Huishoudens naar inkomensklassen
Verklaring van tekens
Tabeltoelichting
Inkomens van huishoudens en personen
naar inkomensklassen en inkomensbegrippen.
1990 - 2000
Gewijzigd op 21 juni 2005.
Verschijningsfrequentie: Stopgezet.
naar inkomensklassen en inkomensbegrippen.
1990 - 2000
Gewijzigd op 21 juni 2005.
Verschijningsfrequentie: Stopgezet.
Toelichting onderwerpen
- Aantal huishoudens
- Absoluut aantal.
- Voornaamste bron van inkomen
- De bron waaruit een huishouden in een jaar het meeste inkomen ontvangt.
Bij deze indeling worden de inkomensbestanddelen van alle leden van het
huishouden samengeteld. Voor meer toelichting zie publicatie-info.- Winst
- De bron waaruit een huishouden in een jaar het meeste inkomen ontvangt.
Bij deze indeling worden de inkomensbestanddelen van alle leden van het
huishouden samengeteld.
Het huishoudensinkomen bestaat voornamelijk uit winst uit onderneming.
- Loon
- De bron waaruit een huishouden in een jaar het meeste inkomen ontvangt.
Bij deze indeling worden de inkomensbestanddelen van alle leden van het
huishouden samengeteld.
Het huishoudensinkomen bestaat voornamelijk uit loon, uitkering ZW,
privé gebruik auto werkgever.
- Pensioen
- De bron waaruit een huishouden in een jaar het meeste inkomen ontvangt.
Bij deze indeling worden de inkomensbestanddelen van alle leden van het
huishouden samengeteld.
Het huishoudensinkomen bestaat voornamelijk uit uitkeringen AOW, ANW,
pensioen, lijfrente.
- Uitkering
- De bron waaruit een huishouden in een jaar het meeste inkomen ontvangt.
Bij deze indeling worden de inkomensbestanddelen van alle leden van het
huishouden samengeteld.
Het huishoudensinkomen bestaat voornamelijk uit uitkeringen WW, WAO,
AAW, WAZ, Wajong, RWW, ABW, IOAW, IOAZ, wachtgeld, studiebeurs.
- Overige inkomsten
- De bron waaruit een huishouden in een jaar het meeste inkomen ontvangt.
Bij deze indeling worden de inkomensbestanddelen van alle leden van het
huishouden samengeteld.
Het huishoudensinkomen bestaat voornamelijk uit inkomsten uit arbeid
die niet in dienstbetrekking is verricht of inkomsten uit vermogen.
- Leeftijdsklassen hoofd huishouden
- Leeftijd op 31 december. Als hoofd is in huishoudens met een echtpaar de
man aangemerkt, bij eenoudergezinnen de ouder en in andere huishoudens
het oudste lid van het huishouden.- Tot 25 jaar
- De leeftijdsindeling is naar de situatie op 31 december van het
onderzoeksjaar. Als hoofd is in huishoudens met een echtpaar de man
aangemerkt, bij eenoudergezinnen de ouder en in andere huishoudens het
oudste lid van het huishouden.
- 25 tot 35 jaar
- De leeftijdsindeling is naar de situatie op 31 december van het
onderzoeksjaar. Als hoofd is in huishoudens met een echtpaar de man
aangemerkt, bij eenoudergezinnen de ouder en in andere huishoudens het
oudste lid van het huishouden.
- 35 tot 45 jaar
- De leeftijdsindeling is naar de situatie op 31 december van het
onderzoeksjaar. Als hoofd is in huishoudens met een echtpaar de man
aangemerkt, bij eenoudergezinnen de ouder en in andere huishoudens het
oudste lid van het huishouden.
- 45 tot 55 jaar
- De leeftijdsindeling is naar de situatie op 31 december van het
onderzoeksjaar. Als hoofd is in huishoudens met een echtpaar de man
aangemerkt, bij eenoudergezinnen de ouder en in andere huishoudens het
oudste lid van het huishouden.
