 2010 484 8,9 104 381 263
Sociale groep: hogere employÚs 2010 345 8,1 41 305 192
Sociale groep: middelbare employÚs 2010 1.301 9,2 246 1.055 218
Sociale groep: lagere employÚs 2010 1.188 9,8 183 1.006 201
Sociale groep: arbeidsongesch., bijstand 2010 348 10,5 68 281 198
Sociale groep: gepen., renten., AOW, VUT 2010 2.080 10,0 607 1.473 205
Sociale groep: huisvr./-man z. a. beroep 2010 475 11,1 133 342 189
Sociale groep: studerend, schoolgaand 2010 274 9,9 71 202 166
Andere sociale groep 2010 104 8,5 31 73 161
Onderwijsniveau: n.v.t. (0 tot 16 jaar) 2010 1.875 9,7 300 1.575 181
Onderwijsniveau: basis/lager onderwijs 2010 548 11,0 135 413 206
Onderwijsniveau: uitgeb. l.o.: algemeen 2010 1.200 9,6 294 906 232
Onderwijsniveau: uitgebr. l.o.: beroeps 2010 1.017 10,1 242 775 196
Onderwijsniveau: mid. onderw.: algemeen 2010 563 9,6 166 397 201
Onderwijsniveau: mid. onderw: beroeps 2010 1.678 10,2 398 1.281 188
Onderwijsniveau: semi-hoger onderwijs 2010 1.134 9,1 194 939 206
Onderwijsniveau: hoger onderwijs 2010 461 9,4 53 407 230
Onderkomen met vaste stand- of ligplaats 2010 1.965 11,5 1.460 505 155
Alleen onderkomen zonder vaste plaats 2010 2.378 10,5 185 2.193 204
Niet in bezit van recreatief onderkomen 2010 4.133 8,5 139 3.994 241
Woonprovincie: Groningen 2010 362 10,8 90 272 191
Woonprovincie: Friesland 2010 396 9,4 79 318 227
Woonprovincie: Drenthe 2010 284 9,9 22 262 202
Woonprovincie: Overijssel 2010 589 9,2 49 541 195
Woonprovincie: Flevoland 2010 194 10,6 59 135 155
Woonprovincie: Gelderland 2010 938 10,1 127 811 219
Woonprovincie: Utrecht 2010 632 10,3 124 509 247
Woonprovincie: Noord-Holland 2010 1.292 9,9 364 928 219
Woonprovincie: Zuid-Holland 2010 2.000 9,5 481 1.519 216
Woonprovincie: Zeeland 2010 214 9,2 34 180 194
Woonprovincie: Noord Brabant 2010 1.205 9,2 312 893 192
Woonprovincie: Limburg 2010 369 9,5 44 325 201
Stedelijkheid: zeer sterk stedelijk 2010 1.459 9,6 422 1.038 226
Stedelijkheid: sterk stedelijk 2010 2.348 9,8 586 1.762 208
Stedelijkheid: matig stedelijk 2010 1.627 10,2 271 1.357 208
Stedelijkheid: weinig stedelijk 2010 1.928 9,9 338 1.591 209
Stedelijkheid: niet stedelijk 2010 1.112 8,9 167 945 204
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat de cijfers over het aantal lange vakanties in Nederland naar achtergrond- en vakantiekenmerken.

Gegevens beschikbaar van 2000 tot en met 2016.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief

Wijzigingen per 23 juli 2019:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Algemene gegevens
Totaal aantal vakanties
Gemiddelde vakantieduur
Meest gebruikte soorten verblijf
Als er van meerdere logiesvormen gebruik is gemaakt, wordt die
logiesvorm genoteerd waarin de meeste nachten zijn doorgebracht.
Seizoenrecreatieve logiesvormen
Tot seizoenrecreatieve logiesvormen worden gerekend: een zomerhuisje,
vakantiebungalow, tweede woning, stacaravan, volkstuinhuisje of
kajuitboot in het bezit van het huishouden en een eigen tent,
bungalowtent, tourcaravan, vouwcaravan of vouwwagen op een vaste
seizoen- of jaarplaats. Alle andere overnachtingsgelegenheden zijn als
toeristische logiesvorm aangemerkt.
Totaal seizoenrecreatieve logiesvormen
Toeristische logiesvormen
Bij de toeristische logiesvormen zijn tot en met 2001 ondergebracht:
hotel en pension, appartement, kamer zonder pension, gehuurd
zomerhuisje, bungalow, tweede woning, eerste woning van een
particulier, gehuurde caravan of vouwwagen, tent, kampeerauto,
kamphuis, jeugdherberg, kampeerboerderij, gehuurde boot, overige
logiesvormen.
Met ingang van 2002 worden de toeristische logiesvormen als volgt
ingedeeld:
Woning van familie, vrienden of kennissen,
Woning van een andere particulier,
Hotel,
Pension, bed & breakfast,
Appartement,
Zomerhuisje, vakantiebungalow (gehuurd),
Tent, bungalowtent,
Caravan, vouwwagen, camper,
Overige logiesvormen.
Totaal toeristische logiesvormen
Gemiddelde uitgaven per vakantieganger
Dit zijn de specifieke kosten die gemaakt zijn voor de vakantie zelf,
dat wil zeggen reiskosten, verblijfkosten, uitgaven aan voeding en
overige kosten die rechtstreeks verband houden met de vakantie,
zoals verzekeringen, entrees, souvenirs, foto- en filmmateriaal.
De uitgaven aan duurzame recreatiegoederen, zoals caravan, tent,
boot, kampeeruitrusting en dergelijke zijn buiten beschouwing
gelaten, omdat ze niet aan één vakantie kunnen worden
toegerekend. Dit geldt ook voor de huur van een vaste stand- of
ligplaats, die eveneens voor een onbekend aantal vakanties wordt
benut.
Het gaat hier om de gemiddelde uitgaven per persoon per vakantie.

Met ingang van 2012 is respondenten gevraagd de kosten van de vakantie nader uit te splitsen naar vervoerskosten, verblijfskosten, bestedingen in horecagelegenheden, boodschappen, etc. Vóór 2012 werd alleen naar het totale bedrag aan vakantie-uitgaven gevraagd. Hierdoor zijn de cijfers vanaf 2012 niet goed vergelijkbaar met die van vóór 2012.