Huishoudens naar inkomensklassen

Huishoudens naar inkomensklassen

Inkomensklassen Inkomensbegrippen Perioden Aantal huishoudens Totaal huishoudens (x 1 000) Aantal huishoudens Samenstelling huishouden Eenpersoonshuishouden (x 1 000) Aantal huishoudens Samenstelling huishouden Meerpersoonshuishouden Totaal meerpersoonshuishoudens (x 1 000) Aantal huishoudens Samenstelling huishouden Meerpersoonshuishouden Met minderjarige kinderen Drie of meer volwassenen met kind (x 1 000) Aantal huishoudens Samenstelling huishouden Meerpersoonshuishouden Totaal zonder minderjarige kinderen Drie of meer volwassenen zonder kind (x 1 000) Aantal huishoudens Voornaamste bron van inkomen Winst (x 1 000) Aantal huishoudens Voornaamste bron van inkomen Loon (x 1 000) Aantal huishoudens Voornaamste bron van inkomen Pensioen (x 1 000) Aantal huishoudens Voornaamste bron van inkomen Uitkering (x 1 000) Aantal huishoudens Voornaamste bron van inkomen Overige inkomsten (x 1 000) Aantal huishoudens Leeftijdsklassen hoofd huishouden Tot 25 jaar (x 1 000)
Totaal inkomensklassen Bruto inkomen 2000 6.941 2.409 4.532 258 471 336 4.025 1.666 761 154 349
Totaal inkomensklassen Besteedbaar inkomen 2000 6.941 2.409 4.532 258 471 336 4.025 1.666 761 154 349
Totaal inkomensklassen Gestandaardiseerd inkomen 2000 6.941 2.409 4.532 258 471 336 4.025 1.666 761 154 349
100 duizend euro en meer Bruto inkomen 2000 185 10 175 20 40 36 118 10 1 20 0
100 duizend euro en meer Besteedbaar inkomen 2000 16 2 14 2 3 4 7 2 0 3 0
100 duizend euro en meer Gestandaardiseerd inkomen 2000 5 2 3 0 0 1 2 1 0 1 0
30 duizend euro en meer Bruto inkomen 2000 3.836 510 3.326 240 443 240 2.931 442 108 115 42
30 duizend euro en meer Besteedbaar inkomen 2000 2.073 101 1.972 196 369 180 1.543 233 29 88 8
30 duizend euro en meer Gestandaardiseerd inkomen 2000 517 101 416 15 63 76 304 95 4 37 1
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting

Inkomens van huishoudens en personen
naar inkomensklassen en inkomensbegrippen.
1990 - 2000
Gewijzigd op 21 juni 2005.
Verschijningsfrequentie: Stopgezet.