- 55 tot 65 jaar
- De leeftijdsindeling is naar de situatie op 31 december van het
onderzoeksjaar. Als hoofd is in huishoudens met een echtpaar de man
aangemerkt, bij eenoudergezinnen de ouder en in andere huishoudens het
oudste lid van het huishouden.
- 65 jaar en ouder
- De leeftijdsindeling is naar de situatie op 31 december van het
onderzoeksjaar. Als hoofd is in huishoudens met een echtpaar de man
aangemerkt, bij eenoudergezinnen de ouder en in andere huishoudens het
oudste lid van het huishouden.
- Personen per huishouden
- Gemiddeld aantal personen per huishouden naar de situatie op 31 december.
- Voornaamste bron van inkomen
- De bron waaruit een huishouden in een jaar het meeste inkomen ontvangt.
Bij deze indeling worden de inkomensbestanddelen van alle leden van het
huishouden samengeteld. Voor meer toelichting zie publicatie-info.- Winst
- De bron waaruit een huishouden in een jaar het meeste inkomen ontvangt.
Bij deze indeling worden de inkomensbestanddelen van alle leden van het
huishouden samengeteld.
Het huishoudensinkomen bestaat voornamelijk uit winst uit onderneming.
- Loon
- De bron waaruit een huishouden in een jaar het meeste inkomen ontvangt.
Bij deze indeling worden de inkomensbestanddelen van alle leden van het
huishouden samengeteld.
Het huishoudensinkomen bestaat voornamelijk uit loon, uitkering ZW, privé
gebruik auto werkgever.
- Pensioen
- De bron waaruit een huishouden in een jaar het meeste inkomen ontvangt.
Bij deze indeling worden de inkomensbestanddelen van alle leden van het
huishouden samengeteld.
Het huishoudensinkomen bestaat voornamelijk uit uitkeringen AOW, ANW,
pensioen, lijfrente.
- Uitkering
- De bron waaruit een huishouden in een jaar het meeste inkomen ontvangt.
Bij deze indeling worden de inkomensbestanddelen van alle leden van het
huishouden samengeteld.
Het huishoudensinkomen bestaat voornamelijk uit uitkeringen WW, WAO, AAW,
WAZ, Wajong, RWW, ABW, IOAW, IOAZ, wachtgeld, studiebeurs.
- Overige inkomsten
- De bron waaruit een huishouden in een jaar het meeste inkomen ontvangt.
Bij deze indeling worden de inkomensbestanddelen van alle leden van het
huishouden samengeteld.
Het huishoudensinkomen bestaat voornamelijk uit inkomsten uit arbeid die
niet in dienstbetrekking is verricht of inkomsten uit vermogen.
- Leeftijdsklassen hoofd huishouden
- Leeftijd op 31 december. Als hoofd is in huishoudens met een echtpaar de
man aangemerkt, bij eenoudergezinnen de ouder en in andere huishoudens
het oudste lid van het huishouden.- Tot 25 jaar
- De leeftijdsindeling is naar de situatie op 31 december van het
onderzoeksjaar. Als hoofd is in huishoudens met een echtpaar de man
aangemerkt, bij eenoudergezinnen de ouder en in andere huishoudens het
oudste lid van het huishouden.
- 25 tot 35 jaar
- De leeftijdsindeling is naar de situatie op 31 december van het
onderzoeksjaar. Als hoofd is in huishoudens met een echtpaar de man
aangemerkt, bij eenoudergezinnen de ouder en in andere huishoudens het
oudste lid van het huishouden.
- 35 tot 45 jaar
- De leeftijdsindeling is naar de situatie op 31 december van het
onderzoeksjaar. Als hoofd is in huishoudens met een echtpaar de man
aangemerkt, bij eenoudergezinnen de ouder en in andere huishoudens het
oudste lid van het huishouden.
- 45 tot 55 jaar
- De leeftijdsindeling is naar de situatie op 31 december van het
onderzoeksjaar. Als hoofd is in huishoudens met een echtpaar de man
aangemerkt, bij eenoudergezinnen de ouder en in andere huishoudens het
oudste lid van het huishouden.