Vakanties; kerncijfers, 1990-2016
| Perioden | Deelnemers aan vakanties Aantal deelnemers aan vakanties (x 1000) | Deelnemers aan vakanties % deelnemers aan vakanties (%) | Totaal aantal vakanties (x 1000) | Vakanties in Nederland Vervoermiddel Fiets Aantal fiets (x 1000) |
|---|---|---|---|---|
| 2016 | 12.787 | 80,7 | 35.520 | 275 |
| Bron: CBS. | ||||
Tabeltoelichting
Deze tabel bevat informatie over het aantal deelnemers aan vakantie, aantal vakanties, bestemming, logiesvorm, vervoermiddel en uitgaven voor vakanties.
Gegevens beschikbaar van 1990 tot en met 2014.
Status van de cijfers.
Cijfers zijn definitief.
Wijzigingen per 23 juli 2019:
Geen, deze tabel is stopgezet.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Toelichting onderwerpen
- Deelnemers aan vakanties
- Onder een deelnemer aan vakanties wordt verstaan: een persoon die in een vakantiejaar (van 1 oktober tot en met 30 september van het daaropvolgende jaar) één of meer keer met vakantie is geweest.
- Aantal deelnemers aan vakanties
- % deelnemers aan vakanties
- Totaal aantal vakanties
- Vakanties in Nederland
- Als vakantiebestemming wordt gerekend het gebied waar men het grootste aantal overnachtingen heeft doorgebracht.
In de periode 1990-2001 werd onder een vakantie verstaan:
Een verblijf buiten de eigen woning voor ontspanning of plezier met ten minste één overnachting anders dan bij familie of kennissen doorgebracht.
Vanaf 2002 wordt onder een vakantie verstaan:
Een verblijf buiten de eigen woning voor ontspanning of plezier met ten minste één overnachting. Het gaat daarbij zowel om binnen- als buitenlandse vakanties. Ook het logeren bij familie, vrienden of kennissen in het buitenland valt onder het begrip vakantie.
Een verblijf bij familie, vrienden of kennissen in Nederland telt echter niet mee, tenzij de bewoners de hele tijd of de meeste dagen afwezig waren.- Vervoermiddel
- Het betreft hier het vervoermiddel waarmee op de heenreis de grootste afstand werd afgelegd.
- Fiets
- Aantal fiets