Toelichting onderwerpen

Aantal huishoudens
Absoluut aantal.
Totaal huishoudens
Bepalend voor de indeling is de situatie op 31 december. Als minderjarig
kind is een persoon aangemerkt jonger dan 18 jaar die ongehuwd is en die
bij de ouder(s) woont. Alle overige personen in een huishouden zijn tot
de meerderjarigen gerekend.
Samenstelling huishouden
Bepalend voor de indeling is de situatie op 31 december. Als minderjarig
kind is een persoon aangemerkt jonger dan 18 jaar die ongehuwd is en die
bij de ouder(s) woont. Alle overige personen in een huishouden zijn tot
de meerderjarigen gerekend.
Eenpersoonshuishouden
Bepalend voor de indeling is de situatie op 31 december. Als minderjarig
kind is een persoon aangemerkt jonger dan 18 jaar die ongehuwd is en die
bij de ouder(s) woont. Alle overige personen in een huishouden zijn tot
de meerderjarigen gerekend.
Meerpersoonshuishouden
Bepalend voor de indeling is de situatie op 31 december. Als minderjarig
kind is een persoon aangemerkt jonger dan 18 jaar die ongehuwd is en die
bij de ouder(s) woont. Alle overige personen in een huishouden zijn tot
de meerderjarigen gerekend.
Totaal meerpersoonshuishoudens
Bepalend voor de indeling is de situatie op 31 december. Als minderjarig
kind is een persoon aangemerkt jonger dan 18 jaar die ongehuwd is en die
bij de ouder(s) woont. Alle overige personen in een huishouden zijn tot
de meerderjarigen gerekend.
Met minderjarige kinderen
Meerpersoonshuishouden met minderjarige kinderen.
Bepalend voor de indeling is de situatie op 31 december. Als minderjarig
kind is een persoon aangemerkt jonger dan 18 jaar die ongehuwd is en die
bij de ouder(s) woont. Alle overige personen in een huishouden zijn tot
de meerderjarigen gerekend.
Drie of meer volwassenen met kind
Meerpersoonshuishouden met minderjarig(e) kind(eren) en drie of meer
volwassenen.
Bepalend voor de indeling is de situatie op 31 december. Als minderjarig
kind is een persoon aangemerkt jonger dan 18 jaar die ongehuwd is en die
bij de ouder(s) woont. Alle overige personen in een huishouden zijn tot
de meerderjarigen gerekend.
Totaal zonder minderjarige kinderen
Drie of meer volwassenen zonder kind
Meerpersoonshuishouden zonder minderjarige kinderen en drie of meer
volwassenen.
Bepalend voor de indeling is de situatie op 31 december. Als minderjarig
kind is een persoon aangemerkt jonger dan 18 jaar die ongehuwd is en die
bij de ouder(s) woont. Alle overige personen in een huishouden zijn tot
de meerderjarigen gerekend.
Voornaamste bron van inkomen
De bron waaruit een huishouden in een jaar het meeste inkomen ontvangt.
Bij deze indeling worden de inkomensbestanddelen van alle leden van het
huishouden samengeteld. Voor meer toelichting zie publicatie-info.
Winst
De bron waaruit een huishouden in een jaar het meeste inkomen ontvangt.
Bij deze indeling worden de inkomensbestanddelen van alle leden van het
huishouden samengeteld.
Het huishoudensinkomen bestaat voornamelijk uit winst uit onderneming.
Loon
De bron waaruit een huishouden in een jaar het meeste inkomen ontvangt.
Bij deze indeling worden de inkomensbestanddelen van alle leden van het
huishouden samengeteld.
Het huishoudensinkomen bestaat voornamelijk uit loon, uitkering ZW,
privé gebruik auto werkgever.
Pensioen
De bron waaruit een huishouden in een jaar het meeste inkomen ontvangt.
Bij deze indeling worden de inkomensbestanddelen van alle leden van het
huishouden samengeteld.
Het huishoudensinkomen bestaat voornamelijk uit uitkeringen AOW, ANW,
pensioen, lijfrente.
Uitkering
De bron waaruit een huishouden in een jaar het meeste inkomen ontvangt.
Bij deze indeling worden de inkomensbestanddelen van alle leden van het
huishouden samengeteld.
Het huishoudensinkomen bestaat voornamelijk uit uitkeringen WW, WAO,
AAW, WAZ, Wajong, RWW, ABW, IOAW, IOAZ, wachtgeld, studiebeurs.
Overige inkomsten
De bron waaruit een huishouden in een jaar het meeste inkomen ontvangt.
Bij deze indeling worden de inkomensbestanddelen van alle leden van het
huishouden samengeteld.
Het huishoudensinkomen bestaat voornamelijk uit inkomsten uit arbeid
die niet in dienstbetrekking is verricht of inkomsten uit vermogen.
Leeftijdsklassen hoofd huishouden
Leeftijd op 31 december. Als hoofd is in huishoudens met een echtpaar de
man aangemerkt, bij eenoudergezinnen de ouder en in andere huishoudens
het oudste lid van het huishouden.
Tot 25 jaar
De leeftijdsindeling is naar de situatie op 31 december van het
onderzoeksjaar. Als hoofd is in huishoudens met een echtpaar de man
aangemerkt, bij eenoudergezinnen de ouder en in andere huishoudens het
oudste lid van het huishouden.