Overledenen; zelfdoding (inwoners), diverse kenmerken

Overledenen; zelfdoding (inwoners), diverse kenmerken

Geslacht Leeftijd Perioden Wijze van zelfdoding Overige wijze van zelfdoding (aantal) Motief van zelfdoding Overig motief van zelfdoding (aantal)
Totaal mannen en vrouwen Totaal alle leeftijden 2024 236 148
Totaal mannen en vrouwen Jonger dan 20 jaar 2024 2 3
Totaal mannen en vrouwen 20 tot 30 jaar 2024 24 19
Totaal mannen en vrouwen 30 tot 40 jaar 2024 23 17
Totaal mannen en vrouwen 40 tot 50 jaar 2024 34 30
Totaal mannen en vrouwen 50 tot 60 jaar 2024 44 33
Totaal mannen en vrouwen 60 tot 70 jaar 2024 35 19
Totaal mannen en vrouwen 70 tot 80 jaar 2024 44 17
Totaal mannen en vrouwen 80 jaar of ouder 2024 30 10
Mannen Totaal alle leeftijden 2024 163 119
Mannen Jonger dan 20 jaar 2024 1 2
Mannen 20 tot 30 jaar 2024 16 12
Mannen 30 tot 40 jaar 2024 15 15
Mannen 40 tot 50 jaar 2024 25 27
Mannen 50 tot 60 jaar 2024 33 28
Mannen 60 tot 70 jaar 2024 26 16
Mannen 70 tot 80 jaar 2024 26 11
Mannen 80 jaar of ouder 2024 21 8
Vrouwen Totaal alle leeftijden 2024 73 29
Vrouwen Jonger dan 20 jaar 2024 1 1
Vrouwen 20 tot 30 jaar 2024 8 7
Vrouwen 30 tot 40 jaar 2024 8 2
Vrouwen 40 tot 50 jaar 2024 9 3
Vrouwen 50 tot 60 jaar 2024 11 5
Vrouwen 60 tot 70 jaar 2024 9 3
Vrouwen 70 tot 80 jaar 2024 18 6
Vrouwen 80 jaar of ouder 2024 9 2
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over overledenen door zelfdodingen, voor zover het inwoners van Nederland betroffen. De cijfers zijn uitgesplitst naar burgerlijke staat, wijze van zelfdoding, motief van zelfdoding, leeftijd en geslacht.

De cijfers in deze tabel komen overeen met die uit de doodsoorzakenstatistiek, omdat ze gebaseerd zijn op dezelfde bronbestanden. In de doodsoorzakenstatistiek komen echter geen gegevens voor over motief van zelfdoding. Dit gegeven is voor de periode 1950-1995 overgenomen vanuit een historische bestand Zelfdodingen. Voor de periode 1996-heden wordt het motief overgenomen uit het bestand Niet-Natuurlijke dood.
In ICD 6 tot en met ICD 8, gebruikt in de jaren 1950-1978, was het niet mogelijk om 'springen voor trein/metro' te coderen. Voor de jaren 1950-1978 wordt daarom 'springen voor trein/metro' niet gevuld, maar zijn de overledenen ondergebracht in de groep 'Overige methoden'.

De relatieve cijfers zijn berekend per 100 000 van de overeenkomstige bevolkingsgroep. De cijfers zijn berekend op de gemiddelde bevolking van het desbetreffende jaar.

Het CBS is in het statistiekjaar 2013 overgestapt op het gebruik van internationale software voor automatisch coderen van de doodsoorzaken (Iris). Hiermee zijn de cijfers beter reproduceerbaar en internationaal vergelijkbaar. Wel zijn er enkele forse verschuivingen te zien in de doodsoorzaken. Externe doodsoorzaken zijn echter net als voorheen handmatig verwerkt.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1950

Status van de cijfers:
De cijfers tot en met 2024 zijn definitief.

Wijzigingen per 26 februari 2026:
De cijfers over 2024 zijn definitief gemaakt.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In het derde kwartaal van 2026 verschijnen er voorlopige cijfers over 2025.

Toelichting onderwerpen

Wijze van zelfdoding
Overige wijze van zelfdoding
O.a. het innemen van gif, opzettelijk verkeersongeval, voor (vracht)auto of tram springen, met behulp van vuurwapen of snijwerktuig, door middel van gas of koolmonoxide, zelfverbranding, elektrocutie.
In de ICD 7 en ICD 8, gebruikt in de jaren 1950-1978, was het niet mogelijk om 'springen voor trein/metro' te coderen. Voor de jaren 1950-1978 wordt daarom 'springen voor trein/metro' niet gevuld, maar zijn de overledenen ondergebracht in de groep 'Overige methoden'.
Motief van zelfdoding
Overig motief van zelfdoding
O.a. verlies familie, financieel-economische motieven, verslaving, seksuele geaardheid, studie/werk.