Niet verder behandelen en toedienen middelen, augustus-november

Niet verder behandelen en toedienen middelen, augustus-november

Kenmerken Perioden Toedienen middel(en) Toedienen middel(en), absoluut Spierrelaxantia (absoluut) Toedienen middel(en) Toedienen middel(en), relatief Spierrelaxantia (%)
Totaal NIS behandelingen 2001
NIS: als enige behandeling 2001
NIS: als eerste van meer behandelingen 2001
Totaal overledenen 2001 798 100
Rekening houdend met overlijden 2001 - -
Overlijden mede doel 2001 - -
Overlijden uitdrukkelijk doel 2001 798 100
Geen bekorting levensduur 2001 - -
Bekorting minder dan 24 uur 2001 23 3
Bekorting één tot zeven dagen 2001 261 33
Bekorting één tot vier weken 2001 386 48
Bekorting één tot zeven maanden 2001 111 14
Bekorting meer dan een half jaar 2001 18 2
Bekorting onbekend 2001 - -
Mannen 2001 434 54
Vrouwen 2001 365 46
Leeftijd: 0 jaar 2001 10 1
Leeftijd: 1-16 jaar 2001 3 0
Leeftijd: 17-64 jaar 2001 325 41
Leeftijd: 1-49 jaar 2001 . .
Leeftijd: 50-64 jaar 2001 . .
Leeftijd: 65-79 jaar 2001 316 40
Leeftijd: 80 jaar of ouder 2001 145 18
SES: laag 2001 319 40
SES: midden 2001 252 32
SES: hoog 2001 175 22
SES: institutioneel 2001 52 6
Kwaadaardige nieuwvormingen 2001 613 77
Hart- en vaatziekten 2001 10 1
Ziekten van de ademhalingsorganen 2001 29 4
Ziekten van het zenuwstelsel 2001 47 6
Overige doodsoorzaken 2001 98 12
Behandeld door huisarts 2001 598 75
Behandeld door specialist 2001 180 23
Behandeld door verpleeghuisarts 2001 21 3
Behandeld door andere arts 2001 - -
Behandelend arts onbekend 2001 - -
In ziekenhuis overleden 2001 177 22
Elders overleden 2001 621 78
Totaal toegediende middelen 2001 798 100
Als enig middel toegediend 2001 3 0
Als eerste van meer middelen toegediend 2001 4 1
Als tweede van meer middelen toegediend 2001 792 99
Toedieningswijze: oraal 2001 - -
Toedieningswijze: rectaal 2001 - -
Toedieningswijze: parenteraal 2001 . .
Toedieningswijze: intraveneus 2001 786 98
Andere toedieningswijze 2001 -
Toedieningswijze onbekend 2001 12 2
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting

Niet instellen of staken van behandeling(en) per behandelgroep resp.
toedienen van middel(en) per gebruikt middel naar div. kenmerken,
aug - nov 1995 - 2001
Gewijzigd op 23 mei 2003.
Verschijningsfrequentie: Eenmalig.

Toelichting onderwerpen

Toedienen middel(en)
Een sterfgeval kan in meer dan één middelengroep voorkomen. Per
middelengroep het aantal sterfgevallen waarbij minstens
één middel uit die groep van toepassing is geweest.
Toedienen middel(en), absoluut
Spierrelaxantia
Het gaat hier om neuromusculair werkende spierrelaxantia. Deze preparaten
kunnen in hoge dosering een verlamming van dwarsgestreepte spieren
teweegbrengen. Hierdoor kan een ademstilstand optreden. De voornaamste
toepassing van deze middelen is het gebruik als euthanaticum, vrijwel
steeds na inductie van een coma met barbituraten. Twee voorbeelden van
spierrelaxantia zijn pancuronium (Pavulon) en vecuronium (Norcuron).
Toedienen middel(en), relatief
Spierrelaxantia
Bij de kenmerken van de toegediende middelen is gerelateerd aan het
totaal aantal malen toegediende spierrelaxantia.
Bij de kenmerken van de overleden personen is gerelateerd aan het totaal
aantal overleden personen bij wie spierrelaxantie werden toegediend.
Het gaat hier om neuromusculair werkende spierrelaxantia. Deze preparaten
kunnen in hoge dosering een verlamming van dwarsgestreepte spieren
teweegbrengen. Hierdoor kan een ademstilstand optreden. De voornaamste
toepassing van deze middelen is het gebruik als euthanaticum, vrijwel
steeds na inductie van een coma met barbituraten. Twee voorbeelden van
spierrelaxantia zijn pancuronium (Pavulon) en vecuronium (Norcuron).